Het verhaal van Marcel Teunissen

Hoe ik het liet gebeuren zonder het gedaan te hebben

Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist.
Deel III  

 

 


 © 2014 Alle rechten voorbehouden

Inhoudsopgave

1- Inleiding
2- De Beeldvorming
3- Het Dossier
4- Het Vonnis

      -Strafmaat
      -Motivatie van het vonnis
5- De fouten van Ficq
6- De ontbrekende Motieven
      -De acties
      -Het wantrouwen
      -Krisus
      -Carmen
7- Het gefabriceerde FPD-rapport
8 - Het PBC-rapport
9 - Karakterschets
10- De Bekentenis
11- Epiloog
12- Autobiografie
13- Chronologie
14- Nawoord
  

 

Inleiding

Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist is een reconstructie van de rechtszaak rond de moord op Louis Sévèke. Met krantenartikelen, dossierstukken, psychologische rapporten, mijn observaties van het gevangenisleven, brieven aan advocaten, journalisten en schrijvers, stukken uit mijn autobiografie, etc. Het beslaat de periode vanaf de arrestatie in Barcelona op 16 maart 2007, tot de rondjes op de luchtplaats in P.I. Vught eind 2010, en alles er tussenin. Het bestaat uit drie delen. Deel I loopt van mijn arrestatie tot mijn overplaatsing naar P.I. De Geerhorst in mei 2008, en gaat dus vooral over de rechtszaak. In deel II komen vooral mijn ervaringen met het gevangenisleven aan bod, en in deel III tenslotte, presenteer ik de fouten die bij het proces zijn gemaakt.

In de eerste twee delen van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist komt in verschillende brieven van mij aan mijn advocaat en andere personen, al naar voren dat ik veel kritiek heb op hoe het proces verlopen is. En daarbij gaat het mij dus niet zozeer om de hoogte van de straf die is opgelegd. Want levenslang voor iemand die een moord bekent, is moreel gezien misschien nog wel een milde straf. Maar de rechters spreken geen moreel oordeel uit maar een juridisch. Het is dus zo dat -los van het morele vraagstuk -zo’n veroordeling juridisch moet kloppen. Het moet gebaseerd zijn op feiten en argumenten, en op wetgeving en jurisprudentie. En daar zit het probleem. En in dit deel van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist zal ik uitleggen wat er mis is met het vonnis; hoe de beeldvorming tot stand is gekomen en welke invloed het heeft gehad bij het bepalen van de strafmaat; wat de waarde is van de psychologische rapporten; etc. Dit alles om een antwoord te vinden op de vraag wat er
mis is met het plaatje op de cover. 


 
2 - De Beeldvorming

De rechtszaak rond de moord op Louis Sévèke kon rekenen op de nodige media-aandacht. De kranten stonden er vol van, en ook werd er in menige nieuwsuitzending aandacht aan besteed. Als een rechtszaak kan rekenen op de belangstelling van de media dan is dat op twee manieren nadelig voor verdachten. Ten eerste heeft het gevolgen voor de strafmaat. Want vaak zien rechters zich genoodzaakt een voorbeeld te stellen, en de maatschappelijke onrust te sussen door zwaarder te straffen. ‘Elk artikel betekent een jaar erbij,’ wordt hier wel eens gegrapt.
Ten tweede is de manier waarop je in de media wordt afgeschilderd eveneens van invloed op de strafmaat. En als verdachte heb je daar geen enkele invloed op. De media bepaalt welk beeld van jou gecreëerd wordt. Afhankelijk van hoe ze je (willen) zien en neerzetten, verander je van hero to zero of vice versa. Er kan ook een eigenaardige dynamiek ontstaan waardoor het beeld steeds minder met de werkelijkheid te maken heeft en waarbij de feiten vervangen
worden door fictie. Dat gebeurt regelmatig. Laat ik een illustratief voorbeeld geven. Pim Fortuyn. Een vriendelijke man. Intelligent. Eloquent. Belezen. Je zou bijna zeggen: de ideale schoonzoon (afgezien van het feit dat hij met je zoon trouwt). Toch is het gelukt om die man neer te zetten als ware het de duivel in eigen persoon. Hij zou een racist zijn, een fascist. Werd vergeleken met Mussolini. Untermensch is hij genoemd. En uiteindelijk heeft hij die demonisering in de media moeten bekopen met de dood.
Eigenlijk is er ook niets makkelijker dan om negatieve beeldvorming tot stand te brengen en iemand in een kwaad daglicht te stellen. In een brief van 7 mei 2010 aan Henk van Gelder, journalist van De Gelderlander, schrijf ik daarover het volgende:

‘Even ter informatie vooraf: beeldvorming is heel gemakkelijk te beïnvloeden. Eén enkel detail kan bepalend zijn. Ik zal een simpel voorbeeld geven: je kunt iemand een krantenpagina lang helemaal de hemel in prijzen, maar als je het artikel afsluit met: ‘En hij hield er ook van om bij tijd en wijle zijn snikkel in een warme watermeloen te steken’, dan is iedereen de rest vergeten. Anders gezegd: één verkeerde zin, één leugen kan genoeg zijn.’

En dat je er niet meer vanaf komt is daarmee ook duidelijk:

‘Ook ter informatie: negatieve beeldvorming is bijna nooit meer ongedaan te maken. Om bij het eerder genoemde voorbeeld te blijven: Je blijft altijd de man die zijn snikkel bij tijd en wijle in een warme watermeloen steekt.’

Nu naar de beeldvorming in mijn zaak. Hoewel in principe dus één leugen genoeg is om het beeld te vertekenen, hebben we hier te maken met een berg van artikelen en verspreid over een lange periode die bol staan van de onjuistheden en verzinsels. De verhouding waarheid/ fantasie varieert namelijk van 0/100 tot 50/50. Een illustratief voorbeeld is het krantenartikel van Merapi Obermayer in de Volkskrant (zie Deel II Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist). Dat is namelijk 100% bij elkaar gelogen. Ze vertelt daarin ondermeer dat we samen door het Vondelpark gewandeld hebben en ze dicht mij ondertussen allerlei fraaie eigenschappen toe. Maar ik ken dat hele mens niet! En het negatieve beeld dat ze schetst wordt vervolmaakt en definitief in het geheugen gebrand met de bewering dat ik, na die wandeling, met sardonisch genoegen een naaktslak doodtrap. Dan had ze dus nog beter over een warme watermeloen kunnen beginnen… (Overigens dateert haar artikel van na de rechtszaak,
dus het heeft geen invloed gehad op de strafmaat, maar het is wel tekenend voor het
waarheidsgehalte van berichtgeving.)

Ik ben er overigens pas achtergekomen welke rol de beeldvorming heeft gespeeld toen het te laat was. Want ik was nauwelijks op de hoogte van de berichten in de media. Ik ving alleen af en toe iets op. En stond dan versteld van wat er allemaal beweerd werd. Ik heb het voor het eerst over in een brief aan mijn ouders (3 mei 2007):

‘Jullie moeten niet alles geloven wat er geschreven is of gaat worden. Ik sta er zelf van te kijken wat er soms van gemaakt wordt. Zo zouden de overvallen ‘bruut’ en ‘gewelddadig’ zijn geweest. Niets is minder waar. En ik heb ook geen last van ‘paranoia’ en ‘achtervolgingswaanzin’.’

Pas in een veel later stadium heb ik een aantal artikelen over de zaak gekregen van Henk van Gelder en Paul Bolwerk, allebei journalisten van de Gelderlander, die veel over de zaak Sévèke geschreven hebben. In een brief aan A.F.Th. van 8 oktober 2008 schrijf ik daarover:

‘Ik wil eerst iets in zijn algemeenheid zeggen over de artikelen. Normaliter kan het me niet zoveel schelen wat mensen over me zeggen of denken. Dat was ook zo tijdens de rechtszaak. Maar ik heb inmiddels een aantal artikelen gelezen en ben toch ‘geschrokken’ van de inhoud. En dan vooral omdat het volgens mij een grote invloed heeft gehad op het vonnis.’

Aan de hand van die artikelen ben ik gaan reconstrueren hoe het allemaal in zijn werk is gegaan. Ik haal daarvoor de brief gericht aan Henk van Gelder van 7 mei 2010 aan:

[…] De beeldvorming begint eigenlijk al in Spanje. Letterlijk. Want na mijn aanhouding (16 maart 2007) is door het Spaanse ministerie van justitie niet alleen op hun website gezet dat ik gezocht werd voor gewelddadige overvallen, maar ze plaatsten daar ook nog eens een foto van mij bij met die spottende grijns En dat is niet de officiële foto van de aanhouding, maar een -bewust gekozen -frame uit een opname gemaakt door een of andere rechercheur met zijn eigen digitale fototoestel. En dat van die gewelddadige overvallen heeft net zoveel met de werkelijkheid te maken als die foto. Vervolgens word ik uitgeleverd en kom ik dinsdag 27 maart in Nederland aan. De volgende dag is er een persconferentie. Dan verschijnen de eerste artikelen.

Het gaat al mis op 30 maart: in De Volkskrant schrijft John Schoorl een artikel waarin hij beweerd dat ik me slechts heb ‘ingebeeld’ dat ik als informant werd gezien. Een aantal dagen later verschijnt er in het AD door Niels Dekker een artikel waarin wordt beweerd dat ik een ‘paranoïde indruk’ maak en ‘lijd aan achtervolgingswaanzin’. Op 16 april verschijnt in De Volkskrant een soortgelijk bericht. Daarin wordt gezegd dat ik volgens bronnen bij justitie een ‘verwarde en afwezige indruk’ maak. Gevolgd door de berichten dat ik onderzocht moet worden door gedragsdeskundigen van het FPD. Logisch, zullen al die lezers gedacht hebben, die vent is gek!

Op 21 april komen jullie met een bericht dat ik een ‘wantrouwende en eenzame man’ ben en dat argwaan mijn tweede natuur is: ‘Zijn diepgewortelde argwaan – zijn tweede natuur – belemmert het aangaan van vriendschappen.’

En dan is het leed dus al geschied. Maar als kers op de taart wordt dan ook nog dat compleet bij elkaar gelogen FPD-rapport gepresenteerd. Waarin schaamteloos wordt beweerd dat ik

lijd aan het syndroom van Asperger, dat ik antisociale en narcistische trekken vertoon en nog wat andere persoonlijkheidsstoornissen, en dat tbs met dwangverpleging noodzakelijk is.

Dan is het dus afgelopen. Dat ik vervolgens in de Panorama als ‘gestoorde gek’ wordt weggezet is niet verbazingwekkend meer, maar logisch. En dan maakt het zelfs niet meer uit dat er door bronnen bij justitie later ook nog eens gezegd wordt dat er een ‘hitlist’ is en dat ik meer mensen wilde vermoorden. Als ik dat zou lezen allemaal zou ik ook zeggen: opsluiten en nooit meer vrijlaten. Maar het is dus allemaal (aantoonbaar) gelogen!

Hoewel we in mijn zaak dus te maken hebben met een berg van artikelen, verspreid over een lange periode die bol staan van de onjuistheden en verzinsels (zoals van Merapi Obermayer), heeft het geen zin om al dat soort artikelen aan te halen of te verbeteren, want dat zou onbegonnen werk zijn, hoewel ze zeker een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de beeldvorming. Ik beperk me hier dus alleen tot die berichten en beweringen die een belangrijke en directe invloed hebben gehad op het proces en de strafmaat, zoals de artikelen die ik noem in mijn brief aan Henk van Gelder. En dat zijn er ook al genoeg. Een opsomming van de belangrijkste krantenartikelen:

In De Volkskrant van 30 maart 2007, enkele dagen na mijn aankomst in Nederland, schrijft J. Schoorl al dat ik me slechts heb ingebeeld dat ik als infiltrant werd gezien (Zie bijlage 1):

‘T. zou zich hebben ingebeeld dat hij door dit Onderzoeksbureau Inlichtingen-en
Veiligheidsdiensten (OBIV) werd beschouwd als een infiltrant en dat hij daarom uit de
kraakbeweging zou zijn verstoten.’

‘Het bureau was in zijn geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk voor de publicaties De
Tragiek van een Geheime Dienst uit 1990 en Operatie Homerus. Hierin onthulde Sévèke het bestaan van politie-informanten. In deze publicaties kwam Marcel T. in het geheel niet voor.’

Dat blijft hij volhouden in daarop volgende publicaties (Zie bijlage 2). Ook volgen publicaties waarin melding wordt gemaakt dat het motief onduidelijk is of zelfs ontbreekt.

En dan 4 juli, de dag van het proces is er in De Volkskrant wederom iets heel opmerkelijks te lezen. Iets dat ze is ingefluisterd door ‘bronnen bij justitie’:

‘Sévèke was de eerste in wraakmissie. Marcel T. had meer liquidaties op het oog, maar
schrok van de publiciteit.’

‘Marcel T., die vandaag terecht staat voor de rechtbank in Arnhem, wilde uit wraak meer slachtoffers in krakerskringen maken. Na de dood van de linkse activist, schrok hij echter zo van de reacties dat verdere liquidaties uitbleven. Dit zeggen bronnen rond het onderzoek naar de moord op Sévèke.’

‘Met deze voormalige huisgenoten wilde hij dan ook ooit “een rekening vereffenen”, zoals hij ook wraak nam op Sévèke, die bovenaan zijn lijst stond als prominentste vertegenwoordiger van de tegenbeweging. T. heeft overigens nooit een gedetailleerde dodenlijst opgesteld.’

Zie bijlagen 3 t/m 6. Dit was dus allemaal te lezen nog vóór dat het proces begonnen was. En het is nogal wat lijkt me, om voor het proces begonnen is te beweren dat de verdachte nog veel meer moorden wilde plegen, en ook nog eens zonder duidelijk motief. En de timing van dat laatste artikel is ook heel opmerkelijk, want dat was ’s morgens te lezen in de Volkskrant op de dag dat het proces plaatsvond!
Later die dag is er in de berichtgeving nog wel het een en ander gewijzigd. Maar niet ten goede, want was er in die eerste berichten nog te lezen dat ik nooit een gedetailleerde dodenlijst had opgesteld, in de daarop volgende berichten valt dit te lezen: ‘Officier van justitie Aidan van Veen citeerde uit de autobiografie van T. Hieruit blijkt dat hij een “hitlist” had waarop vertegenwoordigers van de kraakbeweging stonden, onder wie Sévèke, met wie hij “een rekening wilde vereffenen”. ’
Of, in andere bewoordingen in dezelfde krant: ‘Officier van justitie Aidan van Veen bevestigde woensdag in zijn betoog dat de moord op Sévèke het begin zou zijn van een reeks afrekeningen in het Nijmeegse krakersmilieu. Sévèke was de eerste in de wraakmissie. Marcel T. zou een lijst hebben samengesteld van mensen uit de Nijmeegse krakersbeweging die hij zou willen vermoorden.’
(Ik heb de krantenartikelen overigens zelf niet gezien, ook mijn advocaat heeft me er niet van op de hoogte gebracht, maar ik baseer me ondermeer op de gegevens uit het digitale archief van de Volkskrant en een artikel in De Vrije van 4 juli 2007 waarin te lezen valt: ‘Het meest opzienbarende nieuws was wel dat de Volkskrant vanochtend onthulde dat Marcel T. volgens bronnen rond het onderzoek naar de moord op Sévèke plannen had om met meer betrokkenen uit de Nijmeegse kraakbeweging af te rekenen.’ Zie bijlage 14)

Oftewel: eerst laten ‘bronnen rond het onderzoek’ net voor de rechtszaak begint, weten dat ik veel meer liquidaties wilde plegen, waarna de officier van justitie er in de loop van de rechtszitting er nog een schepje bovenop doet! En zoals duidelijk moge zijn is geen van beide beweringen waar. Dat weten die bronnen bij het onderzoek en dat weet de officier van justitie. Zie alleen maar het PV van de terechtzitting in het kader van de inbewaringstelling van 30 maart 2007 (zie bijlage 7). Kortom, een eerste klas staaltje van Trial by media.

En die ‘bronnen bij het onderzoek’ hebben niet alleen John Schoorl voor hun karretje
gespannen door hem te voorzien van valse informatie. Ook het AD krijgt ‘informatie’ van ‘bronnen rond het onderzoek’. Niels Dekker weet als eerste te melden: ‘De Rotterdammer zou een paranoïde indruk maken en lijden aan achtervolgingswaanzin.’ (zie bijlage 8)

En 16 april is hetzelfde te lezen in de Volkskrant: ‘Bronnen bij politie en justitie beweren dat T. ‘een verwarde en afwezige indruk maakt'. (zie bijlage 9) En niet toevallig is in datzelfde bericht te lezen dat: ‘Marcel T. wordt de komende weken psychologisch en psychiatrisch onderzocht. Dit gebeurt op verzoek van het openbaar ministerie in Arnhem.’

En De Gelderlander komt met soortgelijke beweringen aanzetten:

 21 april 2007, Henk van Gelder, Paul Bolwerk (bijlage 10):

‘T., verdachte van de moord op Louis Sévèke, koesterde een diep geworteld wantrouwen jegens “zijn” kameraden in de Nijmeegse kraakbeweging van de jaren negentig.’

‘T. was er van meet af aan van overtuigd dat hij als verklikker of infiltrant van de autoriteiten werd gezien.’

‘Argwaan was zijn tweede natuur.’

‘een wantrouwende en eenzame man.’

Gelderlander, 30 juni 2007, Henk van Gelder, Paul Bolwerk:

‘Bevangen door paranoia verlaat T. Nijmegen.’

Oftewel: hier slingeren bronnen bij politie en justitie eerst het bericht de wereld in dat ik verward ben, om een paar weken later te melden dat een psychologisch onderzoek nodig is. Het mag dan ook niet verwonderlijk zijn dat veel mensen zich tegen die tijd afvragen of ik een gestoorde gek ben. De Panorama: ‘Op woensdag 4 juli is het zover. Dan komt de verdachte van de moord op de Nijmeegse activist Louis Sévèke voor de rechter. Over het motief van de man is weinig bekend. Is hij een politieke moordenaar of een gestoorde gek?’ (zie Deel I)

En als dan tijdens de eerste procesdag van 4 juli 2007 de resultaten van het FPD-onderzoek naar buiten worden gebracht en wordt beweerd dat ik aan het syndroom van Asperger lijdt en een gebrek aan inlevingsvermogen vertoon en nog een paar persoonlijkheidsstoornissen, waardoor tbs met dwangverpleging noodzakelijk wordt geacht, is het beeld compleet (zie bijlage 11). De Vrije, Anarchistisch multimedium, 4 juli 2007 (zie bijlage 14):

‘Marcel T. heeft inderdaad zoals verwacht mocht worden een stoornis.’

Zoals ik in de brief van 7 mei 2010 aan Henk van Gelder al schrijf: het is allemaal gelogen en aantoonbaar onjuist. Tot die stelling beperk ik me hier. In de volgende hoofdstukken zal ik uitgebreid uitleggen waarom het een en ander onjuist is. Maar het resultaat is in ieder geval geweest dat er een negatieve beeldvorming is ontstaan: ik ben weggezet als verward, paranoïde, gestoord en zonder inlevingsvermogen en geweten. Bovendien zou het motief voor de moord ontbreken en zou ik van plan zijn geweest nog meer moorden te plegen. En deze beeldvorming is dus ontstaan c.q. tot stand gebracht, nog vóór dat het proces op 4 juli 2007 van start gaat. Anders gezegd: ik ben al veroordeeld nog voor het proces is begonnen. Want je kunt zo iemand toch niets anders geven dan levenslang? (of tbs met dwangverpleging):

Diverse media hadden toen al een beeld geschetst van een in zichzelf gekeerde
dader, die wraak zou hebben genomen op de man die hij verantwoordelijk hield voor
zijn verwijdering uit de kraakwereld. Een zielige randfiguur, die zich vergeefs had
afgevraagd waarom hij niet als vermeende infiltrant was ’verhoord’ door de harde
krakerskern, die vervolgens in zijn eentje aanslagen had gepleegd waar niemand
iets van begreep en daarna was afgegleden tot ordinaire criminaliteit.

De 38-jarige Rotterdammer, die al in zijn eerste verhoor een bekentenis had
afgelegd, leek een dwaas, die wraak nam als gevolg van een gedachtenspinsel.

Trouw 21 februari 2008

En de rechters staan dus ook bloot aan die beeldvorming. Dat blijkt wel uit het vonnis. Ze hebben veel van de onzin uit de media gewoon overgenomen: ‘geen invoelbaar motief’, ‘recidivegevaar’, ‘onpeilbare verdachte’, etc.

Over het resultaat van al die verzonnen verhaaltjes op de voorpagina’s heb ik het eigenlijk pas voor het eerst in een brief aan A.F.Th. op 12 maart 2008, na het proces dus. Het was zelfs een reden om niet in hoger beroep te gaan, aangezien ik van mening was dat mede door de negatieve beeldvorming en de maatschappelijke druk die poging bij voorbaat kansloos was:

‘En hoewel ik het niet eens ben met de motivering die de rechters geven voor het vonnis en er ook als je de jurisprudentie bekijkt er wel iets tegen in te brengen is, ga ik waarschijnlijk niet in hoger beroep. (Ik heb nog tot volgende week vrijdag om in hoger beroep te gaan en Benedicte Ficq dringt er op aan.) De redenen daarvoor zijn divers. Eén daarvan is dat ik de kans niet erg groot acht dat de straf lager wordt. En de beeldvorming speelt daarbij toch een belangrijke rol.’

Zie ook de brief aan mijn advocaat B. Ficq van 15 maart 2008:

[…] Afgelopen week heb ik je al laten weten dat ik niet in hoger beroep ga. Ik zal mijn besluit toelichten. Ik zie af van hoger beroep, omdat:
[1] Ik de kans zeer laag inschat dat er een lagere straf dan levenslang uitkomt. De maximale tijdelijke gevangenisstraf van 20 jaar is eigenlijk te laag als je de delicten daarvoor bij elkaar optelt. Het is heel gemakkelijk om op levenslang uit te komen, zeker gezien de beeldvorming en de maatschappelijke druk, etc.

En ik durf zelfs te beweren dat die beeldvorming bewust tot stand is gebracht door justitie. Tenslotte brengen zij die onzin naar buiten. En het is de officier van justitie die bewust de feiten verdraaid door in de rechtszaal te beweren dat ik meer mensen wilde vermoorden. Dat ik een hitlist wilde afwerken. Dat ik álle mensen die op een lijst stonden wilde vermoorden. Terwijl hij beter moet weten. En ook beter weet. Zie daarvoor zoals gezegd bijvoorbeeld het verslag van het verhoor in het kader van de inbewaringstelling van 30 maart 2007. Daaruit wordt duidelijk dat er geen sprake is van een hitlist. Bovendien is dat stuk ook interessant als het gaat over het motief, over spijt en recidivegevaar, waar ook een hoop over gelogen is door de officier van justitie, door bronnen bij politie en justitie en door de rechters. In mijn brief aan Henk van Gelder 13 oktober 2010 formuleer ik het zo:

[…]Weet je, toevallig heb ik deze week mijn dossier eindelijk compleet gekregen. (Dat is dus 1…? Nee. 2…? Nee. Bijna 3 jaar ná het proces. En ik heb daar zelf achteraan moeten gaan, want de advocaten die ik daarvoor heb benaderd -Ficq, Anker&Anker, Cremers -lieten het afweten. En daarmee heb je meteen antwoord op je vraag of ik nog met Ficq ga bellen). En weet je wat ik vind? Ik vind bij toeval het PV van de terechtzitting van de Raadkamer over de Inbewaringstelling. Ik heb een kopietje bijgesloten. Dan moet je maar eens lezen wat er gezegd wordt over spijt, over recidivegevaar, en hitlist. En kijk dan naar de datum. En vergelijk dat dan met wat bronnen bij justitie beweerd hebben, vergelijk het met wat de officier van justitie in zijn requisitoir gezegd heeft, vergelijk het met wat de rechters beweren in het vonnis… 
 
[…]En dan kom je ook nog eens -opnieuw! -aanzetten met: ‘Ik betwist je stelling dat er
destijds bewust is gelekt door het OM’ En dat terwijl ik je artikelen heb gestuurd waaruit
duidelijk blijkt dat justitie informatie naar buiten heeft gebracht die een negatieve
beeldvorming tot resultaat -en waarschijnlijk zelfs tot doel -hebben gehad. Zie mijn brief
van 7 mei. Ik heb daarin de passages zelfs voor je onderstreept: ‘Bronnen bij justitie
beweren dat T. een verwarde en afwezige indruk maakt.’

En diezelfde bronnen bij justitie hebben beweerd dat ik meer moorden wilde plegen.
Diezelfde bronnen hebben beweerd dat er een hitlist was.
Diezelfde bronnen hebben gezegd dat ik een paranoïde indruk maakte.
Diezelfde bronnen hebben beweerd dat ik lijd aan achtervolgingswaanzin.
En diezelfde bronnen bij justitie hebben naar de pers gelekt dat ik me slechts heb ingebeeld dat ik als infiltrant werd gezien.

En dat was allemaal, nog vóór het proces begonnen was, te lezen op alle voorpagina’s van alle ochtendkranten. Als hier geen sprake is van een parallel mediaproces en Trial by media dan weet ik het niet meer. En jij kunt vervolgens die artikelen nergens meer vinden en durft met droge ogen te beweren dat het OM niet bewust gelekt heeft!

En in een later stadium, namelijk bij het proces in februari 2008 wordt door diezelfde officier van justitie in zijn requisitoir ook nog bewust ingespeeld op die beeldvorming door termen te gebruiken als ‘koud en kil’, ‘angstaanjagend’, ‘onheilspellend’, etc. (zie bijlage 12) En de rechters komen op hun beurt in het vonnis aanzetten met onzin als: ‘een invoelbaar motief ontbreekt’, ‘onpeilbare verdachte’, etc. en nemen daarmee de onzin uit de media gewoon integraal over. Je verwacht dat je veroordeeld wordt op basis van feiten uit het dossier, maar het lijkt erop alsof in plaats van het dossier te lezen de Panorama er maar bijgepakt hebben. En daarom had het geen zin om in hoger beroep te gaan:

Brief aan Henk van Gelder 13 oktober 2010: ‘Dus ga nou niet - opnieuw! - lopen beweren dat het in hoger beroep anders zou zijn verlopen omdat “het Gerechtshof zaken toch een stuk afstandelijker benadert”. Als je door bronnen bij justitie bent weggezet als gewelddadig, terrorist, paranoïde, verward, en met een af te werken hitlist op zak, en rechters gebruiken gefabriceerde psychologische rapporten waarin beweerd wordt dat ik een autist ben en gewetenloos, en dat ik een narcistische en anti-sociale persoonlijkheidsstoornis heb, waardoor tbs met dwangverpleging noodzakelijk is (en wat ook breed uit werd gemeten in de media), en ze liegen ook nog eens gewoon glashard in het vonnis, dan heeft hoger beroep heel weinig zin kan ik je zeggen. Nee, bij het Gerechtshof zou definitief met mij zijn afgerekend, waarschijnlijk door naast een (levens)lange gevangenisstraf ook nog tbs op te leggen. Ik weet hoe het werkt. En daar had ik dus niet veel zin in.’

Conclusie: Het was Trial by media. Wat er mis is met het plaatje op de cover, is dus dat het letterlijk ‘t begin van de beeldvorming is, door mij doelbewust af te beelden met die spottende grijns en tegelijkertijd te beweren dat de overvallen ‘bruut’ en ‘gewelddadig’ waren (zie bijlage 13). Later aangevuld met al die andere onzin op de voorpagina’s.

Voor wie dit wat te ver gezocht vindt, en niet gelooft dat ze bij justitie zo te werk kunnen
gaan, verwijs ik naar andere rechtszaken waarin dit is gebeurd. Een illustratief voorbeeld is de
rechtszaak tegen Lucia de Berk. Ook zij is tot levenslang veroordeeld (in hoger beroep zelfs tot levenslang plus tbs, wat juridisch helemaal niet kan) en feitelijk ook alleen maar op basis van beeldvorming, tunnelvisie en het tegemoet willen komen aan druk vanuit de publieke opinie. Maarten ’t Hart schreef in een voorwoord van het boek van Lucia de Berk dat ze haar
gevangenisstraf alleen maar te danken had aan: ‘het mediacircus geregisseerd door officieren van justitie’. En hij vergeleek het met een heksenproces. En haar advocaat Stijn Franken liet weten: ‘Beeldvorming is cruciaal geweest in deze zaak […] Ze is niet veroordeeld op basis van feiten, maar op basis van beeldvorming’. Het is maar dat u het weet… 
 
2.1 Bijlagen De Beeldvorming

Moord was wraak op kraakbeweging
Van onze verslaggever John Schoorl/Volkskrant

AMSTERDAM/NIJMEGEN - De moord op Louis Sévèke door Marcel T. was gericht tegen het onderzoeksbureau van de linkse activist. T. zou zich hebben ingebeeld dat hij door dit Onderzoeksbureau Inlichtingen-en Veiligheidsdiensten (OBIV) werd beschouwd als een infiltrant en dat hij daarom uit de kraakbeweging zou zijn verstoten.

Volgens bronnen rond het onderzoek was de moord niet persoonlijk gericht tegen
Sévèke. Zo heeft T. dit in zijn autobiografische notities onder woorden gebracht, die
onlangs werden aangetroffen. Medio jaren negentig zou hij zich hebben voorgenomen om op een dag wraak te nemen op OBIV, dat onderzoek deed naar infiltratie van politie en veiligheidsdiensten in de Nijmeegse kraakbeweging.

Politie en justitie hebben inmiddels in de persoonlijke verslagen van T. kunnen teruglezen dat hij betrokken was bij alle aanslagen die onder de naam Earth Liberation Front (ELF) waren gepleegd. Hij zou gelden als de explosievenexpert van deze radicale milieubeweging, die onder meer verantwoordelijk was voor aanslagen op het gebouw van BASF in Arnhem in 1996, en de Franse financiële instellingen Banque Paribas en Credit Lyonnais in 1995. De aanslagen werden nooit opgehelderd. De daders werden gezocht in krakersmilieus van Arnhem en Nijmegen.

De familie van Sévèke, verenigd in de ‘persgroep’, verklaarde dat er ruzie was geweest tussen T. en andere krakers, onder wie Sévèke. Deze aanvaring, midden jaren negentig, had te maken met het aannemen van geld van een kraakpandeigenaar. Deze eigenaar bood de krakers geld als ze maar wilden vertrekken. Over het aanbod bestond discussie in de kraakbeweging. T. zou volgens de persgroep wel het geld willen aanpakken, de krakers echter niet.

Sévèke zou zeker niet verantwoordelijk zijn geweest voor het vertrek van de verdachte uit de Nijmeegse kraakbeweging, aldus de intimi. Ook heeft hij nooit met hem in één huis gewoond, veelvuldig contact gehad of hem ervan beschuldigd infiltrant te zijn.

OBIV werd gevormd door Louis Sévèke en zijn huisgenoot Frank Schoenmaeckers.

Het bureau was in zijn geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk voor de publicaties De
Tragiek van de Geheime Dienst uit 1990 en Operatie Homerus. Hierin onthulde
Sévèke het bestaan van politie-informanten. In deze publicaties kwam Marcel T. in
het geheel niet voor.

T. werd op 16 maart in Barcelona in een internetcafé aangehouden. Door toedoen
van het politiekorps Holland Midden, dat onderzoek deed naar gewelddadige overvallen in Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht, kwam het Bamboeteam bij de
38-jarige man terecht. 

Behalve de moord op Sévèke en de aanslagen in de jaren negentig zouden in zijn
notities ook deze overvallen staan beschreven. Terug te lezen zou zijn hoe hij zich
voorbereidde, hoe de overval verliep en wat het uiteindelijk opleverde.

Bijlage 1 (bron: digitale archief Volkskrant)

Marcel T. werd opgepakt na tip familieleden
Van onze verslaggever John Schoorl/ Volkskrant 21 april 2007

NIJMEGEN -Marcel T., verdacht van de moord op Louis Sévèke, is op de hoogte gebracht van het feit dat de gouden tip die leidde tot zijn aanhouding afkomstig was van zijn directe familieleden. Zij zagen in het tv-programma Opsporing verzocht videobeelden van een bankovervaller in Leiden en herkenden in hem hun 38-jarige verwant.

Volgens bronnen rond het onderzoek meldden de geschokte familieleden zich met deze aanwijzing nog dezelfde avond bij het televisieprogramma en bij de onderzoekers van het politiekorps Hollands Midden. De familie kon toen niet exact vertellen waar Marcel T. verbleef of woonde. Het enige contact dat zij met hem hadden verliep via e-mail. Uit deze correspondentie konden ze echter wel opmaken dat hij in Spanje zat, naar verluidt het land van zijn dromen. Ook wisten ze dat hij een kamer had in de binnenstad van Antwerpen.

Bovendien waren ze in het bezit van een sleutel van een zogeheten selfstorage-kluis
in Rotterdam, waar ze op zijn verzoek weleens zijn spullen hadden ondergebracht. Toen de rechercheurs deze kluis openden, vonden ze behalve zware explosieven ook zijn laptop met daarin zijn autobiografie. Hierin beschrijft hij tot in detail zijn leven en zijn daden – onder meer de overvallen waarnaar de Leidse recherche onderzoek deed.

Maar bovendien meldde hij hierin dat hij verantwoordelijk is voor de moord op Louis Sévèke, die plaatsvond in het centrum van Nijmegen op 15 november 2005. Nadat het ‘Bamboeteam’, dat al anderhalf jaar onderzoek deed naar de moord, werd ingelicht kon T. op 16 maart in Barcelona in een internetcafé door de Spaanse politie worden aangehouden. Naar zijn idee was Sévèke, met het door hem en een vriend bestuurde Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV) schuldig aan het feit dat hij uit de kraakbeweging was gezet. T. zou zich hebben ingebeeld dat Sévèke hem als een infiltrant zag. Op een dag, zo had hij zich al in de jaren negentig voorgenomen, zou hij wraak nemen.

Familie en intimi van Sévèke stellen dat er nooit innig contact is geweest tussen de dader en het slachtoffer in de tijd dat beiden actief waren in de Nijmeegse kraakbeweging. Ook zou Sévèke T. niet als infiltrant hebben gezien.

Bijlage 2 
 
Sévèke was de eerste in wraakmissie
Van onze verslaggever John Schoorl - 04/07/07, 02:47

De moord op Louis Sévèke in november 2005 zou het begin zijn van een reeks afrekeningen in het Nijmeegse krakersmilieu. Marcel T., die vandaag terecht staat voor de rechtbank in Arnhem, wilde uit wraak meer slachtoffers in krakerskringen maken. Na de dood van de linkse activist, schrok hij echter zo van de reacties dat verdere liquidaties zijn uitgebleven...

Dit zeggen bronnen rond het onderzoek naar de moord op Sévèke. Marcel T. voelde zich ernstig benadeeld door de krakerswereld, waarin hij in de jaren negentig actief was en hij zich als anarchist zeer op zijn plaats voelde.

Na zijn arrestatie zei T. tijdens de politieverhoren hoezeer het hem had verwonderd
dat het zo lang had geduurd voordat hij was opgepakt. Op het moment dat hij met de
moord op Sévèke werd geconfronteerd, sloeg hij vrij snel door en legde hij gedetailleerde verklaringen af over wat er was voorgevallen. Marcel T. leek eerder
opgelucht dan teleurgesteld te zijn over het feit dat de politie hem had gearresteerd.

Oprotpremie
De oorsprong van het drama lag onder meer in een kwestie rond een ‘oprotpremie’ van een vastgoedhandelaar. Die zaak zette in de jaren negentig de Nijmeegse krakerskringen op scherp. Als enige kraker wilde Marcel T. twaalfduizend gulden aannemen in ruil voor vertrekken. Dit leidde tot heftige aanvaringen met krakers die hem ernstig wantrouwden en zelfs als een spion van de geheime dienst BVD zagen.
Toen de premie niet werd betaald, vond T. dat hem geld door de neus was geboord.

Met deze voormalige huisgenoten wilde hij dan ook ooit ‘een rekening vereffenen’, zoals hij ook wraak nam op Sévèke, die bovenaan zijn lijst stond als de prominentste
vertegenwoordiger van de tegenbeweging. T. heeft overigens nooit een gedetailleerde dodenlijst opgesteld.

Edmund Dantes
Een halfjaar voor de moord in 2005 zocht T. per e-mail contact met Sévèke onder het pseudoniem ‘Edmund Dantes’. Hij verklaarde in die correspondentie dat hij een voormalig lid was van de Nijmeegse kraakbeweging die toentertijd veel gesproken had met agenten van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), nu AIVD. Hij was nu tot inkeer gekomen en wilde het complete verhaal openbaren.

Sévèke, die een aantal publicaties op zijn naam heeft over infiltratie in de
kraakbeweging en een stichting bestierde die hierin gespecialiseerd was, reageerde
buitengewoon geïnteresseerd. Wat volgde was een spel waarin T. de boot afhield en
telkens schermde met een mogelijke afspraak tussen de twee mannen.

Vandaag zal de advocaat van T., Bénédicte Ficq, om uitstel van de rechtszaak vragen. Zij vraagt om nader onderzoek naar het geestelijke vermogen van haar cliënt.

Bijlage 3 
 
De haat tegen Sévèke werd gekoesterd
Van onze verslaggever John Schoorl - 04/07/07, 02:46

Dat Marcel T. Louis Sévèke zou vermoorden, stond al heel lang vast. Voor Marcel T. was Louis Sévèke het symbool van de Nijmeegse kraakbeweging....

Dat hij pas in november 2005 zijn missie zou volbrengen – tien jaar na zijn eigen krakersbestaan – was niet zomaar. Even daarvoor was een liefdesrelatie op de klippen gelopen en nu was voor T. het moment daar om naar Nijmegen af te reizen. De tukgelopen verkering zette zijn wraakgevoelens in beweging. Sévèke werd het eerste slachtoffer.

De afrekening zelf gebeurde in alle kalmte en had weinig weg van een emotionele, lang opgespaarde uitbarsting. Hij wachtte de linkse activist op met zijn geweer met afgezaagde loop, noemde zijn naam, schoot twee keer en verdween uit het zicht.

Mensen die twintig jaar geleden met T. werkten of woonden, herinneren zich weinig van hem. Hij was er, zoals in de boekhandel Assata waar hij de eerste helft van de jaren negentig werkte, maar hij hield zich op de achtergrond. T. was een einzelgänger, weg van anarchistische lectuur en Spanje.

Hij kwam veelvuldig in De Grote Broek, het Nijmeegs krakersbolwerk. Sévèke kwam er op de avond van de moord vandaan, en Assata was er gevestigd. Moordenaar en slachtoffer troffen elkaar bij vergaderingen in het pand, en toen een voormalige vriendin van T. zelfmoord pleegde, stuurde Sévèke een condoleancekaart.

Er was in die jaren veel onrust in de kraakbeweging. De vrees bestond voor informanten, of voor mensen die niet recht in de leer waren. In de wereld van vrijbuiters en onaangepasten golden strenge regels, al mochten die vooral niet zo worden genoemd.

Geld aannemen van een pandjesbaas of van een vastgoedeigenaar was hoogverraad. De ruzie tussen T. en leden van de kraakbeweging, onder wie Sévèke, zou hiermee te maken hebben. T. wilde van een huiseigenaar twaalfduizend gulden oprotpremie anpakken. De anderen niet.

En daar werd de wraak op Sévèke geboren. Een wraak waarvoor hij zelfs een literair-historische stijlfiguur vond: Edmund Dantes. Onder de naam van die door Alexandre Dumas gecreëerde figuur mailde hij herhaaldelijk naar Sévèke. Hij deed zich voor als een tot inkeer gekomen BVD-informant om Sévèke te lokken en hem als het ware zijn dodelijke bezoek aan te kondigen. Ook Dantes nam in het boek De Graaf van Monte Christo na jaren wraak.

De aanklacht tegen T. is loodzwaar, zo blijkt uit de dagvaarding. Behalve van de moord, wordt hij verdacht van acht overvallen op grenswisselkantoren en banken, in de periode van 1999 tot 2006. De dag na de moord op Sévèke overviel hij een bank in Leiden.

Ook wordt melding gemaakt van twee onopgehelderde aanslagen, twee brandstichtingen en een mislukte aanslag. Deze gebeurtenissen – medio jaren negentig – leidde tot veel onrust in de omgeving van Arnhem en werden gezien als terroristische aanslagen.

Dat het Bamboeteam uiteindelijk bij T. uitkwam, was het gevolg van een tip van zijn familie. Een familielid zag in Opsporing Verzocht videobeelden van een bankovervaller in Leiden en herkende daarin zijn verwant. Nog diezelfde avond belde hij het politiekorps Hollands-Midden dat de bankovervallen onderzocht.

Waar Marcel uithing, wisten zijn vader en moeder, de enigen met wie hij al die jaren contact heeft gehouden, niet. T. had een appartement in Antwerpen, maar uit de mails die hij af en toe verstuurde, viel af te leiden dat hij in Spanje zat. De ouders bezaten de sleutel van een kluis in Rotterdam, waar ze op zijn verzoek zijn spullen hadden ondergebracht.

Toen de rechercheurs deze kluis openden, vonden ze naast zware explosieven ook zijn laptop met daarin zijn autobiografie. Hij had al zijn daden beschreven, ook de moord op de activist. Hij had het geschreven in zijn eigen woorden, afgewisseld met teksten uit liedjes, zoals uit nummers van Bob Dylan. Wat hij had gedaan, was in zijn ogen onvermijdelijk.

Bijlage 4
 
Sévèke was de eerste in wraakmissie
Van onze verslaggever John Schoorl/ Volkskrant - 04/07/07

De moord op Louis Sévèke in november 2005 zou het begin zijn van een reeks afrekeningen in het Nijmeegse krakersmilieu. Marcel T., die vandaag terecht staat voor de rechtbank in Arnhem, wilde uit wraak meer slachtoffers in krakerskringen maken. Na de dood van de linkse activist, schrok hij echter zo van de reacties dat verdere liquidaties zijn uitgebleven...

Dit zeggen bronnen rond het onderzoek naar de moord op Sévèke. Marcel T. voelde zich ernstig benadeeld door de krakerswereld, waarin hij in de jaren negentig actief
was en hij zich als anarchist zeer op zijn plaats voelde.

Na zijn arrestatie zei T. tijdens de politieverhoren hoezeer het hem had verwonderd dat het zo lang had geduurd voordat hij was opgepakt. Op het moment dat hij met de moord op Sévèke werd geconfronteerd, sloeg hij vrij snel door en legde hij gedetailleerde verklaringen af over wat er was voorgevallen. Marcel T. leek eerder opgelucht dan teleurgesteld te zijn over het feit dat de politie hem had gearresteerd.

Oprotpremie
De oorsprong van het drama lag onder meer in een kwestie rond een ‘oprotpremie’ van een vastgoedhandelaar. Die zaak zette in de jaren negentig de Nijmeegse krakerskringen op scherp. Als enige kraker wilde Marcel T. twaalfduizend gulden aannemen in ruil voor vertrekken.

Dit leidde tot heftige aanvaringen met krakers die hem ernstig wantrouwden en zelfs
als een spion van de geheime dienst BVD zagen. Toen de premie niet werd betaald,
vond T. dat hem geld door de neus was geboord.

Met deze voormalige huisgenoten wilde hij dan ook ooit ‘een rekening vereffenen’,
zoals hij ook wraak nam op Sévèke, die bovenaan zijn lijst stond als de prominentste
vertegenwoordiger van de tegenbeweging. T. heeft overigens nooit een
gedetailleerde dodenlijst opgesteld.

Officier van justitie Aidan van Veen citeerde uit de autobiografie van T. Hieruit blijkt
dat hij een ‘hitlist’ had waarop de vertegenwoordigers van de kraakbeweging
stonden, onder wie Sévèke, met wie hij een rekening wilde vereffenen.

Bijlage 5 
 
Zaak-Sévèke uitgesteld voor onderzoek
Van onze redactie - 04/07/07, 12:38

De rechtszaak tegen de verdachte van de moord op Louis Sévèke wordt uitgesteld. Verdachte Marcel T. wordt naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht overgebracht om daar onderzocht te worden....

Onder grote belangstelling van pers, familie en vrienden van Sévèke besloot de
rechtbank tot aanhouding omdat de advocaat van de verdachte, Bénédicte Ficq,
twijfelt aan de bekentenis van haar cliënt. De advocaat betwijfelt of T. de moord wel heeft gepleegd. Zelf houdt de 38-jarige verdachte wel vast aan zijn bekentenis dat hij verantwoordelijk is voor de moord op Sévèke. Op de vraag van de rechter of de verdachte bij zijn eerdere bekentenis blijft, was zijn antwoord: ‘ja’.

Syndroom van Asperger
Ficq meent dat de rapporten van de psychologen en psychiaters niet afdoende zijn.
De conclusie van de deskundigen was dat T. in aanmerking komt voor tbs-behandeling. T. is het niet eens met het tbs-advies en vroeg daarom om een nieuw
onderzoek.

De verdachte zou volgens onderzoekers van de Forensisch Psychiatrische Dienst lijden aan het Syndroom van Asperger. De onderzoekers leggen in hun onderzoek
ook een relatie tussen het syndroom en de misdaden die de verdachte inmiddels heeft bekend.

T. zou vanuit de - aan autisme verwante - stoornis hebben gehandeld, en de feiten zouden hemzelf daarom minder aan te rekenen zijn dan normaal. Wel hebben de deskundigen later een aanvullend rapport uitgebracht. Het typerende gebrek aan inlevingsvermogen bij Asperger, wordt daarin voor T. weer iets genuanceerd. Volgens advocaat Ficq is het mogelijk dat de 38-jarige T. veel van de informatie over de moord die alleen bij een dader bekend kan zijn, via andere wegen heeft verkregen. Bijvoorbeeld van getuigen of via de media en internet. Ook kloppen delen van zijn bekentenis niet met de technische feiten.

Zo heeft T. uitgelegd dat hij Sévèke twee maal in de rug heeft geschoten, hoewel bij het slachtoffer schotwonden in borst en hals zijn aangetroffen. Ook is het wapen nooit gevonden op de plek waar T. zei dat hij het had weggegooid. En het blijft onduidelijk of er twee of drie maal is geschoten, volgens de advocaat.

Moordwapen
Tijdens de behandeling van de rechtszaak woensdag bleek dat het moordwapen, een afgezaagd jachtgeweer, nooit is gevonden. Er is gedregd in de de rivieren de Maas en de Schelde, maar het wapen is niet boven water gekomen.

Lijst
Officier van justitie Aidan van Veen bevestigde woensdag in zijn betoog dat de moord op Sévèke het begin zou zijn van een reeks afrekeningen in het Nijmeegse krakersmilieu. Sévèke was de eerste in wraakmissie. Marcel T., die tijdens de 
behandeling van de zaak grotendeels onbewogen voor zich uit zat te staren, zou een
een lijst hebben samengesteld van mensen uit de Nijmeegse krakersbeweging die
hij zou willen vermoorden.

Verdacht van moord
De 38-jarige verdachte staat terecht voor de moord op Louis Sévèke op 15 november 2005. Daarnaast wordt hij ook verdacht van meerdere (gewapende) overvallen. Het gaat om een grenswisselkantoor in Nijmegen (juli 1999) en Utrecht (1999) en op banken in Utrecht (maart 2001), Leiden (augustus 2001, november 2005, en december 2006) en Breda (februari 2002 en maart 2006).

In zijn dagboek maakt hij ook melding van zijn betrokkenheid bij een aantal aanslagen en brandstichtingen midden jaren negentig. Het gaat om brandstichtingen bij BP en de bank Credit Lyonnais in 1994 en 1995, een mislukte aanslag op de Credit Lyonnais in 1995 en aanslagen op de Banque Paribas en de BASF in Arnhem in 1996.

De moord op Louis Sévèke zou zijn gericht tegen het onderzoeksbureau van de linkse activist. Marcel T. zou zich hebben ingebeeld dat hij door dit Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV) werd beschouwd als een infiltrant voor politie of inlichtingendiensten en dat hij daarom uit de kraakbeweging zou zijn verstoten.

Bijlage 6

  

 Bijlage 7 (Bron: dossier) 

Moordenaar Sévèke ‘gefrustreerd’
31/03/07 00u07 AD

Nijmegen - De moordenaar van de linkse activist Louis Sévèke, de
38-jarige Martinus (Marcel) T., heeft er bij de ...

...politie op aangedrongen dat zijn familie wordt afgeschermd van de buitenwereld. In ruil daarvoor zou T. willen meewerken aan het onderzoek naar de moord en de serie overvallen waarvan hij wordt verdacht.

T., die dinsdag na zijn uitlevering door Spanje aan Nederland direct de moord bekende, wordt tijdens ondervragingen nauwlettend in de gaten gehouden door gedragsdeskundigen. Ook worden video-opnames gemaakt. De Rotterdammer zou een paranoïde indruk maken en lijden aan achtervolgingswaanzin.

De precieze aanleiding voor de moord op Sévèke is nog steeds niet duidelijk. Wel is volgens ingewijden bij de ondervragingen naar voren gekomen dat T. ‘enkele frustraties’ met zich meedraagt. Zo zit het hem dwars dat hij in de jaren ’90 in de krakerswereld werd gezien als verklikker. Ook is hij zwaar verontwaardigd dat hij nooit een oprotpremie ontving voor zijn vertrek uit een Nijmeegs kraakpand.

Familie en vrienden van Sévèke weten niets van het gerucht dat T. door Louis Sévèke zou zijn aangewezen als infiltrant in de kraakbeweging. Wel bleek uit gesprekken met andere krakers dat T. boos was over een oprotpremie. De eigenaar van het kraakpand waar T. in de jaren ’90 woonde, wilde de krakers uitkopen. T. bleek tijdens een discussie, die Sévèke leidde, de enige bewoner die op het voorstel wilde ingaan. Kort
erna verliet hij de stad.

Marcel T. is voor Remco Hoogma een oude bekende. De voormalig secretaris en mede-oprichter van de linkse boekhandel Assata in Nijmegen werkte enkele jaren met hem samen. Hij is verbouwereerd over het nieuws. ,,Als iemand die je kent tien jaar later in het nieuws komt als vermeende moordenaar dan is dat raar.’’

Bijlage 8 (bron: digitale archief AD) 

Verdachte moord-Sévèke onderzocht
16 april 2007/Volkskrant

ARNHEM - Marcel T., verdachte van de moord op Louis Sévèke, wordt de komende weken psychologisch en psychiatrisch onderzocht. Dit gebeurt op verzoek van het Openbaar Ministerie in Arnhem, dat het onderzoek leidt naar de moord op de Nijmeegse activist.

Vast moet komen te staan of T. toerekeningsvatbaar was toen hij tot zijn daad kwam.
Volgens de advocaat van Marcel T., Bénédicte Ficq, zal het persoonlijkheidsonderzoek niet worden gedaan in het Pieter Baan Centrum. Bronnen bij politie en justitie beweren dat T. ‘een verwarde en afwezige indruk maakt'.

Donderdag verlengde de Arnhemse rechtbank het voorarrest van T. Op 4 juli komt
de zaak opnieuw voor de rechter. De zaak wordt dan waarschijnlijk voor het eerst inhoudelijk behandeld. T. wordt ook verdacht van een serie bankovervallen. Onduidelijk is of hij vervolgd wordt vanwege zijn rol in nog onopgehelderde aanslagen, zoals op het BASF-gebouw in Arnhem. In zijn dagboek, dat op zijn laptop is aangetroffen, zou hij zijn betrokkenheid hebben beschreven.

Bijlage 9

Na zijn Nijmeegse jaren raakte Marcel op drift
21 april 2007 Gelderlander

Marcel T., de verdachte van de moord op Louis Sévèke, streek begin jaren negentig in Nijmegen neer. Mensen die hem daar meemaakten, schetsen in verhoren bij de politie het beeld van een wantrouwende en eenzame man. Dat beeld komt overeen met wat Marcel aan zijn dagboek toevertrouwde en wat hij nu aan de politie vertelt.

Argwaan was zijn tweede natuur. Martinus Hendrikus (Marcel) T., verdachte van de moord op Louis Sévèke, koesterde een diepgeworteld wantrouwen jegens ‘zijn’ kameraden in de Nijmeegse kraakbeweging van de jaren negentig.

Maar zijn houding was ook hooghartig. T. was er van meet af aan van overtuigd dat hij als verklikker of infiltrant van de autoriteiten werd gezien. Hij hield vooral Louis Sévèke verantwoordelijk voor zijn vertrek uit de krakersbeweging, omdat deze hem zou hebben beschuldigd een infiltrant te zijn. Dat blijkt uit T.’s dagboek en uit de verhoren van het Nijmeegs rechercheteam. In 1993 liep T. bij boekhandel Assata binnen. Hij was een nieuweling, bij niemand bekend, en wekte daardoor inderdaad argwaan, zo vertelde Marcel de politie. Hij was met name bang dat hij zou worden onderworpen aan een hardhandig krakersverhoor. Binnen de beweging deden immers allerlei verhalen de ronde over de wijze waarop met verklikkers werd omgesprongen. Tijdens hun ondervraging zouden zij in kelders van kraakpanden geboeid op een stoel met een zak over hun hoofd worden mishandeld, verklaarde T. tegenover de recherche.

Anderzijds hoopte hij dat het tot zo’n verhoor zou komen, want dan zou hij juist kunnen bewijzen dat hij geen politie-informant was. Dat nieuwelingen een tijdje in de gaten werden gehouden, is volgens een ex-kraker een standaardprocedure. In de jaren negentig schroomden de politie en de inlichtingendiensten niet om infiltranten in te zetten om de Nijmeegse krakersscene in beeld te krijgen. De voormalige activist veronderstelt dat er in het geval van Marcel T. ‘echt helemaal geen aanleiding was
om zo paranoia te zijn’. „ Op hem rustte, voor zover ik weet, helemaal niet de verdenking dat hij fout zou zijn. Verbazingwekkend dat hij zo lang heeft lopen malen.
Ja, als je je niet uit en de kans ontloopt gecorrigeerd te worden, kan het natuurlijk goed mis gaan. Het lijkt wel of hij zijn eigen roman is gaan leven”, aldus een ingewijde uit de Nijmeegse links-activistische kring.

In het dagboek en de verhoren komt Marcel T. naar voren als een intelligente, introverte en eenzame man die zich snel buitengesloten voelt. Een solist. Weloverwogen en bedachtzaam formulerend. Het dagboek, zo blijkt uit zijn relaas, is
zijn klankbord, zijn beste vriend als het ware. Dat dagboek leest als een autobiografie, waarin T. veel intieme details over zijn leven prijsgeeft. Ook beschrijft hij zijn motieven voor het plegen van bankovervallen en bomaanslagen. Zo hebben een gebeurtenis in zijn jeugdjaren en de Nijmeegse krakersperiode, naar het schijnt, een zware wissel op zijn gevoelsleven getrokken. Na zijn Nijmeegse jaren raakte Marcel op drift. Hij pendelde na 1999 tussen Nederland, België en Spanje zonder sporen na te laten. Ook wisselde hij regelmatig van identiteit. Vrijwel niemand, op een enkel familielid na, is volgens welingelichte bronnen in staat gebleken om een meer dan oppervlakkige schets van hem te geven.

T. heeft inmiddels ook verklaard hoe hij bij de moord op Sévèke te werk is gegaan. Hij wachtte zijn slachtoffer op dinsdag 15 november 2005 buiten op. Sévèke woonde in het voormalige krakersbolwerk Grote Broek een vergadering bij, maar verliet de bijeenkomst voortijdig voor een privé-afspraak Op de hoek van de Van Welderenstraat en de Eilbrachtstraat werd Sévèke door T. benaderd. Na de liquidatie wandelde Marcel kalm weg. Een verschrikte voorbijganger die hem tegemoet liep, liet hij weten dat er waarschijnlijk was geschoten.

Bijlage 10 (bron: digitale archief Gelderlander)

Onderzoekers oneens over geweten Marcel T.
Volkskrant 22/02/08, 14:16

ARNHEM (ANP) -Dat er iets ongewoons is aan Marcel T., de verdachte van de moord op Louis Sévèke, daarover zijn onderzoekers het vrijdag in de rechtbank in Arnhem eens. Maar verder lopen de bevindingen van het Pieter Baan Centrum en twee ambulante onderzoekers van T.'s psyche erg uiteen.

Volgens hoogleraar Baneke, die eerst enkele gesprekken met de 39-jarige Rotterdammer voerde, ontbreekt het de verdachte aan voldoende geweten. Deze onderzoeker concludeerde eerder ook dat T. aan het syndroom van Asperger, een vorm van autisme, zou lijden.

Het Pieter Baan Centrum (PBC) denkt echter dat T. alle ingrediënten voor een goed
functionerend geweten in principe wel heeft, zoals normbesef over goed en kwaad.
Zijn geweten zou het echter niet kunnen winnen van de afspraken die T. met zichzelf
heeft gemaakt.

Volgens het PBC is T. geen erg gewelddadige persoon. Het actiemilieu en tijdsgewricht in de Nijmeegse periode van T. hebben mogelijk veel invloed op zijn geestelijke vermogens gehad. Het PBC heeft geprobeerd een cultureel antropoloog te vinden om het krakersmilieu te duiden, maar dat is mislukt.

Verdachte zaak-Sévèke hoogbegaafde narcist
Volkskrant 22/02/08, 11:52

ARNHEM (ANP) -De 39-jarige verdachte van de moord op Louis Sévèke is een
hoogbegaafde, narcistische persoonlijkheid die wantrouwend en halsstarrig is
en die criminele trekjes heeft. Hij heeft zijn daden echter weloverwogen
gepland en daarover heldere en zorgvuldige afwegingen gemaakt.

Er is dus geen reden hem tbs op te leggen. Dat hebben onderzoekers van het Pieter
Baan Centrum (PBC) geconcludeerd over Marcel T. Eerder stelde de Forensisch Psychiatrische Dienst dat de verdachte aan een aan autisme verwante stoornis zou leiden en tbs zou moeten hebben, maar het PBC heeft daarvoor geen aanwijzing gevonden. T. wil zelf beslist gaan tbs-maatregel opgelegd krijgen.

Bijlage 11 
 
OM eist levenslang in Sévèke-zaak
Volkskrant 22/02/08, 16:42

ARNHEM (ANP) -Marcel T., die man die op 15 november 2005 Louis Sévèke zou hebben vermoord, moet van het Openbaar Ministerie (OM) levenslange gevangenisstraf krijgen.

Officier van justitie Aidan van Veen eiste vrijdag voor de rechtbank in Arnhem levenslang omdat T. zich schuldig gemaakt zou hebben aan ,,een enorme diversiteit aan ernstige feiten.'' De aanklager gelooft niet dat een tijdelijke gevangenisstraf voor verbetering bij T. zou zorgen. Behalve voor de moord staat de Rotterdamse man terecht voor zeven bankovervallen, vier aanslagen en een poging daartoe.

Van Veen noemde het gedrag van de verdachte voor de rechtbank in Arnhem onheilspellend, onbegrijpelijk, onvoorspelbaar en zeer angstaanjagend. ,,Voor de moord op Louis Sévèke had hij een moeilijk te begrijpen en nauwelijks te beredeneren grondslag. Hij gaf Sévèke geen enkele kans om argumenten uit te wisselen. Hij kwam gewoon naar Nijmegen en schoot. Ondanks dat er die avond nog meerdere momenten waren waarop hij anders had kunnen besluiten: hij deed wat hij met zichzelf had afgesproken te doen. En pleegde de volgende dag de voorgenomen bankoverval'', aldus de officier.

Ernstig
Ook de bankovervallen en de aanslagen, die T. zelf begatelliseert, zijn volgens de aanklager heel ernstig. ,,Ze zijn in een periode van meer dan tien jaar gepleegd. Veel mensen is een trauma aangedaan. De gevolgen van de aanslagen hadden veel ernstiger kunnen zijn, nog afgezien van de grote materiële schade die is aangericht.''

De aanklager vindt dat T. ook voor de rechtbank heeft laten zien dat hij zijn eigen
belangen laat prevaleren en geweld als oplossing voor zijn eigen problemen kiest.
,,Zijn criminele handelen is ongrijpbaar.''

Bijlage 12 
 
Met de arrestatie van de vermoedelijke moordenaar van Louis Sévèke, druppelen de nieuwsfeiten over diens motief via gelekte dagboekaantekeningen van de dader naar buiten. Wraak vanwege een al dan niet ingebeelde beschuldiging van infiltratie binnen de kraakbeweging lijkt aannemelijk. De advocate van de verdachte heeft het OM gevraagd een onderzoek in te stellen naar het lek bij politie.

door Alex van Veen

Spanning en sensatie op de stoep voor het hoofdbureau van politie Gelderland-Zuid
in Nijmegen. Het is woensdagmiddag 28 maart, even over tweeën. De aangekondigde persconferentie van justitie en politie inzake de verrassende ontknoping van de moord op de Nijmeegse activist Louis Sévèke, onderzoeker naar politie- en inlichtingendiensten, laat nog even op zich wachten. Een koerier levert een flinke stapel taarten van de Hema af, er valt vandaag overduidelijk iets te vieren.

De Volkskrant heeft vanochtend reeds onthuld dat de vermoedelijke moordenaar van
Sévèke op 16 maart in een internetcafé in Barcelona is aangehouden. In die zin is de druk enigszins van de ketel, al snakken de journalisten en nabestaanden van Sévèke naar het motief. Het gaat om de 38-jarige Marcel T., ingeschreven te Rotterdam, zo meldde het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken
woensdagochtend.

Aanhouding
De 41-jarige Sévèke werd op 15 november 2005 in het centrum van Nijmegen van
dichtbij doodgeschoten. Er waren tientallen getuigen, maar het onderzoek liep vast.
De politie denkt dat de aangehouden Rotterdammer de "man met de rood-blauwe
sporttas" is, naar wie vrijwel vanaf het begin van het onderzoek is gezocht. T. is dinsdag in Nederland aangekomen en heeft waarschijnlijk alleen gehandeld, zo meldde de Volkskrant.

Tegen de verdachte was al een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd voor een
aantal gewapende bankovervallen in Zuid-Holland, Utrecht, Brabant en eentje in
Nijmegen. De Spaanse autoriteiten stellen dat hij gewelddadig te werk ging bij deze misdrijven. Ook meldden de Spanjaarden dat de Nederlandse politie vorige maand bij een inval in een opslagbox van T., vermoedelijk in Leiden, explosief materiaal heeft gevonden.

"In het Europees Arrestatiebevel (EAB) is verzocht om aanhouding en overlevering van de verdachte aan de Nederlandse autoriteiten", meldt hoofdofficier van justitie Remco van Tooren tijdens de persconferentie. "Na de aanhouding op 16 maart is de verdachte voor een Spaanse rechter geleid. De verdachte heeft ingestemd met een versnelde overleveringsprocedure. Dit heeft ertoe geleid dat de man dinsdag 27 maart in Nederland is aangekomen en sindsdien wordt verhoord."

Van Tooren meldt verder dat de verdachte inmiddels een bekennende verklaring heeft afgelegd. Deze bekennende verklaring heeft betrekking op de moord op Sévèke en een aantal overvallen in Zuid-Holland, Brabant, Utrecht en Nijmegen. Over de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer meldt Van Tooren: "Zij hebben elkaar vermoedelijk ontmoet in de jaren '90. Zowel het slachtoffer als de verdachte bewogen zich destijds in het Nijmeegse krakersmilieu. In die tijd heeft de verdachte
zich ook geruime tijd in Nijmegen in een kraakpand bevonden."

Wraak als motief
In het belang van de verdachte worden er op de persconferentie geen verdere mededelingen verstrekt of vragen beantwoord. Tot groot ongenoegen van het massaal toegestroomde journaille. Maar nog geen 24 uur later komt de Gelderlander met onthutsend nieuws. In een garagebox van de verdachte zou een dagboek zijn aangetroffen waarin hij zijn motief voor de moord op Sévèke heeft neergeschreven. De lokale krant baseert dit nieuwsfeit op basis van 'bronnen bij politie en justitie'.

Tien jaar geleden zou de verdachte door toedoen van Sévèke uit de Nijmeegse kraakbeweging zijn gegooid, meldt de Gelderlander. Volgens ingewijden beschuldigde Sévèke hem er destijds van infiltrant te zijn geweest van de inlichtingendienst. In het dagboek zweert de verdachte hiervoor ooit wraak te zullen nemen. Het dagboek werd bij toeval gevonden door agenten van de politieregio Hollands-Midden (Leiden), die onderzoek deden naar bankovervallen.

Uit het dagboek blijkt verder dat de verdachte op 15 november 2005 gedurende het tijdstip van de moord in Nijmegen was. De verdachte zocht voor de moord onder de schuilnaam Edmund Dantes internetcontact met Louis Sévèke. In een e-mail die deze 'Dantes' juli 2005 verzond naar het Onderzoeks Bureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV), waar Sévèke samen met zijn kompaan Schoenmaekers werkzaam was, vroeg hij of het kantoor van OBIV zich nog steeds in de Grote Broek bevond. Dantes meldde 'schoon schip' te willen maken.

Hierop antwoordde Sévèke dat 'Dantes' maar een afspraak moest maken, waarop niet werd gereageerd. Daarom stuurde Sévèke nogmaals een e-mailbericht waarop wel een reactie kwam, namelijk dat over enkele weken nader contact zou volgen. 'Edmund Dantes' liet echter niets meer van zich horen. Daarom stuurde Sévèke op 15 oktober 2005 nog een keer e-mail en maakte van zijn kant de afspraak om elkaar diezelfde maand nog te ontmoeten in een Nijmeegse horecagelegenheid. Hierop heeft 'Edmund Dantes' nooit gereageerd.

Bomaanslagen
De verdachte zou in de jaren '90 ook meerdere gewapende bankovervallen hebben gepleegd. Volgens De Gelderlander vermeldt hij in zijn dagboek ook verantwoordelijk
te zijn geweest voor de jarenlang in nevelen gehulde aanslag op de vestiging van BASF in Arnhem op 16 april 1996. Al vrij snel wordt duidelijk dat verdachte in zijn dagboek ook schrijft de bomaanslagen bij Banque Paribas (januari 1996) en Credit
Lyonnais (oktober 1995) in Arnhem te hebben gepleegd.

Naast de Nijmeegse redactie van de Gelderlander blijken ook de Volkskrant en het Algemeen Dagblad uitstekende contacten te onderhouden in kringen van justitie en politie van het regiokorps Gelderland-Zuid. Meldt De Gelderlander in eerste instantie
nog stellig dat Sévèke zijn latere moordenaar ooit uit de kraakbeweging te hebben
gegooid, de Volkskrant komt met het bericht dat T. zich 'zou hebben ingebeeld dat OBIV hem destijds als infiltrant heeft beschouwd en hem daarom uit de kraakbeweging verstootte.' 

'Volgens bronnen rond het onderzoek was de moord niet persoonlijk gericht tegen
Sévèke', meldt de Volkskrant. Politie en justitie zouden inmiddels in de persoonlijke
verslagen van T. hebben kunnen teruglezen dat hij betrokken was bij 'alle aanslagen'
die in de jaren '90 onder de naam Earth Liberation Front (ELF) werden gepleegd. Hij
zou gelden als de explosievenexpert van deze radicale milieubeweging.

De familie van Sévèke, verenigd in de 'persgroep', verklaart in hetzelfde bericht in de
Volkskrant dat er 'midden jaren '90' ruzie was geweest tussen T. en andere krakers,
onder wie Sévèke. Deze aanvaring had te maken met het aannemen van geld van
een kraakpandeigenaar. Deze eigenaar bood de krakers een flinke som geld aan als
ze maar wilden vertrekken. Over het aanbod bestond discussie in de kraakbeweging.

T. zou volgens de persgroep wel het geld willen aanpakken, de krakers echter niet.
Notebook

Het Algemeen Dagblad weet te melden dat het dagboek op een notebook (laptop)
werd bijgehouden. In de notebook stonden aantekeningen over Sévèke en over de
bankovervallen die T. heeft gepleegd. Ook vond de politie op de computer
krantenartikelen over de moord op Sévèke. Ook deze krant baseert de feiten op
basis van bronnen bij politie en justitie.

Volgens ingewijden, zo meldt het AD, is de notebook na bestudering door Hollands-
Midden opgestuurd naar het korps Gelderland-Zuid. Dit korps schakelde direct het Bamboeteam in, dat de moord op de linkse activist van 15 november 2005 onderzocht. Zowel in Rotterdam als in Nijmegen gingen rechercheurs na met wie T. contact onderhield, zoals familie en vrienden. Toen dat niets opleverde, onderzocht het team ook e-mailverkeer. Na enkele weken werd de verdachte getraceerd in Spanje.

Uit gesprekken die de journalist van het AD had met vrienden en medekrakers is gebleken dat Sévèke zijn vermoedelijke moordenaar goed heeft gekend. Zo ontmoetten ze elkaar in de jaren ’90 geregeld tijdens vergaderingen in het kraakpand De Grote Broek in het centrum van Nijmegen. T. was van 1992 tot eind '96 medewerker van de linkse boekhandel Assata, dat aan de achterkant van De Grote
Broek is gevestigd.

Diezelfde krant weet een aantal dagen later te melden dat T. tijdens ondervragingen
nauwlettend in de gaten gehouden wordt door gedragsdeskundigen. Ook worden video-opnames gemaakt. De Rotterdammer zou een paranoïde indruk maken en lijden aan achtervolgingswaanzin. 'Volgens ingewijden is bij de ondervragingen naar voren gekomen dat T. 'enkele frustraties' met zich meedraagt', zoals het infiltratieverhaal wat hem kennelijk achtervolgt en de afgewezen oprotpremie.

Lekken
De berichtgeving over het dagboek die op de notebook zou staan, wekt de nodige vragen op. Bijvoorbeeld of de gelekte informatie wel klopt en zo ja, wat het motief van politie en/of justitie is geweest om het volledige dagboek, en waarvan de Gelderlander beweert in bezit te hebben, of delen daaruit naar de pers te lekken. En is het wel kies om voorafgaande het proces feitenmateriaal, dat kennelijk toebehoort aan het strafdossier, te publiceren? 

Op de nieuwsredactie van de Gelderlander zijn ze weinig mededeelzaam, om het zachtjes uit te drukken. In de editie van 4 april meldt men, naast het kennelijk in bezit hebben van het volledige dagboek, dat het publiceren van relevante onderdelen uit het dagboek aan 'een groter begrip' voor de zaak Sévèke kan bijdragen. De journalist van de Nijmeegse redactie, die z'n naam niet wil zeggen, laat enkel los dat "journalisten geen andere journalisten moeten ondervragen." "Als wij over deze zaak nieuwe feiten te melden hebben, doen we dat in onze eigen krant."

John Schoorl van de Volkskrant daarentegen, die publiceert over de zaak Sévèke en diens vertrouwelijke dagboekaantekeningen, vindt het geen probleem om ons te woord te staan. Op de vraag waarom er juist naar hem is gelekt, antwoordt hij dat ze hem "een goede en betrouwbare journalist vinden die zich goed in de zaak verdiept. Wel is het zo dat het initiatief voor het contact altijd van mij komt en nooit van mijn bronnen."

Waarom zijn bronnen juist de informatie afkomstig uit het dagboek aan hebben geboden, weet hij niet. "Soms krijg je gewoon iets te horen. Er is altijd een belang bij de andere partij, soms ook niet", antwoordt hij. Dat de feiten die T. op de notebook heeft geschreven verzonnen kunnen zijn, is volgens Schoorl mogelijk, al acht hij deze kans klein. "Je moet ergens vanuit gaan in het leven, anders heb je geen leven meer."

Spanningsveld
Niels Dekker van het Algemeen Dagblad, die op zijn beurt geregeld met zijn neus in de boter valt dankzij nuttige tips uit kringen van politie en justitie inzake Sévèke, vermoedt dat euforie over de vangst van T. de oorzaak is van het lekken. Na zestien maanden van intensief speurwerk zou men binnen kringen van politie en justitie uitermate verheugd zijn geweest over de vondst van de spullen in de garagebox en de daarop volgende aanhouding van verdachte.

"Men heeft binnen de organisatie een buitengewone prestatie bereikt en is daar uitgelaten over. Onder het voorbehoud dat er nog dingen spelen waar wij helemaal geen zicht op hebben, is er sprake van een doorbraak. Ze wilden het aanvankelijk van de daken schreeuwen. Volgens mij is er vervolgens een spanningsveld ontstaan tussen het personeel op de werkvloer, die de prestatie heeft geleverd, en hogerhand die een procedure volgt waarbij er eigenlijk niets naar buiten mag worden gebracht. Dan ga je lekken", aldus Dekker. […]

UIT: Ravage, Dagboek van een moordenaar

Bijlage 13

Bijlage 14   

3- Het Dossier

Naast het feit dus dat de berichtgeving in de media een belangrijke en beslissende invloed heeft gehad op het proces, is er nog een andere belangrijke misstap begaan. Ik had namelijk het dossier niet compleet, terwijl ik mijn advocaat er meermaals om gevraagd heb. Als gevolg daarvan heb ik me niet alleen onvoldoende kunnen voorbereiden op het proces, het heeft er zelfs toe geleid dat ik op bepaalde vragen van de rechters het antwoord schuldig moest blijven. Daarmee is in strijd gehandeld met artikel 33 van het Wetboek van Strafvordering. Daarin staat dat kennisneming van alle processtukken aan verdachten niet mag worden onthouden. Je hoeft de brieven aan mijn advocaat er maar op na te slaan om te ontdekken dat deze bewering klopt:

In een brief aan B. Ficq van 18 mei 2007, schrijf ik:

[…]Zoals ik dinsdag al aangegeven heb wil ik graag de volgende dossiers nog ontvangen:
-Dossier IBN/Shurgard -Technisch/tactisch dossier over de aanslagen (met o.a. artikelen/claimbrieven verschenen in Ravage)
-Dossier Krisus: de brieven/contracten/notities over de onderhandelingen over de uitkoop door Rodamco
-En verder zoek ik nog de adressen van de gevangenissen in Linconshire en Nottinghamshire in Engeland en van Madrid IV in Spanje.

Over ontbrekende stukken: naast het feit dat er geen (F)OSLO-confrontatie is geweest en de getuigenis van het meisje ontbreekt die een foto gemaakt zou hebben met haar mobieltje (Zie artikel Elsevier 17 november 2007), mis ik ook de dossiers over de overvallen op de GWK/ABNAmro vestigingen in Utrecht

En op 30 juli 2007:

[…]Ik heb nog wel een paar andere verzoeken, maar daar is helemaal geen haast bij,
aangezien het nog maanden duurt voordat het proces begint. Maar ik zoek dus nog:
-Het dossier over de acties/aanslagen (met o.a. claimbrieven/artikelen Ravage)
-Het dossier ‘Krisus’(met het contact /onderhandelingen over de uitkoop van het kraakpand
Krisus)
-Het dossier ‘Shurgard’(over alle spullen die in beslag zijn genomen)

En zelfs ná de rechtszaak is het lijstje nog net zo lang:

Arnhem, 15 maart 2008:

[…] Er zijn nog wel een aantal zaken die geregeld moeten worden voordat de zaak afgesloten kan worden, ik wil namelijk graag mijn dossier compleet hebben. Ik mis nog steeds:

-De foto’s van de in beslaggenomen laboratoriumspullen en explosieven
-De resultaten van het NFI/EOD van de gevonden explosieven en de slagpijpjes (is besproken in de rechtzaal).
-De resultaten van het NFI/EOD van de gebruikte explosieven bij de acties (is besproken in de rechtzaal)
-Brieven van Rodamco over de uitkoop en andere stukken aangaande de onderhandelingen tussen Krisus en Rodamco (is besproken op de rechtszitting, maar ook hier kon ik me niet op voorbereiden want ik had de stukken niet)
-Kopietje van mijn kritiek op het rapport van Baneke dat is opgestuurd naar de OvJ.

Verder zou ik graag nog het requisitoir en het pleidooi willen ontvangen (en het liefst het hele verslag van de rechtbankzitting zoals opgetekend door de griffier)

Voor de volledige brieven zie bijlagen hoofdstuk 4.2 en 5, of Zwartboek Advocaten

Pas veel later, als ik officier van justitie heb verzocht om het volledige dossier (brief 19 november 2009, zie bijlage) en hij de inhoudsopgave in digitale vorm opstuurt, kom ik erachter welke dossierstukken ontbraken. En dat waren er veel. Pas in oktober 2010 heb ik de dossierstukken compleet (D.w.z. de stukken die op papier staan, de digitale opnames van de verhoren, en de 3D-reconstructie heb ik niet gekregen). Brief aan de officier van justitie 7 oktober 2010:

‘Geachte heer Van Veen, afgelopen maandag ontving ik van u de door mij opgevraagde stukken van het strafdossier. Dat is nu eindelijk compleet (afgezien van de digitale opnamen van de verhoren en de 3D-reconstructie, maar die zijn op dit moment niet van belang). Ik ben aangenaam verrast door uw snelle reactie. Ik heb namelijk wel eens iets anders meegemaakt. Want zoals ik eerder schreef heb ik bij mijn advocaat anderhalf jaar lang om die stukken gevraagd. Tevergeefs. En dat is allemaal des te opmerkelijker omdat u en ik tegenover elkaar in de rechtszaal hebben gestaan en u me in uw requisitoir niet gespaard heeft. Maar goed, dat hoort natuurlijk ook een beetje bij de rol die u als officier van justitie heeft. Dus bij deze wil ik u dan ook hartelijk bedanken voor uw medewerking.‘

Conclusie: wat de procesgang betreft zijn er twee belangrijke fouten gemaakt, te weten: ik had het dossier niet compleet, en veel belangrijker en ingrijpender: er is sprake geweest van Trial by media. 

3.1 Bijlagen Dossier

1 van 3

 Vught, 19 november 2009

Aan:

mr. A. van Veen
Openbaar Ministerie
Arrondissementsparket Arnhem
Postbus 9032
6800 EP Arnhem

Onderwerp: Digitaal procesdossier

Geachte heer Van Veen,

Ik weet niet of u meteen de naam herkent die onder deze brief staat, maar we kennen elkaar uit de rechtzaal. Ik was verdachte in de zaak Sévèke. Dat kunt u zich vast nog wel herinneren. En mede door uw tomeloze inzet, ben ik door de rechtbank in Arnhem veroordeeld tot levenslang. Maar ik schrijf deze brief niet om u verwijten te maken.

Ik schrijf deze brief omdat ik een verzoek aan u heb. Eerder dit jaar heeft mijn (huidige)
advocaat, Mevr. H. Cremers u verzocht om het dossier in digitale vorm op te sturen (brief 27 juli 2009). En u heeft snel gereageerd, want een goede maand later had Mevr. Cremers het schijfje al in bezit (waarvoor dank). Het heeft daarna nog wel een maand geduurd voordat ik het zelf in bezit had (Dat is ook een reden dat ik dit verzoek nu direct aan u richt). Vervolgens heeft het nog een maand of twee geduurd voordat ik hier in Vught de beschikking kreeg over een computer en ik kon bekijken wat er op de cd-rom stond. Dat was 19 november jl., en toen bleek dat de cd-rom slechts 13 mappen bevat met in ieder slechts enkele Word-bestanden, waarbij het vrijwel uitsluitend om de zogenaamde Index Voorbladen en Relaas PV’s gaat. In feite heeft u dus alleen de inhoudsopgave van het procesdossier gestuurd. Dat is ook wel handig, want nu weet ik in ieder geval wat ik precies mis aan dossierstukken. En dat zijn er heel wat. Maar het gaat mij natuurlijk om de dossierstukken zelf. Dus mijn verzoek aan u is of u zo vriendelijk zou willen zijn om het hele procesdossier van TGO Bamboeteam (in digitale vorm) aan mij op te sturen.

De reden waarom ik dat hele dossier tot mijn beschikking wil hebben heeft Mevr. Cremers ook al aangegeven, die reden is nl. dat ik wil onderzoeken of het mogelijk is een eventuele herziening aan te vragen. Want zoals u waarschijnlijk ook nog wel weet, heb ik afgezien van hoger beroep, waardoor het vonnis van de rechtbank onherroepelijk is geworden. 
 
De reden om niet in hoger beroep te gaan was ondermeer dat ik dacht dat het hoger beroep niet veel uit zou halen. Hoewel ik dus wel degelijk vond dat er op het vonnis en de procesgang heel wat aan te merken viel. En dat vind ik nog steeds waardoor ik van die beslissing toch langzaamaan spijt begin te krijgen. Ik neem de vrijheid om mijn standpunten over wat er precies mis is hier even kort toe te lichten.

Wat de procesgang betreft, zijn er twee belangrijke punten die ik naar voren wil brengen. Het eerste punt is, dat ik niet beschikte over het volledige dossier. Sterker nog, ik beschikte slechts over een klein deel ervan. Ik heb mijn advocaat (mevr. B. Ficq destijds) meermaals gevraagd om mij bepaalde dossierstukken toe te zenden. Dat heeft ze nagelaten (zoals ze op wel meer punten in gebreke is gebleven). Dat had onder andere tot gevolg dat ik op bepaalde vragen van de rechter geen antwoord kon geven. (In dit verband ben ik dus toch wel benieuwd of mevr. Ficq destijds de beschikking had over het digitale dossier danwel het papieren dossier. Zou u mij daarover uitsluitsel kunnen geven?) Een tweede punt is dat door het lekken van justitie er in de pers berichten verschenen die suggereerden dat ik paranoïde was, dat het motief ontbrak, dat ik meer mensen wilde liquideren, en meer van die onzin, waardoor de beeldvorming sterk negatief beïnvloed is (De eerste berichten verschenen in De Gelderlander en die werden vervolgens overgenomen door andere media. En later werd het beeld nog versterkt toen het Pro Justitia rapport van Baneke c.s., dat bijna volledig bij elkaar gelogen is, en helemaal niet in de rechtzaal thuishoort maar in de prullenbak, naar buiten werd gebracht). Het interesseert me niet zoveel wie verantwoordelijk is voor het lekken naar de pers, en ook het speculeren over de motieven laat ik hier achterwege, maar ik stel wel vast dat ik op die manier in feite al veroordeeld was, nog voor het proces begonnen was.

Wat betreft het vonnis het volgende: het klopt op twee belangrijke punten niet. Ten eerste is de strafmaat buitenproportioneel. Tenminste als je de jurisprudentie bekijkt. Zeker als je daarbij in beschouwing neemt dat de V.I.-regeling veranderd is en je rekening houdt met mijn leeftijd. (Ik hoef in de gevangenis trouwens maar om me heen te kijken of de Panorama te lezen, om vast te stellen dat ik in verhouding een uitzonderlijk hoge straf heb gekregen. Dat is ook een belangrijke reden waarom ik steeds meer spijt begin te krijgen van mijn beslissing om niet in hoger beroep te gaan)
Ten tweede deugt de motivatie van het vonnis van geen kanten. Ik zal u een uitgebreid betoog besparen, maar kort gezegd komt het hier op neer: de rechtbank komt uit op levenslang omdat er sprake zou zijn van ‘recidive-gevaar’, verwoord in de zin: ‘Hij zou weleens weer een ernstig geweldsmisdrijf kunnen plegen’. En dat onderbouwen ze door hun eigen vrije interpretatie van het rapport van het Pieter Baan Centrum te presenteren, in combinatie met beweringen dat het motief ontbreekt en de suggestie dat het een en ander veroorzaakt is door een geestelijk stoornis. Maar dat is dus allemaal niet waar. Want het rapport van het PBC bewijst niet alleen dat die ontwijkende persoonlijkheidsstoornis waarvan volgens de psychologen sprake is (en waar ook nog wel het een en ander op valt af te dingen), er feitelijk niet toe doet: ‘slechts formeel’, ‘mild’, ‘in ernst en omvang beperkt’. Het bewijst ook dat ik volledig toerekeningsvatbaar ben. Wat dus betekent dat er GEEN recidivegevaar is.

Om een lang verhaal kort te maken, en het in mijn eigen woorden te zeggen: alles bij elkaar genomen is het gewoon geen eerlijk proces geweest. Als er door justitie nou eens niet gelekt was naar de pers en er geen mediazaak van gemaakt was met alle negatieve beeldvorming vandien, en er had meteen een correct psychologisch rapport gelegen waarvan de belangrijkste conclusie (‘volledig toerekeningsvatbaar’) door de 
rechters serieus zou zijn genomen, en mijn advocaat zou mijn motieven verduidelijkt hebben (waar ik trouwens ook -eveneens tevergeefs -op aangedrongen heb), en ik had de beschikking gehad over het volledige dossier, etc., dan was het een heel ander verhaal geweest.

U hoeft het natuurlijk niet volledig met mij eens te zijn, maar ik denk -en neem aan -dat u wel vindt dat ik het recht heb te onderzoeken of er een mogelijkheid bestaat herziening aan te vragen. En dat ik daarvoor over het hele dossier moet kunnen beschikken. Dus nogmaals mijn verzoek aan u om dat dossier ter beschikking te stellen.

Zoals gezegd heb ik het liefst dat u dat direct naar mij stuurt, en niet via de advocaat. Ik ben te bereiken op het onderstaand adres. De practische kant: de gesloten envelop met daarin de cd-rom gericht aan mij en waarop als afzender vermeld staat: OM/OvJ moet in een andere envelop die gericht is aan: De Directie van P.I. Nieuw Vosseveld.
Verder zou ik u willen verzoeken de cd-rom goed te verpakken en eventueel aangetekend te versturen. (Iets dat mijn advocaat de vorige keer heeft nagelaten waardoor de cd-hoes bijna volledig doormidden is gebroken. Als door een wonder is de cd-rom zelf onbeschadigd gebleven. Dat was ook een reden om mijn verzoek direct aan u te richten. Maar het staat u uiteraard vrij om de gebruikelijke gang van zaken te volgen.)

Tot zover deze brief, ik hoop dat u aan mijn verzoek tegemoet komt en bedank u alvast voor alle moeite.

Met vriendelijke groet,

M.H.T.M. Teunissen
3972685 Unit 6A-12
P.I. Nieuw Vosseveld
Postbus 10055
5260 DH Vught 

4- Het Vonnis

Naast het feit dat er op de procesgang het nodige is aan te merken, klopt ook het vonnis van de rechtbank uitgesproken op 7 maart 2008 op belangrijke punten niet. Zoals in mijn brief aan officier van justitie Van Veen gedateerd 19 november 2009 aangeef, slaan de rechters zowel wat de strafmaat betreft als de motivatie de plank volledig mis. Ook in brieven aan A.F.Th., Ficq en Kees Broer zeg ik daar al iets over. Zie Deel I en II van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist. Ik zet mijn kritiek hier nog een keer op een rijtje:

4.1 Strafmaat
Het vonnis klopt niet als je de strafmaat bekijkt en vergelijkt met de jurisprudentie. Zelfs Van Veen geeft onbedoeld in zijn requisitoir al aan dat levenslang voor één moord juridisch gezien te hoog is, en dat doet hij o.a. door voorbeelden te geven van zaken waarin levenslang geëist is, vanwege het feit dat de lijst met delicten op de dagvaarding ruim boven de twintig jaar uitkomen, maar waar levenslang niet opgelegd is omdat de rechters erg terughoudend willen zijn. En in die zaken gaat het zelfs om twee- en drievoudige moorden!:

‘Er zijn nogal wat voorbeelden te noemen waarin sprake is van feiten die, bij elkaar opgeteld, dik boven de 20 jaar gevangenisstraf zouden opleveren en waar tbs niet aan de orde is i.v.m. toerekeningsvatbaarheid maar waarin desalniettemin niet gekozen wordt voor een levenslange gevangenisstraf:
-2 moorden, 20 jaar (rechtbank Rotterdam 2003, LJN AKA454)
-2 moorden, 3 vrijheidsberovingen, 16 jaar (rechtbank Amsterdam, LJN AK345)
-3 moorden, 20 jaar (Hof Den Haag 2003, LJN A10976)
En zo zijn er meer.’

(zie requisitoir pag. 14 in bijlagen)

Oftewel, zelfs voor (drie)dubbele moorden wordt soms geen levenslang opgelegd. Van Veen vervolgt zijn requisitoir met enkele voorbeelden van jurisprudentie van zaken waarbij levenslang niet alleen geëist is, maar ook opgelegd, en waarbij er ‘slechts’ één moord is gepleegd: Jan S., Frank B., Errol K., Hong H., Bennie S. Maar daarbij gaat het vaak -zoals hij zelf ook al terecht opmerkt -om recidiverende tbs-ers. Zie Lijst Levenslanggestraften. Er zijn slechts enkele uitzonderingen. Hij noemt Baybasin en Mohammed B. Maar dat is niet te vergelijken met mijn zaak: Mohammed B. heeft tenslotte Theo van Gogh letterlijk afgeslacht, op meerdere politie-agenten geschoten (8 keer poging tot moord), meerdere bedreigingen met de dood geuit, en hij zou het ‘zo weer doen’ aangezien hij vind dat hij niets verkeerds heeft gedaan. Hij is wel een overtuigingsdader genoemd, maar persoonlijk vind ik dat iemand met zo’n geloofsovertuiging gewoon psychisch gestoord is. Mohammed heeft bovendien geen spijt van zijn daad, getuige de berichten op Teletekst van 9 juli 2010 en in het AD van 12 juli: ‘Mohammed B. heeft nergens spijt van. Mohammed B. heeft geen spijt van de moord op Theo van Gogh. Dat heeft hij geschreven in een brief aan de Franse Moslimbroederschap Sanabil. B. stak van Gogh in november 2004 dood. B. schrijft in het Engels dat hij de afgelopen jaren niet één seconde verdriet heeft gehad van wat hij gedaan heeft en nooit heeft getwijfeld aan het pad dat hij heeft gekozen. De AIVD kent de brief. Wat B. schrijft is in de lijn met eerdere verklaringen, zegt de veiligheidsdienst.
Mohammed B. zit een levenslange straf uit in de extra beveiligde gevangenis in Vught.’


En Baybasin is veroordeeld voor 1 moord en een aantal uitlokkingspogingen tot moord, daarnaast wordt hij gezien als leider van een grote criminele organisatie. Kortom, dit is niet te vergelijken met mijn zaak.
Tot slot noemt Van Veen ook nog Volkert van der G. Hij heeft Pim Fortuyn, een belangrijk politicus, en potentiële minister-president, geliquideerd vanuit een politieke overtuiging. Een overtuiging waar hij net als Mohammed B. geen afstand van neemt en waaruit je kunt concluderen dat als een soortgelijke situatie zich weer voordoet, hij hetzelfde kan reageren. Kortom, er is sprake van recidivegevaar. Bovendien is door zijn daad diep ingegrepen in de politieke situatie in Nederland. Ook gepleegd overdag met onschuldige omstanders in de buurt. Hoewel het eigenlijk onmogelijk is twee moorden met elkaar op deze manier te vergelijken, zou ik toch zeggen, dat de moord op Pim Fortuyn de maatschappij meer geschokt heeft en ingrijpender is en zelfs de landelijke politiek beïnvloed heeft dan de moord op Louis Sévèke. Er is ook een groot verschil of je een politieke tegenstander liquideert of iemand met wie je persoonlijk nog een appeltje te schillen hebt, volgens mij. En aangezien Volkert van der Graaf dus maar 18 jaar heeft gekregen, is zo bezien mijn straf juridisch(!) gezien te hoog.

En er zijn nog talloze andere voorbeelden die laten zien dat mijn straf juridisch te hoog is. Ik noem enkele bekende zaken:

-De zogenaamde Snelkookpan-moord: dader heeft zijn broer vermoord, in stukken gesneden en gedumpt langs de snelweg, en het hoofd heeft hij uitgekookt in snelkookpan, ook verdacht van de moord op zijn vrouw: Straf 20 jaar (in 2011 in hoger beroep teruggebracht tot 15 jaar!!).
-Liquidatie Thomas van der bijl: Dwight S. heeft voor geld een voor hem onbekend persoon doodgeschoten. Daarbij is ook nog eens de rechtsgang ontregeld aangezien het een kroongetuige in de Holleeder-zaak was. Straf: 14,5 jaar (In hoger beroep verlaagt tot 12,5 jaar!).
-Zaak Gert Nijkamp: hetzelfde verhaal: de dader schiet voor een geldbedrag (10.000,-euro) een voor hem onbekend persoon dood in opdracht van iemand anders. Eis: 18 jaar. (Saillant detail: de pers spreekt van ‘zware eis’.)
-Puttense moordzaak: een zaak die Nederland al jaren bezighoudt, waarbij onschuldigen in de cel zijn beland en waarbij de jonge vrouw Christel Ambrosius eerst is verkracht en daarna vermoord. Rechter: ‘Hij heeft haar koelbloedig vermoord om met de verkrachting weg te komen’, ‘Gewetenloos en meedogenloos’. Vonnis: 15 jaar.

En dit zijn maar een paar bekende zaken. Maar de voorbeelden zijn eindeloos. Ik hoef de Panorama maar open te slaan, of hier om me heen te kijken, om te zien dat er gemeten wordt met twee maten. Er zijn namelijk talloze mensen die voor (drie)dubbele moord veroordeelt zijn en daarvoor minder gevangenisstraf hebben gekregen dan ik (dat blijkt al uit het requisitoir, maar ik zie ze hier ook rondlopen). Er zijn ook genoeg beroepscriminelen te vinden die al eerder in hun loopbaan zijn veroordeeld voor moord of dodelijk geweld en die opnieuw de fout zijn ingegaan, en er desondanks toch vanaf komen met een celstraf van 16-20 jaar (ook daarvan zie ik er hier genoeg rondlopen). Terwijl het recidivegevaar in die gevallen dus bewezen is, en het vaak om beroepscriminelen gaat met een metersdik dossier, waarbij er naast de (tweede) moord nog veel meer ten laste is gelegd. En ik zie ook dagelijks mensen weer de straat op worden gestuurd die overduidelijk veel gewelddadiger en gevaarlijker zijn dan ik (en een deel daarvan zie ik ook weer binnen afzienbare tijd terugkomen).

Dat er gemeten wordt met twee maten is ook op een andere manier heel simpel vast te stellen, namelijk aan de hand van de Lijst Levenslanggestraften. Want daar staan bijna alleen maar mensen op die veroordeeld zijn voor meervoudige moorden. En in het geval dat het gaat om een enkelvoudige moord, zijn ze meestal al eerder veroordeeld voor moord en doodslag.

En voor de liquidaties die hierboven genoemd zijn: als iemand in staat is voor geld een willekeurig persoon doodschieten, dan vind ik dat nog altijd een tikkeltje gevaarlijker en gewetenlozer dan een wraakoefening. Ook het recidivegevaar lijkt me stukken hoger. Want een situatie zoals in mijn zaak zal zich niet zo snel meer voordoen, maar als die daders weer vrijkomen is voor hun de situatie onveranderd: ze kunnen het zo weer doen als iemand geld biedt. Misschien dat het bedrag om ze over te halen iets hoger is…

Van Veen heeft dus echt zijn best moeten doen om voorbeelden te vinden waarbij voor een enkelvoudige moord levenslang wordt geëist (al dan niet in samenhang met andere delicten op de dagvaarding). Conclusie: alleen al uit het requisitoir valt af te leiden dat het vonnis juridisch gezien te hoog is.

Dat ik zwaar gestraft ben zeg ik overigens niet alleen, want je zou kunnen zeggen: dit zijn maar voorbeelden. Maar uit Dodelijk Geweld van Gerlof Leistra (zie bijlagen) waarin wetenschappelijk onderzocht is hoe het nu zit met de strafmaat waar het gaat om dodelijk geweld (periode 1992-2006), blijkt ook dat levenslang een uitzonderlijke hoge straf is. De gemiddelde strafduur opgelegd door de rechters: 9 jaar (maar ik denk ik dat Leistra ook doodslag meegerekend heeft, want 9 jaar is wel erg weinig).

Maar ook strafrechtgeleerde Sackers ondersteunt mijn beweringen:

“Bij Marcel T. is het bijzondere dat hij tevens terecht staat voor meerdere bomaanslagen – tegenwoordig zouden we al snel spreken over een terroristisch misdrijf – en bankovervallen. Indien bewezen zijn dit stuk voor stuk ernstige misdrijven” erkent strafrechtdeskundige Henry Sackers. Desondanks is hij wel verrast door de hoge eis. Sackers had twintig jaar “ook een pittige eis” gevonden.

Dat twintig jaar een pittige eis is, is niet alleen zo als je de jurisprudentie bekijkt maar ook als je in beschouwing neemt dat ik al op leeftijd ben en dat de automatische V.I. is afgeschaft. Dat laatste betekent dat het OM zonder al teveel moeite kan eisen dat de volledige straf wordt uitgezeten. Bij 20 jaar zou dat betekenen dat ik net voor mijn zestigste vrijkom. Na twintig jaar sta je natuurlijk sowieso anders in het leven, maar op zo’n leeftijd is recidive-gevaar praktisch al bijna niet meer mogelijk. Achter een rollater is het moeilijk vluchten voor de politie. Sackers:

Zeker nu de vervroegde invrijheidstelling is afgeschaft, wat binnenkort wettelijk geregeld wordt. Gevangenen met tijdelijke straffen komen daardoor niet meer automatisch op vrije voeten nadat tweederde van de straf is uitgezeten. Twintig jaar betekende tot nu toe dat de celdeur na 13,4 jaar weer openzwaaide.

Sinds februari 2006 is de hoogste tijdelijke straf verhoogd van 20 jaar naar 30 jaar.
Verwacht dat daardoor rechters minder vaak levenslang zullen opleggen. T. komt voor 30 jaar niet in aanmerking omdat de moord in 2005 is gepleegd. Bij het opleggen van levenslang moet de grootst mogelijke terughoudendheid worden betracht, stelt de strafrechter die in 2003 Van der G. tot 18 jaar veroordeelde.

Sackers: “De Amsterdamse rechtbank oordeelde dat vanuit overwegingen van humaniteit moet worden afgewogen of de verdachte in beginsel op terugkeer in de
samenleving aanspraak mocht maken. De rechtbank vond van wel. Het Hof nam dit
later over. Ook de Arnhemse rechtbank zal deze overweging maken.”

Bron: Gelderlander 7 maart 2008

En Van Veen maakt in zijn requisitoir nog een fout. En dat is wanneer hij de straffen voor de uitzonderlijke delicten bij elkaar optelt. Het is pure retoriek. Hij rekent zich rijk: ‘Voor moord wordt nauwelijks minder dan 15-18 jaar uitgedeeld. En voor 8 overvallen (normaal toch 2 jaar per stuk), 5 aanslagen (3 jaar per feit is niet vreemd) zou 16 jaar kunnen worden opgelegd.’ Zijn advies aan de rechters luidt dan ook: ‘een straf minder dan 20 jaar zou u niet eens moeten overwegen.’ (zie requisitoir pagina 13, bijlage 4.1.1) Maar hij weet dondersgoed dat het in Nederland zo niet werkt. Bij een serie delicten wordt er niet vermenigvuldigd. In zo’n geval wordt alleen de maximale straf met eenderde verhoogd (artikel 57 Wetboek van Strafvordering: Samenloop feiten) Maar los daarvan laat hij ook de jurisprudentie buiten beschouwing. En die zou bepalend moeten zijn voor de strafeis. Dus voor een serie overvallen, die in mijn geval ook zonder fysiek en verbaal geweld zijn verlopen zou je dan een paar jaar krijgen. Hetzelfde geldt voor de ‘aanslagen’. Want er is geen sprake van terrorisme. Je kunt hoogstens spreken van politiek activisme, waarbij alleen materiele schade is aangericht. Volgens het wetboek van strafrecht gaat het dan om niet meer dan vernieling van eigendom. En daar staat dus geen 15 jaar op. Het mooiste voorbeeld van jurisprudentie dat ik in dit geval kan presenteren is de veroordeling van René Roemersma voor serie (een stuk of zes in totaal) brandaanslagen bij de Makro met een miljoenenschade tot gevolg: uitspraak 5 jaar cel (zie Koud Bloed nr. 12).
Verderop in hoofdstuk 6 zal ik uitgebreid ingaan waarom de acties van het ELF niet beschouwd kunnen worden als terrorisme.

Tot slot haal ik advocaat Wim Anker aan om aan te geven dat levenslang ook niet zomaar een straf is. Anker hield in een documentaire bij de verdediging van een van zijn cliënten de rechters voor zeer voorzichtig te zijn met het opleggen van levenslang ‘omdat die straf inhumaan, uitzichtloos en perspectiefloos is’ vanwege het feit dat die straf in Nederland (i.t.t. de ons omringende landen) ook echt levenslang is, dus tot de dood er op volgt. ‘Het is de definitieve verwijdering uit de maatschappij, waarbij je naam wordt doorgekrast, en het verhaal uit is.’ 
 
4.1.1 Bijlagen Strafmaat

Bron: requisitoir pagina 13

Bron: requisitoir pagina 14

Bron: Dodelijk Geweld, Gerlof Leistra

Lijst Levenslanggestraften

Geen van de in Nederland tot levenslang veroordeelden met een veroordeling na 1970 heeft gratie gekregen. Een aantal heeft reeds om gratie gevraagd, maar dit is in alle gevallen afgewezen. De langstzittende tot levenslang veroordeelde in Nederland is Koos Hertogs. De langstzittende tbs'er is Theo H. Hij zit sinds 1960 vast.

• 1982 – Koos Hertogs: Werd in 1982 tot levenslang veroordeeld wegens marteling,
seksueel misbruik en moord op drie meisjes (11, 12 en 18 jaar oud). Het vermoeden
bestaat dat hij meer slachtoffers op zijn geweten heeft.

• 1984 –Cevdet Yilmaz: Was verantwoordelijk voor een zesvoudige moord in het
Delftse café 't Koetsiertje, op 5 april 1983. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk
waarom Yilmaz tot zijn daad overging. Hij werd in maart 1984 tot levenslang veroordeeld. In 2009 bleek dat hij al vanaf 31 augustus 2001 in de tbs-kliniek Dr.
Henri van der Hoeven zat, van waaruit hij sinds september 2002 op verlof mocht om
bij zijn gezin te zijn.

• 1989 – Loi Wah Chung: Moordde een Chinees gezin van vier leden uit Rotterdam uit,
waaronder een baby van zes weken oud. Het motief is waarschijnlijk roof.

• 1993 – Erol Kabak: Schoot na een mislukte bankoverval politieagent Iman Klaassen
dood. Kabak wist voor zijn veroordeling te ontsnappen. Later werd hij in Turkije
gearresteerd wegens drugssmokkel. Hij werd in 1998 door een medegedetineerde in
een gevangenis in Istanboel vermoord.

• 1994 –Edwin S.: Schoot bij een overval op 22 november 1992 een echtpaar dood en
was tevens verantwoordelijk voor eerdere soortgelijke gewelddadige overvallen.

• 18 april 1995 – Ab Abbenhuis (Appie): Betrokken bij een overval op 14 mei 1990 op
een Albert Heijn-filiaal in Oosterbeek. Hij zou hierbij twee personeelsleden in koelen
bloede hebben geëxecuteerd, en een derde hebben verwond. Hij vluchtte in 1992 naar
Chili en werd in 1994 uitgeleverd aan Nederland.

• 1996 – Frenky Peeters: Leider van de Bende van Venlo, die zich in 1993 en 1994
schuldig maakte aan ongeveer 250 geweldsdelicten, waaronder meerdere roofmoorden.

• 1998 – Harold Hong H.: Vermoordde in 1993 zijn vriendin, voor het oog van haar
twee zoontjes. Er werd aanvankelijk 12 jaar celstraf geëist, de rechter veroordeelde
hem echter tot levenslang, mede omdat hij al eens eerder 8 jaar had gezeten.

• 1998 –Bennie Sopacua: Schoot in oktober 1997 de Rotterdamse hoofdagente
Allegonda Gremmer dood, toen deze als lid van een arrestatieteam zijn woning wilde
binnenvallen.

• 1998 – Juan N.: Vermoordde op 26 juni 1997 zijn 54-jarige ex-vrouw Maja Goeijen in
haar kapsalon. De uit Spanje afkomstige N. had eerder in zijn geboorteland al 8 jaar
gezeten voor de moord op zijn broer.

• 11 februari 2000 - Jan Stoffers (het Monster van Assen): Verkrachtte en vermoordde
zijn zevenjarige buurmeisje Chanel Naomi Eleveld. Had daarbij een zedenhistorie. Op
20 juli 2000 werd in hoger beroep opnieuw levenslang uitgesproken.

2002

• 7 juni – Ugur U. en Edwin Z.: Werden veroordeeld voor hun aandeel in de zogenaamde Playstation-moorden in Dordrecht, een roofmoord op de 39-jarige Wilma
van Griensven, haar 16-jarige dochter Linda en het 16-jarige vriendje van de dochter.
Doel van de roof was de 35-jarige echtgenoot van de vermoorde vrouw, die in Playstations handelde. Hij wist echter tijdig te vluchten. Een derde verdachte, Rutger
M., kreeg in eerste instantie eveneens levenslang, wat in hoger beroep werd teruggedraaid tot 20 jaar cel en tbs.

• 31 juli – Huseyin Baybasin: Koerdische bendeleider, die werd veroordeeld wegens
drugshandel, opdrachten tot moord en gijzelingen. Kreeg in eerste instantie 20 jaar cel,
wat in hoger beroep levenslang werd. De veroordeling was omstreden, wegens gebruikmaking van telefoontaps bij het bewijs.

• 7 november - Willem van Eijk (het Beest van Harkstede): Groningse seriemoordenaar, die levenslang kreeg voor de moord op een prostituee en doodslag van twee andere prostituees. Van Eijk was in 1975 al eens veroordeeld tot 18 jaar cel en tbs, wegens de moord op twee vrouwen. Werd verdacht van meerdere moorden op jonge vrouwen in de omgeving van Groningen.

2003

• 5 februari - Louis Hagemann: Werd veroordeeld wegens de moord op 4 maart 1984 op zijn ex-vriendin Corine Bolhaar en haar twee kinderen. De voormalige Hells Angel
werd in 2002, kort voor de verjaring van de moorden, opgepakt. Op 22 juli 2005 werd
het vonnis in een hoger beroep bevestigd.

• 24 maart - Lucia de Berk: Verpleegkundige die veroordeeld is voor de moord op zeven ziekenhuispatiënten en drie pogingen tot moord. Ze werd op 24 maart 2003
veroordeeld tot levenslang, en in hoger beroep op 18 juni 2004 tot levenslang en tbs.
Omdat door de Hoge Raad werd bepaald dat deze strafcombinatie niet mogelijk is,
werd op 13 juli 2006 de straf in hoger beroep opnieuw bepaald, en wel op levenslang.
De Berk was op dat moment de enige vrouw in Nederland die een levenslange
gevangenisstraf uitzat, echter heeft de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken
(CEAS) een advies tot herziening van de zaak gegeven. Inmiddels is haar zaak door de Hoge Raad verwezen naar het Gerechtshof. Op 2 april 2008 is zij voorlopig
vrijgelaten.

• 18 december – Dawanpersad S.: Tbs'er die in december 2002 niet terugkeerde van een proefverlof, en vervolgens een waslijst aan zware misdrijven pleegde. Werd schuldig bevonden aan onder meer de moord op en beroving van een bejaarde man en een gewelddadige overval op een juwelier.

2004

• 25 maart – Ischa Magaev: Kreeg levenslang voor een drievoudige moord in februari
2003 in Helmond. De slachtoffers werden tijdens een ripdeal door Magaev met een
nekschot om het leven gebracht. Op 12 december 2006 werd het vonnis in hoger
beroep bevestigd.

• 8 april - Olaf Hamers: Vermoordde op 12 juli 2003 het Sittardse echtpaar Jo en Ine
Zwakhalen. Hun 9-jarige kleindochter raakte hierbij zwaargewond. Zij fungeerde later
als belangrijkste getuige tegen Hamers. Waarschijnlijk was roof het motief. Op 14 juli
2005 werd het vonnis in een hoger beroep bevestigd.

• 1 juni – Birol C.: Werd veroordeeld voor de moord op 19 november 2001 op twee
handlangers met wie hij de Postbank had opgelicht. Het OM vermoedt dat de mannen
ruzie hadden over de verdeling van het geldbedrag.

2005

• 11 maart - Frans Boons: Tbs'er die omstreeks december 2003 een mede-tbs'er
mishandelde en vervolgens levend begroef achter de Pompekliniek in Nijmegen. Boons zat al vast wegens doodslag op een 15-jarig nichtje van hem op 5 mei 1994. Op 18 april 2007 werd het vonnis in hoger beroep bevestigd.

• 14 april - Sunil M.: Eindhovenaar die in augustus 2004 de opdracht gaf tot
brandstichting bij zijn Turkse buren, waarbij twee buurjongens van 8 en 14 jaar oud
omkwamen. Werd veroordeeld voor de moord op de beide jongens en poging tot
moord op hun ouders. Het vonnis werd op 20 februari 2006 in hoger beroep bevestigd.

• 7 juli – Daniel Sowerby: Drugshandelaar die in november 2002 de Groninger Gerard
Meesters in de deuropening van zijn woning doodschoot. Sowerby was op zoek naar
de zus van Meesters, die een partij softdrugs zou hebben gestolen. Sowerby was in
1978 in Engeland al eens tot levenslang veroordeeld, maar wist in 2001 te ontsnappen.
Op 22 december 2006 werd het vonnis in een hoger beroep bevestigd.

• 26 juli - Mohammed Bouyeri: Vermoordde op 2 november 2004 de regisseur en
columnist Theo van Gogh. Zie moord op Theo van Gogh.

• 25 november – Rudolf Kasebier (de Beul van Twente): Vermoordde in de zomer van
2003 een zwerver in een park in Enschede. Stak in 2002 drie willekeurige mensen neer
en verminkte en doodde circa twintig dieren. Op 13 juni 2006 werd het vonnis in een
hoger beroep bevestigd. 4 december 2007 door de Hoge Raad bevestigd.

2006

• 19 juli - Gerrie M.: Veroordeeld in hoger beroep. Vermoordde in oktober 1997
drugshandelaar Math Huren (55). Hij verbrandde vervolgens het lichaam van de man
in een zelfgemaakte oven, waardoor de stoffelijke resten nooit zijn teruggevonden.
Vanuit de gevangenis probeerde hij een ander te bewegen een getuige van de moord en verbranding om te brengen. Kreeg in de eerste aanleg 20 jaar. 

• 14 november – Hasen Aksema: Bij verstek veroordeeld voor de in augustus 2004
gepleegde moord op zijn 25-jarige ex-vrouw Marisse van den Burg in haar woning in
Goor en ontvoering van hun 2-jarige dochter Isra. Hij vluchtte naar Libië waar hij in
de gevangenis belandde voor een ander vergrijp.

• 12 december – Mehmet Alkan: Kreeg in hoger beroep levenslang voor een drievoudige moord in februari 2003 in Helmond, nadat hij aanvankelijk was veroordeeld tot 18 jaar cel. De slachtoffers werden tijdens een ripdeal door Ischa Magaev met een nekschot om het leven gebracht. Alkan was zijn handlanger. Magaev kreeg op 25 maart 2004 al levenslang voor zijn betrokkenheid.

2007

• 26 juli – Fernando Pires, Elmer Pinto e Neto Brito en Zé Carlos Borges de Brito:
Veroordeeld voor een schietpartij in het Rotterdamse café Inn & Out in 2005. Er vielen drie doden, waaronder de barman. De aanleiding was een ruzie om geld. Een vierde dader, José B., werd op 29 augustus 2008 in Kaapverdië veroordeeld tot de maximale straf van 25 jaar. In juli 2009 werd in hoger beroep het vonnis tegen de drie bekrachtigd door het gerechtshof in Den Haag.

2008

• 26 februari – Julien Constancia: Veroordeeld voor de moord op Jesse Dingemans op
een basisschool in Hoogerheide. Oorspronkelijk werd hij veroordeeld tot 12 jaar cel en
tbs. Het gerechtshof achtte het risico op herhaling te groot, en legde hem op 26 februari 2008 een levenslange gevangenisstraf op. Constancia ging in cassatie en op 17 november 2009 verwees de Hoge Raad de zaak terug naar het gerechtshof.

• 7 maart - Marcel Teunissen: Veroordeeld voor de moord op Louis Sévèke en eerdere
bankovervallen, bomaanslagen en pogingen daartoe. Een motivatie van de rechtbank is "het onpeilbare karakter van de man".

2009

 • 26 oktober - Marco de Kok: Voor het doodschieten van Kelly Balmaakers uit Made in
een Tilburgs hotel. Hij werd daarnaast ook veroordeeld voor één poging tot moord en
driemaal poging tot doodslag in verband met een schietpartij in Marseille.

2010

• 2 februari - Monique B.: Veroordeeld voor het vermoorden van een 78-jarige vrouw
aan wie zij thuiszorg verleende. Het slachtoffer werd met een groot aantal messteken
om het leven gebracht. Het motief voor de moord was roof. Het OM had een straf van
18 jaar geëist, maar de rechtbank in Den Haag legde levenslang op. Dit werd gemotiveerd door de weigering van de vrouw om inzicht te geven in haar daad. Een vergelijkbare motivatie werd ook gebruikt bij de zaak Marcel Teunissen. 

4.2 Motivatie van het vonnis

Het vonnis van de rechtbank werd uitgesproken op 7 maart 2008. Er zat ook een uitgebreide motivatie bij. Met daarin veel aandacht voor de psychologische rapportages. Toch klopt er niet veel van de motivatie die de rechters geven om mij levenslang op te leggen. Mijn commentaar op de foutieve motivatie van het vonnis is ook al aan bod gekomen in brieven aan Ficq, Kees Broer, Van Veen en A.F.Th. in Deel I en II van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist. Ik zal er een paar fragmenten uitlichten:

Mijn brief aan officier van justitie Van Veen van 19 november 2009:

[…]Ten tweede deugt de motivatie van het vonnis van geen kanten. Ik zal u een uitgebreid betoog besparen, maar kort gezegd komt het hier op neer: de rechtbank komt uit op levenslang omdat er sprake zou zijn van ‘recidive-gevaar’, verwoord in de zin: ‘Hij zou weleens weer een ernstig geweldsmisdrijf kunnen plegen’. En dat onderbouwen ze door hun eigen vrije interpretatie van het rapport van het Pieter Baan Centrum te presenteren, in combinatie met beweringen dat het motief ontbreekt en de suggestie dat het een en ander veroorzaakt is door een geestelijk stoornis. Maar dat is dus allemaal niet waar. Want het rapport van het PBC bewijst niet alleen dat die ontwijkende persoonlijkheidsstoornis waarvan volgens de psychologen sprake is (en waar ook nog wel het een en ander op valt af te dingen), er feitelijk niet toe doet: ‘slechts formeel’, ‘mild’, ‘in ernst en omvang beperkt’. Het bewijst ook dat ik volledig toerekeningsvatbaar ben. Wat dus betekent dat er GEEN recidivegevaar is.

Een fragment uit de brief aan A.F.Th. van 8 oktober 2008 waarin de kern van kritiek duidelijk wordt:

[…]In de motivatie van het vonnis zeggen ze mij ‘onpeilbaar’ te vinden. Maar ik ben niet
onpeilbaar! Ik heb overal aan meegewerkt, alles opgebiecht -en meer -er ligt een rapport van een 7 weken durende observatie door psychologen en psychiaters, er ligt een ‘dagboek’, etc. Kortom ik ben letterlijk en figuurlijk een open boek. Ik ben zelfs zo eerlijk dat ik voor de rechtbank zeg dat ik niet 100% kan uitsluiten dat ik weer een bank overval (en dat het afhangt van de situatie, etc.) En ze hebben mij alleen kunnen veroordelen omdát ik heb meegewerkt en ‘open kaart’ heb gespeeld. Er is geen bewijs, ze hebben mij veroordeeld alleen op mijn bekentenis. Van o.a. zaken die bijna verjaard zijn. Ze zouden me dankbaar moeten zijn. En het grappige is dat ze aan die bekentenis nou weer helemaal níet twijfelen…
Ze hadden gewoon een zondebok nodig, dat blijkt wel. En die hebben ze gekregen. Op een presenteerblaadje.

Een ander vals argument dat ze gebruiken om levenslang op te leggen is het zogenaamde ‘recidivegevaar’: ‘hij zou wel eens weer een ernstig geweldsdelict kunnen plegen’. Terwijl de bankovervallen weliswaar onder bedreiging van een (alarm)pistool, maar steevast zonder fysiek en/of verbaal geweld in de vorm van bedreigingen zijn uitgevoerd. En de laatste geweldloze politieke actie dateert van 16 april 1996. Bovendien ligt er een PBC-rapport dat aantoont dat ik volledig toerekeningsvatbaar ben, wat betekent dat er geen verhoogd recidive-gevaar is. Maar goed, de rechters proberen dus de conclusies van dat rapport in twijfel te trekken (terwijl ze niet deskundig, danwel bevoegd zijn om dat te doen). Anders gezegd: ze hebben er de ballen verstand van maar fantaseren er gewoon een alternatieve versie bij. Om me vervolgens aan de hand dáárvan definitief uit de maatschappij te verwijderen. Maar als ze mij op recidive-gevaar binnen houden, moeten ze íedere gedetineerden binnen
houden! Tenslotte recidiveert 74%, en vele, zoniet de meesten gedetineerden zijn gevaarlijker en gewelddadiger dan ik.

Ook voeren ze aan dat ik ‘sterk bagatelliseer’, ‘geen spijt of wroeging toon’, etc. Maar dat is gelogen. Spijt staat zwart op wit en dateert notabene van voor de arrestatie en is dus boven alle twijfel verheven. Bovendien is het ook tijdens de verhoren ter sprake gekomen.

Kortom, er klopt helemaal níets van, ze hebben gewoon ingespeeld op de beeldvorming (tot stand gekomen door foutieve gelekte informatie, een gefabriceerd FPD-rapport en de ‘eigen dynamiek van de media’) Net zoals de officier van justitie, Aidan van Veen overigens, met z´n ‘onheilspellend’, ‘angstaanjagend’, ‘gevaarlijk’, etc.


Voor alle duidelijkheid: in het vonnis beweren de rechters dus dat er recidivegevaar is voor zeer ernstige geweldsdelicten. Dat ze daarbij doelen op de moord is ook af te leiden uit wat volgt: ‘Ook voor bankovervallen is er gevaar’. Oftewel, de rechters zeggen dat er recidive gevaar is voor moord! En dat doen ze dus op basis van hun eigen interpretatie(!) van het PBC-rapport waarbij ze de bevindingen en conclusies van die onderzoekers dus in twijfel trekken en naast zich neerleggen, want zij stelden immers dat er géén recidivegevaar te duchten was voor ernstige geweldsdelicten. En op deze juridisch onnavolgbare wijze komen ze dus uit op levenslang. En ze hadden ook die onzin achterwege moeten laten van dat ik onpeilbaar ben, dat het motief ontbreekt en dat ik geen spijt en berouw betoon. Want zoals ik eerder al heb aangegeven staat spijt zwart op wit. In de autobiografie bijvoorbeeld (zie Autobiografie hoofdstuk Happy End in bijlage 4.2.1), en het dateert dus zelfs al van voor de arrestatie, waardoor het boven alle twijfel verheven is (al gaat het daarbij niet over de moord). Maar ook in de verhoren is het ter sprake gekomen (zie PV verhoren of PV van inbewaring-stelling), evenals in het onderzoek in het PBC (zie PBC-rapport pagina 35 en 49 in bijlage 4.2.1). Op het al dan niet ontbreken van een motief ga ik verderop in hoofdstuk 6 nog uitgebreid in.

De brief aan Ficq van 15 maart, direct na het vonnis:

[…]Wat er dus is gebeurd, is dat de rechters op een achterbakse manier proberen het motief te beperken tot dat ene aspect [dat ik werd gezien als mogelijk infiltrant], om het vervolgens als paranoia af te doen en daarna ook nog eens de link proberen te leggen met de ‘stoornis’. Om zo tot tbs te kunnen komen of in ieder geval levenslang.

[…]En het koppelen aan de stoornis, zoals de rechters in hun motivatie doen slaat ook
nergens op, want de rechters besteden dan wel ruimschoots aandacht aan het PBC-rapport (het staat g.v.d. bijna integraal op Internet!), maar ze vergeten:
-dat ik volledig toerekeningsvatbaar ben verklaard en dat de stoornis er niet toe doet dus. Dan kunnen ze wel proberen als amateur-psychologen het motief (dat geen motief is) te koppelen aan de stoornis (die er niet toe doet), maar dat slaat nergens op. Want de deskundigen hebben zich daar al over uitgelaten: geen verband. 
 
Het is nogal pretentieus vind ik, dat als je nog niet eens weet hoe je Syndroom van Asperger uitspreekt, je op de stoel gaat zitten van de deskundigen en beweert dat ze misschien tot een andere conclusie hadden moeten komen.

-Behalve dat er geen verband is tussen stoornis en delict, is het ook belangrijk om de ernst van de stoornis niet te overdrijven zoals de rechters doen. Het gaat namelijk volgens de psychologe om ‘een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis van een mild type’ En volgens de psychologe zijn de wantrouwende trekken niet aanwezig. (dan wordt het koppelen van de ‘paranoia’ aan de stoornis wel heel moeilijk niet?)
De psychiater heeft het over: ‘formeel voldoet hij aan de minimale eisen voor de (categorale) classificatie van een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis met wantrouwende trekken’ (pag. 52). Maar hij geeft zelf al aan ‘dat kan worden gesteld dat deze in ernst en omvang beperkt is’.


Kortom, er is niet zoveel aan de hand. Dit valt in de categorie: ‘Iedereen heeft wel wat’. Ik weet zeker dat als de rechters zich zouden laten onderzoeken er minimaal ook wel zoiets uitkomt.

[…]Kortom, de rechters proberen me gewoon een oor aan te naaien door zoveel aandacht te vestigen op een persoonlijkheidsstoornis (die er nauwelijks is). Ze hadden kunnen volstaan met het gegeven ‘volledig toerekeningsvatbaar’. Om aan de hand daarvan tot een strafmaat te komen. Maar dat hebben ze dus niet gedaan, ze komen met onzin als ‘onpeilbaar’, ‘geen motief’,’recidivegevaar’, etc. (Trouwens als het gaat om de moord te kunnen bewijzen kunnen zowel de officier van justitie als de rechters in één keer wel een motief vinden. Tenslotte heb je voor een schuldigverklaring een slachtoffer, een wapen en een motief nodig. Dus wat is het nou? Wel of geen motief?)

[Requisitoir pagina 7: ‘Aldus vindt het gestelde motief dus wel degelijk enige feitelijke steun in het dossier’.]

Voor de leek is het misschien raadzaam hier nog even iets uitleggen over recidive-gevaar. Als er door de psycholoog en psychiater vastgesteld is dat er geen significante stoornis is, of dat de stoornis geen verband heeft met de delicten, dan ben je volledig toerekeningsvatbaar, zoals dat heet. En dat houdt in dat er geen schatting is te geven van het risico op recidive. Anders gezegd: in dat geval is de kans dat je weer in de fout gaat net zo groot als voor een gemiddelde Nederlander. Of beter gezegd dan is de kans op recidive net zo groot als voor andere ex-gedetineerden En die is natuurlijk wel iets hoger dan voor de gemiddelde Nederlander. Maar dat is nooit een reden om ze binnen te houden. Want iedereen weet dat van alle ex-gedetineerden uiteindelijk 74% recidiveert. Toch worden ze allemaal weer vrijgelaten, of het nou gaat om verkrachters, overvallers, pedofielen of oplichters. En dat zou dus ook voor mij moeten gelden.
Misschien dat er mensen zijn die me nu herinneren aan mijn antwoord op de vraag van de rechtbank of ik kon uitsluiten dat ik ooit weer een bank zou beroven. Mijn antwoord was: nee, dat kan ik niet uitsluiten. Maar dit geldt feitelijk voor elke Nederlander en zeker voor elke ex-gedetineerde. Daarom wil ik die uitspraak nog een beetje toelichten: Het recidivegevaar voor de bankovervallen is niet hoog voor mij. Het is zeker niet onvermijdelijk. Zelfs niet bij geldgebrek. Ik heb tenslotte altijd eerst een baantje gezocht. En toen ik dacht/hoopte iets met Carmen te kunnen beginnen heb ik om die reden ook af gezien die risico’s te lopen. Ik was toen ‘schadevrij’ voor de periode 2002-2005. Kortom, zoals wel gezegd wordt gaat het om de 3 W’s: Werk, Woning, Wijf. Ook bij mij. Sterker nog, aan twee W’s heb ik genoeg: aan een camper en een uitkering heb ik genoeg. Dan zie je mij hier nooit meer terug. En een vriendin alleen is ook al genoeg volgens mij. En voor de politieke acties heb ik al bewezen dat er nul komma nul recidivegevaar is: de laatste actie dateert van april 1996 en ik hou me ook sinds die tijd niet meer met politiek bezig. En voor wat betreft de moord: dat was een cumulatie aan factoren die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet meer zal voordoen.

Tot slot een gedeelte van mijn brief aan Kees Broer (9 december 2008) verwoord ik mijn kritiek als volgt:

[…] ‘Kortom, de rechters proberen me gewoon een oor aan te naaien door zoveel nadruk te leggen op een persoonlijkheidsstoornis -die er nauwelijks is -en te verzwijgen dat de onderzoekers hebben vastgesteld dat er geen verband is met de delicten.
Kortom, de persoonlijkheidsstoornis -die er niet toe doet -doet er niet toe. Anders gezegd, dat hele PBC-onderzoek toont aan dat levenslang NIET noodzakelijk is. Omdat ik GEEN gevaar voor de maatschappij ben en er GEEN verhoogd recidive-gevaar is.

Daarom passen ze nog een laatste manipulatie toe: in het vonnis twijfelen ze aan de conclusie van de onderzoekers en geven zelf een alternatief: ‘Mogelijk zouden de deskundigen, althans wat de moord betreft tot een andere conclusie zijn gekomen wat betreft de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte als…’ Dus die idioot die Syndroom van Asperger niet eens kan úitspreken, gaat hier even het hele rapport ter discussie stellen. Een 7 weken durende observatie met psychologen en psychiaters…

En sterker nog, ze stellen hun EIGEN oordeel boven dat van de deskundigen: ‘naar het
oordeel van de rechtbank is er sprake van een onpeilbare verdachte en dient er terdege rekening mee te worden gehouden dat hij te eniger tijd om hem moverende redenen opnieuw een zeer ernstig geweldsdelict pleegt’.
Dit is gewoon gelogen, uit de duim gezogen, fantasie, etc. Nergens op gebaseerd!
En daarna volgen in het vonnis nog wat leugens over ‘geen spijt’, ‘bagatelliseren’, etc. En sluiten ze af met: ‘Alles bijeengenomen is de rechtbank van oordeel dat een terugkeer van de verdachte in de maatschappij een zo’n grote kans op herhaling van ernstige misdrijven verbonden is dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf onontkoombaar is.’

Zoals gezegd: volledig in tegenspraak met het PBC-rapport, nergens op gebaseerd. En ze konden er alleen maar mee wegkomen door de negatieve beeldvorming (tot stand gebracht door lekkende justitie medewerkers)’

In al de bovenstaande fragmenten verwoord ik wat de rechters fout hebben gedaan. Maar eigenlijk is het veel makkelijker om aan te geven wat ze als enig juiste hadden moeten doen. En dat is de conclusie van het PBC overnemen, te weten: volledig toerekeningsvatbaar. En op basis daarvan aan de hand van jurisprudentie de strafmaat bepalen, in plaats van levenslang op te leggen als een soort preventieve maatregel, die nérgens op is gebaseerd en dus willekeurig, onrechtmatig en - in die zin - onrechtvaardig is.

Conclusie: Vonnis klopt niet, zowel wat de strafmaat betreft als de motivatie.

4.2.1 Bijlagen Motivatie van het vonnis

Bron: Vonnis rechtbank Arnhem, pagina 11

Bron: Autobiografie Hoofdstuk Happy End naar de Klote

Bron: PBC-rapport pagina 35 en 49

1 van 6


 Arnhem, 15 maart 2008

Geachte mevrouw Ficq, beste Benedicte,

Afgelopen week heb ik je al laten weten dat ik niet in hoger beroep ga. Ik zal mijn besluit toelichten.
Ik zie af van hoger beroep, omdat:
[1] Ik de kans zeer laag inschat dat er een lagere straf dan levenslang uitkomt. De maximale tijdelijke gevangenisstraf van 20 jaar is eigenlijk te laag als je de delicten daarvoor bij elkaar optelt. Het is heel gemakkelijk om op levenslang uit te komen, zeker gezien de beeldvorming en de maatschappelijke druk, etc.
[2] Als ze al bereid zijn hun nek uit te steken om tot een lagere straf te komen, dan zullen ze een soort compromis sluiten: 20 jaar en tbs. Waarbij ze zowel een ‘tweede kans’ bieden en de maatschappij beschermen tegen ‘het gevaar’. Een rechtbank kan altijd tbs opleggen, onafhankelijk van de adviezen die er al dan niet liggen. In dit geval kunnen ze meer gaan steunen op het rapport van Baneke, of net zoals de rechtbank
nu gedaan heeft, het PBC-rapport verkeerd uitleggen. Of ze eisen aan de hand van de
motivering van het huidige vonnis nog een extra gedragskundig onderzoek. Kortom, ik acht deze straf behorende tot de mogelijkheden en dan ben ik nog veel verder van huis.
[3] De kans dat ze genoegen nemen met alleen maar 20 jaar is miniem. Bovendien heb je dan nog altijd te maken met de veranderingen in de wet omtrent de V.I., evenals de mogelijkheid dat ze al het geld gaan terugvorderen omdat bij een straf van 20 jaar wél een vervangende hechtenis kan worden opgelegd als stok achter de deur.
[4] Ook met een straf van 20 jaar schiet ik niet veel op. Dat geeft alleen maar valse hoop. En midden vijftig op straat gezet worden met alleen een plastic tas met versleten kleren en wat geld voor de bus, dat zie ik ook niet zitten.

En naast al deze punten heb ik er ook gewoon geen zin meer in, en misschien is het wel een gepaste straf, etc.

Dat ik de kans zo laag inschat heeft ook veel te maken met hoe deze rechters het dossier beoordeeld hebben. Als ik de motivering lees dan zie ik vooral de onwil om dingen positief te zien. Sterker nog, ze doen hun best alles zo zwaar mogelijk af te schilderen, net als de officier van justitie. En dat terwijl ze beter weten. Als je met dit soort types te maken krijgt dan is het bij voorbaat kansloos.

Ik wil over de motivering van het vonnis nog wel het een en ander kwijt. Ik citeer:
‘Er is geen sprake van een enigszins te bevatten motief.’
‘Er is sprake van een onpeilbare verdachte.’
‘Een invoelbaar motief ontbreekt.’
‘Er is een zo grote kans op herhaling van ernstige misdrijven dat een levenslange straf
onontkoombaar is.’

Hoezo geen motief?! Alleen al die oprotpremie van 12.000,-gulden die mij door toedoen van Louis door de neus geboord is lijkt me al een redelijk motief. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat ze me vervolgens het pand uitzetten, dat ze me verdachten van diefstal, dat ze ingebroken hebben op mijn kamer, dat ze zich gewoon
niets aan mij gelegen lieten liggen (ook met de katten bijvoorbeeld). Zelfs alleen het gedoe met de katten zou een normaal mens tot moordneigingen aanzetten. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Want de rekening die ik met de linkse scene te
vereffenen had was ten tijde van die perikelen in het kraakpand Krisus al hoog opgelopen.

Ik zal het toelichten.

Dat is allemaal begonnen met de acties midden jaren negentig. In actieblad Ravage werd opgeroepen in actie te komen tegen o.a. de hervatte kernproeven van Frankrijk in de Stille Zuidzee en milieuvervuilende multinationals. Ik voelde me ook geroepen en ben dus in actie gekomen waarbij ik niet alleen jarenlange gevangenisstraf heb geriskeerd maar ook alle schepen achter me verbrandde.
Dan wordt vervolgens in datzelfde actieblad Ravage gezegd dat de acties in Arnhem ‘raadselachtig’ zijn, ondanks de persverklaringen met dader-informatie. Vervolgens wordt alles teniet gedaan door te suggereren dat het het werk is van provocateurs. En dat het E.L.F., in naam waarvan de acties zijn uitgevoerd en opgeëist ‘fascistische wortels’ heeft. Dat is in linkse kringen zo’n beetje de zwaarste beschuldiging die geuit kan worden. Kortom, ik heb al mijn schepen achter me verbrand, jarenlange gevangenisstraf geriskeerd en dan wordt het door idioten die moeite hebben één en één bij elkaar op te tellen teniet gedaan. Daar begint de rekening te lopen dus. En hiermee is ook meteen duidelijk dat het motief dat ik beschuldigd ben infiltrant te zijn, niet uit de lucht gegrepen is, maar gewoon zwart op wit staat. Om precies te zijn in een of meer artikelen in Ravage.

Door al deze verwikkelingen ga ik compleet naar de klote en word zelfs dakloos. Nu weet ik niet in hoeverre het empathisch vermogen van de rechters ontwikkeld is en of ze zich überhaupt iets kunnen voorstellen bij het begrip ‘naar de klote gaan’. Misschien moeten ze zich daarom maar eens voor proberen te stellen wat ze zouden doen en doormaken als ze als rechter beschuldigd zouden worden connecties te hebben met het criminele milieu, terwijl dat niet zo is, maar waardoor ze welhun baan, hun gezin, hun vrienden, kortom hun hele bestaan dat ze opgebouwd hebben kwijtraken. Ik ben heel benieuwd hoe het met hun zou eindigen… Maar geloof me als ik zeg dat je daar niet vrolijk van wordt en ook dat je dan het gevoel hebt dat je nog een appeltje te schillen hebt met deze of gene.

En zelfs dit is nog niet alles want in eerste instantie geef ik het leven nog een kans. Als dan in de zomer van 2005 blijkt dat het kansloos is allemaal en dat het mede terug te voeren is op de gebeurtenissen in Nijmegen (tenslotte heb ik mijn maatschappelijke carrière opgegeven voor die idealen), ga ik opnieuw naar de klote. Ik heb op dat moment voor mijn gevoel niets meer te verliezen en niets meer te winnen (ook daar zullen ze zich wel niets bij voor kunnen stellen) Het is een beetje het klassieke verhaal van de emmer en de druppel (en ook dat zal ze wel niets zeggen). 

Kortom, wat nou geen motief? Als ze op deze manier te werk gaan heeft het allemaal geen zin. Maar de rechters gaan nog een stapje verder: ze proberen het motief dat er is af te doen als paranoia van mijn kant. Ik zou slechts ménen als infiltrant te zijn gezien door het OBIV. Maar zoals ik al eerder in twee brieven aan je heb uitgelegd heb ik die beschuldigingen met betrekking tot het OBIV nooit als hét motief aangevoerd. (brieven gedateerd 18 mei 2007 en 29 mei 2007, met als doel een situatie zoals nu te voorkomen)

Naast het feit dat het geen rol speelt of hier sprake is van paranoia omdat het als motief geen doorslaggevende rol speelt, toon ik in die brieven ook aan dat het zeer waarschijnlijk geen paranoia is geweest en dat het zelfs aannemelijk is dat er het nodige wantrouwen vanuit de Nijmeegse scene richting mij was. Dat wordt trouwens bevestigd door de getuigenis van Iwan van D. (zie daarvoor ook het milieu-onderzoek van het PBC-rapport pag. 14) Maar goed, we kunnen er lang of kort over praten, ik kan natuurlijk niet bewíjzen dat ze me geobserveerd hebben en beschouwd hebben als mogelijk infiltrant. Maar ik kan het dus wel aannemelijk maken (zie brieven, zie Iwan van D., zie publicatie OBIV, etc.) Blijft staan dat ook de rechters het tegendeel niet kunnen bewijzen, d.w.z. ze kunnen nooit bewijzen dat ik níet gewantrouwd en geobserveerd ben vanuit de Nijmeegse scene. Dus ze kunnen wel zeggen dat het paranoia is, maar bewijzen kunnen ze dat niet. Ik blijf erbij dat mijn kant van het verhaal aannemelijker is.

Wat er dus gebeurt is, is dat de rechters op een achterbakse manier proberen het motief te beperken tot dat ene aspect, om het vervolgens als paranoia af te doen en daarna ook nog eens de link proberen te leggen met de ‘stoornis’ Om zo tot tbs te kunnen komen of in ieder geval levenslang. Pagina 16 vonnis: ‘De rechtbank ziet er niet aan voorbij dat de deskundigen de aanwezigheid van paranoïde waandenken niet hebben kunnen uitsluiten’, ‘mogelijk zouden deskundigen tot een andere conclusie zijn gekomen voor wat betreft de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte’ (als er geen gebrek zou zijn aan objectieve informatie uit die tijd)
Maar ik heb hierboven al aangegeven dat het eerder andersom is: objectieve informatie maakt het aannemelijk dat het geen paranoia is geweest.
En ook vergeten de rechters gemakshalve (of moet ik zeggen achterbakshalve?) de volgende passages uit hetzelfde PBC-rapport: ‘Gegeven de overwegingen kunnen betr. toendertijd spelende achterdocht mogelijk worden beschouwd als een adequate coping met de situatie (pag. 51) ‘Alhier verricht testonderzoek ondersteunt intrinsieke gevoeligheid voor het ontwikkelen van waanovertuigingen niet.’(pag. 46)
‘Volgens betr. vroeg hij zichzelf in die tijd ook af of zijn achterdocht niet volledig
doorschoot.’(pag. 46) (Dat is ook te lezen in een fragment uit die tijd, opgenomen in de
autobiografie En ik heb zelf ook al aangegeven dat bepaalde fragmenten uit de autobiografie, die paranoïde aandoen, en waar de rechters op lijken te doelen, gezien moeten in de context, de situatie waarin ze geschreven zijn: naar de klote, drank in het spel, etc. En desondanks komen er dus relativerende woorden in voor.)

‘Hij wist dat hij werd gezocht door een justitieel opsporingsapparaat, tegen een achtergrond van een actievoerend Nijmeegs milieu waarvan leden met regelmaat elkaars gedragingen uitplozen.’(pag. 46) 

En het koppelen aan de stoornis, zoals de rechters in hun motivatie doen slaat ook nergens op, want de rechters besteden dan el ruimschoots aandacht aan het PBC-rapport (het staat g.v.d. bijna integraal op Internet!), maar ze vergeten:
-dat ik volledig toerekeningsvatbaar ben verklaard en dat de stoornis er niet toe doet dus. Dan kunnen ze wel proberen als amateurpsychologen met motief (dat geen motief is) te koppelen aan de stoornis (die er niet toe doet), maar dat slaat nergens op. Want de deskundigen hebben zich daar al over uitgelaten: geen verband.
Het is nogal pretentieus vind ik, dat als je nog niet eens weet hoe je Syndroom van Asperger uitspreekt, je op de stoel gaat zitten van de deskundigen en beweert dat ze misschien tot een andere conclusie hadden moeten komen.

-Behalve dat er geen verband is tussen stoornis en delict, is het ook belangrijk om de ernst van de stoornis niet te overdrijven zoals de rechters doen. Het gaat namelijk volgens de psychologe een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis van een mild type’ En volgens de psychologe zijn de wantrouwende trekken niet aanwezig. (dan wordt het koppelen van de ‘paranoia’ aan de stoornis wel moeilijk niet?)
De psychiater heeft het over: ‘formeel voldoet hij aan de minimale eisen voor de (categorale) classificatie van een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis met wantrouwende trekken’(pag. 52) Maar hij geeft zelf al aan dat ’kan worden gesteld dat deze in ernst en omvang beperkt is’ Kortom, er is niet zoveel aan de hand. Dit valt in de categorie ‘Iedereen heeft wel wat’ Ik weet zeker dat als de rechters zich zouden laten onderzoeken er minimaal ook wel zoiets uitkomt. Want zo’n categorale classificatie betekent dat er gekeken wordt naar: ben je introvert of extravert, afhankelijk of vermijdend, etc. Je valt dus altijd wel in een bepaalde categorie. Bovendien is het goed te bedenken dat dit alles pas gaat spelen na mijn 30ste levensjaar. En daar komt nog bij, dat als je dergelijke acties en bankovervallen op je naam hebt staan, het bijna onvermijdelijk is dat je wantrouwiger wordt. Bovendien heeft ook de moord geen
positief effect op je persoonlijkheid natuurlijk.

Kortom, de rechters proberen me gewoon een oor aan te naaien door zoveel aandacht te vesteigen op een persoonlijkheidsstoornis (die er nauwelijks is). Ze hadden kunnen volstaan met het gegeven ‘volledig toerekeningsvatbaar’ Om aan de hand daarvan tot een strafmaat te komen. Maar dat hebben ze dus niet gedaan, ze komen met onzin als ‘onpeilbaar’, ‘geen motief’,’recidivegevaar’, etc.

Ik onpeilbaar? Ze weten álles van me. Mijn ziel en zaligheid ligt op tafel. En ik ben eerlijk geweest tot op het bot. (Zelfs op de vraag of ik ooit nog een keer een bank binnenstap om die te overvallen geef ik en eerlijk antwoord, nl. dat ik het niet weet, dat ik het niet kan uitsluiten. En dat geldt voor iedereen in feite. Maar ik besefte maar al te goed dat zo’n eerlijk antwoord in mijn nadeel werkt.)
Bovendien heb ik alles bekend en opgebiecht en aan alles meegewerkt. Wat wil je nog meer? Normaal ontkennen ze altijd alles waar ze voor opgepakt zijn en lopen ze in het HvB op te scheppen wat ze allemaal nog meer geflikt hebben. En dat is vaak een hele lijst. Meer dan ik op mijn kerfstok heb vaak genoeg.
Dus als ik mijn zaak vergelijk met anderen dan vindt ik dat ik zwaar gestraft ben. Ik zie met mijn eigen ogen wat de straat weer opgestuurd wordt. Neem het zo willekeurige voorbeeld van die Hells Angels. Die sturen zo weer naar buiten Hoe zit het daar met het recidivegevaar? Ook als ik vergelijkbare moordzaken bekijk pakken ze me hard aan. Ze sturen dagelijks mensen de straat op die veel gevaarlijker zijn dan ik. Het enige recidivegevaar dat er is in mijn geval geldt voor de bankovervallen. En die zijn altijd zonder fysiek en verbaal geweld verlopen. Zelfs na de moord. Zelfs toen met een alarmpistool. Kortom, er wordt met twee maten gemeten.

Maar goed, ik ga niet in hoger beroep, want als je met dit soort idioten te maken hebt ben je kansloos. Over idioten gesproeken. Zelfs Baneke komt aan bod in de motivering: ‘Baneke kan zich ook vinden in het oordeel dat er geen sprake is van een psychiatrische stoornis maar een persoonlijkheidsstoornis’ Die hele Baneke doet er niet toe. Zijn onzinnige rapport is compleet van tafel geveegd door de onderzoekers van het PBC en ook door mij. En die onderzoekers zijn nog zo vriendelijk de helpende hand te bieden zodat hij niet met een gebogen hoofd hoeft af te druipen. En toch haalt hij het in zijn bolle kop om zijn gelijk proberen te halen in de rechtbank. En dat doet hij met goedkope retorische trucjes, waarvan het zich voor laten staan op zijn academische titel de meest doorzichtige is. Hij mag dan de titel Prof. dragen, maar een wetenschapper die zijn fouten niet toegeeft is geen knip voor de neus waard. En zeker gezien de negatieve beeldvorming die dit alles voor me heeft opgeleverd zou een pas op de plaats gepast zijn. Dus dat hij zich ‘kan vinden in het oordeel’ interesseert toch geen hond?! Wat die psychiatrische stoornis waarover het gaat bestaat niet en de
persoonlijkheidsstoornis is zodanig dat het geen enkele rol speelt. De Duitsers hebben een mooi woord voor Baneke (en de rechters): Schreibtischtäter.

Tot zover mijn toelichting over het besluit niet in hoger beroep te gaan.

Er zijn nog wel een aantal zaken die geregeld moeten worden voordat de zaak afgesloten kan worden, ik wil namelijk graag mijn dossier compleet hebben. Ik mis nog steeds:

-De foto’s van de in beslaggenomen laboratoriumspullen en explosieven
-De resultaten van het NFI/EOD van de gevonden explosieven en de slagpijpjes (is besproken in de rechtzaal).
-De resultaten van het NFI/EOD van de gebruikte explosieven bij de acties (is besproken in de rechtzaal)
-Brieven van Rodamco over de uitkoop en andere stukken aangaande de onderhandelingen tussen Krisus en Rodamco (is besproken op de rechtszitting, maar ook hier kon ik me niet op voorbereiden want ik had de stukken niet)
-Kopietje van mijn kritiek op het rapport van Baneke dat is opgestuurd naar de OvJ.

Verder zou ik graag nog het requisitoir en het pleidooi willen ontvangen (en het liefst het hele verslag van de rechtbankzitting zoals opgetekend door de griffier)

Verder heb ik nog wat praktische vragen over het verder verloop van de zaak.
-zijn er speciale condities voor levenslanggestraften? (voor keuze gevangenis/enkeldubbelcel/etc.)

--Hoe zit het met de toegewezen vorderingen? Hoeveel mag er op de
gevangenisrekening staan voordat et wordt ingehouden? Hetzelfde geldt voor boetes
van het CJIB

-Kan ik nog een beroep op je doen bij bijvoorbeeld ongewenste publicaties van foto’s
of dagboekfragmenten?

- En tot slot heb ik nog enkele verzoeken
-Als je nog telefoon of mail krijgt van uitgeverijen, journalisten, fans, groupies, etc. dan
mag je die doorsturen. Geldt ook voor hatemail.
-Kun je een paar krantenberichten over de zaak opsturen? 
 
Ik bel deze week waarschijnlijk nog over het bovenstaande. Als dat niet lukt ben je in ieder geval op de hoogte van mijn besluit, zodat daar geen misverstanden over zijn.

Ik heb overigens een verzoek tot overplaatsing ingediend naar de gevangenis. Als voorkeur heb ik Norgerhaven opgegeven. Ik geloof dat jij me ook hebt gezegd dat dat de beste keus is, maar ik zie het wel. Je kunt toch altijd opnieuw overplaatsing aanvragen ? Ook als levenslanggestrafte toch?

Maar goed, ik bel binnenkort.

Met vriendelijke groet,

M.H.T.M. Teunissen
3972685
P.I. Arnhem-Zuid
Ir. Molsweg 5
6834 AA Arnhem

P.S.: Zou je het adres van de club anarchisten waar je het laatst over had en die op bezoek wilden komen kunnen doorgeven? Bij voorbaat dank. 
 
5-De fouten van Ficq

Als je als verdachte bent opgepakt heb je recht op een advocaat. Als je er zelf geen hebt, krijg je er een toegewezen. De eerste advocaat die ik te zien kreeg was dus de zogenaamde piket-advocaat. Ik had er geen probleem mee dat hij de zaak op zich zou nemen. De verrassing was daarom groot toen een paar dagen later plotseling Benedicte Ficq onaangekondigd op bezoek kwam. Zij zou de zaak gaan doen. Hoe dat allemaal is geregeld is voor mij nog steeds een raadsel. Ik heb nergens om gevraagd en nooit iets getekend. En achteraf bezien heb ik spijt dat ik er zomaar mee ingestemd heb. Ze heeft namelijk een aantal fouten gemaakt. Fouten die mij duur zijn komen te staan. Ik heb ze voor het gemak maar genummerd.

1] Ze heeft me het dossier dus niet gestuurd.

Ik had niet alleen niet de beschikking over het hele procesdossier, ik miste ook belangrijke stukken. Van begin tot eind heb ik om bepaalde dossierstukken gevraagd die ik per se nodig had. Daardoor heb ik zelfs op bepaalde vragen van de rechters niet kunnen antwoorden. Zo is er mij gevraagd hoe die onderhandelingen met Rodamco over de uitkoop van het kraakpand nu precies verlopen waren. In het dossier zaten daar stukken over: contracten, brieven, aantekeningen die ik nodig had om dat te kunnen reconstrueren. Toch belangrijk lijkt me omdat het een van de belangrijke motieven is geweest voor het delict.

Brief 18 mei 2007 (nog voor het proces):

[…] Zoals ik dinsdag al aangegeven heb wil ik graag de volgende dossiers nog ontvangen:
-Dossier IBN/Shurgard
-Technisch/tactisch dossier over de aanslagen (met o.a. artikelen/claimbrieven verschenen in Ravage)
-Dossier Krisus: de brieven/contracten/notities over de onderhandelingen over de uitkoop door Rodamco

Over ontbrekende stukken: naast het feit dat er geen (F)OSLO-confrontatie is geweest en de getuigenis van het meisje ontbreekt die een foto gemaakt zou hebben met haar mobieltje (Zie artikel Elsevier 17 november 2007), mis ik ook de dossiers over de overvallen op de GWK/ABNAmro vestigingen in Utrecht

Brief 15 maart 2008 (ná het proces dus):

[…] Er zijn nog wel een aantal zaken die geregeld moeten worden voordat de zaak afgesloten kan worden, ik wil namelijk graag mijn dossier compleet hebben. Ik mis nog steeds:

-De foto’s van de in beslaggenomen laboratoriumspullen en explosieven
-De resultaten van het NFI/EOD van de gevonden explosieven en de slagpijpjes (is besproken in de rechtszaal).
-De resultaten van het NFI/EOD van de gebruikte explosieven bij de acties (is besproken in de rechtszaal)
-Brieven van Rodamco over de uitkoop en andere stukken aangaande de onderhandelingen tussen Krisus en Rodamco (is besproken op de rechtszitting, maar ook hier kon ik me niet op voorbereiden want ik had de stukken niet)
-Kopietje van mijn kritiek op het rapport van Baneke dat is opgestuurd naar de OvJ.
Verder zou ik graag nog het requisitoir en het pleidooi willen ontvangen (en het liefst het hele verslag van de rechtbankzitting zoals opgetekend door de griffier)


Pas nadat ik zelf contact heb opgenomen met de officier van justitie, Aidan van Veen, heb ik de gevraagde dossiers ontvangen. Ik kreeg ze binnen een maand opgestuurd, terwijl ik er zeker anderhalf jaar op heb aangedrongen bij Ficq, en later ook bij H. Cremers.

Brief 7 oktober 2010 (bijna 3 jaar ná het proces dus!):

‘Geachte heer Van Veen,

Afgelopen maandag ontving ik van u de door mij opgevraagde stukken van het strafdossier. Dat is nu eindelijk compleet (afgezien van de digitale opnamen van de verhoren en de 3Dreconstructie, maar die zijn op dit moment niet van belang). Ik ben aangenaam verrast door uw snelle reactie. Ik heb namelijk wel eens iets anders meegemaakt. Want zoals ik eerder schreef heb ik bij mijn advocaat anderhalf jaar lang om die stukken gevraagd. Tevergeefs. En dat is allemaal des te opmerkelijker omdat u en ik tegenover elkaar in de rechtszaal hebben gestaan en u me in uw requisitoir niet gespaard heeft. Maar goed, dat hoort natuurlijk ook een beetje bij de rol die u als officier van justitie heeft. Dus bij deze wil ik u dan ook hartelijk bedanken voor uw medewerking.’

Uit de briefwisseling met Ficq blijkt ook dat ze op heel concrete en praktische vragen gewoon geen antwoord geeft:

Bijvoorbeeld de vragen in de brief van 30 juli 2007:

[…] Verder zou ik graag nog wat meer informatie willen hebben over het Syndroom van
Asperger. De informatie die je bij je laatste bezoek hebt meegegeven was erg verhelderend en nuttig (waarvoor dank!), maar ik zoek nog iets over:
-Criteria van de DSM IV test (voor zover ze afwijken van de ‘Differentiaalclassificatie
Autisme vs. Asperger’)
-Criteria voor PDD-NOS (bijvoorbeeld uit het Handbook of Autism, Cohen e.a. pp. 123-147)
-En eventueel iets meer over Asperger (ook te vinden in het Handbook of Autism, Cohen e.a. pp. 94-122) Ik ben met name geïnteresseerd in zg. ‘tegen-indicaties’
-De zg. Autisme-screenings-vragenlijst

Of 15 maart 2008:

[…] Verder heb ik nog wat praktische vragen over het verder verloop van de zaak.
-zijn er speciale condities voor levenslanggestraften? (voor keuze gevangenis/enkeldubbelcel/etc.)

-Hoe zit het met de toegewezen vorderingen? Hoeveel mag er op de
gevangenisrekening staan voordat et wordt ingehouden? Hetzelfde geldt voor boetes
van het CJIB 
-Kan ik nog een beroep op je doen bij bijvoorbeeld ongewenste publicaties van foto’s
of dagboekfragmenten?

 En tot slot heb ik nog enkele verzoeken:
-Als je nog telefoon of mail krijgt van uitgeverijen, journalisten, fans, groupies, etc.
dan mag je die doorsturen. Geldt ook voor hatemail.
-Kun je een paar krantenberichten over de zaak opsturen?

Ik heb overigens een verzoek tot overplaatsing ingediend naar de gevangenis. Als voorkeur heb ik Norgerhaven opgegeven. Ik geloof dat jij me ook hebt gezegd dat dat de beste keus is, maar ik zie het wel. Je kunt toch altijd opnieuw overplaatsing aanvragen ? Ook als levenslanggestrafte toch?

P.S.: Zou je het adres van de club anarchisten waar je het laatst over had en die op bezoek wilden komen kunnen doorgeven? Bij voorbaat dank.

Nooit meer iets van gehoord. Ze geeft dus ook niet de namen door van mensen die contact met me willen als ik daarom vraag. Want ze vertelt me voor het begin van de rechtszaak wel dat de telefoon roodgloeiend stond (en het leek er op dat ze hoopte dat uit mijn reactie te kunnen opmaken dat ik daar van genoot, van al die aandacht, als zou ik het daarvoor hebben gedaan) maar dat heb ik allemaal netjes afgehouden. Maar toen dus het vonnis kwam dat van geen kanten klopte had ik zoiets van: oké dan, als jullie het zo spelen, als jullie me levend begraven dan wil ik toch proberen nog een beetje contact met de buitenwereld te houden. Dus toen gaf ik Ficq door dat ze de namen van die mensen maar moest doorgeven. Reactie: helemaal niks!

Voor de complete correspondentie met Ficq zie Zwartboek Advocaten.

2] Ze licht me niet in over de berichten in de media/onderneemt geen actie tegen
beeldvorming

Wat betreft die beeldvorming het volgende: je zou verwachten dat als er al voordat het proces begonnen is allerlei negatieve berichten in de media verschijnen, je advocaat je daarvan op de hoogte stelt. Lijkt me wel belangrijk om te weten. Helemaal als blijkt die negatieve beeldvorming veroorzaakt is doordat er vanuit justitie informatie naar de pers wordt gelekt. Ze zou het alleen al moeten terugkoppelen om te controleren wat er van waar is. Maar dat heeft ze niet gedaan. En als ik er zelf om vraag om krantenberichten te sturen, doet ze dit maar één keer en wat ze stuurt is niet echt belangrijk. Want terwijl in de pers wordt beweerd dat ik een paranoïde indruk maak, meer mensen wilde liquideren en dat het motief voor de moord ontbreekt, komt zij aanzetten met een paar nietszeggende artikelen over het onderzoek tot aan de arrestatie.

Je zou ook verwachten dat als je cliënt in pers en door justitie zo negatief wordt weggezet dat je hem of haar daar niet alleen van op de hoogte stelt, maar er ook iets aan doet. Of het in ieder geval later in de rechtszaal naar voren brengt. Het is namelijk niet de normale gang van zaken dat je vooraf al veroordeeld wordt. Dat is aan de rechters en dat moet gebeuren op basis van feiten, niet op basis van beeldvorming waar de rechters immers ook aan blootstaan en door beïnvloed worden. Daar heeft ze niks mee gedaan. Sterker nog, in plaats van op te komen voor mijn belangen, neemt ze het op voor het OM:

[…]Benedicte Ficq weet over het lekken naar de pers één ding zeker: ‘Ik heb het niet
gedaan.’ Aangezien het strafdossier slechts in handen is van de rechter, de verdediging en het OM, vermoedt zij dat het lek in kringen van politie gezocht moet worden. ‘Op basis van reacties ga ik er vooralsnog vanuit dat er niet strategisch gelekt wordt door het OM. Dus zal het lek bij justitie zitten.’ Over het motief om het dagboek te lekken wenst zij geen uitsluitsel te geven, ‘dat zou speculeren zijn.’ De informatie uit het dagboek die is gelekt, is volgens Ficq tot op heden ‘erg beperkt. Ravage 7 april 2007.

‘Ik ga er vooralsnog vanuit dat er niet strategisch gelekt wordt door het OM’ Pardon?!
Wat stond er dan ook alweer in het AD een week voordat ze die uitspraak deed?

Moordenaar Sévèke ‘gefrustreerd’
31/03/07 00u07 AD

Nijmegen - De moordenaar van de linkse activist Louis Sévèke, de
38-jarige Martinus (Marcel) T., heeft er bij de ...

...politie op aangedrongen dat zijn familie wordt afgeschermd van de buitenwereld. In ruil daarvoor zou T. willen meewerken aan het onderzoek naar de moord en de serie overvallen waarvan hij wordt verdacht. T., die dinsdag na zijn uitlevering door Spanje aan Nederland direct de moord bekende, wordt tijdens ondervragingen nauwlettend in de gaten gehouden door gedragsdeskundigen. Ook worden video-opnames
gemaakt. De Rotterdammer zou een paranoïde indruk maken en lijden aan achtervolgingswaanzin. 

Juist ja. En daarna ging het van kwaad tot erger. Met als mooiste voorbeeld van het niet strategisch lekken door het OM:

Sévèke was de eerste in wraakmissie
Van onze verslaggever John Schoorl/ Volkskrant - 04/07/07

De moord op Louis Sévèke in november 2005 zou het begin zijn van een reeks
afrekeningen in het Nijmeegse krakersmilieu. Marcel T., die vandaag terecht
staat voor de rechtbank in Arnhem, wilde uit wraak meer slachtoffers in krakerskringen maken. Na de dood van de linkse activist, schrok hij echter zo van de reacties dat verdere liquidaties zijn uitgebleven. Dit zeggen bronnen rond het onderzoek naar de moord op Sévèke.

Toen ik er zelf achter kwam hoe negatief de berichten waren en wat er allemaal in beweerd werd: ‘Hij maakt paranoïde indruk’, ‘Hij wilde meer mensen liquideren’, ‘Motief ontbreekt’, etc., heb ik natuurlijk meteen tegen Ficq gezegd dat we daar iets aan moesten doen. In ieder geval duidelijk maken dat het motief niet ontbreekt, dat er geen sprake is van paranoia, etc (zie o.a. brieven 18 en 29 mei 2007, bijlagen 5.1). En ik doe voorstellen hoe dat te bewerkstelligen. Maar nee hoor, daar wil ze niet aan. Ze heeft haar eigen verdedigingstrategie. En die zet ze gewoon door. En daarbij speelt ze uiteindelijk zélf een rol in de negatieve beeldvorming. Feitelijk doet ze er nog een schepje bovenop, o.a. door in de rechtszaal te beweren dat het motief ook volgens haar ontbreekt, het zou te wijten zijn aan fantasie, de behoefte aan aandacht, de autistische stoornis. Ze noemt me en passant ook nog een internet-freak (waar ze
dat vandaan haalt weet ik ook niet, ik heb nog nooit een internetaansluiting gehad), etc. En ze houdt dat tot het einde toe vol. Want na het vonnis en het afzien van hoger beroep valt er dit te lezen in de krant: ‘Zij wil niet ingaan waarom T. bereid is om de rest van zijn leven achter de tralies te slijten. Zij vindt die te persoonlijk van aard.’. Te persoonlijk van aard?! De belangrijkste reden om niet in hoger beroep te gaan was dat ik een eerlijk proces, gebaseerd op waarheidsvinding en feiten, uitgesloten achtte, juist door de beeldvorming en maatschappelijke druk (zie brief 15 maart 2008). In de zaak tegen Dino Soerel en Gwenneth M. weet Ficq wel wat ze moet doen. Ze brengt in de media naar voren dat de wijze waarop die haar cliënt presenteert niet kan.

Panorama nr.12, 2010: ‘Het Openbaar Ministerie zou er goed aan doen op te houden met het voeren van parallelle mediaprocessen, waarin verdachten, zo ook mijn cliënt Gwenneth M., worden opgeblazen tot proporties die niet stroken met de feiten. De invloed van deze onjuiste beeldvorming via de media kan leiden tot onzuiverheden in het strafproces, hetgeen zeer ongewenst is.’

Teletekst 29/8/2010: Advocaat: mediahype rond Dino Soerel
‘Dino Soerel dreigt het slachtoffer te worden van een mediahype. Dat zegt een van zijn
advocaten, B. Ficq. De pers zou allerlei verhalen overnemen uit dubieuze bronnen.
Soerel werd gisteren door agenten uit zijn schuiladres in Amsterdam gehaald. Justitie ziet hem als topcrimineel. Hij werd gezocht omdat hij tot 8 jaar cel is veroordeeld in een grote drugszaak. Ficq heeft er geen goed woord voor over dat de recherche en justitie na Soerels arrestatie een persconferentie
hebben gehouden. “Hij is nog net niet aan het volk getoond”, zegt ze.’
Benedicte Ficq zit die dag in elk tv-programma om voor haar cliënt op te komen. Maar die client heeft natuurlijk wel geld… 
 
3] Ze negeert een getuige die mijn verhaal bevestigt.

Zoals gezegd, dring ik er bij Ficq op aan om de motieven duidelijk te maken en de beeldvorming/berichtgeving te corrigeren. Zie bijvoorbeeld de brief van 18 mei 2007 (zie bijlagen):

[…]N.a.v. het bezoek dinsdag jl. het volgende: ik stel het zeer op prijs dat er gezocht wordt naar de best mogelijke verdedigingsstrategie, maar het voorstel om de verklaringen in te trekken en de rechter voor te houden dat het motief ontbreekt evenals overtuigend bewijs, lijkt me geen goed idee..

En 29 mei 2007 (bijlagen 5.1):

[…] Want ik wil namelijk niet het risico lopen dat de indruk ontstaat dat de moord op Louis Sévèke ingegeven is door ‘waanideeën’. Ten eerste omdat het niet waar is, en ten tweede omdat het gevolgen heeft voor de straf én mijn geloofwaardigheid. (Ook mede daarom kies ik liever niet voor tbs)

[…]Ik wil voorkomen dat in de rechtszaal het motief afgedaan wordt met ‘gebaseerd op
waanideeën’. Ik hoop daarom dat deze toelichting overtuigend genoeg is en dat je me hierin steunt. Ik denk in ieder geval dat het toch een aantal zaken opgenoemd heb die concreet en controleerbaar zijn (bijvoorbeeld de artikelen in Ravage, Vrij Nederland, de andere publicaties die ik genoemd heb) Misschien is het handig ze te verzamelen, voor zover ze nog niet in het dossier zitten.

In diezelfde brief is te lezen dat Ficq mij telefonisch heeft meegedeeld dat een getuige zich bij haar heeft gemeld, die mijn beweringen ondersteunt. Die getuigenverklaring maakt dus duidelijk dat het geen paranoia is, en dat ik me niks heb ingebeeld zoals in de pers beweerd is. En daarmee is er dus ook meteen de bewering dat het motief ontbreekt naar het rijk der fabelen gestuurd. Je zou dus verwachten dat een advocaat dit geschenk uit de hemel met beide handen aangrijpt, maar Ficq niet. Want zoals gezegd, ze heeft haar eigen plan, en gaat daarbij geheel voorbij aan mijn wensen. Wensen die ik ook duidelijk aan haar kenbaar heb gemaakt. Die getuige heeft overigens ook al eerder van zich laten horen, namelijk in een artikel van John Schoorl in de Volkskrant (zie bijlagen 6.2.1). Hij vertelt daarin over de screening, het inwinnen van informatie uit de omgeving van een verdacht persoon en de achtervolgingen. Dit komt dus naast alle andere publicaties die hetzelfde beeld geven, en naast mijn eigen verhaal natuurlijk. Bij het onderzoek in het PBC doet hij zijn hele verhaal nog een keer. En bevestigt ook dat ze binnen de beweging wel degelijk wisten dat ik met die acties te maken had. Bevestigt het wantrouwen tegen nieuwelingen in zijn algemeenheid en mij in het bijzonder in de Nijmeegse kraakscene van destijds. Je zou zeggen: uitgelezen kans om aan te tonen dat het geen paranoia is, dat het motief niet ontbreekt, etc. (Zie 6.2 Wantrouwen, voor verdere informatie over de getuige en zijn verklaringen.)

Dus Ficq krijgt een getuige op een presenteerblaadje aangereikt, maar doet er niets mee. Logisch ook, het stuurt haar hele plan in de war. Daarover meer bij het volgende punt. 
 
4] Ze stuurt aan op tbs

Ik heb sterk getwijfeld om mee te werken aan de psychologische onderzoeken. Ik was bevreesd voor de uitkomst van dergelijke onderzoeken, niet zozeer omdat ik twijfel aan mijn geestelijke gezondheid, maar wel aan de deskundigheid en betrouwbaarheid van de onderzoekers. Voor de arrestatie schreef ik al in de autobiografie dat het ze goed uit zou komen mij voor gek te laten verklaren: ’Ze kunnen me natuurlijk ook op laten pakken en voor gek laten verklaren, er is altijd wel een idioot te vinden die zo’n rapportje wil schrijven’. Dat is bij eerdere politieke processen ook gebeurd (zie ook Deel II, Intermezzo II). Het is een manier om iemand onschadelijk te maken, want niemand neemt je nog serieus als je zo’n stempel hebt gekregen. Al bewijs je uiteindelijk dat je helemaal niet gedaan hebt. Vanuit een tbs-kliniek gelooft niemand dat. Zoals gezegd, aan mijn geestelijke gezondheid twijfel ik niet, ik zit psychologisch beter in elkaar dan de gemiddelde Nederlander. Maar ik was ondermeer bevreesd
dat door mijn (vrijwillige gekozen) solistische levensstijl, ze het wel heel makkelijk
zouden hebben om me om het even welk stempel op te drukken, simpelweg omdat er niemand is die het voor me op kan nemen, omdat er niemand is die me echt kent. En dan kunnen ze van alles gaan beweren. Dat zou gewoon iets te makkelijk voor ze zijn. En gezien dat politiek gezien zeer opportuun zou zijn wilde ik eigenlijk niet meewerken. Een goede advocaat zou in zo’n geval dan gewoon geadviseerd hebben om niet mee te werken met het onderzoek, want zonder een (volledig) onderzoek kan eigenlijk geen tbs opgelegd worden. Daar is niet zo lang na de rechtszaak nog een hoop om te doen geweest. Het tbs systeem dreigt vast te lopen juist omdat alle advocaten hun cliënten adviseren niet mee te werken. Zie bijvoorbeeld het artikel Gerlof Leistra in de Elsevier van 15 augustus 2009:

‘De tbs-maatregel is vooral bedoeld om de samenleving te beveiligen tegen gestoorde
criminelen. De behandeling is daaraan ondergeschikt. Steeds meer advocaten boycotten het systeem echter openlijk en adviseren hun cliënten om niet mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek. Zonder een volledig advies van het Pieter Baan Centrum (PBC) – de psychiatrische observatiekliniek van het ministerie van Justitie – is het voor rechters lastig om tbs op te leggen. Het Openbaar Ministerie vreest daardoor meer recidive en noemt de situatie zorgelijk.’

Of Pim de Vos in Advocaat of maffiamaat:

‘Uiterst zorgwekkend is dat sommige advocaten in verband met het tekortschieten van de tbs-instellingen er noodgedwongen toe zijn overgegaan om hu cliënten te adviseren om er alles wat mogelijk is aan te doen om geen tbs te krijgen. Dat betekent in concreto dat zij hun cliënt het advies geven om niet mee te werken aan een psychologisch onderzoek, zodat de rechter niet beschikt over een rapport van een deskundige dat het opleggen van de maatregel van tbs rechtvaardigt. Veel advocaten vinden het risico dat in het huidige tijdsgewricht tbs betekent dat je levenslang krijgt te groot en adviseren hun cliënt om maar een (veel) langere gevangenisstraf te accepteren. ‘Dan weet je tenminste wanneer je vrijkomt.’ Het grootste probleem is dat hun cliënten dan na (tweederde van) hun straf te hebben uitgezeten onbehandeld op vrije voeten komen. Sommigen zijn dan een wandelende tijdbom die elk moment kan exploderen. Toch is zo’n advies bezien vanuit het belang van de cliënt (en daar staat de advocaat voor) niet onbegrijpelijk.’

De advocaat staat voor het belang van de cliënt… Maar niet de mijne dus. Want volgens haar was het beter om gewoon mee te werken: ‘Zo’n onderzoek doen ze bij geweldsdelicten altijd… Ik zal zelf wel een deskundige aanwijzen…’ Ficq heeft vervolgens inderdaad de officier van justitie verzocht om zelf een ‘deskundige deskundige’ (letterlijk citaat, zie bijlage) te mogen aanwijzen. Dus in mijn naïviteit denk ik: ze kiest dan vast een ‘deskundige’ die het goed met me voor heeft. En dan komt er een rapport dat positief voor mij is. Tenslotte behartigt ze toch mijn belangen? Ze verdedigt toch mijn zaak? Dat heeft me doen besluiten toch mijn medewerking te verlenen aan het psychologische onderzoek. Een grotere fout had ik niet kunnen maken. Want als de onderzoeken eenmaal bezig zijn, probeert Ficq mij te overtuigen om voor tbs te kiezen. Ze heeft me op allerlei manieren proberen over de streep te
trekken: ‘Ga nou voor tbs, dan ben je het snelst weer buiten… Je kunt ook al tijdens je straf aan de behandeling beginnen… Dan zit je beter…’ Etc. Ze heeft het zelfs voor me uitgetekend:  


Ik zag uiteraard niets in haar plan. Niet alleen omdat ik geen zin had om me voor gek te laten verklaren, maar ook omdat ik niet zo van de spelletjes ben. Het gaat mij om de waarheid. Dat heb ik haar ook laten weten. Zowel in gesprekken als in correspondentie. Zoals uit de brieven van 18 en 29 mei 2007 blijkt, heb ik duidelijk aangegeven dat ik haar voorstel afwijs om mijn bekentenis in te trekken en de rechter voor te houden dat het motief ontbreekt en op die manier te kiezen voor tbs. (Toen ze de eerste keer bij mij op bezoek kwam op het politiebureau van Nijmegen, was het eerste wat ze zei dat ik mijn bekentenis weer in moest trekken, bijna nog voor ze zich voorgesteld had.)

Brief 18 mei 2007:

[…]N.a.v. het bezoek dinsdag jl. het volgende: ik stel het zeer op prijs dat er gezocht wordt naar de best mogelijke verdedigingstrategie, maar het voorstel om de verklaringen in te trekken en de rechter voor te houden dat het motief ontbreekt evenals overtuigend bewijs, lijkt me geen goed idee.
Vooral omdat het niet mijn stijl is, en ook omdat ik de kans van slagen niet erg hoog inschat. Bovendien is de gevangenisstraf voor de overige zaken al zo hoog dat ik net zo goed open kaart kan (blijven) spelen.

Ik ben tevreden als de volgende punten gerealiseerd worden:
-Snelle afhandeling/uitspraak, liefst 4 juli
-Liever een langere – maar vastliggende – gevangenisstraf dan tbs
-Plaatsing in een gevangenis met een soepel regime
-Alleen op cel
-Geen beperkingen (i.v.m. ‘vluchtgevaar’ kan ik bijvoorbeeld niet naar de arbeid en kom ik niet in aanmerking voor de functie reiniger)

Ik weet niet in hoeverre je je hierin kunt vinden, en of er zo nog wel eer aan te behalen valt voor je, maar dat hoor ik wel.

En brief 29 mei 2007:

[…] Want ik wil namelijk niet het risico lopen dat de indruk ontstaat dat de moord op Louis Sévèke ingegeven is door ‘waanideeën’. Ten eerste omdat het niet waar is, en ten tweede omdat het gevolgen heeft voor de straf én mijn geloofwaardigheid. (Ook mede daarom kies ik liever niet voor tbs)

En rara wat is uiteindelijk het resultaat van het psychologisch onderzoek? Natuurlijk: tbs-advies. Dhr. Baneke en mevr. Kaiser hebben samen een rapport weten te fabriceren dat niets meer en niets minder is dan een poging mijn weggestopt te krijgen in een gekkenhuis (meer hierover in hoofdstuk 7).

Dus het lijkt er sterk op dat Ficq heeft aangestuurd op een gevangenisstraf plus tbs. Niet alleen door mij te overtuigen mee te werken aan een onderzoek. Maar ook door bij mijn ouders te blijven aandringen om vooral toch aan het milieu-onderzoek mee te werken. Terwijl ook zij duidelijk hebben laten blijken daar helemaal geen zin in te hebben, en met rust gelaten te willen worden. Op die manier heeft ze er dus voor gezorgd dat er uiteindelijk een triple disciplinair rapport kwam te liggen met tbs-advies (zo’n triple-disciplinair rapport is noodzakelijk om tbs op te kunnen leggen). Met dank aan de ‘deskundige deskundigen’. En daarbij is ze dus volledig voorbij gegaan aan mijn wensen. Want zoals gezegd ik heb er vanaf het begin af aan op aangedrongen mijn motieven te verduidelijken, de beeldvorming recht te zetten en zeker niet te kiezen voor tbs, etc. Maar tevergeefs dus. Als ik het zo allemaal achteraf beoordeel, heeft ze de zaak aangenomen voor gratis publiciteit en stonden haar eigen belangen voorop, niet de mijne. Tenslotte lijkt ze nog heel wat bereikt te hebben voor een bekennende verdachte als bij een eis levenslang er een straf uitkomt van 12 jaar en tbs. Om succesvol over te komen was voor Ficq een veroordeling tot tbs dus het meest opportuun. En daar heeft ze dus flink haar best voor gedaan.

Voor wie dit wat te ver gezocht is, en niet gelooft dat advocaten zo te werk kunnen gaan, citeer ik uit Klinkhamer, tussen woord en moord, pag. 200: ‘In de tijd dat klinkhamer in het Pieter Baan Centrum verbleef had een nieuwe advocaat zich over zijn zaak ontfermd: Willem Anker (1953). Klinkhamer wist via Ton van Dijk dat Anker geïnteresseerd was. Hij stapte over van advocaat Gosselaar, die weinig ervaring had met zware strafzaken, naar de nationaal bekende Anker. Anker was bereid om hem pro Deo te verdedigen. Het afzien van het honorarium werd goedgemaakt door de (inter)nationale mediabelangstelling.’

En pagina 201: ‘Klinkhamers zaak was voor de advocaat niet zo ingewikkeld, hij had immers al bekend. Dat was eigenlijk “jammer”, al wil de advocaat dat niet zo uitdrukken. “Hij is natuurlijk eerder als verdachte in beeld geweest en ze moesten hem laten lopen. Het feit dat het lijk in zijn tuin wordt aangetroffen betekent niet automatisch dat hij de dader is. Hij is dan wel verdacht, maar nog niet schuldig aan moord; daar zitten nog een aantal schakels tussen. Zonder bekentenis had justitie een behoorlijke kluif aan de zaak gehad. Juridisch-technisch betekent een snelle bekentenis voor de advocaat dat je alleen nog maar op de strafmaat kunt duiken. En dat heb ik ook gedaan.”’

Ook voor het OM geldt dat tbs het meest opportuun was. En ook zij hebben er op aangestuurd. Dat blijkt uit het feit dat de officier van justitie al op 3 april 2007 om een zogenaamde ‘triple-rapportage’ vraagt (zie bijlagen 5.1) Zo’n triple-rapportage is noodzakelijk om tbs op te kunnen leggen, dus als er vooraf al aan tbs wordt gedacht wordt meteen zo’n uitgebreid rapport gemaakt: ‘Voor het opleggen van een tbs moet vanuit minimaal twee disciplines zijn gerapporteerd, meestal door een psychiater en een psycholoog van een van de Forensisch Psychiatrische Diensten in ons land (FPD). Bij de zogeheten ‘triple’ (drievoudige) rapportage, door de FPD of door het Pieter Baan Centrum (PBC), komt er ook een rapport van een reclasseringsambtenaar. De rapportage kan zowel ambulant als klinisch gebeuren […] Verblijft de verdachte in het Huis van Bewaring, dan wordt hij daar onderzocht door een gedragskundige van de FPD. Denkt men vooraf al aan tbs, dan zal meestal ook een maatschappelijk werker van de FPD een rapport uitbrengen.’ Bron: Wat iedere Nederlander zou moeten weten over tbs, Julie Feldbrugge. Ook het feit dat ze het proces binnen drie maanden al wilden laten plaatsvinden, namelijk op 4 juli 2007, en er maar één dag voor uitgetrokken was en ze de aanslagen in eerste instantie helemaal niet mee wilden nemen, wijst er op dat ze me gewoon snel voor gek wilden laten verklaren om overal vanaf te zijn (zie brief OvJ aan FPD in bijlagen). Want hoe kun je in hemelsnaam zo’n omvangrijk dossier binnen drie maanden voorbereiden en behandelen in één dag? Zelfs voor het proces tegen verslavingsdeskundige Keith Bakker vanwege zijn wat ongebruikelijke therapeutische technieken zijn vier zittingsdagen uitgetrokken, en het heeft misschien wel en jaar geduurd voordat het proces van start ging!

Door deze ellende, veroorzaakt door Baneke c.s., zie ik mij genoodzaakt een contra-expertise aan te vragen in het PBC. En ook hierin is Ficq allesbehalve behulpzaam. Want ik stel een brief op en formuleer mijn kritiek op het FPD-rapport en wil dat vooraf naar het PBC sturen. Ik vraag Ficq om het door te sturen. Ik kom er pas achteraf achter dat ze dat helemaal niet gedaan heeft. Het zou in mijn nadeel gewerkt hebben, hield ze me voor. En als ik tijdens dat onderzoek vraag me nog wat extra informatie te sturen over psychologische onderwerpen waar ik iets meer van wil weten, doet ze dat ook niet. En als ik uit het PBC kom en de rechtszaak voor de deur staat, wil ik mijn kritiek op het FPD-rapport opnieuw op papier zetten en vraag haar daarvoor een extra exemplaar. U raadt het al: stuurt ze niet op, waardoor ik mij genoodzaakt zie mijn eigen en enige exemplaar met de aantekeningen op te sturen. Door haar vertragingstactiek is dat nog bijna te laat bij de rechtbank. Tot slot, deel ik haar voor aanvang van de rechtszaak mee dat ik niet wil dat er aandacht wordt gegeven aan het onderzoek van
Baneke c.s., ik wil ook niet dat hij de kans krijgt aan het woord te komen. Zijn onderzoek hoort tenslotte thuis in de prullenbak. En wat denk je, tot mijn grote verbazing begint ze die gast in de rechtszaal vragen te stellen! Zodat hij aan het woord komt en de gelegenheid krijgt zijn zegje te doen, met alle te verwachten nadelige gevolgen voor mij vandien. Want hij probeert zich er uit te lullen, ten koste van mij. Begint over katten die ik van de trap gegooid zou hebben of vastgespijkerd aan een deur, etc. (zie brief aan Ficq van 15 maart 2008 in bijlagen 4.2.1) En nog zoiets: het FPD-rapport werd breed uitgemeten in de media. Ik werd weggezet als autist, zonder inlevingsvermogen, zonder geweten, etc. Dit versterkte de negatieve beeldvorming die er door het tactisch lekken van de recherche toch al was, enorm. Daarom stelde ik Ficq voor nadat uit het PBC rapport bleek dat geen enkele(!) beschuldiging(!) van het FPD-rapport bleek te kloppen en ik gewoon volledig toerekeningsvatbaar was (wat ik wel wist vanaf het begin) dit ook naar buiten te brengen. Om tenminste iets tegenover die bewust gecreëerde beeldvorming te zetten. Maar dat wilde ze niet. Ze moest eerst het rapport zelf zien. Dus daar wilde ze op wachten. Terwijl het proces voor de deur stond. En bellen om zo in ieder geval de belangrijkste conclusies bevestigd te krijgen wilde ze
ook niet…

[5] Zomaar wat details

Uit de brieven lijk je te kunnen opmaken dat onze verstandhouding goed was, en dat was het ook. En dat komt omdat het, net zoals bij goede oplichters, altijd achteraf pas duidelijk wordt dat je genaaid bent. Zo ook hier. Bovendien speelt een rol dat ik (en dat bewijst dit hele gedoe ironisch genoeg nog maar eens) nog steeds erg goed van vertrouwen ben, meegaand ben, veel tolereer, en mensen een tweede kans geef. Vandaar dat ik er pas achter kwam toen het te laat was. Hoewel er wel aanwijzingen waren dat er iets niet klopte. Want aan haar vragen en opstelling als ze op bezoek komt merk ik een zekere antipathie. Ze wil vaak na een half uur al weg, terwijl ze een uur geboekt heeft, aantekeningen maakt ze niet, en aan haar vragen lijkt bevestiging te zoeken van al die onzin die beweerd wordt. Over het meisje waar ik verliefd op was: ‘Je hebt haar zeker ook gestalked of niet?’ (Stalking levert trouwens ook automatisch tbs op…) Oftewel, ik had wel een voorgevoel dat er iets niet klopte. Maar ik negeerde de signalen.
En er waren meer van die kleine dingen waaruit ik op had kunnen maken dat ze niet bezig was voor mijn belangen op te komen, maar dat ze me bespeelde. Zo vroeg ik haar te regelen dat ik op enkel cel terecht zou komen. Later deelt ze me enthousiast mee: het is me gelukt! Nu weet ik dat sowieso bijna niemand op dubbel zit en mensen die vluchtgevaarlijk zijn en voor een levensdelict in voorlopige hechtenis zitten komen al helemaal niet in aanmerking voor dubbelcel: die moeten(!) op enkel cel. Dat heeft zij dus allemaal voor elkaar gekregen… En dan is het ook nog interessant om te kijken hoe ze dat gedaan heeft: in een brief aan de ovj voert ze aan dat plaatsing op dubbelcel ‘zijn psychische draagkracht te boven gaat’(zie bijlagen brief 5 april 2007). Dit is het zoveelste voorbeeld waarin ze zelf net zo hard meewerkt aan de negatieve beeldvorming (en veroordeling tot tbs). Ik had gewoon geen zin om 24 uur per dag met een of andere mongool opgesloten te zitten. Geen zin om zijn scheten te ruiken, zijn gelul te moeten aanhoren, en niet kunnen slapen omdat hij snurkt of tv blijft kijken, geen hap meer door mijn keel krijgen omdat hij gaat zitten schijten, tegen zijn posters
met naakte vrouwen te moeten aankijken, om te kijken hoe hij zijn nagels knipt en aan zijn kont krabt, etc., etc. Dat had ze ook kunnen zeggen. Ik zou het met een vrouw nog niet eens uithouden…
Ook opmerkingen als: ‘Misschien vind je in de gevangenis je grote liefde wel.’ of ‘Morgen gaan we naar de slachtbank.’ Geven ook aan hoe ze in de zaak staat. Ze vertelde me ook dat ik beter niet naar de uitspraak kon gaan. En later in de krant lees ik dan: ‘Mijn cliënt had betere dingen te doen’ of iets dergelijks.

Conclusie: Ze is niet voor mijn belangen opgekomen, maar heeft vooral haar eigenbelang laten prevaleren, ten koste van mij. Ze heeft me alleen verder in de problemen gebracht. En ze heeft daarbij dus volledig in strijd met Art. 46 van het advocatenrecht gehandeld. (Ik hoorde later B. Ficq in een praatprogramma bij Het Gesprek nog zeggen dat ze best een bitch kan zijn en dat ze liever lui dan moe is… I rest my case.) 
 
5.1 Bijlagen De fouten van Ficq:

 Bron: dossier / brief 3 april 2007

Brief Ficq aan OvJ, 5 april 2007. Bron: dossier  

Brief OvJ aan FPD 13 april 2007. Bron: dossier

1 van 7


 Arnhem, 18 mei 2007


Geachte mevrouw Ficq,

N.a.v. het bezoek dinsdag jl. het volgende: ik stel het zeer op prijs dat er gezocht wordt naar de best mogelijke verdedigingsstrategie, maar het voorstel om de verklaringen in te trekken en de rechter voor te houden dat het motief ontbreekt evenals overtuigend bewijs, lijkt me geen goed idee.
Vooral omdat het niet mijn stijl is, en ook omdat ik de kans van slagen niet erg hoog inschat. Bovendien is de gevangenisstraf voor de overige zaken al zo hoog dat ik net zo goed open kaart kan (blijven) spelen.

Ik ben tevreden als de volgende punten gerealiseerd worden:
-Snelle afhandeling/uitspraak, liefst 4 juli
-Liever een langere – maar vastliggende – gevangenisstraf dan tbs
-Plaatsing in een gevangenis met een soepel regime
-Alleen op cel
-Geen beperkingen (i.v.m. ‘vluchtgevaar’ kan ik bijvoorbeeld niet naar de arbeid en kom ik niet in aanmerking voor de functie reiniger)

Ik weet niet in hoeverre je je hierin kunt vinden, en of er zo nog wel eer aan te behalen valt voor je, maar dat hoor ik wel.

Zoals ik dinsdag al aangegeven heb wil ik graag de volgende dossiers nog ontvangen:
-Dossier IBN/Shurgard
-Technisch/tactisch dossier over de aanslagen (met o.a. artikelen/claimbrieven verschenen in Ravage)
-Dossier Krisus: de brieven/contracten/notities over de onderhandelingen over de uitkoop door Rodamco
-En verder zoek ik nog de adressen van de gevangenissen in Linconshire en Nottinghamshire in Engeland en van Madrid IV in Spanje.

Over ontbrekende stukken: naast het feit dat er geen (f)OSLO-confrontatie is geweest en de getuigenis van het meisje ontbreekt die een foto gemaakt zou hebben met haar mobieltje (Zie artikel Elsevier 17 november 2007), mis ik ook de dossiers over de overvallen op de GWK/ABNAmro vestigingen in Utrecht

Voor wat betreft de aandacht voor journalisten voor de autobiografie: ik zit er aan te denken eventueel zelf gedeelten via Internet beschikbaar te stellen (misschien in combinatie met Bedankt en tot ziens!) om zo te voorkomen dat het complete verhaal op straat komt te liggen. 
 
De vraag is of dit een goed idee is, en zo ja of je mij daarbij kunt helpen (met een laptop op cel en een half uurtje Internet toegang had ik het zelf kunnen doen). Ik zit in ieder geval wel te springen om een uitdraai van Thank you , see ya! (zit het ook niet gewoon ergens in het dossier?)

Om af te sluiten: het ‘huiswerk’ zit bijgesloten, evenals een korte uitleg over het motief.
Alvast bedankt voor de moeite.

Met vriendelijke groet,

M.H.T.M. Teunissen
3972685
P.I. Arnhem-Zuid
Ir. Molsweg 5
6834 AA Arnhem 

Opmerkingen over het ‘ontbreken van het motief’

Ik heb dinsdag al aangegeven dat ik erg verbaasd ben, en ook enigszins geschrokken van de getuigenverklaringen van Frank Schoenmaeckers en Chris A. Ik had namelijk verwacht dat ze zouden verklaren dat ik inderdaad als (mogelijk ) infiltrant werd gezien. Ik heb ook al aangegeven dat die overtuiging niet berust op paranoia maar is voortgekomen uit een reeks van gebeurtenissen en aanwijzingen.

Ik zal hier een aantal gebeurtenissen opnoemen die mij toendertijd het idee gaven dat ze niet vertrouwden en zagen als (mogelijke) infiltrant in de beweging.

-Na de actie bij BASF in Arnhem en het opeisen namens het ELF middels de claimbrieven, verschenen er in Ravage artikelen waarin het ELF openlijk werd aangevallen en sommige schrijvers vroegen zich af of het misschien het werk was van provocateurs (zie dossier)

-Chris A. was op de hoogte van mijne experimenten met explosieven. Ik hem een keer TATP ( primaire springstof) laten zien (Dat was op mijn kamer in de Dorpsstraat), Hij wist ook van de handleidingen die ik geschreven had (met het voorwoord waarin opgeroepen wordt tot ‘anti-kapitalistisch verzet door het toebrengen van economische schade door sabotage bij onder andere milieuvervuilende bedrijven’) We zijn die handleidingen op zijn verzoek een keer wezen afgeven aan iemand in Amsterdam. Verder was Chris ook op de hoogte van mijn politieke ideeën. En dat was allemaal al ver voor de acties plaatsvonden. Bovendien was hij op de hoogte van de autodiefstallen (we zijn een keer in een gestolen Mazda 626 naar Den Haag gereden. Chris was ook altijd diegene die me na een actie of artikel van mijn hand kwam opzoeken en er naar informeerde

Het lijkt me dus niet erg ver gezocht om er vanuit te gaan dat Chris wel een vermoeden moet hebben gehad dat ik met de acties te maken had. En gezien zijn vriendschap met Louis is het ook niet vergezocht dat die ervan op de hoogte was.

Maar er was nog veel meer aan de hand. Bijvoorbeeld dat met enige regelmaat op mijn kamer werd rondgeneusd in mijn afwezigheid.
En zo is bijvoorbeeld het gedrag van mijn huisgenoten, evenals van de mensen in de ‘linkse’ kroeg waar ik kwam, ineens opgeslagen. Op een gegeven moment werd ik gemeden, gingen deuren op slot, werd ik ‘vuil’ aangekeken en werden er rare vragen gesteld en opmerkingen gemaakt.
Wat moet ik er van denken als de huisbaas begint over tijdsmechanismen? Of als Louis (in gezelschap van Frank of Remco H., en gezeten in de Klinker) vraagt of ik ook niet naar Griekenland moet? (In de tijd is voormalig informant Cees van Lieshout ontmaskerd en getraceerd op Kreta) Of als mensen op de hoogte blijken te zijn van persoonlijke dingen die ik ze nooit verteld heb, en die ze helemaal niet kunnen weten. Kijk, ik ben de eerste om toe te geven dat het hier nu allemaal niet erg overtuigend overkomt en dat soort dingen voor vele interpretaties vatbaar zijn. En ik sluit ook niet uit dat ik toendertijd de dingen verkeerd heb geïnterpreteerd. Wat ik alleen hier mee wil aangeven is dat de overtuiging dat ze mij als infiltrant zagen niet uit de lucht is komen te vallen. Een aantal zaken is bewijsbaar: de stukken in Ravage, de getuigenverklaringen die mijn verhaal ondersteunen en bijvoorbeeld een stuk in
de Volkskrant over hoe het er aan toe ging in die tijd en dat er ‘screening’ plaatsvond. 
 
Bovendien, heel belangrijk, is het niet het enige motief voor de moord geweest. Zoals ook uit de ‘autobiografie’ blijkt was ik in die tijd (periode na april ’96) wel diep teleurgesteld en beledigd door hun houding, en is er een afkeer van de ‘radikaal linkse’ scene ontstaan, maar over wraak en rekeningen vereffenen wordt er niets gezegd (Zie Autobiografie pag. 63-69) Daarna volgt een periode met veel drank en niet meer weten waarheen en waarvoor. En pas na de gebeurtenissen in Krisus is er sprake van dat er een rekening vereffend moet worden. En zoals ook uit de autobiografie blijkt is het ook het klassieke verhaal van de emmer en de druppel, en er niet in slagen een plek te vinden waar je thuishoort, met een beetje liefde, warmte en vriendschap. Cru gezegd: er was een laatste druppel en Louis heeft de emmer over zich heen gekregen.

Chronologische Volgorde Belangrijkste Feiten

Strafbare feiten: Ontwikkelen/testen explosieven, Opzetten XTC-lab, schrijven handleidingen
Datum: begin jaren negentig.
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen
Bewoners: Sonja B., Angela, Martine S.

Strafbare feiten: Acties BASF/Shell/BP
Datum: begin jaren negentig (voor precieze datum: zie dossierstukken. Heb ik nog niet)
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen

Feiten: Medewerker boekwinkel Assata (gevestigd in kraakpand De Grote Broek)
Datum: begin jaren negentig.
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen
Collega’s Assata: Iwan van D, Brenda, Hilde Marion, Lisette, e.a.
Bewoners Grote Broek: o.a. Frank Schoenmaeckers, Louis Sévèke, Marianne Docters van Leeuwen.

Strafbare feiten: autodiefstal
Datum: eind ’94- zomer ’95 (ook arrestatie)
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen

Strafbare feiten: acties tegen de hervatte kernproeven inde Stille Zuidzee door Frankrijk, gericht tegen de Credit Lyonnais in Arnhem en Nijmegen
Datum: 17 november 1995
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen

Strafbare feiten: Actie tegen Banque Parisbas aan de Jans Binnensingel in Arnhem
Datum: 1 januari 1996
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen
Aanleiding voor de oprichting van het rechercheteam ‘Bastion’, met medewerking van BVD.

Strafbare feiten: Actie tegen BASF in Arnhem
Datum: begin maart 1996
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen

Feiten: Rechtzaak autodiefstallen
Datum: maart 1996 
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen

Strafbare feiten: opeisen acties namens het Earth Liberation Front (E.L.F.) middels
claimbrieven/ingezonden brieven naar Ravage
Datum: medio ‘96
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen
Opmerking: Politie doet inval bij Ravage en er verschijnen artikelen in datzelfde blad gericht tegen het ELF (zie dossierstukken)

Feiten: 5 weken gevangenisstraf autodiefstal, Koepelgevangenis Arnhem
Datum: februari 1997
Woonplaats: Dorpsstraat 116 Nijmegen

Feiten: na een periode van veel drank en geen vrouwen en een korte periode van dakloosheid verhuisd naar Krisus
Datum: begin ‘98
Woonplaats: Scheidemakershof 45 Nijmegen
Bewoners: Martin/’Mees’/Theun/Bodil/Dora&Martijn/Lavrans/Martijn/Daphne
Opmerking: zie notitie autobiografie pag. 63,67,68

Strafbare feiten: overval GWK station Nijmegen
Datum: 27 juli 1999
Woonplaats: Scheidemakershof 45

Feit: onderhandelingen met Rodamco over uitkoop
Datum: medio 2000
Woonplaats: Scheidemakershof 45 Nijmegen
Bewoners: Martin/’Mees’/Theun/Bodil/Dora&Martijn/Lavrans/Martijn/Daphne
Opmerking: Door toedoen van de bewoners die zwichten voor de druk vanuit de
kraakbeweging loop ik de 12.0000,- gulden van Rodamco mis die ik wilde gebruiken voor een nieuwe start. Dat gebeurt buiten mij om. En als klap op de vuurpijl word ik ook nog het pand uitgezet. Dus geen geld en geen kosteloze woning meer. Zie dossier Krisus met contracten, notities, brieven (heb ik nog niet in mijn bezit)

Feit: Verhuizing naar Rotterdam
Datum: januari 2001
Woonplaats: Coolhaven 152 Rotterdam
Opmerking: werkzaam in het distributiecentrum van AH in Pijnacker

Strafbaar Feit: poging overval GWK station Utrecht
Datum: 6 maart 2001
Woonplaats: Coolhaven 152 Rotterdam
Opmerking: Na onterecht ontslag AH

Strafbaar Feit: Overval ABNAmro Utrecht
Datum: 9 maart 2001
Woonplaats: Coolhaven 152 Rotterdam
Feit: Uitzending Opsporing Verzocht

Datum: augustus 2001
Woonplaats: Coolhaven 152 Rotterdam
Opmerking: werkzaam bij TNT

Strafbaar Feit: Overval ABNAmro Leiden
Datum: 29 augustus 2001
Woonplaats: Coolhaven 152 Rotterdam
Opmerking: Daarna met Nissan Vanette vertrokken naar Spanje

Feit: Verhuizing naar Antwerpen
Datum: 2002
Woonplaats: Bolivarplaats 1 Antwerpen
Opmerking: Gewerkt bij Dirk Quick en metaalbedrijf Dejondt

Feit: Balans opgemaakt en ‘Autobiografie’ geschreven
Datum: zomer 2005
Woonplaats: Antwerpen

Strafbaar Feit: Moord op Louis Sévèke
Datum: 15 november 2005
Woonplaats: Antwerpen

Strafbaar Feit: Overval ABNAmro Leiden
Datum: 16 november 2005
Woonplaats:
Opmerking: Vertrokken naar Spanje, gewoond in Blanes.

Strafbaar Feit: overval ABNAmro Breda
Datum: 9 maart 2006
Woonplaats: Lloret de Mar/Barcelona

Feit: terugkeer naar Antwerpen
Datum: zomer 2006
Woonplaats: Sleep Inn

Strafbaar Feit: overval ABNAmro Leiden
Datum: 22 december 2006
Woonplaats: Sleep Inn, Antwerpen
Opmerking: In camper vertrokken naar Spanje

Feit: Arrestatie in Barcelona
Datum: 16 maart 2007

1 van 4


 Arnhem, 29 mei 2007

Geachte mevrouw Ficq,

Allereerst bedankt voor de adressen waar ik om gevraagd heb. In mijn vorige brief van 18 mei jl. heb ik al aangegeven hoe ik tegen de zaak aan kijk. Nu wil er iets verder op ingaan. Want ik wil namelijk niet het risico lopen dat de indruk ontstaat dat de moord op Louis Sévèke ingegeven is door ‘waanideeën’. Ten eerste omdat het niet waar is, en ten tweede omdat het gevolgen heeft voor de straf én mijn geloofwaardigheid. (Ook mede daarom kies ik liever niet voor tbs)

In eerste instantie heb ik tegenover de politie verklaard dat ik Louis heb doodgeschoten met als motief ‘dat ze mij als infiltrant zagen.’ Maar omdat - tot mijn grote verbazing - de getuigen Frank S. en Chris A. dit niet bevestigen zou je inderdaad kunnen concluderen dat het motief gebaseerd is op waanideeën, paranoia.
Maar zoals ik in mijn vorige brief al heb opgemerkt gaat het hier ten eerste niet om hét motief, maar om één van de motieven. En ten tweede is met de getuigenverklaringen nog niet bewezen dat ik ongelijk heb gehad. (Hoewel ik best nog wel wil aannemen dat het OBIV zelf misschien niet achter me aan heeft gezeten)

Daarom de volgende toelichting over het motief en de beschuldigingen:

Na de actie bij BASF in Arnhem (april ’96) en het opeisen namens het Earth Liberation Front (E.L.F.) wordt het E.L.F. ook binnen ‘radikaal links’ onderuit gehaald. Ondanks de
claimbrieven (met dader-informatie) wordt bijvoorbeeld getwijfeld of de acties wel zijn
uitgevoerd door het E.L.F. Er wordt ook gesuggereerd dat het wel eens het werk zou kunnen zijn van provocateurs. Ik meen me een artikel te kunnen herinneren in Ravage met de kop ‘ELF gesteund door de CIA?’, of iets van gelijke strekking. En ik meen me ook een artikel te herinneren waarin gesteld werd dat de radicale milieubeweging fascistische wortels heeft (Dat is de zwaarst denkbare beschuldiging die mogelijk is binnen links. Met alleen al de suggestie ben je de grootste vijand. Denk maar aan wat Pim Fortuyn is overkomen.)

Hiermee is toch al aangetoond dat mijn bewering dat ze me – zij het indirect en zonder de link naar de Nijmeegse scene – als provocateur, danwel instrument van de BVD zagen? Want die bewering heeft ook daar betrekking op!
Bovendien kreeg ik in diezelfde periode sterk het gevoel dat ook binnen de Nijmeegse scene de achterdocht toenam/ontstond. Dat kwam met name door het gedrag van Chris: de onderwerpen waar hij over begon, de vragen die hij stelde, de opmerkingen die gemaakt werden leken er op te duiden dat hij mij aan het uithoren was. En hij leek zeer goed op de hoogte van mijn doen en laten (in ieder geval wat de betreft de acties en de ingezonden brieven aan Ravage). In diezelfde periode is ook de houding van huisgenoten en mensen in de linkse kroeg waar ik kwam omgeslagen. Wat zich ondermeer uitte in het gemeden worden en ‘vuil’ aangekeken worden.
Maar het heeft weinig zin hier verder over uit te wijden en meer voorbeelden te geven, omdat dit soort dingen voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. Voor mij leken in ieder geval de puzzelstukjes op z’n plaats te vallen met de aanname dat ze me niet vertrouwden. Ik ben daarbij afgegaan op mijn intuïtie, en ik heb geen enkele reden om daar aan te twijfelen.

Wat ik er nog wel over wil zeggen is dat er in die tijd (voor ’96) geen problemen waren. En dat deze gebeurtenissen er ook niet toe geleid hebben dat ik vond dat ik een rekening te vereffenen had.
Ik voelde me wel in mijn rug aangevallen en stelde vast dat alles voor niets was geweest (en gezien wat ik er allemaal voor opgegeven heb en op het spel gezet heb, is dat nogal wat). Ik was dus diep teleurgesteld en beledigd en vroeg me op een gegeven moment af wat ik verder moest met m’n leven als ik me niet meer met het anarchisme kon bezighouden. Daar kwam geen antwoord op waarna er een periode met redelijk wat drank. Zie autobiografie pag. 63, Een evaluatie dec. ’97, om een beeld te krijgen van hoe ik het toen beleefde.

Na een korte periode van dakloosheid kom ik dus terecht in kraakpand Krisus. Als de eigenaar van het pand ons 12.000,-gulden per persoon biedt om het pand vrijwillig te verlaten, zie ik daarin de kans een nieuw leven op te bouwen.
Als ik vervolgens het geld misloop door toedoen van de medebewoners en Louis (als leidende figuur binnen de kraakbeweging en betrokken bij de onderhandelingen) dan is voor mij de maat vol. Want we hadden in eerste instantie al besloten het geld aan te nemen, er was een contract opgesteld, een advocaat in de arm genomen en een rekeningnummer geopend, we hoefden dus alleen nog maar te tekenen.
Daarbovenop zetten ze me ook nog het pand uit. De teleurstelling en afkeer slaat om in woede en ik neem het me voor ze dit betaald te zetten. Kortom dit is het breekpunt. Het mislopen van de Oprotpremie door toedoen van die gasten speelt een hoofdrol.
Ik heb overigens niet jaren lang vol wrok rondgelopen. Het was meer zo iets van: als de tijd daar is, pak ik jullie wel terug.

Dat moment breekt aan in de zomer van 2005, als ik de balans opmaak en vaststel dat ik niets meer te verliezen heb en niets meer te winnen. Belangrijk is dus om vast te stellen dat als mijn leven anders verlopen was en ik toch goed terecht zou zijn gekomen er waarschijnlijk niets gebeurd was. Dan was het waarschijnlijk ‘eind goed, al goed’ geweest.

Maar zo is het dus niet gelopen en toen heb ik dus besloten ‘ze’ in Nijmegen terug te pakken. En ‘ze’ vatte ik een beetje ruim op. Voor mijn gevoel was het destijds ik-tegen-de-rest. Dus ‘ze’ zouden de rekening’ gepresenteerd krijgen voor ‘alles’. Dat uiteindelijk Louis het slachtoffer is geworden komt door zijn rol in de kraakbeweging en
de onderhandelingen en zijn bezigheden met het OBIV. Hij stond voor mij symbool voor de linkse scene.

Kortom, het motief is niet eenduidig, er spelen allerlei factoren een rol. Wat je wel zo kunnen zeggen is dat wraak het motief is geweest en dat daarbij mijn leefomstandigheden een rol spelen. 

Dus zelfs al heeft het OBIV of Louis me niet gezien als mogelijk infiltrant, dan nog valt het motief niet weg. Ik bovendien ook nooit beweerd dat ik zeker wist dat het OBIV mijn gangen naging, maar ik heb het in die hoek gezocht.
Gezien de doelstellingen en bezigheden van het OBIV lag dat gewoon voor de hand.

Naast al die ‘puzzelstukjes’ die ik eerder heb aangegeven (en ook in mijn vorige brief
genoemd heb) en die op alle mogelijke manieren geïnterpreteerd kunnen worden zijn er ook nog een paar concrete feiten die van belang zijn.


-Chris was op de hoogte van mijn experimenten met explosieven. Ik heb hem een keer TATP (primaire springstof) laten zien (op mijn kamer in de Dorpsstraat)
Hij wist ook af van de handleidingen die ik geschreven had (met het voorwoord waarin
opgeroepen wordt tot ‘anti-kapitalistisch verzet door het toebrengen van economische schade door sabotage bij o.a. milieuvervuilende bedrijven’) We zijn een keer zo’n handleiding op zijn verzoek wezen afgeven bij een kraker in Amsterdam. Verder was Chris op de hoogte van mijn politieke ideeën. En dit was allemaal ver voordat de acteis in Arnhem plaatsvonden. Chris (en zijn vrienden) was op de hoogte van de autodiefstallen (’94 al) We zijn ook een keer in een gestolen Mazda naar Den Haag gereden (een diefstal waar ik ook voor veroordeeld ben uiteindelijk) Van mijn arrestatie i.v.m. de diefstallen waren Marianne en Iwan als eerste op de hoogte.

-Chris was goed bevriend met Louis. Louis en Frank woonden in De Grote Broek naast
Marianne (waar ik ten tijde van de eerste actie bij BP in ’94 een relatie mee had). Naar ik meen zijn er twee bekenden van Marianne ooit ontmaskerd als infiltrant waaronder Dave Nobel, waardoor je mag aannemen dat zij, meer nog dan de rest van de scene op haar hoede was. Bovengenoemden kenden allemaal Suzanne H. die betrokken is geweest bij het verhoor/gijzeling van Dave Nobel.

-Verder was er in Nijmegen een groepje mensen uit de linkse scene dat zich bezighield met het ontmaskeren van infiltranten. Zij zijn degenen geweest die de complete (!) afdeling van de Nijmeegse BVD hebben ontmaskerd: 6 medewerkers van de PID, 3 informanten, de safehouses, het wagenpark, etc. Zelfs het interieur van een observatiebusje is gefotografeerd. Evenals talrijke ontmoetingen van PID-ers met de informanten. Ze wisten namen, adressen, gezinssamenstelling, hobby’s, etc van zowel de PID-ers als de informanten Het gaat dus om professionele(!) contra-spionage. Zie De Tragiek van een Geheime Dienst (1990 anoniem), Operatie Homerus, OBIV, 1998, Peter Siebelt met Rara wie ben ik? en De vierde Wereldoorlog.
Bovendien zijn ontmaskerde informanten gegijzeld en langdurig verhoord: De eerder
genoemde Dave Nobel en Joop de Boer. Zie Vrij Nederland 12/10/2005,

Als je punt 1,2 en 3 bij elkaar optelt dan lijkt het me sterk dat ze me níet achtervolgd hebben. Dat er wantrouwen was, dat ze eigenlijk wel wisten dat ik iets met die acties te maken had, dat mensen ‘gescreened’ werden waarbij mensen uit de omgeving benaderd werden en ze achtervolgd werden om het een en ander te checken (en let wel, dat laatste gebeurde al als je onverwacht een boek kwam kopen in Assata, laat staan als je begon over directe actie, explosieven, revolutie…), wordt ook bevestigd door getuigenverklaringen en andere publicaties.
[…] 
Samenvattend: ik wil voorkomen dat in de rechtszaal het motief afgedaan wordt met
‘gebaseerd op waanideeën’. Ik hoop daarom dat deze toelichting overtuigend genoeg is en dat je me hierin steunt. Ik denk in ieder geval dat het toch een aantal zaken opgenoemd heb die concreet en controleerbaar zijn (bijvoorbeeld de artikelen in Ravage, Vrij Nederland, de andere publicaties die ik genoemd heb) Misschien is het handig ze te verzamelen, voor zover ze nog niet in het dossier zitten.

Het lijkt me ook verstandig deze toelichting naar Prof. Baneke te sturen zodat ze het mee kunnen wegen bij het opmaken van het eindrapport op 1 juni a.s. Zou je dat kunnen doen voor me? Want ik heb geen adres en ik weet niet of ik hem voor die tijd nog te spreken krijg.
Alvast bedankt.

Met vriendelijke groet,

M.H.T.M. Teunissen
3972685
P.I. Arnhem-Zuid
Ir. Molsweg 5
6834 AA Arnhem

P.S.: Bedankt voor het telefoontje van vandaag (29 mei). Dat was toch positief nieuws en sluit mooi aan bij mijn verhaal [ in een telefonisch contact met Ficq heeft een getuige, te weten Iwan van D. mijn verhaal bevestigd ] Ik ben ook verheugd dat je je kunt vinden in mijn opstelling en dat je de afwijzing van je voorstel niet persoonlijk opvat. Ik maakte me daar toch enigszins zorgen over omdat mijn opstelling in deze, misschien een langere gevangenisstraf oplevert en dat is voor een advocaat misschien minder positief. Zeker voor een advocaat met jouw reputatie (de officier van justitie die ik afgelopen week gesproken heb i.v.m. de uitleveringsprocedure noemde je één van de beste advocaten, zoniet dé beste advocaat die ik kan krijgen… Vandaar)

6- De ontbrekende Motieven

Nog voordat het proces begonnen was, stond er in alle kranten te lezen dat het motief voor de moord ontbrak. Want ik zou me slechts ingebeeld hebben dat ik als infiltrant werd gezien. Dit stond tussen al die andere artikelen waarin gezegd werd dat ik een verwarde en afwezige indruk maakte, dat ik paranoïde was, dat ik wantrouwend en argwanend was, autistisch, zonder inlevingsvermogen en geweten, en dat ik meer mensen wilde vermoorden, etc. Het is niet moeilijk een schuldige aan te wijzen voor deze gang van zaken. Natuurlijk spelen de ‘bronnen bij justitie’ een hoofdrol. Het begint al met de bewering tijdens de persconferentie dat er geen politiek of ethisch motief voor de moord zou zijn (wat hou je dan nog over?). En al snel gevolgd door: ‘Verdachte maakt een verwarde en paranoïde indruk’, ‘Sévèke was de eerste in een wraakmissie’, ‘hij wilde een hitlist afwerken’, etc. Een andere rol is weggelegd voor de zogenaamde Persgroep Sévèke. Zij komen met berichten dat ik Sévèke niet of nauwelijks gekend heb, dat ik nooit door hem als infiltrant ben beschuldigd of werd gezien, dat hij niet bij de onderhandelingen met Rodamco over de uitkoop betrokken was, en dat hij ook niet verantwoordelijk was voor mijn vertrek uit de kraakbeweging. Ook verklaringen van oud-medebewoners van kraakpand Krisus worden gebruikt om aan te tonen dat ik nooit werd gezien als infiltrant en dat ik het me allemaal slechts heb ingebeeld omdat ik nu eenmaal een wantrouwige, wrokkige en eenzame man ben.

Zie bijvoorbeeld John Schoorl in zijn artikel van 4 april 2007:

OBIV werd gevormd door Louis Sévèke en zijn huisgenoot Frank Schoenmaeckers.
Het bureau was in zijn geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk voor de publicaties De
Tragiek van de Geheime Dienst uit 1990 en Operatie Homerus. Hierin onthulde
Sévèke het bestaan van politie-informanten. In deze publicaties kwam Marcel T. in
het geheel niet voor.

En concludeert daaruit:

T. zou zich hebben ingebeeld dat hij door dit Onderzoeksbureau Inlichtingen-en
Veiligheidsdiensten (OBIV) werd beschouwd als een infiltrant.

Op zich heeft hij gelijk: ik kom niet voor in dat boek. Ik ben ook nooit door het OBIV of
Louis Sévèke beschuldigd een infiltrant te zijn. Ik ben nooit ‘geout’ zoals dat heet. Want dat gebeurt pas, zoals een getuige terecht opmerkt als er zekerheid is: ‘Wanneer iemand er mee geconfronteerd wordt is er al een zekerheid dat iemand infiltrant is.’ (Suzan H.) Maar dat het OBIV mij niet beschouwde als mogelijk infiltrant is daarmee niet gezegd. Ik heb ook nooit gezegd dat Louis mij beschuldigd heeft, of het OBIV. Ik heb alleen gezegd dat ik gewantrouwd werd en gezien als (mogelijk) infiltrant. Ik heb dat in allerlei bewoordingen beweerd. Bijvoorbeeld in de Evaluatie ’97 (zie bijlagen):

[…] En daarbij ben ik verraden, tegengewerkt, in mijn rug aangevallen, verstoten, geobserveerd, achtervolgd, mijn motieven zijn in twijfel getrokken, mijn privacy is geschonden, mijn geestelijke gezondheid is ter discussie gesteld, ik ben uitgelachen, niet serieus genomen, verdacht gemaakt, uitgemaakt voor infiltrant, provocateur.

Ook op andere pagina’s in de autobiografie vind je woorden van gelijke strekking (zie
bijvoorbeeld dossier pagina 2080, 2084, 2087 in de bijlagen). Maar bovenstaand fragment maakt meteen duidelijk dat je met de interpretatie ervan wel de context moet kennen. Want het is namelijk geïnspireerd op een uitspraak van een beroemde anarchist, Alexander Berkman (ook schrijver van het werkje getiteld: Gevangenisherinneringen van een anarchist, als ik me niet vergis), die vrijwel dezelfde opsomming geeft om duidelijk te maken wat hij als anarchist in een vijandige maatschappij heeft moeten doorstaan. En voor een deel slaat het ook daar op, ik moest met mijn opvattingen ook tegen de stroom in. Maar gechargeerd of niet, er staat
natuurlijk wel gewoon dat ik ben uitgemaakt voor infiltrant. Ook bij de verhoren heb iets
dergelijks beweerd als: ‘ze zagen mij als infiltrant’. Maar die bondige bewering kan en moet op verschillende manieren worden uitgelegd. Het heeft bijvoorbeeld voor een deel betrekking op de publicaties in o.a. Ravage waarin n.a.v. de acties van het ELF dergelijke dingen beweerd of gesuggereerd werden. Het heeft ook betrekking op die keren dat het geïnsinueerd werd in gesprekken of discussies met mij, al dan niet over het ELF, waarin gezegd werd dat die acties wel eens het werk zou kunnen zijn van provocateurs, of in scene gezet door de BVD om links in diskrediet te brengen en een inval te kunnen doen bij Ravage. Evenals de keren dat het me letterlijk gevraagd is door mensen (bijvoorbeeld Theun S., zie bijlagen). Maar dat ‘ze’ me zagen als infiltrant heeft inderdaad ook betrekking op het OBIV en Jansen& Janssen. Tenslotte beweer ik zowel in de verhoren als in de autobiografie ook letterlijk dat ik door het OBIV of Jansen&Janssen werd gezien als (mogelijk) infiltrant en dat ik als gevolg daarvan
(één van) die bureautjes achter me aan had.

Dat ik allebei die bureautjes opnoem geeft al aan dat ik er niet precies de vinger op kan
leggen. Maar het is gewoon zo dat die twee bureautjes zich bezig houden met het ontmaskeren van infiltranten binnen radicaal links, en dat ze daarbij ook samenwerken. En om zekerheid te krijgen dat iemand infiltrant is, zul je die persoon moeten schaduwen, observeren, onderzoeken, etc. Dat hebben ze ook op grote schaal gedaan, zie bijlage: Peter Siebelt, Rara wie ben ik. En er was sowieso sprake van een paranoïde scene waarin bijna niemand, en zeker nieuwelingen niet, werden vertrouwd. Dat wordt ook door allerlei bronnen bevestigd. Dat heb ik ook gewoon aan den lijve ondervonden. Dat ze me zagen als (mogelijk) infiltrant viel op te maken uit zowel de directe aanwijzingen (zoals het op de man af vragen of ik soms voor de BVD werk of de insinuaties) als indirecte aanwijzingen (zoals het gemeden worden, de beledigingen, etc.). En mooi voorbeeld is dat mij een keer door Frank en Louis smalend is gevraagd of ik ook niet naar Kreta moest (in die tijd hadden ze net Cees van Lieshout ontmaskerd en opgespoord op Kreta). En dat is maar één van de duizenden voorbeelden (die ik helaas niet meer kan reproduceren). Dus ik was niet wantrouwend naar mijn kameraden zoals ondermeer in De Gelderlander beweerd is (zie 2.1 bijlage 10), maar het was precies andersom. En ík was niet paranoia, maar de kraakscene van destijds was paranoia. En ík heb me dus niet ingebeeld dat ze me zagen als infiltrant, maar zij hebben zich ingebeeld dat ik een infiltrant was. En daarom zijn ze mijn gangen nagegaan om dat te controleren.

Kortom, er is geen sprake van dat het motief ontbreekt, of dat ik me van alles heb ingebeeld.

Een ander heel belangrijk punt is dat mijn bewering dat ze me als infiltrant zagen niet het énige motief is. Dus al zou je daar aan twijfelen dan nóg is het niet zo dat het motief ontbreekt. Het motief was namelijk dat ik een rekening met radicaal links te vereffenen had die voor een deel te maken heeft met de bovenstaande beschuldigingen, maar bijvoorbeeld ook met het feit dat door hun toedoen de acties van het ELF voor niets waren; dat ze mij de ‘oprotpremie’ van 12.000,- gulden door de neus geboord hebben (en daarmee de mogelijkheid voor mij een nieuw bestaan op te bouwen); dat ze mij het pand uitgezet hebben; etc., etc. 

Dus dat Sévèke het slachtoffer is geworden is niet omdat hij mij, al dan niet in hoedanigheid van het OBIV, beschuldigd heeft infiltrant te zijn, of dat hij direct verantwoordelijk is voor mijn vertrek uit het kraakpand. De reden is dat ik een rekening te vereffenen had met ‘radicaal links’ en dat Sévèke niet alleen een leider en symboolfiguur van die beweging was, maar ook nog eens werkzaam bij het OBIV, betrokken bij de onderhandelingen over de uitkoop (en tegenstander van het aannemen van het geld), en niet te vergeten zijn rol bij het verdedigen van radicale moslims (verderop meer hierover).

In brieven aan Ficq van 18 en 29 mei 2007 geef ik al aan de berichten over het ontbreken van het motief niet juist zijn. En dat het feit dat de getuigen mijn verhaal niet lijken te bevestigen niet zoveel zegt. Want voor het grootste deel gaat daarbij om de bewoners van Krisus, en die weten nergens van, tenslotte was toen al die ellende al grotendeels achter de rug en wisten zij überhaupt niets van mij. En de waarde van die getuigenissen van mensen die wel op de hoogte zijn (Chris A., Frank Schoenmaeckers, Suzan H.) waarin gezegd wordt dat ik niet als infiltrant werd gezien, en dat ze van niks weten, is ook niet erg hoog. In een brief aan Kees Broer van 6 juni 2009 geef ik dat al aan:

[…]Wat hier wel duidelijk uit wordt is dat ze altijd zullen ontkennen zich met mij bemoeid te hebben. Want dan zouden ze inzicht moeten geven in hun werkwijze en netwerk. En zouden ze ook in verband gebracht worden met zaken uit het verleden waarmee ze gevangenisstraf riskeren gezien de gijzelingen en verhoren (En niet te vergeten de ontmaskering van de complete BVD-afdeling van de politie van Nijmegen)
En gezien het feit dat ze tegenwoordig allemaal een hypotheek hebben die ze moeten aflossen en een leuke, comfortabele maatschappelijke positie veroverd hebben (en ook eventueel voor kinderen moeten zorgen en les geven op een politieschool, zoals je schrijft – de wereld is aan de opportunisten…) kijken ze wel helemaal goed uit om het toe te geven. Logisch. En ook daarom kan er weinig waarde gehecht worden aan ontkennende uitspraken.

Kortom, ze kunnen het niet bevestigen zonder zelf in de problemen te komen. Suzan H., die notabene zelf betrokken was bij de ontmaskering, gijzeling en het verhoor van infiltranten Marlon Asters en Dave Nobel (samen met Louis Sévèke, Frank Schoenmaeckers, Peer de Rijk en anderen, zie organogram en VN 12/10/05 in bijlagen 6.2.1) ontkent bij verhoor zelfs doodleuk dat er sprake is van screening en contra-observatie:

‘Ik las dat Iwan het in de krant over een screening bij Assata had wanneer je daar kwam werken, maar ik weet het niet. Ik moest er om lachen toen ik dat las.’

‘Er staat me niks bij dat er een club was die de observatie bijvoorbeeld deden.’

‘Wanneer mensen werden verdacht infiltrant te zijn voor de BVD werden zij niet gevolgd. Volgens mij werd het ook niet gedaan om iemand uit te laten horen door een huisgenoot.’

En Eveline Lubbers, een van de oprichters van Jansen&Janssen, wil nu nog niet eens toegeven dat Louis Sévèke een van de auteurs was van De tragiek van een geheime dienst! Zie artikel Vrij Nederland van 26-11-2005:

Volgens Van Deijzen is Sévèke de auteur van De tragiek van een geheime dienst. Maar is dat wel zo? Er is helemaal geen bewijs van, zeggen kennissen van de Nijmegenaar, die op de kop af vijftien jaar na het verspreidingsverbod werd vermoord. ‘Dat boek is anoniem gepubliceerd,’ stelt Eveline Lubbers van het Amsterdamse onderzoeksbureau Jansen & Janssen. Lubbers was indertijd werkzaam bij Ravijn, de uitgever van het boek. ‘Juist om de gevoelige inhoud van het boek was het van belang om echt geheim te houden wie het precies geschreven en gemaakt hadden. De beweging was erg goed in het organiseren van dat soort dingen, dat was een van haar sterke punten.’ Lubbers krijgt bijval van Ed Hollants van het Autonoom Centrum, die ook stelt dat ‘de naam van de auteur nooit naar buiten is gekomen’.

In datzelfde artikel komt nog iemand aan het woord die meegewerkt heeft aan de
totstandkoming van dat boek, maar hij wil per se anoniem blijven: ‘Hij wil zijn naam niet
gepubliceerd hebben want hij vreest dat justitie alsnog een zaak zou kunnen beginnen’.
En in een artikel van de Nieuwe Revu #35 2008 over Duyvendank staat dit te lezen: ‘In de kraakbeweging van de jaren tachtig behoorden leugens en ontkenningen overigens tot de normaalste zaak van de wereld.’ Kraker Jack van Lieshout legt uit: ‘Ook al trof de politie je aan met een rokend pistool in je handen, dan ontkende je nog. Dan zei je dat iemand dat in je handen had gedrukt of zo. Iedereen deed dat. Wij. En hij. Duyvendak óók.’

Dat zegt genoeg lijkt mij over welke waarde moet worden toegekend aan die ontkennende verklaringen in mijn zaak: nihil. Want ze geven uit principe en eigenbelang niks prijs en proberen gewoon hun eigen straatje schoon te vegen. Maar sowieso: dit is iets dat in de rechtszaal aan de orde had moeten komen en uitgezocht had moeten worden, en niet in de media vóór het proces.

En er is nog iets unheimisch aan de hele gang van zaken. In mijn brief aan Kees Broer van 6 juni 2010 formuleer ik het zo:

[…]Is het eigenlijk niet zeer opmerkelijk dat de politie van Nijmegen waarvan ooit de hele BVD-afdeling is ontmaskerd en voor schut gezet voor heel Nederland (Zie: De Tragiek van een geheime Dienst, 1990), niet de moeite doet mijn beweringen te onderzoeken? Een uitgelezen kans om dat clubje [Het OBIV] waarvan zij aan den lijve hebben ondervonden hoe het te werk gaat, alsnog te grazen te nemen. Maar nee, als Frank Schoenmaeckers (notabene een van de auteurs/medewerkers!) zegt mij niet te kennen, dan nemen ze dat als waarheid aan. Zeer vreemd…

Uiterst merkwaardig lijkt me. Want ook zij zijn door het OBIV achtervolgd, geobserveerd, gefotografeerd, geïdentificeerd. En op die manier is de complete PID-afdeling van de politie Nijmegen ontmaskerd, met alle runners, informanten, safehouses, auto’s, etc. En ze wisten álles van die mensen. Van gezinssamenstelling en geheime telefoonnummers tot hobby’s aan toe. En de informanten zijn, na te zijn ontmaskerd, door hun gegijzeld en hardhandig ondervraagd. Je zou dus verwachten dat de Nijmeegse politie elke mogelijkheid aangrijpt om zich te revancheren. Maar op een of andere bizarre manier komt het voor de politie van Nijmegen blijkbaar beter uit om te beweren dat ik het me allemaal heb ingebeeld. Terwijl we dus te maken hebben met een clubje dat aan professionele contra-observatie doet, en een paranoïde scene die bijna niemand, en zeker nieuwelingen niet, vertrouwde. Deze twee feiten alleen al
maken mijn beweringen geloofwaardig. Daar heb ik niet eens een getuige voor nodig die mijn verhaal bevestigt (verderop meer hierover).

En tijdens het proces wordt in het requisitoir van de officier van justitie diezelfde onzin dat er
geen motief is nog eens herhaald, en wordt het ontstane beeld nog verder versterkt door mij te
betitelen met termen als ‘gewelddadig’, ‘angstaanjagend’, ‘onheilspellend’ en ‘onbegrijpelijk’. En de rechters komen in het vonnis met dezelfde onzin aanzetten: geen invoelbaar motief. En leggen me levenslang op vanwege zogenaamd recidive-gevaar voor zeer ernstige geweldsdelicten. Dat onderbouwen ze met behulp van een compleet bij elkaar gelogen FPD-rapport en hun eigen uitleg van het PBC-rapport, waarbij ze de conclusie niet alleen in twijfel trekken, maar zelfs gewoon naast zich neerleggen. En dat ze er mee weg konden komen heeft alles te maken met de beeldvorming. In een brief aan Ficq (15 maart 2008) formuleer ik het zo:

‘Wat er dus is gebeurd, is dat de rechters op een achterbakse manier proberen het motief te beperken tot dat ene aspect [dat ik werd gezien als mogelijk infiltrant], om het vervolgens als paranoia af te doen en daarna ook nog eens de link proberen te leggen met de ‘stoornis’. Om zo tot tbs te kunnen komen of in ieder geval levenslang.’

‘Kortom, de rechters proberen me gewoon een oor aan te naaien door zoveel aandacht te vestigen op een persoonlijkheidsstoornis (die er nauwelijks is). Ze hadden kunnen volstaan met het gegeven ‘volledig toerekeningsvatbaar’. Om aan de hand daarvan tot een strafmaat te komen. Maar dat hebben ze dus niet gedaan, ze komen met onzin als ‘onpeilbaar’, ‘geen motief’,’recidivegevaar’, etc. (Trouwens als het gaat om de moord te kunnen bewijzen kunnen zowel de officier van justitie als de rechters in één keer wel een motief vinden. Tenslotte heb je voor een schuldigverklaring een slachtoffer, een wapen en een motief nodig. Dus wat is het nou? Wel of geen motief?)’

Maar het ligt wel allemaal erg gecompliceerd. Alleen al door het simpele feit dat het een en ander moeilijk te bewijzen valt. Ik kan tien jaar na dato moeilijk bewijzen dat ze me in de gaten hielden en zagen als mogelijk infiltrant. Tenminste niet zolang de betrokken personen zich op de vlakte houden en uit zelfbehoud blijven ontkennen (en hoe moet je zoiets anders bewijzen?) Hetzelfde geldt overigens voor de tegenpartij: bewijs maar eens dat ze me niet in de gaten hebben gehouden. Dat gaat ook niet. En we hebben het hier wel over een rechtszaak. Zaken moeten bewezen worden. Dus voordat de rechters een uitspraak doen over dit aspect van de zaak zullen ze daar wel bewijzen voor moeten hebben. Je kunt niet zomaar beweren dat ik níet als infiltrant werd gezien en dat ze me níet in de gaten hielden, en het afdoen als paranoia van mijn kant. Maar los daarvan kan ik -en dat zal ik hier ook doen -heel aannemelijk maken dat mijn beweringen kloppen. Daarom zal ik nu, net zoals in eerdere brieven, uitleggen wat de motieven waren. En daarvoor moet ik bij het begin beginnen. 
 
6.1 De acties

Een beetje achtergrond informatie: ik beschouwde mezelf vanaf ongeveer het einde van de middelbare school als anarchist. En er is in die tijd ook een moment geweest waarop ik het besluit heb genomen de decadente consumptiemaatschappij definitief de rug toe te keren. En dat hield onder meer in dat ik een poging deed milieuvriendelijk te leven (zie hoofdstuk 12 Autobiografie: Anarchist en Dienstweigeraar, en De Acties). Begin jaren negentig werk ik een korte tijd bij Milieuaktiewinkel De Broeikas en daarna ga ik aan de slag bij de linkse boekwinkel Assata gevestigd in het kraakpand De Grote Broek. In die periode ontstaat in Engeland het Earth Liberation Front, een anarchistische milieugroepering die oproept tot economische sabotage bij milieuvervuilende multinationals. Door economische schade aan te richten en die multinationals te raken op een plek waar ze het echt voelen, namelijk in de portemonnee, hopen ze een einde te kunnen maken aan allerlei activiteiten die schadelijk zijn voor mens en milieu. Een paar weken per jaar worden uitgeroepen tot zogenaamde ‘Earth weeks’, waarin iedereen wordt opgeroepen in actie te komen. Er wordt ook elke keer expliciet vermeld dat alleen materiele schade mag worden toegebracht en dat mens en dier ontzien moeten worden. Uit alle publicaties en oproepen van het ELF blijkt dus dat het om geweldloze sabotage-acties gaat:

‘We benadrukken verder dat er met de acties geen levens in gevaar
mogen worden gebracht. Het ELF is een geweldloze beweging en wij willen
niets met moorden te maken hebben. Sabotage aan eigendom echter, is
een vorm van bevrijding en daarmee een geoorloofd protest. Het is de
meest Effectieve vorm van verstoring...’ (Zie NN#144 Sabotage is
bevrijding)

‘Tot slot, voor alle duidelijk een citaat uit de oproep voor die eerste Internationale Earth Night, die in Nederland in 1993 zo veel stof deed opwaaien: 'We benadrukken verder dat er met de acties geen levens in gevaar mogen worden gebracht. Het ELF is een geweldloze beweging en wij willen niets met moorden te maken hebben.’ (Zie Ravage #220)

‘In de loop van de jaren '90 ging ecotage deel uitmaken van het vaste repertoire van milieuactivisten. Ze waren ervan overtuigd dat ze met sabotage specifieke bedrijven op hun knieën konden dwingen door ze op enorme kosten te jagen. Door het toebrengen van schade aan machines nadrukkelijk te bestempelen tot 'geweldloze actie' werd ecotage al snel een geaccepteerd actiemiddel. ‘ (Zie Ravage #8)

‘Ondergrondse activisten worden in Groot-Brittannië tegenwoordig als terroristen beschouwd, maar zij verklaren zelf voortdurend dat hun daden bewust niet tegen levende wezens zijn gericht. Daarom hebben activisten die zichzelf nadrukkelijk als geweldloos profileren ook geen moeite met ecotage.’( Zie Ravage #8)

‘Het Earth Liberation Front is een revolutionaire milieubeweging in Engeland. De beweging is ontstaan door een samensmelting van radicale activisten afkomstig uit de gematigde milieuorganisatie Earth First! en afhakers van het militante Animal Liberation Front (ALF). Het ALF heeft zich de laatste jaren sterk geradicaliseerd en houdt zich ondermeer bezig met het verzenden van bombrieven naar medewerkers van vivisectie-bedrijven. Binnen het ALF verzoorzaakte dit extreme pressiemiddel grote verdeeldheid, hetgeen resulteerde in een splitsing.

Het ELF, dat sinds 1994 ook in Nederland aanhangers kent, richt zich met sabotage-acties met name op bedrijven en instellingen die de aarde vernielen, en dus niet op personen.’ (Zie Ravage #209)

Mijn eerste acties zijn gericht tegen Shell die op dat moment in Nigeria naar olie boort,
waarbij ze niet alleen een hoop vervuiling veroorzaken, enorme hoeveelheden aardgas affakkelen, maar ook een militair regime steunen dat hen niet alleen aan de goedkope grondstoffen en arbeidskrachten helpt maar ook politieke tegenstanders vermoordt. Ken Sarowiwa is het bekendste voorbeeld: hij werd opgehangen vanwege zijn protesten tegen de handelswijze van Shell. Bovendien blijft Shell het gebruik van fossiele brandstoffen stimuleren en draagt daarmee bij aan het broeikaseffect. Later volgt de actie tegen een tankstation van BP. Als dan in 1995 Frankrijk de kernwapenwedloop nieuw leven inblaast door kernproeven te houden in de Stille Oceaan roept het ELF op daartegen in verzet te komen. En ik stop dan bij Assata en kom ook in verzet. De eerste actie is bij de Credit Lyonnais in Arnhem en Nijmegen.
Later volgt de actie bij de Banque Paribas aan de Jansbinnensingel in Arnhem waar
een explosie de achtergevel vernielt.

In tegenstelling tot wat de officier van justitie beweert gaat het daarbij dus niet om terrorisme. De definitie van terrorisme laat zich in één zin uitdrukken: ‘Kill one, scare a thousand’. En die acties hadden dus helemaal niet het doel om angst aan te jagen en waren ook niet gericht tegen mensen. Het was niet meer en niet minder een poging om zoveel mogelijk materiele schade toe te brengen. En tijdstip, plaats en methode waren zo uitgekiend dat niemand gevaar liep. De enige die gevaar liep was ik zelf. Tenslotte zette ik mijn vrijheid op het spel en was ik diegene die het lont aanstak. De officier van justitie twijfelt aan deze lezing en zegt dat er wel degelijk gevaar voor omstanders was. Als voorbeeld noemt hij het explosief bij de Credit
Lyonnais:

‘Ten aanzien van de mislukte aanslag op de Credit Lyonnais in Arnhem moet worden
opgemerkt dat verdachte geen enkele controle had op de situatie rondom de bom zodra hij de kookwekker had afgesteld en deze nog enkele minuten moest aftikken totdat deze de detonator zou laten ontploffen: dus zo ongevaarlijk waren deze handelingen niet.’

Maar de feiten zijn dat ik in de buurt was en zicht had op het op scherp staande explosief, en dus in staat was om eventueel bij calamiteiten in te grijpen. Dat de kans daarop zeer miniem was blijkt ook al uit het feit dat het gedeeltelijk ontplofte explosief (zonder scherfwerking overigens, wat betekent dat er alleen een drukgolf ontstaat waardoor het risico op verwondingen pas ontstaat als je in de directe nabijheid bent, dus binnen enkele meters) pas de volgende morgen is gevonden als werknemers de bank binnen willen gaan! Waar de officier van justitie wel gelijk in heeft is dat bij de actie bij de Banque Paribas gewonden hadden kunnen vallen door het glas dat door de ontploffing is gesprongen bij gebouwen in de omgeving. Maar dat is geen risico dat ik genomen heb, maar het was totaal onverwacht. Zoals ik in de autobiografie ook schrijf, en ook in de verhoren heb aangegeven ben ik ervan geschrokken en zou ik me hebben aangegeven als er gewonden waren gevallen. (zie hoofdstuk 12 Autobiografie: De Acties) Het effect kwam niet alleen onverwacht, het is ook in tegenspraak met de doelstellingen van het ELF en zou dus de hele actie in diskrediet brengen. Dat het effect van de springstof bij de actie tegen de Banque Paribas/consulaat zo sterk was, was niet voorzien, aangezien ik vantevoren testen uitgevoerd heb waarbij ik
eenzelfde hoeveelheid in de nabijheid van een gebouw met ramen getest heb, en daarbij helemaal geen schade werd aangericht. (In een uitzending van Extreme Explosions op Discovery is hetzelfde te zien: een kilo C4 op vijf meter van een frame met glas: geen glasschade. Bovendien valt het meeste glas altijd naar buiten).

Om de motieven van de acties nog iets meer te verduidelijken verwijs ik naar fragmenten uit de autobiografie (zie hoofdstuk 12 Autobiografie: Anarchist en dienstweigeraar/De Acties). Er is dus een duidelijk politiek motief: Ik ben al jaren overtuigd anti-kapitalist en anarchist en leef milieubewust. Ik ben ook al 28 jaar als ik ertoe overga en heb dan ook al mijn bijdrage geleverd op andere manieren, onder andere het vrijwilligerswerk bij Assata. Zie brieven gestuurd naar Kees Broer en de artikelen in Ravage in deel II van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist om een idee te krijgen van mijn politieke overtuiging.

Als dan in april, na een oproep van het ELF, acties tijdens de Earth Week uitblijven, volgt de actie bij BASF. Dat bedrijf is al een keer eerder door mij als doelwit uitgekozen maar die actie mislukte. Dit keer lukt het wel. Het probleem is echter dat er in de media verwarring ontstaat, c.q. gezaaid wordt. Er wordt gezegd dat de acties raadselachtig zijn en dat de actie bij BASF het werk is van een copycat. Maar de politie weet allang dat de gebruikte explo-sieven dezelfde zijn. En ze weten ook al in welke hoek ze het moeten zoeken. En voor wie een beetje nadenkt lag het ook allemaal erg voor de hand. Niettemin is het noodzakelijk een persverklaring te sturen. Uit de serie artikelen van en over het ELF in Deel II is op te maken hoe het allemaal verlopen is. Deze serie artikelen maakt ook duidelijk dat de redactie van Ravage verantwoordelijk is dat de acties in Arnhem en Nijmegen voor niets zijn geweest door de claimbrieven als fake te bestempelen: Ravage #209 3 mei 1996:
‘Doordat de acties niet werden opgeëist, nogmaals ervan uitgaand dat de korte verklaringen van ANGST en ELF fake brieven blijken te zijn, weet ook de politie niet in welke richting ze de daders moet zoeken. Leon Wecke, tekstanalist en werkzaam op de Universiteit van Nijmegen, vermoedt dat de dader of daders de acties hebben gevoerd in het kader van het milieu.’

Want die claimbrieven waren feitelijk niet eens nodig om de acties op te eisen, het lag
namelijk allemaal erg voor de hand. Niet alleen omdat de acties altijd rond of tijdens de
zogenaamde Earth Nights plaatsvonden en de oproepen notabene in Ravage stonden, maar ook omdat in die periode volop actie werd gevoerd tegen de Franse kernproeven:

UIT: NN #196 van 3 november 1995:

Het brede protest tegen de Franse kernproeven wordt goed zichtbaar door het onderstaande overzicht van initiatieven in Nederland. Hier een selectie van acties. De lijst is niet compleet. Aarzel niet om je eigen creativiteit te gebruiken voor nieuwe acties en meldt dat bij NN.

*Verschillende (vredes)organisaties roepen op tot een consumentenboycot van Franse wijnen. Affiches (gratis) en muntstickers (16 op een velletje voor 50 cent) zijn verkrijgbaar bij vrijwel alle Wereldwinkels.

*Het Landelijk Beraad Vredes Organisaties roept op tot een boycot van alle Franse producten.

*Er zijn affiches in omloop met de tekst 'Franse kernproeven? Boycot Franse producten!' In deze NN is dit affiche bijgevoegd.

*Er zijn ook affiches in omloop waarmee wordt opgeroepen tot sabotage, zit ook in deze NN.

*Om grootwinkelbedrijven ertoe te bewegen dit jaar geen promotiecampagne te voeren voor Beaujolais-Primeur heeft de Socialistische Partij (SP) een gratis actiepakket gemaakt met suggesties voor lokale acties. Eveneens van de SP komen stickers, posters en T-shirts met de tekst 'Stop Chirac in de bak'.

*Het Earth Liberation Front (ELF) roept om om in de week van 31 oktober t/m 5 november, Earth Night!, radicale milieu-acties te voeren tegen de kernproeven. Men roept op om Franse bedrijven en producten hard aan te pakken, hoe meer schade hoe beter.

Uit: NN #195 , 20 oktober 1995:

‘Het ELF roept tweemaal per jaar op voor de actieweek Earth Night!, begin april en begin november. Binnenkort is het weer zover. De Nederlandse tak van het ELF roept dan ook op om in de week van 31 t/m 5 november acties te organiseren. Gewoonlijk zijn dat acties gericht tegen alles wat los en vast zit, als het maar past in het kader van de doelstelling, namelijk in het belang van het milieu. Het ELF roept op om de komende Earth Night! in Nederland speciaal in het teken te laten staan van protest tegen de Franse kernproeven.’

Ook heeft het ELF eerdere acties in Nijmegen opgeëist, dus het kwam ook niet vanuit het niets:

NN #159:

‘Tijdens de Paasdagen hebben de 'Nijmeegse Elfjes' actie gevoerd, gericht tegen twee garagebedrijven en een slagerij. De panden werden beklad en bij de slagerij werd de leus ELFN achtergelaten. In de nacht van dinsdag 5 op woensdag 6 april zijn zeker op twee plaatsen in Nijmegen milieuactivisten actief geweest. Op muren van de St. Annastraat en bij het Industrieplein werden leuzen gekalkt tegen de auto-overlast, ondertekend met ELFN. De letters staan voor Earth Liberation Front Nederland.

Opmerkelijk is dat er direct in de buurt van de gekladde leuzen tot hardere actie werd overgegaan. Zo werd er aan het Industrieplein brandgesticht in het kantoortje annex winkeltje van het BP-station. In de nabijheid van de leus in de St. Annastraat werden van zes auto's de banden lek gestoken.

Een woordvoerster van de politie laat desgevraagd aan het regionale dagblad De Gelderlander weten, dat een relatie tussen de leuzen enerzijds en de vernielingen anderzijds niet wordt uitgesloten. Vlakbij het Industrieplein werd de leus 'De vervuiler betaalt' gekalkt op de muur van Brans Groothandels Centrum en daaronder de 'handtekening' ELFN. Van het nabijgelegen tankstation werd een ruit vernield, waarna er een brandende vloeistof naar binnen is gegooid. Het kantoortje brandde uit.’

Bovendien, en dat is heel belangrijk: de politie wist ook allang waar ze het moest zoeken, zie onderstaande bericht uit de Gelderlander van 15 maart 1996(!):

Onderzoek bomaanslag leidt naar Nijmegen
Door onze verslaggever/Gelderlander 15 maart 1996

ARNHEM – Het onderzoek naar de bomaanslag op het Franse consulaat en de
Banque Paribas in Arnhem concentreert zich op de man of vrouw die een
voorraadbus heeft aangeschaft bij de Xenos in Nijmegen.

De politie zoekt de daders in kringen van Gelderse actiegroepen, met name in
Arnhem en Nijmegen. Zij sluit buitenlandse actie- of terreurgroepen uit. Dat heeft de politie GelderlandMidden in Arnhem gisteren bekend gemaakt.

Uit analyse van de bomresten door een gespecialiseerd laboratorium in Londen zou zijn gebleken dat er een direct verband is tussen de bomaanslag op het consulaat op 2 januari van dit jaar en de mislukte aanslag op de Arnhemse Credit Lyonnais in1995. De aanslag op Credit Lyonnais op 17 oktober mislukte doordat alleen het slaghoedje afging en de bom zelf niet explodeerde. De explosieven zaten in een voorraadbus die gekocht is bij de Nijmeegse vestiging van de Xenoswinkelketen, aldus de politie. Vanuit het filiaal in de Molenpoortpasage zij in de periode juni tot 16 oktober 1995 dertig soortgelijke bussen verkocht. De politie is op zoek naar mensen die zo’n bus hebben aangeschaft.

Het rechercheteam gaat er vooralsnog vanuit dat de beide bommen door dezelfde groepen of mensen zijn geplaatst, uit protest tegen de Franse kernproeven in de Stille Oceaan. Ook een aanslag op het Nijmeegse filiaal van de Credit Lyonnais, twee weken na de mislukte explosie in Arnhem, zou door de dezelfde daders zijn gepleegd. Daar werd gebruik gemaakt van een molotovcocktail: een met benzine gevulde fles die in brand wordt gestoken.

Politiewoordvoerder J. Rouwen beaamt dat de politie nog geen directe verdachten op het oog heeft. ‘Maar we zijn een stuk verder nu we veel groepen kunnen wegstrepen. Het is uitgesloten dat het om Algerijnen gaat. We weten zeker dat we in Nederland moeten zijn, en meer speciaal in Arnhem en Nijmegen.’

Volgens Rouwen gelooft de politie niet langer dat de actiegroep ‘Angst’ iets van doen heeft met de aanslag op het Franse consulaat. ‘Angst’, het Anti Nucleair Genootschap Stil Tegenoffensief eiste een week of drie na de explosie de verantwoordelijkheid op in een brief die in Denemarken was gepost.

Dus nog voor de actie bij BASF weet de politie al dat ze moeten zoeken naar milieu-activisten uit Nijmegen of Arnhem, en dat de acties tegen de banken gericht waren tegen de Franse kernproeven. Dat konden ze niet alleen afleiden omdat het allemaal erg voor de hand lag, maar ook omdat de samenstelling van de explosieven en de modus operandus hetzelfde was:

Uit De Gelderlander van 23 april:

Uitvoerig onderzoek in onder andere een laboratorium in Londen wees uit dat bij de aanslagen op de bankgebouwen een blik met springstof en kunstmest voorzien van een slaghoedje was gebruikt. Het technisch onderzoek naar welke bom bij BASF is gebruikt, is nog niet klaar.

De politie zoekt nog steeds dichtbij naar mogelijke daders. “We zoeken in Gelderland, in de aktiewereld van Arnhem en Nijmegen. De aandacht gaat niet uit naar allerlei buitenlandse organisaties”, aldus de zegsman.

Volgens een woordvoerder van het OBIV (Onderzoeksbureau Inlichtingen- en
Veiligheidsdiensten) in Nijmegen zijn inmiddels rond de tien aktievoerders gehoord. “Overigens geen echte keiharde aktiemensen”, aldus een woordvoerder van de organisatie.

En ook de bom bij de BASF heeft dezelfde samenstelling en dezelfde M.O. Dus de politie weet dat het om dezelfde daders gaat en dat ze het moeten zoeken in Gelderse kringen van milieu-activisten. Logisch ook, BASF was nog niet zo lang daarvoor het symbool van milieuvervuilende multinationals, zelfs Youp van ’t Hek heeft er grappen over gemaakt! Maar desondanks ontstaat er verwarring, c.q. wordt er verwarring gezaaid, in en door de media. Opeens zijn de acties ‘raadselachtig’. Ook gaan allerlei overduidelijke idioten de acties opeisen. Niettemin worden aan die verklaringen van onder andere ‘Dendelion de Bendelion’ (alleen die naam al!) veel aandacht besteedt. Ik zie me daarom genoodzaakt de acties toch namens het ELF te claimen. Ik doe dat met een kort fax-bericht waarin ik dezelfde slogan gebruik als bij de actie in Nijmegen (‘De vervuiler betaalt!’) en ook zogenaamde dader-informatie prijsgeef, zodat de politie weet dat het ELF ook daadwerkelijk voor de acties verantwoordelijk is. Maar ondanks dit alles, ondanks dat het allemaal zó voor de hand lag, wordt de claimbrief door Ravage als fake bestempelt, en de acties als ‘raadselachtig’, etc.:

UIT: Ravage #209 van 3 mei 1996

Opnieuw raadselachtige aanslag in arnhem

De bomaanslag bij de vestiging van het chemieconcern BASF in Arnhem, heeft voor veel verwarring gezorgd. Doordat de actie, in navolging van eerdere aanslagen bij de Banque Paribas en Credit Lyonnais, nog niet lijkt te zijn opgeëist, is het onduidelijk wat de beweegredenen zijn geweest van de daders. Het milieu heeft vooralsnog het voordeel van de twijfel.

De meest recente explosie vond op dinsdagavond 16 april omstreeks elf uur plaats bij een kantoor van het Duitse concern BASF aan de Kadestraat in Arnhem. Er was op het tijdstip van de aanslag niemand in of rond het gebouw aanwezig. De entree werd geheel vernield, terwijl door de kracht van de explosie de luifel zwaar werd beschadigd en er een stuk uit de pui werd geslagen. De schade wordt op enkele honderdduizenden gulden geschat.

De kracht van de bom, waarvan de klap tot in Arnhem-Zuid te horen was, is volgens een woordvoerder van de politie te vergelijken met de bom die begin januari ontplofte bij het gebouw van Banque Paribas in Arnhem. Het kantoor van BASF huisvest de marketings-en de verkooporganisatie. Het gebouw ligt aan de Rijn, pal naast de John Frostbrug.

De politie tast in het duister over een motief van de aanslag. De aanslag
werd twee dagen later weliswaar opgeëist door een verward klinkende vrouw, die het ANP telefonisch inlichtte, maar haar mededeling wordt nauwelijks serieus genomen. Ze sprak namens de actiegroep 'Dendelion de Bendelion'. De aanslag bij BASF was volgens haar uitgevoerd omdat het concern zich samen met een ander chemisch bedrijf 'schuldig zou maken aan het produceren van drugs'.

Ook de persverklaring die de redactie van actieblad Ravage op 25 april ontving, lijkt nep. Deze verklaring, ondertekend door de revolutionaire actiegroep Earth Liberation Front (ELF) (*), bevat slechts de volgende cryptische tekst: "Arnhem. De vervuiler betaalt. Ook oude rekeningen. 17 okt.4.5.V4".

De datum '17 okt.' kan slaan op de bomaanslag van 17 oktober '95 op het filiaal van de bank Credit Lyonnais in Arnhem. Algemeen wordt aangenomen dat deze aanslag, en die van 2 januari jl. op het filiaal van Banque Paribas in Arnhem, een vergelding waren van de Franse kernproeven in de Stille Zuidzee.

De tekst 'De vervuiler betaalt, ook oude rekeningen' daarentegen kan verwijzen naar de praktijken van het chemieconcern BASF. Dit Duitse bedrijf haalde in 1989 de voorpagina's, nadat bleek dat het concern zich schuldig had gemaakt aan
het illegaal lozen van grote hoeveelheden bentazon in de Rijn. De vervuiling was zo ernstig, dat de

Nederlandse waterbedrijven zich genoodzaakt zagen het water uit de Rijn links te laten liggen. Sindsdien loost BASF nog steeds afvalwater in de Rijn, maar in dermate kleine hoeveelheden dat het nauwelijks invloed heeft op de waterwinning. […] 
 
De politie wist allang waar ze het moest zoeken, en weet het nu helemaal zeker. Voor hun is de ‘cryptische omschrijving’ (gewoon een code die de echtheid garandeert, zoals gebruikelijk) wel duidelijk te herkennen als dader-informatie (Dat hebben de rechercheurs achteraf ook toegegeven):

Bomaanslagen BASF en CL Arnhem opgeëist door ELF
Door onze verslaggever/Gelderlander 3 mei 1996

ARNHEM – Het Earth Liberation Front (ELF) heeft de bomaanslag op het gebouw van BASF in Arnhem opgeëist. De groep claimt in bedekte termen ook de (mislukte) aanslag op de Credit Lyonnais bank in de Gelderse hoofdstad. Dit meldt het Amsterdamse actieblad Ravage in en persbericht.

De redactie zou op 26 april een brief hebben ontvangen met de summiere tekst:
“Arnhem. De vervuiler betaalt. Ook oude rekeningen.” Dit kan duiden op BASF. In 1992 werd er vanuit een vestiging van BASF in Arnhem het middel styreen geloosd in de IJsel Ook was er in 1989 sprake van lozingen op de Rijn in Duitsland.

Verder staat er: “17 okt. 4.5V.4”, aldus Ravage. De aanslag op de Credit Lyonnais
bank was op 17 oktober 1995. De betekenis van de code achter de datum is
onbekend. Opmerkelijk genoeg wordt er niet gerept over de aanslag op de Banque Paribas op 3 januari van dit jaar. De politie in Arnhem brengt deze aanslag en de bom bij de Credit Lyonnais met elkaar in verband. Ze zouden gericht zijn tegen de Franse kernproeven.

De aanslag bij de Banque Parisbas en op BASF zijn al eerder opgeëist, maar de
politie neemt dat niet meer serieus. Een woordvoerder van de politie in Arnhem kon gisteravond nog weinig kwijt over de jongste claim. “dit is een nieuw aspect, dat we meenemen in het onderzoek. Dit is een bestaande organisatie die bij ons bekend is. De groep Angst die de aanslag op de Banque Parisbas opeiste hebben we uitgesloten. Het Earth Liberation Front nemen we wel serieus.”

Het ELF is een radicale milieubeweging die is ontstaan in Engeland. De groep heeft inmiddels een Nederlandse tak, die ongeveer twintig sabotageacties heeft gepleegd. Zo werden in november 1993 van 69 auto’s in Voorschoten de banden lekgeprikt. In april waren twee garages in Nijmegen het doelwit. Daar werden ruiten ingegooid. Verder werden van auto’s banden lek gestoken. De actie gingen vergezeld van leuzen die steeds door ELF wedren ondertekend. In oktober 1994 deed de Centrale Recherche Informatiedienst een waarschuwing uitgaan voor mogelijke acties van het ELF.

Volgens Ravage roept het ELF twee keer per jaar een bepaalde week uit tot ‘Earth
Night!’, waarin de aanval wordt ingezet tegen multinationals die ilieuonvriendelijk
zouden zijn. De meest recente Earth Night! Was in de week van 7 april, negen
dagen voor de aanslag op BASF. Het chemieconcern wilde gisteravond nog geen
reactie geven op de claim.
 
 
Dat ze de claimbrief heel serieus nemen blijkt ook wel uit het feit dat ze bij Ravage een
huiszoeking uitvoeren op zoek naar het origineel. Toch valt het kwartje nog steeds niet bij de redactie van dat blad. Ondanks de inval, ondanks de infiltraties en politie-onderzoeken in het Gelderse actiewezen, ondanks alles. Een tweede claimbrief die alle onduidelijkheid weg moet nemen (bij die redactie!), wordt ontvangen met een enthousiast ‘Nee hé, niet weer!’:

UIT: Ravage #210 van 17 mei 1996

Elf geeft toelichting op aanslagen arnhem

"Nee hè, niet weer! Shit." Dit is zo'n beetje de strekking van de allereerste reacties van de aanwezige medewerkers van Ravage, nadat de fax met een tweede persverklaring van het ELF hen onder ogen was gekomen.

Gelet op het karakter en de inhoud van de brief, waren we het er al snel over eens dat, in tegenstelling tot de eerder gearriveerde zeven woorden tellende verklaring, deze zo op het eerste gezicht serieuzere indruk achter laat. Er gemakshalve even vanuit gaande dat hetgeen er in de brief wordt gesteld over de gebruikte elektronische materialen voor de bom bij Credit Lyonnais op 17 oktober '95 in Arnhem, op waarheid blijkt te berusten. Maar dat weet alleen de politie, en die doet daar geen uitlatingen over.

Als redactie nemen we het besluit om pas ruchtbaarheid te geven aan de twee verklaring, nadat de volgende editie van Ravage is verschenen. Na verwerking van de tekst, gaat de fik erin. Nu beseffen we uiteraard dat er heel wat 'journalisten' zullen zijn die ogenblikkelijk beginnen te steigeren als ze dit lezen, en die er heel wat voor over hebben om het origineel in handen te krijgen, maar aan die spelletjes doen wij niet mee. De brief is gericht aan de redactie en daar blijft het bij. Basta! Wij doen ons werk en de politie het zijne. We wensen beide sectoren strikt gescheiden te houden, als u het niet erg vindt.

Even later, tijdens een mondeling onderhoud met onze advocate, adviseert zij ons om snel ruchtbaarheid te geven aan de persverklaring. Immers, de politie tapt toch al onze telefoonlijnen af (waar zijn overigens al die vuilniszakken die we de avond er voor op straat hadden gezet, ze snel gebleven?), zodat de inhoud van de fax reeds in vele gekopieerde vormen bij justitie op de burelen zou moeten liggen. Een tweede inval behoort dan tot de mogelijkheden.

Met flinke tegenzin, want wat halen we ons nu weer op de hals, stellen we
een persbericht op waarin de integrale tekst van de verklaring wordt weergegeven. In de vroege avond van maandag 13 mei faxen we ons persbericht naar het ANP en enkele ochtendkranten, wetende dat binnen een kwartier de telefoon roodgloeiend zal staan. We besluiten om alleen de vragen van het ANP te beantwoorden, daar de inhoud van ons persbericht voor zich spreekt en we eventjes geen zin meer hebben in vragen van het kaliber 'Bent U van het ELF?' of 'Kent U ELF?'. Van de 
verslaggeefster van het ANP vernemen we datgene wat we al vermoeden: we zijn het enige blad dat de persverklaring toegezonden heeft gekregen. Dubbel shit.

Persverklaring

"Met de bomaanslagen in Arnhem hebben we willen laten zien dat we het niet langer meer pikken. Dat we niet langer werkloos blijven toezien hoe de wereld naar de klote wordt geholpen". Dit schrijft het 'ELF' in de persverklaring. "Als de Franse regering denkt kernproeven te moeten houden en daarbij het milieu en de
gezondheid van de plaatselijke bevolking achteloos op het spel zet dan houden wij onze kernproeven!"

"En BASF heeft jarenlang stelselmatig het milieu verziekt en er flink aan verdiend. Op 16 april hebben we ze een deel van de rekening gepresenteerd. Voor ons staat BASF symbool voor al die multinationals en regeringen die denken mens en natuur te kunnen opofferen voor hun eigen economische belangen. De boodschap voor hun is dus duidelijk: we pakken jullie terug, waar
en wanneer we willen".

De persverklaring wordt besloten met de volgende statements: "Als recht onrecht wordt is verzet plicht! Sluit je aan bij het revolutionair anti-kapitalistisch verzet", ondertekend met ELF.

Onder de persverklaring is de volgende zin getiept, waarmee het cryptische "4.5V4" van de eerdere persverklaring van 25 april wordt toegelicht: "Aanwijzing(!!): het ontstekingsmechanisme van de bom die gebruikt is op 17 oktober bevatte o.a. 4 batterijen van 4.5 V en 2 detonatoren."

En zelfs nu snappen ze het nog niet. Wat had ik nog meer moeten doen dan de actie opeisen en dader-informatie geven?! Mezelf aangeven?! En natuurlijk, de actie bij BASF was niet het meest voordehandliggend, maar het bedrijf heeft lange tijd te boek heeft gestaan als milieuvervuilende multinational, en het E.L.F. voert ook actie ‘gericht tegen alles wat los en vast zit, als het maar past in het kader van de doelstelling, namelijk in het belang van het milieu’. Dus ik besloot die actie uit te voeren omdat er in de Earth Week een week eerder het ELF niets van zich had laten horen. Ik wilde die week dus niet onopgemerkt voorbij laten gaan. En BASF was een makkelijk en veilig doelwit. Tenslotte ben ik ook erg geschrokken van het effect van de actie bij de Banque Paribas/consulaat. Bij BASF stonden geen woonhuizen in de buurt. Het dichtstbijzijnde gebouw was het paleis van justitie… Maar hier blijft het niet bij. Want vanaf dat moment gaat ook de oude garde uit de beweging zich er mee bemoeien. Het begint met ingezonden stukken waarin ze het E.L.F. met de grond gelijk maken (Zie o.a. artikel Johan & Jolanda bijlagen 6.1.1). Ook wordt er hier en daar beweerd dat de acties wel eens het werk zou kunnen zijn van provocateurs (neem bijvoorbeeld de kop van het artikel ‘ELF opgericht door CIA?’). Ik probeer nog met ingezonden brieven ondertekend met ‘Een sympathisant van het ELF’ ,‘Een revolutionair’ en ‘een emotionele 
actievoerder’ de schade beperkt te houden. Maar het initiatief wordt definitief om zeep
geholpen door de kliek die het binnen ‘radikaal links’ voor het zeggen heeft. En wie die kliek
is wordt duidelijk als je de laatste zin van het artikel van Eveline Lubbers/Buro Jansen
&Janssen in het artikel ‘Proces tegen RAT begonnen’ vergelijkt met de eerste zin in het
artikel van ‘Johan&Jolanda’:

Eveline Lubbers/buro Jansen & Janssen: ‘de emotionele actievoerder die handelt rechtstreeks uit zijn hart en er verder niet zo over nadenkt’

Johan & Jolanda: ‘De emotionele actievoerder handelt direct vanuit zijn hart en denkt er verder niet zo over na’

Oftewel: bureau Jansen&Janssen, de Stasi van de beweging, gaat zich met de zaak bemoeien. Ze proberen het initiatief om zeep te helpen. Ze zijn niet alleen gezaghebbend binnen links, de teksten zijn ook door het niveau dat er uit spreekt erg overtuigend. En ik meen dat er in de artikelen die volgen zelfs geprobeerd wordt het ELF te linken aan Deep Ecology en zijn fascistische wortels. De term eco-fascisten valt in ieder geval in de discussie. En alleen de suggestie van ‘fascistisch’ al is genoeg om je binnen links tot grootse vijand te bombarderen. En naast het feit dat het ELF door ze afgebrand wordt, gaan ze ook op zoek naar wie er achter zit: ‘Dit is een eerste poging vat te krijgen op wat er nou aan de hand is’ . Daarbij wordt onder andere Marc Witteveen die een ‘liefdesverklaring aan het ELF’ schreef, waarin hij opriep toch vooral door te gaan met de acties, ontmaskerd als infiltrant van de BVD. En dat Jansen&Janssen niet zomaar een onderzoeksbureautje is blijkt wel uit het feit dat ze hebben aangeboden om de zaak-Sévèke zélf te onderzoeken. Oftewel ze denken dat het 35 man tellende TGO kunnen overtreffen…

Het linkse onderzoeksbureau Jansen en Janssen uit Amsterdam heeft nabestaanden aangeboden een eigen onderzoek te doen, bevestigt Rik van Amersfoort. “Maar dat is tot onze verbazing van de hand gewezen.”

Bron: Gelderlander, 31 december 2005

De bizarre acties van het ‘ELF’ die volgen, en die niet anders betiteld kunnen worden als satire, zoals het zogenaamd bevrijden van herten en rode pepers, doen de rest. Dit alles maakt dat alle acties voor niets zijn geweest. Ondanks het feit dat het voor iedereen duidelijk was, behalve voor de redactie van Ravage… En daarmee zijn al mijn inspanningen voor niets geweest. Dat betekent dus ondermeer dat ik voor niets tien jaar gevangenisstraf heb geriskeerd en dat die straf altijd als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd blijft hangen, naast het feit dat ik ben weggezet als vaag en mogelijk agent provocateur. Maar dat is niet eens het ergste. Het ergste vond ik dat het hele initiatief -een poging een anti-kapitalistische beweging te initiëren - om zeep is geholpen. 

6.1.1 Bijlagen De Acties

Op de volgende pagina’s staan de complete artikelen waaruit ik geciteerd heb.

UIT: Ravage #213 van 28 juni 1996

ELF opgericht door CIA?

"De cruciale vraag is of je nog gelooft dat het mogelijk is hier en
op dit moment een brede massabeweging op te zetten." Het ELF
vindt van niet. Daarom voert het ELF sabotage-acties uit. Of het in
de krant komt maakt niets uit. En of het sympathie opwekt nog
minder. "Sabotage-acties zij bedoeld om te saboteren." Een
pleidooi van een revolutionair.

De reacties op de acties van het ELF zijn niet allemaal even positief. Dat
hoeft ook niet want kritiek is altijd welkom. Maar dan wel opbouwende
kritiek. Het lijkt erop dat veel mensen argumenten zoeken waarmee ze
zich kunnen distantiëren. Daarbij nemen ze schaamteloos de onzin uit de
media over: "er hadden slachtoffers kunnen vallen", "erg raadselachtig
allemaal, zou er een Unabomber loslopen?", etc. Nog even en jullie
zeggen dat BASF een milieuvriendelijk bedrijf is en dat kernwapens voor
vrede en veiligheid zorgen.

Het schijnt zelfs dat er mensen zijn die durven te beweren dat het
allemaal geënsceneerd is door justitie of de BVD om 'radicaal-links' te
criminaliseren en in kaart te kunnen brengen. Die mensen vergeten dat
'radicaal-links' op dit moment inhoudelijk niets meer voorstelt. Radicaal is
het allang niet meer. Het enige wat de BVD hoeft te doen, is rustig
afwachten tot 'radicaal-links' compleet gedesintegreerd is in het systeem
en Ravage omgedoopt wordt tot Groene Amsterdammer. (Wat stond er
ook alweer over in het BVD-rapport over 1995?)

De drang om zich te distantiëren komt waarschijnlijk omdat plotseling
beseft wordt dat "links" zijn ook wel eens consequenties kan hebben. Dat
het niet langer consumeren is vanuit de luie stoel (beetje praten en lezen
over andermans acties). Zonder risico's, zonder offers, gewoon leuk,
gezellig. Het zijn ook deze mensen die als eerste zeggen dat dergelijke
acties alleen maar repressie opleveren (dat jullie over een enkele simpele
huiszoeking al zo'n ophef maken geeft al aan hoe triest het gesteld is).

Repressie is onvermijdelijk. Natuurlijk tolereren ze meer als je je doodstil
en rustig houdt of zolang het marginaal en onschadelijk blijft (wat tevens
absoluut zinloos is, behalve voor jezelf. Want je kunt dan toch 'links' zijn
zonder al teveel te moeten opofferen). Maar zelfs dan zal het systeem de
ruimte langzaamaan terug veroveren. Dat zag je gebeuren met de laatste
kraakpanden. Die kwamen voor de keus te staan: legaliseren en opgaan in
het systeem of ontruimd worden.

Daaraan kun je dus ook zien hoe 'imperialistisch' dit systeem is. Het is
inderdaad als een monster dat z'n tentakels steeds verder uitspreidt.

Ruimte zul je dus moeten veroveren. Met geweld of de dreiging met
geweld. Zoals ook dit systeem ruimte verovert op ons met geweld of de
dreiging met geweld. Of in sommige gevallen, door ons te integreren en
onschadelijk te maken: een klein beetje ruimte geven zodat we ons rustig
houden omdat we anders die ruimte kwijtraken.

Dus de confrontatie komt toch, vroeg of laat. Maar naast al die mensen
die zich zo snel mogelijk willen distantiëren zijn er gelukkig ook nog
mensen die wel serieus over het ELF en revolutionaire politiek in het
algemeen willen discussiëren. Bijvoorbeeld de schrijver van het artikel
getiteld 'De zin van geweld' (Ravage #211).

De schrijver komt tot de terughoudende conclusie dat geweld niet bij
voorbaat uitgesloten moet worden maar dat het hooguit een soms
onvermijdelijk, soms noodzakelijk kwaad is. En hoewel hij het aanbrengen van economische schade als legitiem en effectief bestempeld, ziet hij blijkbaar niets in de
tactiek van het ELF om massale sabotage-acties uit te voeren. Dat komt
door de voorwaarde die hij stelt aan het gebruik van geweld: geweld is
alleen gerechtvaardigd 'indien er een brede verzetsbeweging rond
desbetreffend onrecht actief is'. Want 'zonder ondersteuning aan de basis
verliest een militante actie al snel haar effectiviteit en daarmee haar
waarde.'

Maar dat is onzin. Dat geldt alleen als je sabotage ziet als een (radicale)
protestvorm. En dat is het dus niet. Tenminste niet voor het ELF:
"sabotage-acties zijn bedoeld om te saboteren. Punt. Of het in de krant
komt maakt niets uit. En of het sympathie opwekt nog minder."

En deze laatste zin geeft aan waar de hele discussie in feite om draait.
Want de cruciale vraag is of je nog gelooft dat het mogelijk is hier en op
dit moment een brede massabeweging op te zetten. Het ELF gelooft daar
dus niet in. En terecht denk ik. Want iedereen weet dat het slecht gaat
met het milieu en toch staan iedere dag de wegen weer vol en ook het
vliegverkeer en het energieverbruik blijven toenemen (even naar
Engeland op en neer vliegen voor een wedstrijd van ons Oranje, leuk
toch?) Met deze mensen is niets te beginnen. Ja, een handtekening willen
ze nog wel zetten. En een tientje voor het milieu kunnen ze ook nog wel
missen. Maar meer zit er echt niet in. Wat kun je ook anders verwachten
van de profiteurs van het kapitalisme?

Maar dan blijft de vraag: wat moeten we dan?

Die vraag wordt beantwoord in het inspirerende artikel: 'Twee, drie, vele
Nederlanden, dat is het parool' (Ravage #211): we moeten het bolwerk
van het imperialisme afbreken. Hier in het Westen. Zodat in eerste
instantie de onderdrukten In de Derde Wereld de kans krijgen zich te
bevrijden. Of zoals eerder door ene A.A. geschreven werd: we zitten hier
in het hol van de leeuw, het zenuwcentrum van waaruit de uitbuiting georganiseerd wordt. En dus kunnen we hier direct een bijdrage leveren
aan revolutionaire strijden elders (denk aan de acties van Rara). En hoe?
Door revolutionaire cellen op te richten en met sabotage de aanval in te
zetten (ELF, concept stadsguerrilla) en hier "het kapitalisme te
dwarsbomen, te ontwrichten en te destabiliseren."

Daar heb je inderdaad geen draagvlak of massabeweging voor nodig.
Maar er is wel degelijk een draagvlak voor dergelijke acties, namelijk bij
de mensen die uitgebuit en onderdrukt worden door regimes die gesteund
en in stand gehouden worden door het Westen omdat ze goedkope
grondstoffen en arbeidskrachten garanderen. Of de mensen die hun
leefomgeving vernietigt zien worden door westerse multinationals. De
mensen die sterven voor onze welvaart.

Deze mensen hebben al te lang de klappen en de kogels gevangen. Het
wordt hoog tijd dat we de extra verantwoordelijkheid die we hebben waar
gaan maken, en met deze mensen mee gaan strijden in de frontlinie. Dus
richt een revolutionaire cel op en kom in actie!

Gegroet, een revolutionair 
 
UIT: Ravage #214 van 12 juli 1996

Je bent vaag en je doet maar wat

'Dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensenwensen en
dezelfde mensenstreken. Dat komt allemaal in de krant...' Alleen
steken dieren geen slagerijen in brand.

De recente brandstichtingen bij vleesverwerkende bedrijven en de
bomaanslagen in het belang van het milieu worden gekenmerkt
door een tweeslachtige aanpak. Enerzijds spreken de middelen
voor zich, maar de context waarbinnen de aanslagen plaatsvinden
is zoek. Het lijkt erop dat de links-radicale actievoerder van de
jaren negentig zich weinig aantrekt van de opgedane ervaringen
van oud-collega's uit het voorafgaande decennium. De vaagheid
van de claimbrieven van het ELF en de procesgang van het RAT
roepen vragen op over hun ideeën en strijdwijze.

De emotionele actievoerder handelt direct vanuit zijn hart en denkt er
verder niet zo over na. Dat hoeft ook niet. Sterker nog, je mag trots zijn
op je primaire reactievermogen. Ravage schreef al eerder over het politie
onderzoek naar en het proces tegen Right Animal Treatment (RAT), de
radicale dierenrechtenactivisten die jarenlang heftige aanslagen pleegden
op slagerijen en de vleesindustrie.

De politie liet de boel verslonzen, dus ging RAT maar door. Brandstichting
bij een koelwagen, bij een slachthuis of bij het circus, wat maakt het uit
want er-moet-iets-gebeuren. Nadere toelichting is overbodig. 'Vlees =
moord, en dieren zijn zielig', daar is iedereen het toch over eens? Of wou
je soms beweren dat dieren niet zielig waren? Burgers worden
aangesproken op een gevoelsmatige weerzin tegen Het Kwaad en dat kan
van alles wezen. 'Dieren kunnen niet spreken, dus moeten wij dat voor
hen doen'. De strijd tegen Het Kwaad lijkt heel overzichtelijk. Je hoeft
niets uit te leggen. Je hebt de bevolking achter je en kan je gelegitimeerde
woede de vrije loop laten. Dus hoef je ook niet op te passen:
zolang het goed gaat, gaat het goed.

Maar wat gebeurt er als je ineens toch opgepakt wordt? Dan sta je met
lege handen. Dan wreekt het zich dat de acties niet plaatsvonden in een
bredere context, dat je geen onderdeel uitmaakt van een bredere
beweging. Dat niemand informatie heeft over het hoe en waarom van de
acties.

Dan weet je ook niet wat je moet doen wanneer je vast komt te zitten, dat
je je mond moet houden, eerst om een advocaat moet vragen, het liefst
een goeie. Dan is er ook geen grote steun van allerlei groepen. Of grote
verontwaardiging, geen vragen in de Tweede Kamer bijvoorbeeld over het
slonzige politieoptreden; of in de pers, over zielige arrestanten, of dito
dieren. Dan wreekt het zich dat je eigenlijk zelf niet goed weet waarom je
zo lang bent doorgegaan. Anderen mogen de rotzooi opruimen en de
formele verontwaardiging naar buiten toe hooghouden, of niet.

Tegenspraak

Bij de jongens van RAT kwam het bovenstaande extreem tot uiting tijdens
hun proces op 25 juni. In de nacht die eraan vooraf ging was er bij de
rechtbank nog een ruit ingegooid. Tijdens hun proces werd er buiten het
gerechtsgebouw een picketline gehouden onder het mom van 'Niet Frank
en Erik, maar de dierenbeulen horen voor de rechtbank'. Hier had de
Supportersgroep van de arrestanten voor opgeroepen. Maar de twee
jongens zelf zaten onverwachts timide spijt te betuigen tijdens de
rechtszitting.

De pamfletten van de supporters waren zo radicaal in tegenspraak met
wat zich in de rechtszaal afspeelde, dat het bijna te pijnlijk voor woorden
was. 'Los van het feit of je vindt dat het saboteren van middelen waarmee
dieren gedood of gemarteld worden 'toegestaan' is, is het van het
allergrootste belang dat dierenvrienden in Nederland en Europa laten zien
dat het uit moet zijn met de massamoord op onschuldige dieren', zo stond
er geschreven.

Een dergelijke ferme houding was bij Frank en Erik ver te zoeken. Van een
politieke verdediging was geen sprake. Geen beelden van zielige dieren
voor de rechter, of getuigendeskundigen die omstandig uitlegden hoe erg
het allemaal wel niet is gesteld tussen dier en mens. Het enige doel van
de jongens en hun advocaat was nu kennelijk een zo kort mogelijke
gevangenisstraf te krijgen.

Op zich niet verkeerd, maar ten koste van wat? De advocaat voerde aan
dat de RATjes nu pas, sinds ze vastzitten, zijn gaan nadenken over wat ze
hebben gedaan. Waarom niet eerder? Dat moest maar worden uitgezocht
in een psychiatrisch en psychologisch onderzoek. Sinds wanneer vinden
actievoerders zichzelf verminderd toerekeningsvatbaar? 'Verblind door hun
idealen' zo werd het omschreven. De advocaat moest zich in allerlei
bochten wringen om recht te praten dat Frank en Erik geen afstand
hadden gedaan van die idealen, alleen van de methoden om ze te
bereiken. Wat is de boodschap die hier doorklinkt: blij dat ik opgepakt
ben, gevangenisstraf helpt?

Uitgerangeerd

Het grootste gevaar van de weigering tot nadenken is het eindstation van
de TBS. Daar kom je dan op uit als je jezelf ontoerekeningsvatbaar gaat
verklaren, en vraagt om het stempel 'uitgerangeerd' op je voorhoofd. Wie
gaat zich nou gek laten verklaren door de overheid? Dat kan toch nooit de
bedoeling geweest zijn? Waarom is er dan nog een picketline, en een
supportersgroep? Omdat dat nou eenmaal zo hoort? Omdat dat in
Engeland ook zo gaat? Omdat je niet weet wat je anders zou moeten
doen? 
 
Op het pamflet van het Animal Justice Fonds, de Supporters Groep van
Frank en Erik, staat alleen een lijst vermeld met alle acties waarvoor
Frank en Erik vastzitten en wat krantekoppen. Wat heb je er aan om op de
top-tien van het lijstje martelaren van het Animal Liberation Front te
staan? Echt motiverend voor andere enthousiaste actievoerders is dat
niet. Deze generatie heeft wellicht moeite met het verwoorden van kritiek
op de grote, geïnstitutionaliseerde dieren-en milieubeweging. Of weet
alleen gevoelsmatig dat er iets niet klopt en heeft gewoon geen zin om het
verder te formuleren. De Dierenbescherming doet het asiel en Pieterburen
de zeehondjes. Greenpeace is niks, bovendien kom je daar niet eens bij,
behalve via een giro-overschrijving. Maar wat is er dan wel?

PeTA is in dat gat gedoken, geparachuteerd vanuit Amerika met geld en
professionele mediatactieken. Met een glossy magazine gericht op de
modieuze vegetariërs met donateurs-aspiraties. En met een zuigende
werking op jonge kids, met het hart op de goede plaats, maar verder
zonder veel organisatietalent van zichzelf. Deze groep gelooft niet meer in
autonome structuren die een alternatief zouden kunnen zijn voor
maatschappelijke organisaties als Amnesty, Greenpeace of Milieudefensie.
Als er dan eigen initiatief is in die kringen, uit het zich in zelfgefabriceerde
bommetjes van colaflessen met wierookstokjes, die elke keer zoveel
sporen achterlieten dat het een wonder is dat de politie niet al veel eerder
voor de deur van Frank en Erik stond.

Meerdere vaagheden

Natuurlijk gaat het hier niet alleen om Frank en Erik. Het zou niet fair zijn
om de kritiek uitsluitend op hen te richten. Een paar jaar geleden was er
een jongen die tegen de afgraving in een Mergelgroeve in zijn eentje
graafmachines in de fik stak. Om op te komen voor de natuur. Nadat er
een videocamera op de bouwput werd gericht, was hij de sigaar. Hij werd
behandeld als een psychiatrisch patiënt en kwam er uiteindelijk vanaf met
een redelijke gevangenisstraf en de belofte zich daarna langdurig onder
behandeling te stellen om weer 'normaal' te worden.

In de periode '84 -'86 had je nog de drie jongens uit Den Haag die
'antikapitalistische aanslagen' pleegden, ook vanuit een nogal geïsoleerde
positie. Hun manier van doen was zo vaag dat de links-radicale scene in
Den Haag er destijds niets mee te maken wilde hebben. De drie gingen
langs bij het Energiebedrijf, bij een politiebureau, een Shellkantoor, bij het
Neeratoom en bij het EG Voorlichtingskantoor.

Negen maanden lang stond het groepje onder observatie. De BVD en de
politie wist allang wie het deden, maar men greep pas in toen een bom bij
American Express wel afging en er een politieagent gewond raakte. Een
van de jongens werd verminderd toerekeningsvatbaar verklaard, ze
verlinkten nog een vierde en kwamen er met niet zo heel lange straffen
vanaf. 
 
En straks wordt het Earth Liberation Front opgepakt. De ELFjes stuurden
aanvankelijk geen claimbrieven rond, en pas later hele vage naar Ravage
over 'nog te vereffenen rekeningen'. Een rijtje aanslagen opeisen in één
brief hóeft ook niet per se. Laat de politie maar bewijzen dat het allemaal
met elkaar te maken heeft. Slik die trots in, en gebruik a.j.b. steeds een
andere naam. Dat kan je uiteindelijk jaren gevangenisstraf schelen.

Een 'Revolutionair' wierp zich in de vorige Ravage op als woordvoerder
van het ELF: 'Sabotage-acties zijn bedoeld om te saboteren. Punt. Of het
in de krant komt maakt niets uit. En of het sympathie opwekt nog minder.'
En een massabeweging, daar gelooft het ELF niet in, opkomen voor
mensen elders in de frontlinie wel. Dus, zegt hij (of zij), richt een
revolutionaire cel op en kom in actie! (Dat zal wel een gevangeniscel
worden...).

Levensgevoel

Dit lijkt nog het meest op anti-imperialisme als life-style. Daar heb je geen
strategie voor nodig, want het is een houding, een nogal zelfgenoegzame
houding. Maar consequent is die houding niet. Als het niet uitmaakt of het
in de krant komt, waarom dan Ravage lastig vallen met gefaxte
claimbrieven? Waarom nog schrijven, als toch alles al duidelijk is? En pas
maar op: anti-imperialisme als life-style is hartstikke in.

Want waarom denk je dat het boek Plaatstaal van Natasha Gerson zo'n
succes is? Omdat het een levensgevoel beschrijft. Het gaat over emoties
tussen karakters die niet eens zo goed uit de verf komen. Laat staan dat
het iets over hun drijfveren vertelt, anders dan dat ze een ongelukkige
jeugd hebben gehad, of een traumatische, of juist een burgerlijke, best
gelukkige. Voor mensen die de jaren tachtig bewust hebben meegemaakt,
is het een heimwee-boek. Mooi geschreven, maar allemaal voorbij. Toch
blijft er iets knagen na lezing, er klopt iets niet. Wat er ontbreekt is dit:
waar het allemaal om ging. Dat er een politiek idee achter de
kraakbeweging schuilging, dat het een bedoeling had.

Juist doordat dat aspect ontbreekt, kan het boek zo'n topper worden. Het
beschrijft gevoelens die iedereen herkent, in een omgeving waar iedereen
wel bij had willen horen. Voor mensen die nooit de stap naar Amsterdam
hebben gemaakt, biedt Plaatstaal identificatie met het gedroomde leven.
De chique van de grachtengordel geniet volop van een voyeuristisch
inkijkje bij de voormalige buren en annexeert tegelijk met de schrijfster
met terugwerkende kracht de geschiedenis van de jaren tachtig.

Dat iedereen die destijds kotste op de kraakbeweging nu wegloopt met
dat boek, komt omdat het volstrekt a-politiek is. Natasha Gerson is een
kind van deze tijd, die van haar held een strijder tegen het niet nader
gedefinieerde Grote Kwaad maakt, dat bij voorkeur 's nachts in het
geheim bestreden moet worden. Nadere toelichting overbodig, de held is
een zwijgzaam tiepje, en voor het boek was dat ook genoeg. 
 
En toch zo'n klapper! Maar dat het anti-imperialisme als life-style in de
mode is, en dat je daar als mediastrategie iets aan kunt hebben, is
waarschijnlijk erger dan vloeken in de kerk.

De emotionele actievoerder bedient zich van anti-imperialistisch gebral.
Het onrecht in de wereld is alom vertegenwoordigd en daarom is verzet
per definitie gerechtvaardigd. (Waarom eigenlijk niet meteen gewapend
verzet?). Wat het ELFje te berde brengt lijkt nog het meest op een wel
zeer slap aftreksel van de RARA communiques. Die RARA-geschriften -niet
te harden qua streng-in-de-leer taalgebruik-waren briljant vergeleken
met die van 'Een Revolutionair'. De RARA had nog wat te melden, en deed
een poging een wereldbeschouwing op papier te zetten.

Nu, tien jaar later, wordt er alweer teruggevallen op de topzware ideologie
van eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Of zijn we aangeland beyond
de dogmatiek, want de boeken lezen en ze ook begrijpen is er niet meer
bij. (Begin maar eens aan de oude RAF-teksten, best zwaar, want
namelijk zonder hoofdletters en andere overbodige leestekens).

Aardverschuivingen

Er is iets heel raars aan de hand. De softie, de mens die zijn/haar gevoel
als uitgangspunt neemt, is ook een product van de jaren zeventig. Die is
toen juist ontstaan vanuit kritiek op de politiek en praktijk van de
gestaalde kaders van de commies en de anti-impen. Op onnavolgbare
wijze zijn die twee nu, in de jaren negentig, samen gekomen. In de
emotionele actievoerder handelt de softe mens vanuit de retoriek van hen
die altijd gelijk hebben, ook al hebben ze het wel/niet.

Of is het misschien een vorm van post-modern Blanquiïsme (dat zoeken
we op, een reep chocola ligt bij de redactie voor de juiste definitie). Een
beetje shoppen langs de rekken vol ideologieën, zonder je bewust te zijn
van de aardverschuivingen die de laatste jaren plaats gevonden hebben.
Sinds 1989 is er nogal wat veranderd in de wereld, in de
machtsverhoudingen, in de relaties tussen de continenten. Het is van
belang daarover na te denken en onze eigen positie opnieuw te bepalen.

Bij het rondshoppen kwam er ook nog een portie Anarchisme van de Daad
bij, dat alles maar voor zich moet spreken. 'Nog even en jullie zeggen dat
BASF een milieuvriendelijk bedrijf is', schreef 'Een Revolutionair'. Het is
nog steeds volstrekt onduidelijk welke rekeningen ELF te vereffenen had.
Er zijn duizend-en-een argumenten tegen BASF aan te voeren, maar als je
geen zin hebt om die aan te geven, maak je het dat bedrijf wel erg
makkelijk om te zeggen dat het juist de laatste jaren wel meevalt met die
vervuiling.

Sabotage-acties okee, maar zorg dan dat de daad zo duidelijk is, dat
mensen zonder uitleg begrijpen waar het over gaat. En er stiekem om
kunnen lachen zelfs. 'Net goed' denken. Dat vereist wel een uitvoerige
analyse van de huidige maatschappij en de verhoudingen, om juist op die 
punten speldenprikken uit te delen die mensen begrijpen en kunnen
waarderen. En dan niet alleen het Ravage-publiek. Of je doet acties die
onderdeel uitmaken van een groter geheel. Nu is het te veel: verbeter de
wereld en begin voor jezelf.

De discussie over het gebruik van geweld de laatste weken in Ravage blijft
heel erg hangen in een herhaling van zetten. In het Westen is sowieso
iedereen gecompromiteerd, daar wonen alleen maar profiteurs van het
Kapitalisme. Kan het ELF zich daar zomaar buiten stellen? Ergens in de
wereld schijnen nog mensen te zijn die de klappen vangen, voor wie
opgekomen moet worden. Waar die mensen zijn, en of die wel op het ELF
zitten te wachten is een vraag die niet aan de orde komt.

Het punt is dat een discussie over het geweld pur-sang geen zin heeft, en
nergens over gaat. Die discussie past alleen in een strategie discussie, in
een afweging van doel en middelen die veronderstelt dat er een groter
Plan is. Iets dat je wilt zien te bereiken. En dat vereist weer nadenken.

Context

De overeenkomst tussen alle hiervoor genoemde acties is het gebrek aan
een bredere samenhang, een context waarin aanslagen gepleegd worden.
Over de brandstichtingen bij de MAKRO door de RARA was lang niet
iedereen even enthousiast, maar ze gebeurden wel binnen een heel scala
van acties, in Nederland en elders in de wereld. Van bezorgde kerkvaders
tot linkse slangensnijders, in allerlei lagen van de bevolking werd
nagedacht over de beste manier van protesteren tegen de anti-apartheid
in Zuid Afrika. Lobbygroepen hadden er decennia aan gewerkt om het
onderwerp op de politieke agenda te krijgen.

Je kan het er over hebben of dit het juiste moment is om naar zo'n middel
te grijpen. Binnen een bredere beweging is het lang nog niet
vanzelfsprekend dat het altijd goed en nuttig is om te kiezen voor
aanslagen. Discussie daarover geeft nooit een eenduidig antwoord. Als
dan eventueel de keuze is gemaakt voor bommen & granaten, dan nog is
het zaak om zo snel mogelijk weer van het toneel te verdwijnen. Niet
alleen door geen sporen na te laten en je zo snel mogelijk weer op te
heffen als groepje, maar ook om later, onder een andere naam en ergens
anders, op een nieuwe manier weer van je te laten horen. Op zo'n manier
kan het ook weer uit je hoofd verdwijnen: geen fixatie op nachtelijke
uitjes, niet enkel en alleen dat soort dingen doen. Niet alleen maar met
zun tweetjes. En zeker niet altijd op dezelfde doelen.

Al deze ervaringen zijn de afgelopen decennia opgebouwd. Je kunt daar
schijt aan hebben, maar wat schiet je daar mee op? En het kan toch niet
de bedoeling zijn dat anderen, met RAT als afschrikwekkend voorbeeld,
afhaken en totaal afzien van avonturen & acties?

Proberen kritiek te formuleren is geen vorm van distantiëring, maar juist
van betrokkenheid. Er zijn niet veel mensen die iets doen, en nog minder
die zich hier druk over maken. Dit is een eerste poging vat te krijgen op
wat er nou aan de hand is. Zonder al te moralistisch te willen zijn, en
zonder de dooddoener dat de generatie-X nu ook haar eigen bommenleggers
heeft voortgebracht.

Johan & Jolanda 
 
UIT: Ravage #215/126 van 9 augustus 1996

'Het is natuurlijk nooit goed'

"De emotionele actievoerder handelt direct vanuit zijn hart en
denkt er verder niet zo over na," schreven Johan en Jolanda in hun
artikel 'Je bent vaag en je doet maar wat' (Ravage # 214). In het
artikel worden kanttekeningen geplaatst bij de drijfveren van de
'emotionele actievoerder' van de jaren negentig. Een reactie van
deze nieuwe generatie actievoerders kon niet uitblijven: "Niets
kan tippen aan de helden van de vaderlandse radicaal-linkse
beweging: RARA. Die waren pas goed. Die hadden boeken gelezen
en hadden zelfs een wereldbeschouwing (alsof dat iets geholpen
heeft)."

OF JE BENT VAAG EN JE DOET NIKS MEER

Johan en Jolanda hebben nogal wat kritiek op de links-radicale
actievoerder van de jaren negentig ("Je bent vaag en je doet maar wat",
Ravage #214). De jongens van het RAT zijn softies, emotionele
actievoerders, vooral een gevaar voor zichzelf maar wel aandoenlijk. Van
het ELF deugt helemaal niets. Het is allemaal vaag en inconsequent. Het
zijn zinloze er-moet-wat-gebeuren-acties. Er zit ook geen strategie achter.
En als dan geprobeerd wordt de acties in een breder kader te plaatsen dan
ben je een namaak-revolutionair.

Het is natuurlijk nooit goed want niets kan tippen aan de helden van de
vaderlandse radicaal-linkse beweging: RARA. Die waren pas goed. Die
hadden boeken gelezen en die hadden zelfs een wereldbeschouwing (alsof
dat iets geholpen heeft).

Naast deze vroeger-was-alles-beter-kritiek is er ook nog serieuze kritiek.
Namelijk dat de acties geen onderdeel uitmaken van een brede beweging.
Die luxe had RARA wel: "Over de brandstichtingen bij de Makro door de
RARA was niet iedereen even enthousiast, maar ze gebeurden wel binnen
een heel scala van acties, in Nederland en elders in de wereld. [..] In
allerlei lagen van de bevolking werd nagedacht over de beste manier van
protesteren tegen de apartheid in Zuid Afrika." Er was dus een bredere
beweging en de acties vonden plaats in een "bredere samenhang/
context".

Terwijl de milieuproblemen iedereen ter wereld aangaan en bedreigen en
dus veel directer met ons te maken hebben en ook 'belangrijker' zijn dan
een apartheidsregime, is er geen massabeweging. Dat is vreemd maar
niet de fout van het ELF. Er wordt genoeg gedaan om de mensen te
informeren en te mobiliseren, bijvoorbeeld door organisaties als
Greenpeace. En toch al die apathie.

Als er een massabeweging is heb je het makkelijk, dan kun je zelfs zonder
radicale acties. Dan kun je een boycot organiseren en hoef je niet per se
de Makro in de brand te steken. Als je met weinig mensen bent kom je
niet om radicale acties heen om hetzelfde doel te bereiken of zelfs om
alleen de aandacht van de media te trekken. Dus daarom komt het ELF op
sabotage uit. (RARA redeneert trouwens hetzelfde want ik heb nergens
een brede ondersteunende beweging tegen het vluchtelingenbeleid
kunnen ontdekken, en toch wordt er met bommen gegooid. Als jullie dat
een voorbeeld vinden van "op de juiste plekken speldenprikken uitdelen
die mensen begrijpen en kunnen waarderen" dan was die speldenprik bij
de Banque Paribas zéker op de juiste plek).

Het ELF is geïsoleerd, dat klopt. Maar je moet ergens beginnen. Het
alternatief is met de handen over elkaar gaan zitten en treuren dat het
vroeger allemaal beter en mooier was. Het is de bedoeling dat het ELF
groeit: waar de RARA probeerde een massabeweging te radicaliseren
probeert het ELF een radicale beweging op te zetten. Het is een poging de
impasse te doorbreken, nieuwe mogelijkheden te zoeken en 'revolutionaire
perspectieven te ontdekken'. Ik weet dit omdat ik tenminste de
moeite heb genomen om wat over en van het ELF te lezen. En dan blijkt
het met het ontbreken van die wereldbeschouwing wel mee te vallen. Het
komt alleen niet duidelijk naar buiten.

Dat heeft ook te maken met het feit dat het ELF niet strak georganiseerd
is. Het bestaat uit autonome groepjes die onder dezelfde naam opereren
en met dezelfde vrij algemene doelstelling. Zoals gezegd moet het ELF
groeien, ook inhoudelijk. Daar moeten ze wel de kans voor krijgen. Er
worden fouten gemaakt, het is niet allemaal even duidelijk en de pogingen
om inhoudelijk vooruit te komen zijn onbeholpen en te hoog gegrepen.
Maar ook niet iedereen is even getalenteerd voor zoiets. Maar iedereen is
wel vrij om een bijdrage te leveren.

Er is dus blijkbaar behoefte aan een boekenwurm die een briljant
communiqué kan schrijven met een allesomvattende wereldbeschouwing
zonder afbreuk te doen aan de veelzijdigheid en verscheidenheid van
meningen binnen het ELF. Dus waar wachten jullie nog op?

Je kunt ze natuurlijk ook de kans niet gunnen en ze een trap nageven
door het af te doen als zinloze acties van emotionele actievoerders.

Of je gaat de discussie met ze aan en levert indirect een bijdrage. Of biedt
het ELF volgens jullie geen enkel aanknopingspunt en moeten we maar
wachten tot RARA weer een toilet opblaast in een ministerie, een
intellectueel hoogstaand communiqué de wereld instuurt en spontaan de
revolutie uitbreekt?

Groetjes, Een sympathisant (van het ELF)

OPROEP VAN EEN EMOTIONELE ACTIEVOERDER

Reactie (3)

De emoties liepen hoog op bij het lezen van het artikel in de Volkskrant
van 27 juli over 'de nieuwe actiebeweging die ongemerkt ontstaan is'. Ik
was nog maar net bekomen van het artikel van Johan & Jolanda in Ravage
en dan doet Mac van Dinther het nog een keer dunnetjes over. Ik flipte
echt helemaal uit en dacht: "Dit gaat te ver, hier moet iets tegen
gebeuren".

Het is dat ik geen semtex bij de hand had maar anders had de Volkskrant
mooi kunnen gaan zoeken naar een nieuwe redactieruimte. Na een dag of
vier was die primaire reactie redelijk onder controle en de gedachte
"redactieruimte... semtex...BOEM!" verdween uit m'n hoofd. Toen besloot
ik vanuit m'n luie stoel maar een brief te schrijven.

Er wordt zoveel onzin verkondigd over het ELF dat al die publiciteit de
zaak (of eigenlijk de Zaak) geen goed doet en een reactie noodzakelijk
maakt. Zo wordt er beweerd dat het 't ELF geheel ontbreekt aan ideologie
en strategie. En dat is gewoon niet waar. Als de schrijvers van de
bovengenoemde artikelen de persverklaringen, artikelen, oproepen en
interviews van het ELF die de afgelopen jaren zijn gepubliceerd in zowel
de reguliere als alternatieve media hadden gelezen, hadden ze beter
geweten. Uit die publicaties wordt namelijk duidelijk wat de ideologie en
strategie van het ELF is.

Met name het interview met Faradawn dat verscheen in NN #144 is wat
dat betreft erg interessant. Om Ravage te citeren: "In het interview komt
duidelijk naar voren wat de doelstellingen van het ELF zijn. Faradawn
maakt duidelijk dat het niet langer om protest gaat zoals bij andere
milieugroepen maar om verzet. Direct ingrijpen door economische
sabotage."

En naast het redden van het milieu streeft het ELF ook een revolutionair
doel na, namelijk radicale verandering van het hele systeem. En dat moet
bereikt worden door een beweging op te zetten die in de eerste plaats
door economische sabotage de regeringen en multinationals die
verantwoordelijk zijn voor het vernietigen van de aarde zover kan krijgen
dat ze daarmee stoppen. Dit, en nog veel meer is te lezen in het
interview, dus als je denkt iets over het ELF te moeten melden lees dan in
ieder geval eerst dat interview!

Zo'n beweging waar Faradawn het over heeft ontstaat niet van vandaag
op morgen. Dat is een, al dan niet langdurig, proces. En aan dat proces
kan iedereen bijdragen en dat moet zelfs om het te laten slagen. Dus als
je vindt dat de acties te symbolisch zijn en teveel een individueel politiek
statement, dan is het enige zinnige wat je kunt doen: je aansluiten (in
actie komen) want zolang iedereen blijft toekijken, blijven de acties
symbolisch, welke middelen ook gebruikt worden. En ben je meer een
intellectueel dan een actievoerder dan kun jij misschien die scherpe
analyse en felle aanklacht tegen het neoliberalisme, de macht van
multinationals en banken, de dictatuur van het Geld, schrijven die nu
wel/niet ontbreekt. Of werk je bij Ravage dan kun je in plaats van te
zeuren over vage claimbrieven en 'schending van de persvrijheid' ook
achtergrond-informatie over het ELF geven.

Kortom iedereen kan op haar/zijn manier een steentje bijdragen. Het ELF
roept ook niet voor niets steeds andere groepen op om in actie te komen
(dierenbevrijders, milieu-activisten, arbeiders, revolutionairen, antifascisten,
feministen en verder iedereen die voor een menselijke toekomst
strijdt). En daarmee probeert het ELF de verschillende groepjes te
verenigen zodat we onze krachten kunnen bundelen. Als we beseffen dat
we met z'n allen die beweging vormen en besluiten de handen ineen te
slaan, dan zitten we op de goede weg. Ik hoop dat we deze kans die het
ELF biedt niet voorbij laten gaan want het zou de laatste kunnen zijn. Dus
sluit je eindelijk aan godverdomme!

Een emotionele actievoerder

Onderzoek bomaanslag leidt naar Nijmegen

Door onze verslaggever/Gelderlander 15 maart 1996

ARNHEM – Het onderzoek naar de bomaanslag op het Franse consulaat en de
Banque Paribas in Arnhem concentreert zich op de man of vrouw die een
voorraadbus heeft aangeschaft bij de Xenos in Nijmegen.

De politie zoekt de daders in kringen van Gelderse actiegroepen, met name in
Arnhem en Nijmegen. Zij sluit buitenlandse actie- of terreurgroepen uit. Dat heeft de
politie GelderlandMidden in Arnhem gisteren bekend gemaakt.

Uit analyse van de bomresten door een gespecialiseerd laboratorium in Londen zou
zijn gebleken dat er een direct verband is tussen de bomaanslag op het consulaat op
2 januari van dit jaar en de mislukte aanslag op de Arnhemse Credit Lyonnais
in1995. De aanslag op Credit Lyonnais op 17 oktober mislukte doordat alleen het
slaghoedje afging en de bom zelf niet explodeerde. De explosieven zaten in een
voorraadbus die gekocht is bij de Nijmeegse vestiging van de Xenoswinkelketen,
aldus de politie. Vanuit het filiaal in de Molenpoortpasage zij in de periode juni tot 16
oktober 1995 dertig soortgelijke bussen verkocht. De politie is op zoek naar mensen
die zo’n bus hebben aangeschaft.

Het rechercheteam gaat er vooralsnog vanuit dat de beide bommen door dezelfde
groepen of mensen zijn geplaatst, uit protest tegen de Franse kernproeven in de
Stille Oceaan. Ook een aanslag op het Nijmeegse filiaal van de Credit Lyonnais,
twee weken na de mislukte explosie in Arnhem, zou door de dezelfde daders zijn
gepleegd. Daar werd gebruik gemaakt van een molotovcocktail: een met benzine
gevulde fles die in brand wordt gestoken.

Politiewoordvoerder J. Rouwen beaamt dat de politie nog geen directe verdachten
op het oog heeft. ‘Maar we zijn een stuk verder nu we veel groepen kunnen
wegstrepen. Het is uitgesloten dat het om Algerijnen gaat. We weten zeker dat we in
Nederland moeten zijn, en meer speciaal in Arnhem en Nijmegen.’

Volgens Rouwen gelooft de politie niet langer dat de actiegroep ‘Angst’ iets van doen
heeft met de aanslag op het Franse consulaat. ‘Angst’, het Anti Nucleair
Genootschap Stil Tegenoffensief eiste een week of drie na de explosie de
verantwoordelijkheid op in een brief die in Denemarken was gepost.

Politie-onderzoek bomaanslag BASF moet het doen met tips

Door onze verslaggever/Gelderlander 23 april 1996

ARNHEM – Het onderzoek naar de bomaanslag van vorige week dinsdag op het
Nederlandse hoofdkantoor van chemiegigant BASF in Arnhem heeft nog
weinig concreets opgeleverd.

De politie heeft bijna veertig tips binnengekregen en is nog bezig met het natrekken
van een aantal daarvan. “Een mager resultaat tot nu toe”, beaamt de zegsman van
het 25 man grote onderzoeksteam van de Arnhemse politie. De politie laat zich niet
uit over de waarde van de tips. Het team heeft ook de taak de daders achter de twee
eerdere bomaanslagen, bij de kantoren van de Franse banken Credit Lyonnais en
Paribas op te sporen.

Uitvoerig onderzoek in onder andere een laboratorium in Londen wees uit dat bij de
aanslagen op de bankgebouwen een blik met springstof en kunstmest voorzien van
een slaghoedje was gebruikt. Het technisch onderzoek naar welke bom bij BASF is
gebruikt, is nog niet klaar.

De politie zoekt nog steeds dichtbij naar mogelijke daders. “We zoeken in
Gelderland, in de aktiewereld van Arnhem en Nijmegen. De aandacht gaat niet uit
naar allerlei buitenlandse organisaties”, aldus de zegsman.

Volgens een woordvoerder van het OBIV (Onderzoeksbureau Inlichtingen- en
Veiligheidsdiensten) in Nijmegen zijn inmiddels rond de tien aktievoerders gehoord.
“Overigens geen echte keiharde aktiemensen”, aldus een woordvoerder van de
organisatie.

Bomaanslagen BASF en CL Arnhem opgeëist door ELF

Door onze verslaggever/Gelderlander 3 mei 1996

ARNHEM – Het Earth Liberation Front (ELF) heeft de bomaanslag op het
gebouw van BASF in Arnhem opgeëist. De groep claimt in bedekte termen ook
de (mislukte) aanslag op de Credit Lyonnais bank in de Gelderse hoofdstad. Dit
meldt het Amsterdamse actieblad Ravage in en persbericht.

De redactie zou op 26 april een brief hebben ontvangen met de summiere tekst:
“Arnhem. De vervuiler betaalt. Ook oude rekeningen.” Dit kan duiden op BASF. In
1992 werd er vanuit een vestiging van BASF in Arnhem het middel styreen geloosd
in de IJsel Ook was er in 1989 sprake van lozingen op de Rijn in Duitsland.

Verder staat er: “17 okt. 4.5V.4”, aldus Ravage. De aanslag op de Credit Lyonnais
bank was op 17 oktober 1995. De betekenis van de code achter de datum is
onbekend. Opmerkelijk genoeg wordt er niet gerept over de aanslag op de Banque
Paribas op 3 januari van dit jaar. De politie in Arnhem brengt deze aanslag en de
bom bij de Credit Lyonnais met elkaar in verband. Ze zouden gericht zijn tegen de
Franse kernproeven.

De aanslag bij de Banque Parisbas en op BASF zijn al eerder opgeëist, maar de
politie neemt dat niet meer serieus. Een woordvoerder van de politie in Arnhem kon
gisteravond nog weinig kwijt over de jongste claim. “dit is een nieuw aspect, dat we
meenemen in het onderzoek. Dit is een bestaande organisatie die bij ons bekend is.
De groep Angst die de aanslag op de Banque Parisbas opeiste hebben we
uitgesloten. Het Earth Liberation Front nemen we wel serieus.”

Het ELF is een radicale milieubeweging die is ontstaan in Engeland. De groep heeft
inmiddels een Nederlandse tak, die ongeveer twintig sabotageacties heeft gepleegd.
Zo werden in november 1993 van 69 auto’s in Voorschoten de banden lekgeprikt. In
april waren twee garages in Nijmegen het doelwit. Daar werden ruiten ingegooid.
Verder werden van auto’s banden lek gestoken. De actie gingen vergezeld van
leuzen die steeds door ELF wedren ondertekend. In oktober 1994 deed de Centrale
Recherche Informatiedienst een waarschuwing uitgaan voor mogelijke acties van het
ELF.

Volgens Ravage roept het ELF twee keer per jaar een bepaalde week uit tot ‘Earth
Night!’, waarin de aanval wordt ingezet tegen multinationals die milieuonvriendelijk
zouden zijn. De meest recente Earth Night! Was in de week van 7 april, negen
dagen voor de aanslag op BASF. Het chemieconcern wilde gisteravond nog geen
reactie geven op de claim.

Politie Arnhem stopt onderzoek naar bomaanslagen

Door onze verslaggever/Gelderlander 21 augustus 1996

ARNHEM – Het zogenoemde Bastionteam van de politie in Arnhem, dat bijna
een jaar onderzoek heeft gedaan naar drie bomaanslagen die in Arnhem
gepleegd zijn, is maandag ontbonden. Volgens een woordvoerder van de
politie zijn er geen sporen meer die verder kunnen worden onderzocht. Het
onderzoek wordt heropend als zich nieuwe feiten aandienen.

De eerste bomaanslag had op 17 oktober vorig jaar plaats voor de deur van de
Credit Lyonnais Bank in de Gelderse hoofdstad. Daar ging rond zeven uur ’s
morgens een bom af. Omdat het projectiel verkeerd stond afgesteld, schoot de bom
de straat over zonder schade aan te richten. De bom bleek gemaakt van een bij
Xenos in Nijmegen gekocht koffieblik, gevuld met kunstmest en een
ontstekingsmechanisme. Een kookwekker van de Hema fungeerde als
tijdmechanisme.

Een vergelijkbare bom ging in de vroege ochtend van 2 januari af aan de achterzijde
van een kantoor van de Banque Paribas. Deze bom richtte grote schade aan. Tot in
de verre omtrek van het bankgebouw sprongen de ruiten uit de sponningen, terwijl
de achterkant van de Banque Paribas ontzet raakte.

Op 16 april ontplofte een bom voor de hoofdingang van het BASF-kantoor aan de
Rijnkade in Arnhem. Ook dit explosief richtte veel schade aan. Bij geen van de drie
bomaanslagen raakten mensen gewond.

Verschillende groeperingen hebben de bomaanslagen op geëist . Zo meldde zich
een onbekende actiegroep Anti Nucleair Genootschap Stil Tegen Offensief (ANGST)
met een in Denemarken geposte brief na de aanslag op de Paribas-bank. Na de
aanslag bij het BASF-kantoor belde een woordvoerster van een eveneens
onbekende groepering Dandelion naar het ANP.

Een week later ontving het Amsterdamse actieblad Ravage een claim van het Earth
Liberation Front (ELF). Binnen deze groep zou een beweging bestaan, die
wereldwijd oproept zoveel mogelijk schade aan te richten bij instellingen die het
milieu vervuilen. De politie nam deze claim heel serieus en deed een inval op de
redactie van Ravage om de claimbrief in handen te krijgen. Ravage ontving enkele
weken later nogmaals een brief van ELF, waarin raadselachtige tekens uit de eerste
brief uitgelegd werden.

Tegen de Arnhemse politie loopt een civiele procedure, aangespannen door de
redactie van Ravage, vanwege het schenden van de persvrijheid en privé-gegevens.
Bij de inval zijn namelijk ook abonnee-bestanden in beslag genomen en is volgens
de redactie van Ravage door onzorgvuldig optreden van de politie een vuilniszak met
diskettes en papieren tijdens de tumultueus verlopen inval kwijtgeraakt/. Het
Bastionteam heeft alle spullen die op het bureau aankwamen, onderzocht en aan
Ravage teruggegeven. Kopieen en prints zijn verbrand, aldus de politie. 
 
Het onderzoek, waaraan twintig mensen voortdurend hebben gewerkt, heeft volgens
een woordvoerder van de Arnhemse politie “niet het beoogde resultaat opgeleverd.”
De politie zicht de daders met name in de Gelderse actiewereld en heeft daarvoor,
volgens leden van de Nijmeegse actiewereld, ook geïnfiltreerd in de kraakbeweging.
Ook heeft de politie intensief gespeurd op Internet. Via die wereldwijde
computerverbinding zouden bomrecepten en handleidingen voor het plegen van
aanslagen circuleren.

Ontbreken motief nekt onderzoek bomaanslagen Arnhem

Door onze verslaggever/Gelderlander 22 augustus 1996

ARNHEM – Het ontbreken van een motief voor de Arnhemse bomaanslagen
heeft het politie-onderzoek de das omgedaan. Weliswaar zijn de aanslagen in
vage bewoordingen opgeëist door drie verschillende groeperingen, maar er is
nooit een duidelijk beeld naar voren gekomen over het waarom.

Politiewoordvoerder J. Rouwen: “Als je realist bent zeg je: hoe kan dat nu nog. Die
fabriek s al jaren bezig om het goed te doen.” Hoewel het bommenteam is gestopt
met het recherchewerk, wil Rouwen niet zeggen dat het onderzoek op het
spreekwoordelijke dode spoor zit. “Dat is erg definitief. We hebben op dit moment
geen materiaal meer waarop we kunnen rechercheren”, zegt hij. Volgens Rouwen
verdwijnt het dossier niet in een kast, dan wordt er niet meer meegedaan, maar in
een ‘la’. “Dat betekent dat het dossier is gesloten, maar dat het onmiddellijk wordt
geopend als er nieuwe feiten zijn”.

Tot nu toe heeft het onderzoek naar de mislukte bomaanslag op de Credit Lyonnais
bank aan de Velperweg, de Banque Paribas in de Bastionstraat en het hoofdkantoor
van BASF Nederland in de kadestraat, “niet het gewenste resultaat opgeleverd wat
we graag hadden gehad”.

Gisteren maakte de politie de opheffing van het zogenaamde Bastionteam bekend.
Een globale berekening leert dat het twintig mensen tellende team veertigduizend
uur in het onderzoek heeft gestoken. Daarnaast zijn tientallen getuigen gehoord en
werden duizenden auto’s nagetrokken. Verder werden gesprekken gevoerd met
mensen uit linkse actiekringen in Arnhem en Nijmegen, waar de politie de daders
met name heeft gezocht.. Onder meer krakers van Hotel Bosch zijn uitgenodigd voor
een gesprek, evenals een medewerker van het Documentatiecentrum Arnhem.

Er is nimmer een verdachte aangehouden. Rouwen: “We hebben wel verdachte
groepen, maar als we dan kijken naar de norm zoals die wordt gesteld in artikel 27
strafvordering moeten we zo sportief zijn en zeggen dat we geen verdachte hebben.”
In het bewuste artikel in het wetboek van strafvordering staan de normen waaraan
moet worden voldaan voordat de politie iemand als verdachte mag aanmerken. 
 
Rouwen vindt het jammer dat het onderzoek naar de aanslagen zo eindigt. “Het is
altijd teleurstellend als een zaak die je oppakt geen resultaat heeft. Dit was ook geen
alledaagse zaak. “ Rouwen bestrijdt dat het onderzoek te moeilijk is voor de politie in
Arnhem. “Zeker niet. We leven in 1996 en we hebben alle tactieken waarmee we
dingen kunnen napluizen.”

Moordzaak

Martijn van Beek, Paul Bolwerk, Henk van Gelder/Gelderlander 31 december 2005

NIJMEGEN – Recherche stuit in zaak-Sévèke op gesloten werelden. De activist
Louis Sévèke werd dinsdagavond 15 november veen na negen uur
doodgeschoten in de Van Welderenstraat in het centrum van Nijmegen. Zijn
dood zorgde voor grote ophef in linkse kringen, maar ook daarbuiten. Hoe
staat het nu met het onderzoek in deze moordzaak?

Stapelgek worden ze er soms van, de rechercheurs van het Nijmeegse Bamboeteam
dat de moord op de activist Louis Sévèke onderzoekt. Diverse getuigen uit het links-
radicale milieu weigeren tegenover de politie het achterste van hun tong te laten
zien. Ondanks urenlang verblijf op het politiebureau willen ze over hun eigenidentiteit
niet meer kwijt dan voornaam en 06-nummer.

Dagen, soms weken zijn rechercheurs alleen maar bezig uit te spitten wie ze nu
eigenlijk precies hebben ondervraagd. Die wantrouwende houding vertraagt het
onderzoek, melden bronnen rond het onderzoek aan De Gelderlander. “Dit bezorgt
ons weken extra werk. Bovendien wensen getuigen te bepalen welke informatie wel
of niet relevant is voor het onderzoek. Terwijl elk brokje informatie telt om de puzzel
rond te krijgen”, verzuchten ze.

Inmiddels hebben de 31 rechercheurs driehonderd getuigen gehoord. Om de
persoon Louis Sévèke haarscherp in beeld te krijgen is de politie druk bezig met het
vervaardigen van een ‘sociale kaart’. Dit onderzoek biedt inzicht in het leven van het
slachtoffer. Relaties, familiebanden, vrienden-en werkkring, persoonlijke financiën
en interesses worden blootgelegd.

Binnen het Bamboeteam heerst verbazing over de huisvriend/collega van Sévèke.
De vriend, met wie hij jarenlang samenwoonde, laat zich volgens politiemensen bij
zijn gesprekken met rechercheurs steevast terzijde staan door een juridisch
adviseur. “Je zou verwachten dat hij er alles aan doet om de politie de moord op zijn
vriend te laten oplossen. In plaats daarvan houdt hij over Sévèke vraag ruggespraak
alvorens te antwoorden.”

Ook wordt volgens deze politiebron de recherche inzage geweigerd in spullen van
het slachtoffer die niet bij de eerste huiszoeking zijn meegenomen. Toen nam de
politie een computer mee. Het team heeft de eigendommen nodig om te kunnen
reconstrueren waar Sévèke zich mee bezighield. De politie overweegt nu deze zaken
via een huiszoekingsbevel op te eisen. 
 
Persofficier M.H. de Weert van het Openbaar Ministerie in Arnhem beaamt dat “niet
alle getuigen in het onderzoek even royaal meewerken.” Ze wil niet zeggen om welke
getuigen het gaat.

Bijna zeven weken na de moord worstelen politie en justitie met een even gevoelig
als complex moordonderzoek. Over de toedracht van de moord is een twintigtal
scenario’s opgesteld. Te veel om tegelijkertijd te onderzoeken. Daarom worden nu
de meest waarschijnlijke scenario’s uitgewerkt.

Het Team Grootschalig Onderzoek (TGO) heeft twee leiders en is onderverdeeld in
groepen. Een groep zoekt bijvoorbeeld nog steeds naar de ruim tien jaar oude
bordeauxrode Opel Vectra, die vlak bij de plek van de moor geparkeerd stond. In
het bijzonder wordt echter gespit in de relatiesfeer en de werkcontacten. De
recherche stuit op werelden die van nature gesloten zijn. Zo onderzoekt het
Bamboeteam de wisselende homoseksuele contacten van het slachtoffer. Daarvoor
zijn homo-ontmoetingsplaatsen binnen en buiten Nijmegen bezocht. Plekken waar
bezoekers elkaar alleen maar kennen bij schuilnaam.

Behalve voor links-radicale kringen was Sévèke steun en toeverlaat voor illegalen,
vluchtelingen en dak- en thuislozen. Ook lokale criminelen met klachten over de
politie raadpleegden hem. Alleen al het opsporen van de getuigen uit genoemde
milieus is tijdrovend.

Bovendien is de plek van de misdaad tevens het epicentrum van de drugshandel in
Nijmegen. Op het tijdstip van de aanslag werd in de buurt volop gehandeld. Een
aantal Antilliaanse drugshandelaren is op het politiebureau gehoord over de zaak-
Sévèke. Diverse drugsrunners melden dat ze getuigen zijn geweest, maar dat ze de
politie niet alles hebben verteld. “De drugswereld is keihard. IK ben voorzichtig met
wat ik de politie vertel. Ik moet nog langer mee”, vertelt een drugsdealer.

Het Bamboeteam heeft al snel het spoor naar een oude vijand van Louis, een
voormalig geheim agent, op een laag pitje gezet. Deze man werd in de jaren tachtig
mede door Sévèke als infiltrant in de krakersbeweging ontmaskerd. De oud-BVD-er
leidt echter een teruggetrokken bestaan op Kreta.

Familie en vrienden van Louis Sévèke hebben de indruk dat iedereen zo volledig
mogelijk meewerkt. “Alles wordt ter beschikking gesteld. Uiteraard spelen daarbij wel
persoonlijke en zakelijke redenen, zoals de vertrouwelijkheid van gegevens van
klanten een rol. Meerdere mensen nemen iemand mee omdat ze het prettiger vinden
om niet alleen naar een verhoor te gaan. Verder hebben we onvoldoende zicht op
het onderzoek om daarover een oordeel te geven”, aldus de woordvoerder van
familie en vrienden.

Het linkse onderzoeksbureau Jansen en Janssen uit Amsterdam heeft
nabestaanden aangeboden een eigen onderzoek te doen, bevestigt Rik van
Amersfoort. “Maar dat is tot onze verbazing van de hand gewezen.” 

 
6.2 Het wantrouwen

Na die actie bij BASF en de ontwikkelingen die er op volgen wordt het wantrouwen -dat er vanaf het begin al was dus -vanuit de Nijmeegse scene richting mij steeds groter. Dat heb ik niet alleen zelf vast kunnen stellen door de vragen en opmerkingen die gemaakt werden en de insinuaties. Maar in een later stadium sloeg ook de sfeer in het huis waar ik woonde en de linkse kroeg waar ik kwam om, en werd ik gemeden, ‘vuil’ aangekeken of uitgescholden. In die tijd stelde ik ook vast dat er in mijn afwezigheid meerdere malen is rondgeneusd op mijn kamer. Dat mensen dingen van mij wisten die ze eigenlijk niet konden weten. Dat er mensen, bijvoorbeeld de huisbaas en Anja, een collega bij Assata, beginnen over tijdmechanismen en explosieven en of ik daar iets van weet. Etc. Etc. Zoals ik in een brief aan Ficq al schrijf (29 mei 2007):

‘Maar het heeft weinig zin hier verder over uit te wijden en meer voorbeelden te geven, omdat dit soort dingen voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. Voor mij leken in ieder geval de puzzelstukjes op z’n plaats te vallen met de aanname dat ze me niet vertrouwden. Ik ben daarbij afgegaan op mijn intuïtie, en ik heb geen enkele reden om daar aan te twijfelen.’

Het kan makkelijk afgedaan worden als paranoia, ware het niet dat er een getuige is die mijn beweringen bevestigt. Hij meldt zich niet alleen bij mijn advocaat om zijn verhaal te doen (zie brief 29 mei 2007) maar als de onderzoekers bij het PBC contact met hem opnemen zegt hij het volgende:

‘Omdat betr. in Assata kwam werken, vond een aantal bewoners het nodig dat betr.
‘gescreened’ zou worden: was hij wel of geen infiltrant namens de politie dan wel de
Binnenlandse Veiligheidsdienst. De heer Van D. vertelde de rapp. dat hij daar onder meer met Sévèke verschil van mening over had. Omdat betr. altijd op tijd op zijn werk was, een eigen leven leek te leiden, sportief was (betr. fietste bijvoorbeeld veel), nauwelijks alcohol dronk en geen andere drugs gebruikte viel hij binnen het profiel van ‘infiltrant’ in de beleving van onder meer Sévèke.’

‘Betr. kreeg vervolgens een relatie met ene Marianne. Deze woonde in de kamer naast die van Sévèke, en aangezien Marianne al eerder een relatie had gehad met iemand die een ‘infiltrant’ bleek te zijn, was er mogelijk meer wantrouwen bij Sévèke, zo zei de heer Van D.’

‘Vanuit ervaringen van de kraakbeweging met politie/justitie was er in Nijmegen binnen de krakers-en daaraan verbonden actiebeweging een sterke hiërarchie ontstaan. Wilde je echt actief worden, dan moest je ‘onderaan de ladder’ beginnen, aldus de heer van D.’

Bij zijn verhoor zegt Van D. het volgende:

‘Je houdt me voor dat ik in mijn artikel heb aangegeven dat er een screening bij Assata
plaatsvindt. Je vraagt me hoe die screening bij Assata in zijn werk gaat. Ik bedoel daarmee dat we wilden weten waar iemand vandaan kwam, met wie gaat hij om en soms fietsten we achter iemand aan.’

‘Ik heb zijn adres gecontroleerd.’

‘Ik ben daar wel een keer geweest om met mensen te praten over Marcel. Ik ben toen even daar naar toe gefietst om met een huisgenoot te praten over Marcel. We hebben vast welk meer dingen van hem gecheckt maar dat weet ik niet meer.’

‘Ik snap dat hij zich gewantrouwd voelde, dat hadden alle nieuwe mensen die bij De Grote Broek kwamen.’

‘Als je me vraagt naar de uitkomst van de screening van Marcel was dat hij verder oké was. Marcel is echter nooit verder gekomen dan de buitenlaag. Daarmee bedoel ik dat hij nooit in ik noem het maar de vierde vertrouwenslaag is gekomen die bijvoorbeeld de harde acties planden of bijvoorbeeld politie in de gaten hielden.’

‘Er werd uiteraard op hem gelet.’

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om de screening die plaatsvond toen ik bij Assata wilde gaan werken. Ik heb toendertijd ook gemerkt dat ze me in de gaten hielden en aan het uitchecken waren. Ze wisten bijvoorbeeld dingen die ze alleen via een ex-vriendin konden weten. Maar ik heb daar zeer laconiek op gereageerd.

‘Als je vraagt of Marcel met mij ooit heeft gepraat over zijn verdachtmaking van infiltrant
geloof ik wel dat hij daar met een bepaalde humor over heeft gepraat.’

Over die screening is ook nog een artikel in de Volkskrant geschreven, 30 maart 2007:

‘Iedereen werd gescreened, want zo ging dat in die tijd in Nijmegen. Er bestond veel
wantrouwen jegens nieuwelingen.’

Het is ook goed te vermelden dat die getuige uit onverdachte hoek komt, om het zo maar te zeggen. Tenslotte komt hij uit de beweging en wordt hem dit ‘uit de school klappen’ niet in dank afgenomen. Dat is sowieso een ongeschreven regel binnen die beweging, zoals ik aan het begin van dit hoofdstuk al heb duidelijk gemaakt, maar in dit geval is er ook nog een zogenaamde Persgroep Sévèke opgericht die bepaalt wat er in de zaak Sévèke naar buiten moet en mag worden gebracht. Getuigen die opgeroepen worden voor het verhoor krijgen instructies mee. Zie Gelderlander 31 december:

Stapelgek worden ze er soms van, de rechercheurs van het Nijmeegse Bamboeteam dat de moord op de activist Louis Sévèke onderzoekt. Diverse getuigen uit het links-radicale milieu weigeren tegenover de politie het achterste van hun tong te laten zien. Ondanks urenlang verblijf op het politiebureau willen ze over hun eigenidentiteit niet meer kwijt dan voornaam en 06-nummer.

Dagen, soms weken zijn rechercheurs alleen maar bezig uit te spitten wie ze nu
eigenlijk precies hebben ondervraagd. Die wantrouwende houding vertraagt het
onderzoek, melden bronnen rond het onderzoek aan De Gelderlander. “Dit bezorgt ons weken extra werk. Bovendien wensen getuigen te bepalen welke informatie wel of niet relevant is voor het onderzoek. Terwijl elk brokje informatie telt om de puzzel rond te krijgen”, verzuchten ze.


Mensen die zich onwelgevallig uitlaten in de media worden achterna gezeten en brispt. Henk van Gelder, journalist van de Gelderlander zegt dit:

‘Zoals vermeld stond er enorme (politieke) druk op het politieonderzoek. De Nijmeegse politie moest de dood van een uitgesproken tegenstander onderzoeken. In dat spanningsveld moesten we onze bronnen in het geheim ontmoeten. Een aantal gaf een genuanceerd beeld. Dat hebben we geprobeerd in onze berichtgeving te verwerken. Net zoals we ook de mindere kanten van Louis hebben belicht.
Dit tot groot ongenoegen van de vrienden die niet meer met ons wilden communiceren, maar na elke publicatie wel opbelden met de vraag hoe we daar aan kwamen. Een bericht dat de krant niet heeft gehaald is het feit dat ze een andere arrestant in de zaak hebben opgewacht. De man lijkt op de compositietekening en liep daar met een sporttas. Deze man hebben we opgespoord en smeekte me het bericht uit de krant te houden.’

Dit werpt ook meteen een heel ander licht op de verklaringen die door andere getuigen in deze zaak zijn afgelegd, en die bijvoorbeeld zeggen dat ik niet als infiltrant werd gezien, en het geeft extra waarde aan de verklaringen van de getuige die mijn verhaal bevestigt.

De conclusie tot zover is dus dat ik niet van meet af aan wantrouwend tegenover mijn kameraden stond, zoals o.a. in De Gelderlander beweerd is (zie bijlagen 2.1) maar dat het precies andersom was! Ik was niet paranoia, maar zij. En dus ontbreekt het motief helemaal niet, zoals beweerd is n.a.v. die berichten.
Dat wantrouwen vanuit de beweging is overigens makkelijk te verklaren. Want voordat ik bij Assata kwam werken zijn er verschillende infiltranten opgepakt. Twee daarvan zijn vrienden geweest van Marianne, het meisje waarmee ik later een relatie heb gehad (ten tijde van de eerste actie bij BP) en die in de Grote Broek naast Sévèke woonde. Het ging daarbij onder andere om Dave Nobel. Iemand van wie ze het totaal niet verwacht hadden, waardoor ze als het ware niemand meer konden vertrouwen. En dat deden ze dus ook niet meer. Van D. schrijft hierover:

‘En ja je had volkomen gelijk dat de restanten van de beweging zwaar in het defensief zaten en door de paranoïa – of waakzaamheid zo je wilt – gekarakteriseerd werden.’

Deze ontmaskeringen speelden allemaal rond de beruchte Mariënburg-rellen. Uit Tatort
Nijmegen, van K. Haegens:

Op Prinsjesdag 1986 kraken ze met een groepje de Mariënburg, eigendom van het Shell-pensioenfonds. Met de strijd tegen het Apartheidsregime en de daarmee gepaard gaande boycot van Shell op een hoogtepunt, gaat het bij de ontruiming om meer dan alleen een pand. Het komt tot hevige rellen. ‘Het plan was om flinke barricades op te werpen, zodat we ons niet zonder slag of stoot zouden hoeven over te geven’, verklaart Sévèke, lid van de persgroep, achteraf tegenover Stephan Sanders van De Groene Amsterdammer. ‘Inderdaad, hard verzet. Wat dat betreft is alles volgens plan verlopen.’

De nasleep is minstens even heftig als de ontruiming zelf. Sévèke is één van de acht mensen die op grond van artikel 140 – lidmaatschap van een criminele vereniging – wordt opgepakt. ‘Het gebruik daarvan voor dit soort dingen was nieuw. Zowel de arrestanten als juridisch Nederland waren wel een beetje met stomheid geslagen’,  herinnert Schoenmaeckers zich. Sévèke krijgt uiteindelijk negen maanden, waarvan drie voorwaardelijk.
Als klap op de vuurpijl worden hij en de andere gevangenen ook nog eens voor
verraders uitgemaakt. In de brochure Parels voor de zwijnen voert de Politieke
Vleugel van de Kraakbeweging (pvk) de arrestanten op als voorbeelden van het
‘verval en het verraad binnen de actiebeweging in Nederland’. Het ‘vonnis’ verderop in het document spreekt voor zich: ‘Naast de politie-informanten hebben zes van de acht arrestanten (onder wie Sévèke – kh) overduidelijk samengewerkt met de politie. De twee andere arrestanten en vele krakers hebben zich blind en gewillig solidair met deze verraders opgesteld. Omdat de “beweging” het verraad accepteert en het verraad daardoor zo massaal wordt, zou de enige goede sanctie algauw uitdraaien op een massa-executie. Laten we nu stellen dat de verraders, in deze situatie, zelfs geen kogel meer waard zijn.’
In de nasleep van de Mariënburg blijkt ook dat de overheid gebruik heeft gemaakt van vijf informanten. Zo raakt Sévèke geïnteresseerd in wat zijn specialisme zal worden: het functioneren van inlichtingen-en veiligheidsdiensten. Benschop schetst Sévèke als een gedreven persoon met veel kennis, die zorgvuldig en gedetailleerd te werk gaat. Diezelfde kwaliteiten zijn terug te vinden in zijn grotere onderzoeken. Van één daarvan staat officieel niet vast dat Sévèke de auteur is: het betreft het in 1990 verschenen en later deels verboden boekje De tragiek van een geheime dienst, waarvan de auteurs altijd anoniem gebleven zijn. Dat onderzoek naar het functioneren van de geheime dienst in Nijmegen betekende het einde voor de lokale
Politie Inlichtingen Dienst in zijn toenmalige vorm. Medewerkers en infiltranten
werden met foto, naam, adres en telefoonnummers genoemd. Het wagenpark,
geheime ontmoetingsplekken, zelfs de poster van ‘Miss Moskou’ aan de muur van het pid-kantoor: alles kwam in de openbaarheid. Los van de vraag of Sévèke het geschreven heeft, is het een feit dat direct na de moord het idee opdook dat een van de in dit boekje ontmaskerde informanten er iets mee van doen kon hebben. Eén zo’n informant met een motief is Cees van Lieshout, tevens de hoofdrolspeler in het in 1996 verschenen Operatie Homerus. Voor dat ruim vijf jaar durende onderzoek naar de handel en wandel van Van Lieshout werkte Sévèke samen met Schoenmaeckers en Ed Bruinvis. Bruinvis had Van Lieshout gekend: beiden waren lid van het Rood Verzetsfront dat in de jaren zeventig, tachtig flirtte met de ‘gewapende strijd’. Bruinvis: ‘Toen ik Van Lieshout voor het eerst ontmoette, dacht ik intuïtief: die deugt niet. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik daar niet beter naar geluisterd heb.’

Het interessante van de zaak-Van Lieshout was dat de informant zich niet beperkte tot luistervinken. Hij zette regelrecht aan tot geweld, vertelt Bruinvis op het terras van een Arnhems café. ‘Als ik hier met Van Lieshout zou zijn en ik zou dat bord met aanbiedingen van het café daar omschoppen, dan zou hij zeggen: “Je moet de ruiten ingooien”. En als ik de ruiten zou ingooien, zou hij iets gezegd hebben als: “Morgen zitten er weer nieuwe in; je moet de boel opblazen”.’ De rode draad van Operatie Homerus bleef volgens Sévèke actueel. In NRC Handelsblad van 3 november 2005 trok hij de vergelijking tussen praktijken zoals beschreven in het boek en het leveren van handgranaten aan de Hofstadgroep door een agent van de aivd.

Zoals uit dit artikel blijkt wordt als reactie op het inzetten van infiltranten dus een clubje
opgericht dat doet aan zogenaamde contra-observaties. Die dus de politie in de gaten houden en infiltranten proberen te ontmaskeren. Het eerste resultaat was zoals hierboven al beschreven staat, de ontmaskering van de gehele PID-afdeling van de politie Nijmegen met alle infiltranten en medewerkers. Ze wisten álles van die mensen. Gesteld kan dus worden dat begin jaren negentig er een club is binnen de beweging die op een zeer professionele manier aan contra-observatie doet. Voor werkwijze en doelstelling zie bijvoorbeeld ook de publicaties van Peter Siebelt of het interview van Dave Nobel in Vrij Nederland van 12/10/2005 (zie Deel II van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist).

En dat ze me in het begin al als mogelijk infiltrant zagen, en me screenden toen ik bij Assata wilde gaan werken, geeft al aan wat hun reactie moet zijn geweest toen ik midden jaren negentig over directe actie, handleidingen, explosieven en ELF begon. Zoals hierboven beschreven beschouwden ze dat als het handelsmerk van infiltranten: het aanzetten tot harde acties. Want zoals ik in de brief aan Ficq van 18 en 29 mei 2007 al aangeef wisten ze daarvan:

‘Chris A. was op de hoogte van mijne experimenten met explosieven. Ik heb hem een keer TATP ( primaire springstof) laten zien (Dat was op mijn kamer in de Dorpsstraat), Hij wist ook van de handleidingen die ik geschreven had (met het voorwoord waarin opgeroepen wordt tot ‘anti-kapitalistisch verzet door het toebrengen van economische schade door sabotage bij onder andere milieuvervuilende bedrijven’) We zijn die handleidingen op zijn verzoek een keer wezen afgeven aan iemand in Amsterdam. Verder was Chris ook op de hoogte van mijn politieke ideeën. En dat was allemaal al ver voor de acties plaatsvonden. Bovendien was hij op de hoogte van de autodiefstallen (we zijn een keer in een gestolen Mazda 626 naar Den Haag gereden). Chris was ook altijd diegene die me na een actie of artikel van mijn hand kwam opzoeken en er naar informeerde.

Het lijkt me dus niet erg ver gezocht om er vanuit te gaan dat Chris wel een vermoeden moet hebben gehad dat ik met de acties te maken had. En gezien zijn vriendschap met Louis is het ook niet vergezocht dat die ervan op de hoogte was. Want Chris was goed bevriend met Louis. Louis en Frank woonden bovendien in De Grote Broek naast Marianne (waar ik ten tijde van de eerste actie bij BP in ’94 een relatie mee had) Naar ik meen zijn er twee bekenden van Marianne ooit ontmaskerd als infiltrant waaronder Dave Nobel, waardoor je mag aannemen dat zij, meer nog dan de rest van de scene, op haar hoede was. Bovengenoemden kenden ze allemaal Suzanne H. die betrokken is geweest bij de ontmaskeringen van die informanten.’ . [ Zie Organogram bijlagen 6.2.1]

Ook getuige Van D. heeft tegenover de onderzoeker van het PBC laten weten dat ze eigenlijk wel wisten dat ik met die acties te maken had.

Samengevat:
-Er heerste binnen de beweging wantrouwen jegens nieuwelingen
-Men was beducht op infiltranten
-Er was een club die zich bezig hield met professionele contra-observatie om deze infiltranten te ontmaskeren, waarbij mensen achtervolgd, geobserveerd en nageplozen werden
-Ze wisten van de explosieven, de handleidingen en mijn betrokkenheid bij de acties

Conclusie: Het kán dus bijna niet anders dan dat mijn beweringen juist zijn dat ze, en daarmee doel ik op dat clubje dat ik voor het gemak maar OBIV en Jansen&Janssen heb genoemd, me als (mogelijk) infiltrant hebben gezien. Zeker toen ze in de gaten kregen dat ik met die acties te maken had. En het kan dus bijna niet anders dan dat ik dat clubje achter me aan heb gehad. Het is in ieder geval heel aannemelijk als je alles bij elkaar optelt. Ze hebben me ook al vanaf het begin al in de gaten gehouden en gecheckt en gewantrouwd. Daar heb ik niet alleen getuigenverklaringen van, maar ook nog mijn eigen ervaringen en intuïtie.

Naast al deze feiten die mijn verhaal zeer aannemelijk maken, staan dus alleen de getuigenverklaringen van Frank S., Suzanne H. en Chris A. Maar zoals aan het begin van dit hoofdstuk al duidelijk is gemaakt, hebben die niet veel waarde aangezien ze niet anders kunnen dan ontkennen, tegenover de buitenwacht sowieso niets wordt losgelaten, en ze ontkennen zelfs dingen die gewoon gedocumenteerd zijn. Laat staan dat ze informatie prijsgeven waarmee ze hun netwerk en werkwijze blootleggen en waarvoor ze ook nog eens strafrechtelijke vervolging riskeren:

‘De schrijvers van het explosieve werkje [De tragiek van een geheime dienst] waakten in elk geval over hun eigen identiteit. Ze voltooiden hun missie zo behoedzaam mogelijk, zegt een voormalige activist uit Nijmegen. Hij wil zijn naam niet gepubliceerd hebben, want hij vreest dat justitie alsnog een zaak zou kunnen beginnen. De man verrichtte in die dagen hand- en spandiensten voor de linkse speurneuzen. ‘Ze hadden foto’s gemaakt van PID’ers. Bij de fotowinkel werd dat doorgespeeld naar de politie. Toen kwamen ze bij mij. Ik had een eigen doka.’ De amateur-fotograaf herinnert zich dat hun komst altijd met veel geheimzinnigheid gepaard ging. ‘Sévèke en de zijnen maakten hele tochten door de stad om hun achtervolgers af te schudden voor ze via mijn achterdeur binnenkwamen.’ Het was een kat-en-muis spel volgens de Nijmegenaar. De actievoerders volgden de geheime dienst op de voet en kwamen zo onder andere achter verborgen opslagplaatsen voor volgauto’s. ‘We waren ook heel
handig geworden in het verkrijgen van kentekenregistraties en geheime telefoonnummers. Louis en zijn club wisten op een gegeven moment alles van die gasten.’’

Uit: Vrij Nederland 26-11-2005, Louis Sévèke, kwelgeest van de geheime dienst.

Maar zoals eerder al gezegd: ik kan het niet bewíjzen. Aannemelijk maken is het enige dat ik kan bereiken. Maar afdoen als paranoia kan dus ook niet. En dit alles bij elkaar opgeteld beschouw ik dus als Het Verraad:

-Dat de acties waarvoor ik tien jaar gevangenisstraf heb geriskeerd en waarvoor ik alles opgegeven heb en tot een bestaan in de marge was veroordeeld, door toedoen van Ravage en een paar bobo’s uit de beweging voor niets zijn geweest (door de claimbrieven met dader-informatie af te doen als fake en te suggereren dat die acties van het ELF het werk van provocateurs is en dat het ELF fascistische wortels heeft). Dus ik heb mijn carrière, mijn vrijheid, mijn leven op het spel gezet. Voor niks. En het heeft me ook mijn leven gekost.

-Het feit dat ik in de Nijmeegse scene werd gewantrouwd en gezien als mogelijk infiltrant

Ik was ik in die tijd (periode na april ’96) door dit verraad wel diep teleurgesteld en beledigd door hun houding, en is er een afkeer van de ‘radicaal linkse’ scene ontstaan, maar over wraak en rekeningen vereffenen wordt er niets gezegd, ook heel belangrijk om vast te stellen Daarna volgt een periode met veel drank en niet meer weten waarheen en waarvoor. (Zie mijn brief aan Kees Broer van 6 juni 2009 en Evaluatie ’97 in de bijlage, en zie Autobiografie Hoofdstuk 12: Identiteitsverlies en Autodief-Gevangenis.) En pas na de gebeurtenissen in het kraakpand Krisus die er op volgen, is er sprake van dat er een rekening vereffend moet word-en, zie volgende hoofdstuk.

6.2.1 Bijlagen Het Wantrouwen

1 van 5

Vught, 6 juni 2009

Beste Kees,

Hartelijk dank voor je brief. Maar er is iets vreemds mee aan de hand. Toen ik hem las leek het namelijk net of ik hem al eerder gelezen had! Ik kreeg een déjà vu. Ik zweer het je! En ik dacht: ik ben toch niet gek aan het worden of hoe zit dat?! Dat kan ik er echt niet bij hebben. Ik heb al genoeg aan al die paranoïde waangedachten die door mijn hoofd spoken, dat begrijp je… Maar na het lezen wist ik waar het aan lag (Pfff… Dat scheelde niet veel!) En het was niet dat artikel van Faradawn dat je nu voor de derde keer in korte tijd hebt opgestuurd, of het uitblijven van de artikelen waar ik om gevraagd heb. Nee, het lag aan iets anders. Er zit namelijk een ander terugkerend patroon in je brieven dat voor een déjà vu zorgt. En ik zal je zeggen wat dat is.
Je blijft namelijk steevast en vrolijk alle feiten, argumenten en artikelen, boeken, rapporten en getuigenverklaringen, etc. die ik aandraag om mijn stellingen te staven, negeren, ontkennen of verdraaien. In mijn brief van 16 december 2008 beklaag ik me daar al over: ‘Je bent ongevoelig voor de feiten die ik aandraag. Je blijft vragen stellen die ik al beantwoordt heb, dingen beweren die ik allang ontkracht heb, en dingen verdraaien.’
En dat doe je nu dus ook weer. Je herhaalt hier zelfs min of meer het standpunt dat je in een brief van 1 december 2008 ook al verkondigde: ‘We moeten er vanuit gaan dat de groep rond Jansen&Janssen en Sévèke geen wantrouwen tegenover jou hebben gehad’. En ook toen schreef je het een en ander toe aan mijn zogenaamde wantrouwen. En dat terwijl ik het allemaal al weerlegd heb.

Neem nu de zin in je brief van 1 juni j.l. : ‘Dat een psycholoog bij het PBC een rapport
schrijft waar niet uit blijkt dat jij je dingen hebt ingebeeld is volgens mij net zoveel waard als een ander rapport waar het tegenovergestelde in staat.’

Ten eerste verdraai je de boel heel listig. Het gaat namelijk niet over een rapport waar niet uit blijkt dat ik dingen heb ingebeeld, zoals je schrijft. Maar ik had het in mijn vorige brief over een PBC-rapport waaruit blijkt dat ik dingen niet heb ingebeeld.
Een subtiel verschil in formuleren, een wereld van verschil in betekenis. Erg gevat van je. Maar ten tweede, en dat is veel belangrijker: je maakt hier van feiten en waarheid, ‘feiten’ en ‘waarheid’. Je zet het tussen haakjes. Dat je de feiten ontkent en de waarheid niet accepteert moet je natuurlijk zelf weten maar veel respect dwing je daar bij mij niet mee af. Je krijgt daarmee net zoveel respect als iemand die de evolutieleer ontkent en in God, Allah of UFO’s gelooft. Geen respect dus. (Hoogstens mededogen)

Hoewel het dus vrij zinloos is gebleken feiten aan te dragen waag ik nog één poging. Ik zal uit het bewuste PBC-rapport een fragment citeren, die mijn beweringen staven: 

‘Omdat betr. in Assata kwam werken, vond een aantal bewoners het nodig dat betr.
“gescreened” zou worden: was hij wel of geen infiltrant namens de politie dan wel de
Binnenlandse Veiligheidsdienst […] Omdat betr. altijd op tijd op zijn werk was, een eigen leven leek te leiden, sportief was (betr. fietste bijvoorbeeld veel), nauwelijks alcohol dronk en geen andere drugs gebruikte viel hij binnen het profiel van ‘infiltrant’ in de beleving van onder meer Sévèke.’

En nog zomaar een citaat uit het artikel in de Volkskrant dat je vast niet hebt kunnen vinden:
‘Iedereen werd gescreened, want zo ging dat in die tijd in Nijmegen. Er bestond veel
wantrouwen jegens nieuwelingen. Het zou om een politie-infiltrant kunnen gaan’

En nog maar eentje als toegift: ‘Ik heb zijn adresgegevens gecontroleerd. Ik ben daar een keer geweest om daar met mensen te praten over Marcel’.

Dit zijn maar enkele voorbeelden van feiten die mijn beweringen over screening, wantrouwen en dat het zeer aannemelijk is dat ik het OBIV of J&J wel achter me aan had, bevestigen. Want let wel, deze screening vond al plaats alleen om het feit dat ik bij Assata wilde werken, dus toen had ik nog geen woord gezegd over explosieven, directe actie, ELF, etc. Zie ook Peter Siebelt, De Vierde Wereldoorlog, pagina 76 en 77.

Nu kun je al deze getuigenverklaringen wel weer tussen haakjes zetten en ze daarmee negeren of ontkennen (‘Wat zegt zo’n getuigenverklaring nou helemaal?’)
Maar daarmee zet je jezelf wel gewoon te kakken als idioot. Het lijkt er op dat jij meer last hebt van tunnelvisie dan ik. Het is trouwens wel geinig dat je de De Deventer-moordzaak erbij haalt om te wijzen op de tunnelvisie van bepaalde onderzoekers. Want dat gebeurt in meer zaken inderdaad (je zou eens moeten weten…)
Maar wat mijn tunnelvisie betreft valt het wel mee. Ik ben iemand van de argumenten. Ik ga altijd voor de meest plausibele theorie en laat me wél altijd overtuigen door feiten.
Dus ik geef je ook gewoon gelijk als je zegt dat ik heel lang kan zoeken naar bewijzen dat het OBIV of J&J mij bespioneerd hebben. (Waarom neem je het trouwens zo voor ze op? Werd je niet door hun bedreigd op de publieke tribune bij het proces? Of is dat een toneelstukje om de onderlinge verbanden verborgen te houden?)
Ik heb dat in een eerdere brief zelf ook al gezegd. Brief d.d. 31 oktober 2008: ‘Bewijzen kan ik het niet. Dat is op het moment zelf al lastig, tien jaar na dato is dat onmogelijk’.

Een voorbeeld: stel, je zit aan de bar in een café en schuift plots een wildvreemde aan en die begint uit het niets over explosieven. Is dat toeval en onschuldig, of zit er meer achter? Dat weet je nooit. (Om dezelfde reden is het ook weinig zinvol om zoals je in je brief voorstelt om op basis van één zo’n voorval uit te gaan maken of ik me dingen heb ingebeeld (zou wel mooi zijn hè?))
En wat nou als die verdachte vraag niet de eerste is maar eentje uit een lange reeks. En dat je ook nog eens vaststelt dat er een paar keer op je kamer is rondgeneusd in jouw afwezigheid. En dat het je al een paar keer is overkomen dat mensen je op de man af vragen of je misschien voor de BVD werkt? En dat er mensen zijn uit de beweging die je plotseling mijden of uitschelden. Dat je gefotografeerd wordt. Dat je erachter komt dat mensen dingen van je weten die ze helemaal niet kunnen en mogen weten…? En zelfs als deze lijst nog veel langer is, dan nog valt er niets te bewíjzen, maar het wordt wel steeds aannemelijker dat je in de gaten wordt gehouden. 

Je moet daarbij op je intuïtie afgaan. En ik heb geen reden om aan mijn intuïtie te twijfelen. (In dit verband is het wel aardig om te vermelden dat zelfs die onschuldige screening die plaatsvond toen ik bij Assata kwam werken me niet ontgaan is. Uit de vragen en opmerkingen kon ik opmaken dat ze dingen wisten die ze alleen konden weten van een ex-vriendin. En mijn reactie was overigens zeer laconiek… Ook daar heb verklaringen over in het dossier)

Dus in principe zijn er meer theorieën mogelijk, je hebt gelijk. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat ik heel veel dingen op mezelf betrokken heb die helemaal niet over mij gaan, zoals je schrijft. Zeker in de periode dat ik naar de klote was en er drank in het spel was, is dat niet uit te sluiten.
Maar dat het OBIV en J&J me níet zagen als mogelijk infiltrant en me niet geobserveerd
hebben -wat de rechters beweren -is trouwens ook niet te bewíjzen! Heb je daar wel eens over nagedacht?!


Dus voorlopig blijf ik erbij dat het zeer aannemelijk is dat ze mij zagen als mogelijk infiltrant. En daarbij baseer ik mij niet alleen op mijn intuïtie toendertijd en al die voorvallen zoals hierboven beschreven (en waarvan ik me nu nog maar een fractie kan herinneren, waardoor het niet echt overtuigend is). Ik baseer dus ook op getuigenverklaringen en bijvoorbeeld het simpele feit dat OBIV en J&J iedereen die verdacht was of nieuw observeerden (Zie pagina 76-77 Peter Siebelt De Vierde Wereldoorlog). Dus die theorie van jou dat ik in die tijd helemaal niet opgevallen ben, valt in ieder geval af. Want ik heb al eerder uitgelegd dat Chris feitelijk alles van mij wist. Zie brief 26 mei 2009, 31 oktober 2008, e.a. (en getuigen hebben verklaard dat ze binnen de beweging eigenlijk wel wisten waar ik mee bezig was en dat ik betrokken was bij die acties, waarschijnlijk via Chris.)

En dat hij zowel met Louis als Suzanne H. bevriend was. Als je dit gegeven combineert met de informatie in het artikel over Dave Nobel, dan krijg je trouwens een erg interessant organogram:  

Dus voor alle duidelijkheid: Ik was bevriend met Chris en Marianne. Chris was goed bevriend met Louis. Marianne woonde naast Louis en Frank in het kraakpand de Grote broek, waar ook boekwinkel Assata in gevestigd was, waar ik werkte…
Conclusie: verzin zelf maar. Ik zou zeggen, het moet wel heel vreemd zijn gelopen als ze me niet verdacht vonden gezien het feit dat ze wisten van de handleidingen, de explosieven de acties (Ze vonden het in het begin al verdacht dat ik op tijd op mijn werk verscheen en geen drugs gebruikte…)

Een andere interessante vraag is waar jij in dit plaatje past. Dat heb ik me altijd al afgevraagd. Je laatste brief doet vermoeden dat je onder of boven Duyvendak staat. Je schrijft tenslotte dat je hem niet alleen gekend hebt maar ook dat je ooit informatie over mensen aan hem doorgaf a la Jansen&Janssen.

Bewijst dit iets? Nee.

Wat hier wel duidelijk uit wordt is dat ze altijd zullen ontkennen zich met mij bemoeit te
hebben. Want dan zouden ze inzicht moeten geven in hun werkwijze en netwerk. En zouden ze ook in verband gebracht worden met zaken uit het verleden waarmee ze gevangenisstraf riskeren gezien de gijzelingen en verhoren (En niet te vergeten de ontmaskering van de complete BVD-afdeling van de politie van Nijmegen)
En gezien het feit dat ze tegenwoordig allemaal een hypotheek hebben die ze moeten aflossen en een leuke, comfortabele maatschappelijke positie veroverd hebben (en ook eventueel voor kinderen moeten zorgen en les geven op een politieschool, zoals je schrijft – de wereld is aan de opportunisten…) kijken ze wel helemaal goed uit om het toe te geven. Logisch. En ook daarom kan er weinig waarde gehecht worden aan ontkennende uitspraken. (hoewel het natuurlijk wel waar kán zijn, maar zoals ik al zei, bewijs dat maar eens…)

Maar stel nou eventjes dat het waar is, dan doet dat overigens niets af aan het motief. Want de politie mag dan de bewering van de kant van het OBIV klakkeloos hebben aangenomen en strategisch gelekt hebben naar de pers: ‘T. heeft zich ingebeeld dat hij door het OBIV als infiltrant werd gezien’ Verder aangevuld met: ‘Hij maakt een paranoïde indruk’, ‘Motief ontbreekt’, ‘Hij wilde meer mensen liquideren’, om zo iedereen alvast warm te maken voor een tbs-advies. (Is het eigenlijk niet zeer opmerkelijk dat de politie van Nijmegen waarvan ooit de hele BVD-afdeling is ontmaskerd en voor schut gezet voor heel Nederland (Zie: De Tragiek van een geheime Dienst, 1990), niet de moeite doet mijn beweringen te onderzoeken?
Een uitgelezen kans om dat clubje waarvan zij aan den lijve hebben ondervonden hoe het te werk gaat, alsnog te grazen te nemen. Maar nee, als Frank Schoenmaeckers (notabene een van de auteurs/medewerkers!) zegt mij niet te kennen, dan nemen ze dat als waarheid aan. Zeer vreemd…)
Maar zelfs als het zo is dat het OBIV mij niet kent – wat zeer onwaarschijnlijk is dus, bekijk het organogram nog maar een keer – dan nog ontbreekt het motief niet en was het geen paranoia, want de beschuldigingen infiltrant te zijn kwam ook uit andere hoeken (Ik noem bijvoorbeeld het artikel in Ravage met als kop: ‘ELF opgericht door de CIA?’ of ingezonden brieven waarin gesuggereerd wordt dat de acties het werk zijn van provocateurs of dat het ELF fascistische wortels heeft, etc.) Heel concreet dus.
Bovendien bestaat het motief niet alleen daaruit. Maar ik ga het hier niet verder uitdiepen. Ik verwijs daarvoor naar mijn andere brieven, bijvoorbeeld die van 31 oktober 2008 waarin het motief haarfijn wordt uitgelegd.

Maar maakt dit alles de zaak minder gruwelijk en onrechtvaardig? Nee.

En om terug te komen op waar de brief mee begon: ik ben nu weer alleen maar bezig geweest opnieuw dezelfde feiten aan te dragen en te herhalen wat ik al eerder en vaker gezegd heb. Het is dus een herhaling van zetten. Gewoonweg omdat je je niet door feiten laat overtuigen.
En dat irriteert me. Sterker nog, dat irriteerde me een half jaar geleden ook al: in mijn brief van 16 december 2008 schreef ik al dat ik geen zin heb om als een soort Jehova-getuige achter je aan te hollen. Ik vind dat ik nu geduldig genoeg geweest ben (naast openhartig, goed van vertrouwen en relaxed) Als je nu in ieder geval de artikelen had gestuurd die ik wilde hebben, maar nee. En je neemt ook niet eens de moeite de talloze spel-taal-en typfouten in je brieven te verbeteren. (Of blow je misschien veel? Dat zou een verklaring kunnen zijn voor dit alles)
Maar doet er ook niet toe. Wat mij betreft is deze correspondentie voorbij. Ik kan mijn tijd wel beter besteden. Hiermee is dus ook dat artikel van de baan waar je het over had. En voor alle duidelijkheid benadruk ik nogmaals dat ik geen toestemming verleen om iets uit deze briefwisseling te publiceren.

Dus het ga je goed. Veel geluk gewenst met het aflossen van je hypotheek. Ik hoop dat je daarin slaagt voordat Nederland onder water komt te staan. (En doe je oude kameraden de groeten van me)

‘Met vriendelijke groet’,

P.S. ben je ook zo verheugd dat Geert Wilders heeft gewonnen? Ik hoop dat hij iets kan uitrichten tegen het opkomend fascisme dat door types als Evelien Lubbers en Peter Klerks gesteund wordt. Dhimmi’s! 

 Bron: Rara, wie ben ik, Peter Siebelt

Bron: autobiografie pagina 63, Evaluatie ’97.

 


Wat bezielde die einzelgänger Marcel T. toch?

Van onze verslaggever, John Schoorl - 30/03/07, 07:44

‘Iwan’, mede-oprichter van de Nijmeegse boekhandel Assata, waar de
verdachte van de moord op Louis Sévèke de eerste helft van de jaren negentig
werkte, is er kapot van....

Iwan, die niet met zijn volledige naam in de krant wil, ziet Marcel T. nog zo Assata
binnen komen waaien. Marcel, van oorsprong een Nijmeegse jongen uit de wijk
Neerbosch, wilde wat doen in het roemruchte kraakpand De Grote Broek en de
boekhandel leek hem wel wat.

Iedereen werd gescreend, want zo ging dat in die tijd in Nijmegen. Er bestond veel
wantrouwen jegens nieuwelingen. Het zou om een politieinfiltrant kunnen gaan.

Marcel T. kwam door de screening en onderscheidde zich door zijn interesse in
buitenlandse boeken en het betere anarchistische werk waarin Assata grossierde.

Assata werd in 1991 door Iwan en een aantal vrienden opgericht als zogeheten
‘infowinkel’. De Autonome Boekhandel, zoals hij later werd omgedoopt, was
vernoemd naar ‘zij die strijdt’ – Assata Shakur, betrokken bij de zwarte
activistenbeweging de Black Panthers.

Of Sévèke daar of in de Grote Broek Marcel T. veelvuldig tegenkwam, herinnert Iwan
zich inderdaad: in de periode 1993-1996 nog wel. De vrienden van Sévèke laten
weten dat zij elkaar zeker hebben ontmoet, maar dat er van een speciale band geen
sprake was, en dat zich in ieder geval geen gebeurtenis zou hebben voorgedaan die
uiteindelijk leidde tot de moord.

Marcel T. beleefde begin jaren negentig een woelige periode in de Nijmeegse
kraakbeweging, doordat de politie een diepgaand onderzoek deed naar de aanslag
op BASF in Arnhem in 1996. In publicaties wordt nu melding gemaakt van een
dagboek, dat de politie van Marcel T. bij zijn aanhouding zou hebben aangetroffen.
In dit dagboek zou vermeld staan dat hij betrokken is geweest bij de nooit
opgehelderde aanslag.

De Nijmeegse kraakbeweging zou iets met deze aanslag van doen hebben gehad,
zo werd gesuggereerd. In diezelfde periode zou Marcel T. door Louis als een
infiltrant zijn neergezet, of als iemand die wellicht niet helemaal te vertrouwen was.

Het vermoeden bestaat dat dit T. heeft gekrenkt, vooral omdat Sévèke in de
kraakscene als een grootheid werd beschouwd.

Sévèke-intimi verklaren dat Louis niet verantwoordelijk is geweest voor het vertrek
van T. uit de Nijmeegse kraakbeweging. Een anonymus: ‘Zulke zware aantijgingen,
vond Louis, moesten worden onderbouwd met feiten, voordat er over gesproken kon
worden. Voorzover wij weten heeft dit met betrekking tot de verdachte nooit
gespeeld.’

Iwan, maar ook anderen uit de boekhandel, herinneren zich T. als een aimabele,
sceptische jongen, een einzelgänger. Maar ook als iemand die, zoals gezegd,
buitengewoon geïnteresseerd was in literatuur. Dat hij zich in de emailcorrespondentie
bediende van een literair pseudoniem, Edmund Dantes,
verbaast Iwan dan ook niet. ‘Hij maakte een zeer belezen indruk.’

Na vijf jaar was hij opeens weg uit de boekhandel en de Nijmeegse kraakbeweging.
Dat hij zich nadien schuldig heeft gemaakt aan gewapende overvallen, een zware
jongen is geworden en in koelen bloede Sévèke heeft doodgeschoten, kan hij op zijn
zachtst gezegd niet plaatsen. ‘Wat heeft ’m bezield? Die vraag gaat al de hele dag
door mijn kop. Ik wil ’m spreken, ik wil antwoorden, net als iedereen.’

 

6.3 Krisus

Na het verraad en identiteitsverlies volgt een periode van drank, desillusie en zelfs dakloosheid en noodgedwongen kom ik terecht in kraakpand Krisus (zie hoofdstuk 12 Autobiografie: Dakloos-Alcoholist-Kraker en Identiteitsverlies). Ik heb weinig meer op met die mensen en de linkse scene maar blijf er wonen. Begin 2000 doet de eigenaar Rodamco ons een prachtig aanbod: Ze stellen alle bewoners namelijk 12.000,-gulden in het vooruitzicht als we het pand per 1 oktober 2000 vrijwillig verlaten. Er wordt eindeloos vergaderd, maar we besluiten het geld aan te nemen. Met als belangrijkste argument dat als ze ons eruit willen hebben, dat toch wel gebeurt. Er wordt zelfs vergaderd over hoe het geld besteed moet, en mag worden. In het begin van de onderhandelingen is Louis Sévèke er ook direct bij betrokken. En ook als informeel leider van de Nijmeegse kraakbeweging is hij bepalend. Het breekpunt komt dus pas als die zogenaamde ‘oprotpremie’ van 12.000,-gulden me door de neus geboord wordt.
Want door getreuzel loopt het bijna mis en trekt Rodamco het aanbod 10 juli 2000 in omdat een huurkandidaat zich heeft teruggetrokken. Maar er wordt een advocaat in de arm genomen, een nieuw conceptcontact opgesteld, een derderekening geopend, etc. Maar dan blijkt dat wat ik voor getreuzel heb aangezien niets meer is dan het besluit dat ze achter mijn rug genomen hebben om af te zien van het aanbod van Rodamco. Bang voor de reactie uit de kraakbeweging durven ze het geld dus niet aan te nemen en zeggen ze te kiezen voor ‘woongenot boven geld’. Zie bijlagen.
Kortom het was nog slechts een kwestie van een handtekening zetten, maar zonder mij in te lichten, besluiten ze er vanaf te zien. Dat is namelijk van hogerhand besloten, en al die blowende idioten zonder ruggengraat zwichten ervoor, hangen de principiële kraker uit terwijl ze voor hun dertigste allemaal hun hypotheek aan het aflossen zijn met het bijbehorende baantje, autootje en vakantietje. Ondanks mijn pogingen om nog te redden wat er te redden valt, loop ik die 12.000,-gulden mis, wat niet alleen een bedrag was ter hoogte van een jaarsalaris (voor mij toendertijd), het was voor mij een geschenk uit de hemel dat me de mogelijkheid bood een nieuw bestaan op te bouwen. Met andere woorden: hetzelfde soort idioten dat mijn leven verwoest heeft, ontneemt me ook de kans een nieuw leven op te bouwen. En de manier waarop het gegaan is, speelt ook een grote rol. En dit alles kwam bovenop de problemen die al speelden. Bijvoorbeeld het probleem van een tiental katten die het hele pand onderpiesten en scheten. En geloof maar niet dat ze bereid waren er ook maar iets aan te doen. Met welke constructieve en redelijke oplossingen ik ook aankwam (voor alternatievelingen zijn ze ook nog eens verrekte egocentrisch en asociaal). Dit probleem alleen al zou ieder normaal mens aanzetten tot moordneigingen. Maar mijn incasseringsvermogen is groot. Vervolgens verdenken ze me er ook nog van dat ik camera’s heb gestolen van hun; wordt me hier en daar letterlijk gevraagd of ik voor de BVD werk; breken in op mijn kamer en zetten me als klap op de vuurpijl ook nog eens het pand uit. Wat dus betekent dat ik woonruimte moet gaan huren en dus het geld extra hard nodig heb, en dat ik me als loonslaaf kan gaan aanbieden op de arbeidsmarkt. Zoals ik al zei, mijn incasseringsvermogen is groot, maar er zijn wel grenzen… (zie hoofdstuk 12 Autobiografie: Loonslaaf). Dít was de druppel die de emmer deed overlopen. Toen heb ik besloten dat ze hier de rekening een keer voor gaan betalen. Dat heb ik ze overigens ook gezegd: ‘als ik dat geld niet krijg en jullie mij op deze manier in de problemen brengen dan krijgen jullie ook problemen. Echte problemen.’

Vanaf dat moment had ik dus een rekening te vereffenen met radikaal links. 
 
Uit de bijgesloten dossierstukken (zie bijlagen 6.3.1) is mijn verhaal te verifiëren:

-Het aanbod van Rodamco van begin 2000 om 12.000,-gulden per persoon uit te keren als we het kraakpand Krisus vrijwillig verlaten blijkt ondubbelzinnig uit de brief van 19 april 2000.

-Uit de handgeschreven tekst van mij gericht aan de medebewoners van Krisus gedateerd 26 november 2000, valt op te maken dat we er mee ingestemd hebben:

‘Toen Rodamco ons voorstelde om tegen vergoeding het pand vrijwillig te verlaten hebben we er vaak genoeg en lang genoeg over gediscussieerd, en uiteindelijk besloten er mee in te stemmen. De argumenten om er mee in te stemmen waren (en zijn) onder andere: als Rodamco ons eruit wil hebben dan gebeurt dat uiteindelijk toch, goedschiks of kwaadschiks. En dan kun je maar beter geld aannemen. Bovendien kun je met het geld ook goede dingen doen, dat hangt gewoon af waar je het aan uitgeeft. 40% zou daarom sowieso naar een goed doel gaan. En er zijn meer argumenten te bedenken, in ieder geval hebben we besloten akkoord te gaan met het voorstel van Rodamco. En daar kunnen we nu niet meer op terugkomen want het hele proces is al in gang gezet en heeft al de nodige consequenties gehad die ook niet meer terug te draaien zijn.’

Maar het probleem is dat ze achter mijn rug om de boel op z’n beloop laten omdat ze door druk vanuit de rest van de kraakbeweging bang zijn om het geld aan te nemen. Daardoor lijkt er een kink in de kabel te komen. Een poging om het weer vlot te trekken is het opstellen van het concept akkoord door een in de arm genomen advocaat (augustus 2000). Ook wordt er een derderekening geopend. Als ik contact opneem met de advocaat om te vragen waarom het allemaal zo moeizaam verloopt, vertelt ze me onder andere: ‘Als we meteen akkoord waren gegaan dan hadden we het geld al gehad. Ze hadden al een huurder.’
Om wat vaart erachter te zetten neem ik zelf contact op met Rodamco (zie brief 18 november 2000). Als de bewoners er achterkomen wordt ik op het matje geroepen en komt de aap uit de mouw: ze prefereren woongenot boven geld. Oftewel ze willen het geld niet aannemen. Dus voor de tweede keer zorgen ze ervoor dat ik die 12.000,-gulden misloop. Zoals gezegd, betekende die 12.000,-gulden voor mij de mogelijkheid een nieuwe start te maken. Ik was daar al mee begonnen zoals ook uit de brief aan Rodamco blijkt: ik had woonruimte gehuurd, mijn baan opgezegd, heb me ervoor in de schulden gestoken. Voor niets dus. Maar daar eindigt het niet mee. Ze besluiten ook nog met z’n allen dat ik het pand uit moet. Oftewel, ze zetten me zonder geld op straat. En dit kwam dus boven op de problemen die al speelden. Dat is voor mij de druppel. Dat ik ze dit een keer betaald ga zetten is voor mij duidelijk. Ik zet het zelfs op papier. Zie dossierstuk pagina 2117 waarin melding wordt gemaakt van een handgeschreven document met daarop 18 punten en dat afgesloten wordt met: ‘Vanaf nu worden de rekeningen vereffend’

Ik schrijf dus alle frustraties van me af. In dat stuk komt het woord hitlist voor. Maar net zoals dat stuk zelf moet het niet al te letterlijk worden genomen. Zoals ik al eerder heb aangegeven was nooit echt duidelijk waar, hoe en wanneer die rekening vereffend zou worden. Er is dus nooit, op geen enkel moment sprake van geweest dat ik een hele lijst met mensen wilde liquideren. Dus dat ik ze allemaal wilde vermoorden is niet waar. Dat is wel gezegd door de officier van justitie die het heeft over een lijst met namen. Maar die lijst bevat niet meer dan de namen van de bewoners van Krisus ten tijde van de onderhandelingen. En daar staan ook meisjes op en die doe ik sowieso geen geweld aan.

Het vervolg: Omdat ik dus het pand wordt uitgezet per 10 januari 2010 verhuis ik
noodgedwongen naar Rotterdam. En daar begin ik een nieuw leven en een nieuwe carrière. En ik geef het leven nog een kans. Maar op een of andere manier wil het toch niet lukken. Zie hoofdstuk 12 Autobiografie: Loonslaaf.

6.3.1 Bijlagen Krisus


Pagina 526 uit dossier uitgetypt, en met belangrijkste passages onderstreept:


 Zondag, 26 november

Beste huisgenoten,

Over de situatie omtrent de onderhandelingen met Rodamco het volgende:

Punt 1: Ik heb vaak genoeg aan Theun gevraagd of hij of iemand anders contact op wou nemen met Rodamco om erachter te komen wat hun plannen zijn, zodat we weten waar we aan toe zijn: hoe lang we hier kunnen blijven wonen en wanneer en onder welke omstandigheden we eruit moeten. Dat is niet gebeurd. Toen heb ik hem gezegd dat ik zelf wel contact zou opnemen, en dat was prima.

Punt2: Ik had geen reden om aan te nemen dat we op het besluit zijn teruggekomen om voor een (ruime) vergoeding het pand vrijwillig te verlaten. En dat er dus geen bezwaar is dat er bij Rodamco op wordt aangedrongen het contract alsnog te tekenen. Maar de brief van Theun suggereert dat het wel het geval is: “De huisgenoten” zouden nu ineens “woongenot boven geld prefereren”. Daarover het volgende:

Punt3: Toen Rodamco ons (d.w.z. de mensen die toen in Krisus woonden!) voorstelde om tegen vergoeding het pand vrijwillig te verlaten, hebben we er vaak en lang genoeg over gediscussieerd, en uiteindelijk besloten ermee in te stemmen. De argumenten om ermee in te stemmen waren (en zijn) onder andere: als Rodamco ons eruit wil hebben gebeurd dat uiteindelijk toch, goedschiks of kwaadschiks, en dan kun je maar beter geld aannemen. Bovendien kun je met geld ook goede dingen doen, dat hangt gewoon af waar je het aan uitgeeft. 40% zou daarom sowieso naar een goed doel gaan. En er zijn meer argumenten te bedenken, in ieder geval hebben we met z’n allen besloten akkoord te gaan met het voorstel van Rodamco.

Punt4: En daar kunnen we nu niet meer op terugkomen, want het hele proces is al in gang gezet en heeft al de nodige consequenties gehad die ook niet meer terug te draaien zijn. Er is ook helemaal geen reden om op het besluit terug te komen en nu in een keer geen geld aan te nemen. Eerder het tegenovergestelde. Bovendien zouden we daar met de oude bewonersgroep over moeten vergaderen. En dat is niet gebeurd. En daarmee kom ik op het volgende punt:

Punt5: Als Theun in zijn brief met “huisgenoten” ook de mensen bedoeld die hier maar net wonen dan moet er toch iets duidelijk gesteld worden: zij woonden hier niet toen Rodamco het voorstel deed. Ze hebben er niet over meebeslist en hebben dus ook niets meer in te brengen.


6.4 Carmen

Als dan in 2005 Carmen, een heel bijzonder meisje waar ik verliefd op ben geworden me afwijst, is mijn leven voor mijn gevoel voorbij. Het wordt nooit meer iets. Op dat moment heb ik niks meer te winnen en niks meer te verliezen. En ik ga naar de klote. Voor wie niet zo bekend is met dat begrip verwijs ik naar mijn brieven aan A.F.Th. Brief 25 december 2008:

‘En om te voorkomen dat je ‘naar de klote gaan’ voor kennisgeving aanneemt, of verward met een paar dagen zuipen gevolgd door een kater en een depressie, wil ik je een gedachte-experimentje voorleggen: Je schrijft in je brief dat je om te komen waar je nu bent succesvol, alom geprezen en onderscheiden schrijver, wonend in een prachtig pand te midden van andere welgestelden -je een lange weg hebt moeten afleggen. Een weg met ‘vele vernederingen en ontberingen en uitputtende omwegen’. Maar stel nou eens dat je op weg naar dat succes vals beschuldigd zou zijn van plagiaat. En dat als gevolg daarvan je bestaan als schrijver-– waar je duidelijk van jongs af aan je hart en ziel hebt ingestoken, naast alle tijd, geld en energie - voorbij is. Je boeken worden uit de handel genomen. Je collega’s kijken je niet meer aan. De Zwarte kom je niet meer binnen. Je geld raakt op en je vrouw wil van je scheiden. Kortom, alles waar je voor geleefd hebt, alles wat je gedaan, gedacht en gedroomd
hebt is weg. En al die ontberingen en vernederingen die je hebt ondergaan, de eenzame uren en nachten achter de typemachine, de ruzie met je ouders over je keuze voor het schrijversbestaan, de dagen dat je geen geld had voor het eten, etc. Allemaal voor niets. En waar je dán eindigt, dát is interessant.

Paolo van Vliet heeft daar in de autobiografische roman ‘Uitgesloten’ over geschreven, over een jongen die uit een geloofsgemeenschap wordt verbannen (helaas meer over de voorgeschiedenis dan over wat het uiteindelijk met je doet).
En daar heb ik de zin: ‘Mijn hoofd is als een gat waar de wind doorheen waait’ uit gejat.
Want dat is geen beeldspraak. Zo vóelt het. Of zoals ik in B&TZ schrijf: je hebt geen associaties meer. Geen herinneringen. Niets. Laat staan principes. De wereld gaat er héél anders uitzien, believe you me… Een wereld bovendien waarin niemand iets geeft om jou leven. En dat wordt op een bepaald moment – als de grens bereikt is – gewoon wederkerig. Ik kan je ook vanuit de huidige situatie een voorbeeld geven van wat dat met je doet: als ze me morgen, tweede kerstdag, tegen de muur zouden zetten, doet me dat niets. Er is niets dat ik nog moet doen, alleen van tevoren deze brief nog even op de post doen. Klaar. Zoiets dus. Zo onverschillig. Zo leeg. Zo levenloos dus. Dát gebeurt er met je.

En de brief van 26 juni 2009:

‘Maar daarbij is het wel goed op te merken dat naar de klote gaan een breed begrip is. Er zijn verschillende manieren waarop dat kan gebeuren (aldus de deskundige…)

Ik heb je eerder in deze correspondentie al verteld over het identiteitsverlies waarmee ik in ’97 en ’98 te kampen had. In B&TZ komt dat ook aan de orde in het hoofdstuk Goede Voornemens: ‘Alles wat ik gedaan, gedacht, gedroomd, gehoopt, gevoeld heb is daarmee zinloos geworden. Weg. Ik voel niets meer. Ik weet niks meer. Ik wil niks meer. Ik leef niet meer. Mijn ziel is in duizend stukjes uiteen gevallen’.
Ik denk dat je hier wel kunt spreken van naar de klote gaan. En let wel: dit is geen fictie maar zijn fragmenten van notities uit die tijd.

Maar het kan ook zijn dat je diep ongelukkig bent, eenzaam, of een hoop nadere problemen hebt en aan de drank of de drugs gaat (of raakt) en langzaam afglijdt. Dan kom je ook al in een schemergebied terecht dat grenst (of uitkomt bij) het gebied waar de moraal op zwart gaat, zoals je schrijft.
In het hoofdstuk Hotels&Hoeren geef ik een paar voorbeelden van dat afglijden en eindig dan met de zin: ‘Zo eindig je als het je het ene moment niet meer uitmaakt of je het andere nog leeft. Je komt terecht in een compleet andere dimensie. Wil je niet weten. Echt niet’. En op pagina 98:’Alles mag, alles kan. Dat vind je alleen voorbij het punt waar niets er meer toe doet’.

En dan heb je nog het ultieme naar de klote gaan zoals dat bij Karst T. waarschijnlijk ook heeft plaatsgevonden. Een situatie waarin ‘de knop omgaat’ of er ‘iets knapt’.

En ik ken dat inderdaad. Er knapte letterlijk iets. En dat is een bijna fysieke ervaring. Het lijkt alsof er in je hoofd iets knapt. Een beetje zoals bij die ouderwetse tv-toestellen als je die uitzet: het beeld valt in een flits weg en uit de luidspreker hoor je: ‘Péts!’. En dan gaat het beeldscherm op zwart inderdaad. En is het een levenloos apparaat geworden.

‘Ik zat zo diep, ik gaf niets meer om mijn eigen leven, ik was het respect voor het leven an sich kwijtgeraakt. Er was ook niets meer dat er nog toe deed […] Als je niks meer met jezelf op hebt, dan heb je dat ook niet met je medemens, en al helemaal niet met bepaalde…’
[PBC-rapport pagina 48]

‘Dan kom je daar terecht waar geen regels zijn.
Daar waar niets en niemand er nog toe doet
Daar waar alles kan gebeuren
Daar waar goed en kwaad loze begrippen zijn
Een plaats waar je geweest moet zijn om het te kunnen begrijpen’

En het gebeurt natuurlijk niet zomaar van de ene op de andere dag. Je legt een lange weg af. Maar de aanleiding hoeft niet groot te zijn, het kan net die laatste druppel zijn…

En dat het in feite iedereen kan overkomen blijkt wel uit de reacties op het drama in
Apeldoorn. Dat waren er zoveel dat Rondom Tien er 9 mei j.l. een speciale aflevering aan wijdde.
De presentator:’De wanhoopsdaad van Karst T. kan ook rekenen op veel herkenning. Veel mensen aan de onderkant van de samenleving zitten zo in de problemen door schulden, werkloosheid, scheiding dat een aantal ook tot zoiets in staat zou zijn. […] De graaicultuur maakt de woede nog groter’.

Er komen twee mensen aan het woord die ook een wanhoopsdaad begingen:

‘Wat Karst T. gebeurd is, is ook mij overkomen. Ik was ook in zo’n geestesgesteldheid dat niets er meer toe doet. […] Je kunt het niet begrijpen als je er niet in zit. De knop gaat om, er knapt iets.’

‘Ik werd niet gehoord. Er was niemand voor me. Maar ik richtte mijn woede op mezelf: ik probeerde zelfmoord te plegen. Karst T. richtte het naar buiten. Het was een opgestoken middelvinger naar de maatschappij. Bij mij was het een opgestoken middelvinger naar mijn familie.’

En ik schreef je in mijn brief van 21 maart j.l. al over de zg ‘Amoklauf’ in Winnenden. En
vertelde dat er overeenkomsten zijn met mijn zaak, dat ik me er in herken, zoals de mensen in Rondom Tien zich in Karst T. herkenden.

En de zaak in Winnenden maakt duidelijk wat de oorzaak van zo’n actie is, wat er aan vooraf gaat en ten grondslag aan ligt. Om dat te verduidelijken gaf ik je een citaat dat ik me vaag herinnerde. Ik heb het bewuste citaat inmiddels opgezocht. Alain de Botton citeert in zijn boek ‘Statusangst’ William James uit 1890:
‘Als iedereen ons straal zou negeren, zou doen alsof we er niet zijn, zou al snel een woede en machteloze wanhoop in ons opzwellen die de wreedste foltering een verademing zou doen lijken.’’

En ik sluit De Ontbrekende Motieven niet voor niets af met Carmen, want dat heeft een
beslissende invloed gehad. Ik durf te beweren dat als dit niet gebeurd was, ik hier niet gezeten had. Want die afwijzing van haar staat niet alleen op zichzelf. Ze staat voor alle afwijzingen. En ik voelde me ten diepste afgewezen, door haar, door iedereen. Een motief voor alles… Want als het je niet meer uitmaakt of je nog leeft of dood neervalt, en niks er meer toe doet, dan kan er van alles gebeuren. Van zelfmoord tot massamoord. En alles er tussenin. Die gemoedstoestand is dus de oorzaak van alle ellende die het tot gevolg heeft gehad. In het PBC-rapport pagina 49 zeg ik er ook iets over: ‘Betr. zegt overeenkomsten te zien met “school killings, dat moord en suïcide zo dicht bij elkaar liggen. De een is naar binnen gericht, de ander naar buiten, maar het komt volgens mij uit hetzelfde voort”.’

Overigens is die afkeer van ‘radikaal links’ nog extra versterkt door hun houding in het
islamdebat. Hoe ik ertegenaan kijk is ook op te maken aan de brieven aan Kees Broer en de observaties in Deel I en II van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist. Steevast nemen ze het dus op voor de (radicale) moslims. Waarschijnlijk vanuit een oude reflex om het op te nemen voor minderheden. En daarbij sluiten ze de ogen voor de gevaren. Want de islam is een gevaarlijke fascistische religie. Waarbij andersdenkenden, vrouwen, afvalligen, homo’s en alle anderen die hen niet bevallen het moeten ontgelden. Het is dus absurd dat ‘radikaal links’ het voor ze opneemt. Zoals ik in een brief aan Kees Broer al schrijf, een van de grondleggers van het anarchisme zou zich omdraaien in zijn graf. Want Ferdinand Domela Nieuwenhuis bestreed een eeuw geleden al Koning, Kerk en Kapitaal. Religie is een overgebleven relikwie uit de oudheid dat absoluut geen plaats meer heeft in de moderne maatschappij. Het is een prehistorische staatsvorm, die gemodelleerd is naar sociale structuren van een apenrots. Het zou afgeschaft moeten worden. En radikaal links zou daarbij voorop
moeten lopen. Maar dat doen ze dus niet. Ze fungeren als NSB-ers voor het islamitisch
fascisme dat in opkomst is. Waarbij ze mensen die het gevaar en het ridicule van dat geloof inzien en er voor waarschuwen afschilderen als fascisten. Neem Pim Fortuyn. Die is weggezet als racist, fascist, extreem-rechts, etc. En heeft dat ook met de dood moeten bekopen. Ook Wilders is tot vijand nummer één gebombardeerd door links. (Zie voor de rol van links in het islamdebat ook Peter Siebelt, De vierde Wereldoorlog.) Ik maakte me over die onbegrijpelijke houding van radikaal links ook al kwaad in 2005. Zie de e-mails die ik naar AFA gestuurd heb. Zie ook hoofdstuk 12 Autobiografie: Dit geheel ter zijde. En in november 2005 (notabene net na de aanslagen in de metro van Londen op 7 juli en een jaar na de moord op van Gogh in november 2004) neemt Sévèke het in een artikel op voor de radicale moslims. De AIVD zou hen aanzetten tot aanslagen en wapens leveren. Wat dan nog?
De AIVD mag van mij alles doen om het reli-fascisme tegen te gaan, want iemand zal het toch moeten doen (zie kopieën NRC 3 november, zie fragment artikel Buro Jansen en Janssen). Kortom, de haat richting links neemt in de zomer van 2005 kritische waarden aan.

Het enige dat me voor mijn gevoel dus nog te doen staat, is mijn leven op papier zetten, zodat het niet helemáál voor niets is geweest, en ‘de rekeningen vereffenen’.
In de zomer van 2005 schrijf ik Het leven van een buitenstaander. Zie hoofdstuk 12, met name de hoofdstukken Happy end naar de klote en De Aftiteling-Afrekening. Zie ook pagina 2080-2088 van het poitiedossier voor de interpretatie door de recherche van de stukken. Ook daar schrijf ik dat ik de rekeningen ga vereffenen, dat er voor de aftiteling nog een afrekening komt, etc. Maar zoals gezegd moet je dat in de context plaatsen. Die autobiografie schrijf ik in de zomer van 2005, op het moment dat ik weer naar de klote ben en er drank in het spel is. Ik heb niets meer te winnen en niets meer te verliezen. Voor een deel schrijf ik het gewoon van me af zoals dat heet, gooi ik mijn frustraties op papier. Je kunt het dus niet letterlijk nemen. Nogmaals, dat ik een rekening wilde vereffenen betekent nog niet dat ik ze allemaal wilde vermoorden. Ik denk trouwens dat iedereen wel eens van zulke wraakgedachten heeft. Natuurlijk schrijft niet iedereen ze op. En voert ook lang niet iedereen ze uit (gelukkig maar
zou ik zeggen). Maar tot hier toe er niets nieuws onder de zon. Iedereen kent wraakgevoelens en genoeg mensen hebben een al dan niet figuurlijke ‘hitlist’. Conclusie moet dan ook zijn dat het iedereen kan overkomen. Iedereen heeft een punt waarop hij of zij breekt. Een punt waarop je zegt: ‘van mij hoeft het niet meer…’ Een punt waarop de gedachte aan zelfmoord geruststellend is. En wat er dan gebeurt…

6.5 Conclusies:

-Er is geen sprake van dat het motief ontbreekt.
-Er is geen sprake van paranoia van mijn kant, er was wantrouwen vanuit de beweging,
waarbij ik werd gezien als mogelijk infiltrant.
-Er is nooit sprake geweest van een af te werken dodenlijst.
-Er is ook geen sprake van dat ik meer mensen wilde vermoorden.
-Er is absoluut geen sprake van terrorisme.

Het motief was dus dat ik een rekening te vereffenen met ‘radikaal links’. Een rekening die in de loop der jaren is opgelopen, met als breekpunt de oprotpremie die me door de neus wordt geboord en de perikelen rondom kraakpand Krisus. Want door hun wantrouwen en het feit dat door hun fouten de acties voor niks zijn geweest, hebben ze mijn leven verwoest. En door mij dat geld op een achterbakse manier door de neus te boren, hebben ze ook een nieuwe start onmogelijk gemaakt. Het opbouwen van een nieuw bestaan is sowieso erg lastig met zo’n verleden. Ik had schulden, een strafblad, mijn diploma’s waren niets meer waard, de banden met mijn familie waren zo goed als verbroken, etc. Dus dat staat het opbouwen van een nieuw bestaan in de weg. In feite was ik nog steeds tot een bestaan in de marge veroordeeld. En pas in 2005, als ik niets meer te verliezen heb en niets meer te winnen, en niets er meer toe doet, en opnieuw naar de klote ga, valt het doek.

Dus als er iets is in deze zaak dat ontbrak, is dat niet het motief, maar een objectieve berichtgeving, een volledig dossier, een degelijke psychologische rapportage en een eerlijk proces. 

6.6 Bijlagen De Ontbrekende Motieven

Bron: dossier


Andere activiteiten van Sévèke voor wat betreft moslimterroristen:

21 december 2002

Sévèke doet op de opiniepagina van Trouw zijn beklag over drie rapporten van de AIVD, waarin de dienst beweert dat islamitische fundamentalisten de Nederlandse rechtsstaat bedreigen. Wie dergelijke boude beweringen doet, vindt Sévèke, moet met bewijzen en bronnen komen.

3 november 2005

Sévèke beweert op de opiniepagina van NRC Handelsblad dat het niet onvoorstelbaar is dat de AIVD handgranaten heeft geleverd aan de Hofstadgroep. Hij verwijst naar BVD-infiltrant Cees van Lieshout, die bij vergelijkbare praktijken betrokken zou zijn geweest.

14 november 2005

De Europese Organisatie ter Bescherming van de Rechtspositie van Gedetineerden (EORG), waarbij Sévèke betrokken is, stelt dat het 'onrechtmatig' is dat Mohammed B. in isolement wordt opgesloten. Ook vindt de organisatie dat Samir A. onnodig hard is aangepakt bij zijn arrestatie.

Bron : Vrij Nederland 26/11/05

[…] Islam

De AIVD werd een actieve rol toebedacht in de 'bestrijding' van
het moslimfundamentalisme. Dit terwijl de BVD zelf al jaren in
zijn jaarverslagen concludeert dat de radicale politieke islam in
Nederland geen poot aan de grond krijgt.

Toch slaagt de dienst er iedere keer weer in een reden te
verzinnen om het onderzoek in moslimkringen voort te zetten.
De ene keer omdat er elders in de wereld conflicten aan de gang
zijn die wel eens hun uitwerking zouden kunnen hebben op
islamieten in ons land. De andere keer omdat de vooroordelen in
de Nederlandse maatschappij tegen de islam zo hevig zijn dat dit
de integratie van islamitische migranten bemoeilijkt. De BVD
heeft in zijn eigen visie de schone taak deze vooroordelen te
ontzenuwen middels "harde feiten" over de politieke islam in
Nederland.

Dat ze door hun speurwerkzaamheden en overdreven aandacht
voor islamitische groeperingen zelf bijdragen aan die negatieve
beeldvorming komt niet bij de speurders op. Bovendien is een
inlichtingendienst niet in het leven geroepen om vooroordelen te
bestrijden.

In een volgend jaarverslag draagt de BVD overigens weer even
gemakkelijk zelf bij aan de negatieve beeldvorming door te
concluderen dat anti-westerse en anti-integristische stromingen
toenemen en waarschuwt men voor mogelijke aanslagen. Die
overigens niet plaatsvinden. Kortom, de BVD lult maar wat en
verzint ieder jaar een nieuwe reden om zijn activiteiten voort te
kunnen zetten... en haar budget veilig te stellen […]

Uit: Ravage #14, 1 nov 2002, Geheime diensten produceren
vooral onzin, Buro Jansen & Janssen

7-Het gefabriceerde FPD-rapport

Korte inleiding: Alvorens de rechtbank de strafzaak van een ernstig misdrijf kan behandelen moet er vooronderzoek zijn verricht. Dit gebeurt door de rechter-commissaris. Deze zorgt ervoor dat het bewijs van het misdrijf goed is vastgelegd, dat er getuigenverklaringen zijn en dat er, als dat van toepassing is, informatie beschikbaar is over eerdere veroordelingen van deze verdachte. De rechter-commissaris kan aanleiding zien om over de verdachte een gedragskundig rapport aan te vragen. Dit is een speciale vorm van rapportage, de zogeheten rapportage Pro Justitia […] De reden waarom de rechter-commissaris zo’n onderzoek kan aanvragen lopen uiteen. Als het gepleegde feit zo ernstig is dat de rechter een lange gevangenisstraf kan opleggen kan dat op zichzelf al een reden zijn […] De kernvraagbij het psychiatrisch onderzoek luidt: in hoeverre kan de rechtbank het misdrijf aan de verdachte toerekenen? In hoeverre is de verdachte toerekeningsvatbaar? […] De rapporteurs ‘Pro Justitia’ werken met vijf gradaties van toerekeningsvatbaarheid. Iemand die duidelijk weet wat hij doet en waarom hij het doet, wordt geacht toerekeningsvatbaar te zijn. Reageert iemand vanuit een waanwereld en is hij niet bij machte in de werkelijkheid te leven, dan is er sprake van ontoerekeningsvatbaarheid […] Voor het opleggen van een tbs moet vanuit
minimaal twee disciplines zijn gerapporteerd, meestal door een psychiater en een psycholoog van een van de Forensisch Psychiatrische Diensten in ons land (FPD). Bij de zogeheten ‘triple’ (drie-voudige) rapportage, door de FPD of door het Pieter Baan Centrum (PBC), komt er ook een rapport van een reclasseringsambtenaar. De rapportage kan zowel ambulant als klinisch ge-beuren […] Verblijft de verdachte in het Huis van Bewaring, dan wordt hij daar onderzocht door een gedragskundige van de FPD. Denkt men vooraf al aan tbs, dan zal meestal ook een maatschappelijk werker van de FPD een rapport uitbrengen.

Bron: Wat iedere Nederlander zou moeten weten over tbs, Julie Feldbrugge.

Voor het opleggen van de tbs-maatregel gelden de volgende criteria:
1-Er moet sprake zijn van een ‘gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de
 geestesvermogens’
2-Die stoornis moet verband houden met het delict
3-Er moet vanwege dat verband gevaar zijn voor recidive
Pas als aan al deze drie voorwaarden is voldaan kan tbs opgelegd worden.

Zie ook de brief van de Officier van justitie aan het FPD voor de zeven vragen die door het FPD beantwoord moeten worden in het Pro Justitia-onderzoek (zie bijlagen 5.1).

Nu naar mijn zaak. Zoals in het hoofdstuk De fouten van Ficq al duidelijk is geworden, heeft Ficq er bij mij en mijn ouders -tot vervelens toe -op aangedrongen toch vooral mee te werken aan de ambulante gedragskundige onderzoeken. En ondanks mijn bezwaren (ik wilde absoluut niet kiezen voor tbs en was ook niet gerustgesteld over de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de onderzoekers) stem ik er mee in. Maar vanwege het feit dat Ficq zelf een deskundige mocht aanwijzen, dacht ik dat ze er eentje zou nemen die ten gunste van mij zou rapporteren. Dus het kon misschien toch niet zoveel kwaad, dacht ik. Dus wel.

Mijn eerste kritiek op het FPD-rapport formuleer ik in een brief aan B. Ficq, gedateerd 24 juni 2007 (Zie bijlagen 7.1). 4 juli is de rechtszitting. Ik vraag een contra-expertise aan. Dat wordt toegezegd. Daarvoor moet ik naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht, voor een zeven weken durende observatie. Voordat ik naar het PBC gestuurd wordt heb ik alvast alle feitelijke(!) onjuistheden in dat FPD-rapport aangegeven, wat resulteert in een pak papier dat net zo dik is als dat rapport zelf. En ik vraag mijn advocaat dat door te sturen. Dat laat ze na. Ik kom er pas achteraf achter. Nadat het onderzoek op 26 januari 2008 in het PBC is afgerond stuur ik een brief aan Van Veen, de officier van justitie (brief 30 januari 2008) met mijn kritiek op het FPD-rapport:

[…]Zoals u ongetwijfeld wel weet is het onderzoek in het Pieter Baan Centrum inmiddels afgerond. De reden om dat onderzoek aan te vragen was dat ik ernstige bezwaren had tegen de bevindingen en de conclusies in het ambulante Pro Justitia Rapport van Dhr. Baneke en Mevr. Kaiser, dat ter rechtszitting voorlag.

Ik kon mij er op geen enkele manier in vinden: niet in de gestelde diagnose; niet hoe ze tot die diagnose gekomen zijn; niet in de conclusies en ook niet hoe ze tot die conclusies gekomen zijn. Het rapport staat zo boordevol fouten, onbewezen en foutieve beweringen en onzinnige conclusies dat ik het zélf wel van tafel had kunnen vegen, ware het niet dat het tijdsbestek te kort was om mijn kritiek enigszins onderbouwd te formuleren. Bovendien zou mijn oordeel als ‘leek’ natuurlijk niet al teveel gewicht in de schaal leggen, hoe overduidelijk de fouten en feiten ook zijn.

Maar gelukkig ligt er nu dus een rapport van het PBC dat bijna al mijn kritiek onderschrijft. Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen dat de rapportage van het PBC vele malen zwaarder weegt dan het ambulante onderzoek. Waar bij het ambulante onderzoek aan de hand van twee of drie gesprekken – en dus vooral van de índrukken die ze daarbij opdoen – een heel rapport wordt gefabriceerd, gaan ze in het PBC veel grondiger, uitgebreider, langduriger en wetenschappelijker te werk.

Maar voor het geval u mocht twijfelen aan de waarde van het ambulante onderzoek en het niet zondermeer ter zijde wilt schuiven, heb ik mijn kritiek op dat rapport bijgesloten. Zodat u met eigen ogen kunt vaststellen dat het niet in de rechtszaal thuishoort. U bespaart op die manier de onderzoekers een hoop tijd en een afgang.

De belangrijkste kritiek sluit ik bij:

De diagnose ‘Syndroom van Asperger’ klopt niet en wel om de volgende redenen:

[1] Om tot een classificatie te komen binnen het PDD-cluster (Pervasive Development
Disorder, Pervasieve Ontwikkelingsstoornis, een cluster waarbinnen het syndroom van
Asperger valt) moet er in de eerste plaats vastgesteld worden of de drie symptoomgroepen (de zogenaamde ‘Triade’) aanwezig zijn, te weten:

-Gestoorde communicatie
-Gestoorde interactie
-Rigide/stereotype gedragspatronen

En daarvan is geen sprake.

Ondermeer in de DSM IV (gebruikt door Baneke en c.s.) worden de criteria genoemd
waaraan voldaan moet worden om, als eenmaal is vastgesteld dat de symptomen binnen het PDD-cluster vallen, te kunnen spreken van Syndroom van Asperger. En die criteria worden ook NIET gehaald omdat ik:

-geen beperkte, herhalende gedragspatronen heb
-niet beperkt ben in het functioneren op beroepsmatig of sociaal gebied.

En mijns inziens is er ook geen sprake van een stoornis in de sociale interactie, maar veel hangt af van de definities van de verschillende termen.
Kortom, ik kom alleen al op basis van deze algemene classificatie NIET in aanmerking voor de diagnose Asperger.[…]

[2] De triade moet al op jonge leeftijd aanwezig zijn (vanwege de hersen-organische oorzaak van Asperger. Het kan tegenwoordig al vastgesteld worden vanaf de leeftijd van 2 jaar, maar de symptomen zijn in elk geval op jonge leeftijd vast te stellen en onoverkomelijk, te weten:
-Geen oogcontact
-Mensen niet begrijpen/niet begrepen worden
-Gestoorde communicatie
-Het zogenaamde ‘fladderen’, wiegen en tenenlopen
-Fascinatie voor bewegende onderdelen
-Afkeer van sterke prikkels
-Neiging zich in eigen wereld terug te trekken
-Structuur/routines nodig, anders paniek


Zowel van de triade als van de overige symptomen is op jonge leeftijd NIETS terug te vinden. Zie bijvoorbeeld het Observatierapport Kleuterschool, of het milieurapport van Mevr. Eikelenboom dat onderdeel vormt van het Pro Justitia rapport. En let daarbij vooral op:

-‘Marcel staat erg openlijk en vertrouwelijk tegenover de wereld.’
-‘Hij zoekt graag contact met grote mensen in bus en trein en babbelt daarmee.’
-‘Zij ogencontact is goed.’
-‘Marcel openbaart zijn gevoelens duidelijk. Hij is doorgaans opgewekt en die stemming is in de regel constant.’
-‘Hij is wat emotioneel.’
-‘Hij is openhartig maar toch iets verlegen.’
-‘Zijn gevoelens die hij naar buiten richt maken een echte indruk.’
-‘Zijn mimische uitdrukkingen zijn levendig.’

Verder wil ik opmerken dat ik me in dat Observatierapport van de kleuterschool herken, i.t.t. tot het rapport van Baneke/Kaiser, en tot er tot mijn 30ste levensjaar niet veel is veranderd. Misschien is het aantal sociale contacten dan wel minder dan normaal maar dat heeft meer met bewuste keuzes te maken dan met onvermogen.
Kortom, het observatierapport van de kleuterschool maakt duidelijk dat de onderzoekers er zowel met de diagnose Asperger als de bewering dat ik geen empathie en/of gevoelens zou hebben, er volledig naast zitten.

[3] En verder zijn er nog andere symptomen die onlosmakelijk met Asperger verbonden zijn, te weten:
-Onhandige motoriek
-Woede-uitbarstingen 
-Secundaire psychische problemen (voortkomend uit de problemen/frustraties die Asperger oplevert)
-Beperkte interesses/uitblinken op één gebied
-Problemen met de pragmatiek van de taal (ironie herkennen, tussen de regels door lezen)
-Problemen in het spel
-Contact willen/zoeken maar niet kunnen

Ook GEEN ENKELE van deze symptomen is terug te vinden. Kijk bijvoorbeeld naar de
MMPI, SCL-90, SBL als het gaat om secundaire psychische problemen of woede-
uitbarstingen. (Dat laatste wordt trouwens door Asperger zelf, en onder andere Frith als
typerend kenmerk genoemd voor mensen met Syndroom van Asperger. En onhandige
motoriek is een criterium voor Asperger bij Kin, Gillberg en Frith/Asperger (maar weer niet in de DSM IV))

Zie voor de volledige brief de bijlagen 7.1

Conclusie: ik lijd niet aan het syndroom van Asperger. Je hoeft je maar een beetje in de materie te verdiepen om te zien dat de eindconclusies van het FPD-rapport niet kloppen en nergens op gebaseerd zijn. Zoals ik in de brief aan de officier van justitie al aangeef is een van de criteria dat er op jonge leeftijd al is vastgesteld dat de zogeheten ‘triade’ aanwezig is. Ook zijn de symptomen van Asperger op jonge leeftijd niet te missen. En van beide is dus absoluut geen sprake. Zie ook Observatie Kleuterschool in bijlagen 9.1. Ergo: geen Asperger. Je kunt ook de DSM IV er bij pakken om te zien dat ik het Syndroom van Asperger niet heb. Omdat ik totaal niet aan de criteria voldoe. De DSM-IV is een handleiding opgesteld door de American Psychiatric Association en staat voor Diagnsotic and Statistical Manual of Psychiatric Disorders, en is ontwikkeld om tot een standaardisering te komen om er zodoende voor te zorgen dat psychiaters en psychologen eensluidende en onderbouwde diagnoses kunnen stellen. Anders gezegd, een handleiding om te voorkomen dat er maar wat aan gerotzooid wordt
en iedere psycholoog zijn eigen gang gaat. Een handleiding om kwakzalverij te voorkomen. Helaas blijkt het dus niet helemaal te werken… Zie bijlagen 7.1

En zelfs al zou ik Asperger hebben. Dan is dat nog helemaal niet aan de delicten te koppelen, zoals Baneke en Kaiser doen. Want dat zou betekenen dat als je Asperger hebt dat je banken gaat overvallen en anarchist wordt (Aspergers houden zich in het algemeen aan de geldende maatschappelijke normen). Maar zelfs als je dat vergeet dan is de conclusie dat tbs met dwangverpleging noodzakelijk is idioot. Want Aspergers hebben geen gebrek aan ziekte-inzicht die zo’n maatregel rechtvaardigt. Kortom, het is allemaal totaal uit de duim gezogen. En elke vorm van een enigszins geloofwaardige onderbouwing ontbreekt. Alleen een idioot laat zich door dit rapport van Baneke en Kaiser overtuigen.

En wat voor Asperger geldt, gaat ook op voor anti-sociale en narcistische trekken: ik voldoe niet aan de criteria. De diagnose APS is op dezelfde simpele manier te ontkrachten als de diagnose van Asperger: want net zoals bij Asperger geldt dat er voor ASP al vanaf zeer jonge leeftijd sprake moet zijn van bepaalde symptomen. En zelfs aan de algemene criteria die geformuleerd zijn om te kunnen spreken van APS, voldoe ik niet. Om van ASP te kunnen spreken moet je voor je 15e levensjaar al stelselmatig problemen moet hebben gehad:

Er moeten een aantal aanwijzingen zijn dat je ook al voor je 15e antisociaal gedrag
vertoonde: wat preciezer gezegd: dat je leed aan een gedragsstoornis.


Zoals moet blijken uit:

Agressie tegen mensen en dieren
Vernieling van eigendommen
Onbetrouwbaarheids of diefstal
Ernstige schending van regels

(Zie bijlage 7.1: Leven met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, A-ggz-reeks)

En daarvan is NIETS terug te vinden, niet in het milieurapport van mevr. Eikelenboom, niet in het observatierapport van de kleuterschool, niet in getuigenverklaringen, nergens. Ik heb ook nooit dergelijke gedragsproblemen gehad. Oftewel: ook van APS kán geen sprake zijn. Hetzelfde geldt voor narcistische trekken. Maar ook voor de andere criteria geldt dat ik er niet aan voldoe.

Kortom, er klopt helemaal niets van dit rapport. Het enige dat dit rapport duidelijk maakt is hoe gemakkelijk het is voor zogenaamde deskundigen om iedereen om de tuin te leiden. Tenslotte heeft niemand verstand van al die vaktermen. Het FPD-rapport maakt alleen maar duidelijk hoe gemakkelijk de onderzoekers iemand een persoonlijkheidstoornis kunnen opplakken. Neem bijvoorbeeld de truc die Baneke uithaalt met de Zin Aanvul Test (ZAT). Baneke interpreteert de eerste zin van de Zìn Aanvul Test ( Ik hou van… mezelf) als volgt:

‘klinkt narcistisch’ wordt er gezegd. (zie pagina 27 FPD-rapport.) Vervolgens komt de term narcistisch nog twee keer voor in het rapport:

‘…hetgeen men dikwijls ziet bij mensen die zich afgewezen voelen, vooral bij mensen met een narcistische en/of anti-sociale persoonlijkheid(stoornis)…’

‘…Dit is een vorm van ethisch narcisme die men wel vaker aantreft bij strenge gelovigen en ideologen…’

En even later krijg ik narcistische trekken toegedicht die ‘de indicatie voor Asperger
versterken’
. Oftewel hier wordt aan de hand van één zin en een paar vage veronderstellingen de diagnose ‘narcistische trekken’ gemaakt!!! En hij verzint er nog veel meer bij. Het is natuurlijk een absurditeit om te denken dat je uit één enkele zin iets kunt afleiden. Bovendien is die interpretatie niet eens juist. ‘Ik hou van… mezelf’, is geen uiting van narcisme. Het is namelijk de titel van een boek van Annemarie Postma dat gaat over het ontwikkelen van een positief zelfbeeld, het ontdekken wie je bent en dat accepteren, het leren van jezelf te houden. Ik heb dat boek gelezen en in mijn bezit gehad. Bovendien héb ik een positief zelfbeeld (wat iets heel anders dan narcisme is). En tot slot vond ik die zin op deze manier wel origineel en grappig (mede doordat íe wat prikkelend is). Als je uit die ZAT-test al iets af kunt leiden dan is het dat ik grappig ben, origineel, gevoelig en vol zelfspot. Baneke gaat op dezelfde manier te werk om mij andere persoonlijkheidsstoornissen te kunnen toeschrijven: hij pakt een zin (éen zin, 1!) uit de ZAT, interpreteert die als dwangmatig-obsessief, narcistisch, anti-sociaal, wantrouwend, of iets anders dat hem uitkomt. Dan noemt hij die termen nog een paar keer, meestal zonder direct verband met mij, in zinnen als: ‘Dat zie je wel vaker bij…’, ‘Het zou kunnen dat…’, ‘Dit doet vermoeden…’, etc. En vervolgens krijg ik bijvoorbeeld anti-sociale trekken en rigide en stereotype gedragspatronen toegedicht.
Compleet nergens op gebaseerd dus (nou ja, één zin dus).
Ook andere testen worden op deze manier door Baneke gebruikt, zoals de eveneens multi-interpretabele Thema Apperceptie Test. En ik denk dat de absurde bewering dat ik geen inlevingsvermogen heb, uit niet meer is afgeleid dan de geeuw-test: Als je ziet dat iemand geeuwt dan beginnen de meeste mensen mee te geeuwen. Kopie-geeuwen wordt dat genoemd. En daarvoor is inlevingsvermogen nodig. Zo zullen autisten, evenals jonge kinderen, nooit meegeeuwen. Baneke heeft ook een paar keer demonstratief zitten geeuwen. En u raadt het al: ik geeuwde niet mee. Waarschijnlijk was dat voor Baneke genoeg aanleiding om te concluderen: geen inlevingsvermogen. Maar hij maakt hierbij drie fouten. Want het gaat ten eerste niet om kopie-geeuwen, maar sympathie-geeuwen: alleen als je degene die geeuwt sympathiek vindt ga je vaak het gedrag kopiëren, trouwens ook niet altijd. En sympathiek vond ik hem niet. Ten tweede als iemand dat soort spelletjes speelt waarbij geprobeerd wordt mij te manipuleren, dan reageer ik niet. Dus als ik merk dat je wilt dat ik op een bepaalde manier reageer, dan doe ik het bewust niet. En dat lag er in dit geval dus duimdik bovenop. Een derde fout is dus dat er ook nog eens een verkeerde conclusie uit het test-resultaat wordt getrokken.


Hetzelfde geldt zelfs voor de kwantitatieve testen. De vragenlijsten die gestandaardiseerd zijn en een eenduidige uitkomst geven. Zoniet voor Baneke. Als de SCL-90 (een lijst voor symptomen van psychische stoormissen) voor het merendeel scores laat zien op gemiddeld tot benedengemiddeld niveau in vergelijking tot de normale populatie (positief zou je denken, het laat tenslotte zien dat ik ten opzichte van de gemiddelde Nederlander psychisch stabieler in elkaar zit. Wat ook zo is. Ook het feit dat ik onder deze omstandigheden -levenslanggestraft, uitzichtloos, tussen de idioten -nog altijd vrolijk rondloop zonder depressief, agressief of paranoïde te worden en gewoon probleemloos functioneer is daar een bewijs van) dan is dat voor Baneke een teken dat ‘het past bij het beeld van betr. als iemand die weinig emoties toont en waarschijnlijk ook weinig besef heeft van onderliggende emoties’. Ook de uitkomst van MMPI weet hij in mijn nadeel uit te leggen: ‘Hoewel de meeste scores onder de zogeheten kritische grens van 65 blijven, kan het vlakke profiel indicatief zijn voor
een afwerende houding, misschien nog wel het meest indicatief voor de genoemde matheid en leegte’
(die twee termen zijn door hem ook vanuit het niets tevoorschijn getoverd).


Daarnaast gebeurt hetzelfde met wat er door mij aan Baneke verteld is: het wordt verkeerd geïnterpreteerd, verdraaid, ontkent, uit de context gerukt, om maar toe te kunnen werken naar de eindconclusie. Neem pagina 26 van het FPD-rapport (zie bijlagen 7.1) waarin hij de hierboven genoemde verdraaiing van de resultaten van de kwantitatieve testen ‘onderbouwd’ met het ‘beeld uit eerder onderzoek’. Daarin haalt hij uitspraken aan die met iets heel anders te maken hebben of zelfs uitspraken die ik niet eens gedaan heb: ‘moeilijk iets kunnen onthouden’, ‘je gemakkelijk verveeld of geïrriteerd voelen’, ‘weinig puf en energie hebben’, ‘nergens meer belangstelling in hebben’ zijn stuk voor stuk uitspraken die allemaal te maken hebben met het leven in de bajes en niets met mijn leven buiten! En dat ik geen seksuele interesse meer zou hebben of er geen plezier meer aan zou beleven is ook nog nooit gebeurd. En slaapproblemen heb ik ook nog nooit gehad. Maar zo staat dat hele rapport vol met
leugens. Zo makkelijk gaat dat dus. Mijn kritiek op dat rapport is daarom net zo dik als het rapport zelf.


Conclusie:
Ik voldoe aan geen enkel criterium voor het syndroom van Asperger.
Ik voldoe aan geen enkel criterium voor anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. 
Ik voldoe aan geen enkel criterium voor een narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Dit rapport hoort niet in de rechtszaal, maar in de prullenbak. Want dit is geen psychologie van de koude grond, zelfs geen kwakzalverij (als je de Horoscooplijn belt krijg je betrouwbaarder informatie te horen), dit is moedwillig iemand in de problemen helpen. De eerste en belangrijkste reden om het rapport van Baneke te diskwalificeren had moeten zijn dat het gewicht dat moet toegekend aan de conclusies van zo’n ambulant onderzoek niet opwegen tegen het gewicht van de conclusies van een onderzoek in het Pieter Baan Centrum. Want de rapportage van zo’n ambulant onderzoek is gebaseerd op slechts enkele gesprekken, terwijl in het Pieter Baan Centrum een zeven weken durende observatie heeft plaatsgevonden. Dus alleen al op basis van dit gegeven kan geen waarde worden gehecht aan de bevindingen
van Baneke. Zelfs de officier van justitie Aidan van Veen geeft me hierin gelijk. In zijn
requisitoir nog wel (zie requisitoir pagina 12 in bijlagen 7.1). Bovendien wordt er ook nog eens gesproken over een ‘waarschijnlijkheidsdiagnose’, dus dat is al helemaal niets waard. Sterker nog, op basis van een waarschijnlijkheidsdiagnose tbs met dwangverpleging eisen, dat is net zoiets als iemand zonder bewijs tot levenslang veroordelen.
Ten tweede spreken de rapporten elkaar 100%(!) tegen: De stoornissen die door Baneke c.s. zogenaamd zijn vastgesteld, komen in het PBC-rapport geheel niet voor of worden terzijde geschoven: er is geen sprake van een Syndroom van Asperger, en ook de antisociale en narcistische trekken zijn niet aanwezig. Ook is er geen sprake van dat ik een gebrek aan inlevingsvermogen of geweten heb. Simpel gezegd: er kan er dus maar één gelijk hebben! En dat dan het FPD-rapport de prullenbak in gaat is voor iedereen duidelijk.
En als dit niet volstaat kan ik nog altijd elke bevinding/bewering/beschuldiging van de
onderzoekers in het rapport van Baneke punt voor punt onderuit halen. Dat heb ik al eerder gedaan, en dat document zit in het dossier.
Mocht dit ook nog niet overtuigend genoeg zijn, dan kan ik tot slot ook nog zelf aan de hand van de DSM-IV aantonen dat ik in het geheel niet voldoe aan de criteria die nodig zijn om te kunnen spreken van de persoonlijkheidsstoornissen die Baneke mij toedicht. Neem de antisociale persoonlijkheidsstoornis: om daarvan te kunnen spreken moet zoals gezegd er onder meer sprake zijn van gedragsproblemen voor je 15e, zoals stelen, liegen, bedriegen, geweld, spijbelen, etc. En daarvan is absoluut niets terug te vinden (dat laat zelfs het milieu-onderzoek van Mevr. Eikelenboom al zien). Dus er kan geen sprake van zijn. Iets soortgelijks geldt voor Syndroom van Asperger. Ook de resultaten van de ingevulde vragenlijsten zoals de SCL-90, UCL en MMPI laten zien dat niets wijst in de richting van een stoornis. Anders gezegd: zelfs bij een oppervlakkige evaluatie van dat FPD-rapport wordt duidelijk dat het nergens op gebaseerd is, en dat het van a tot z bij elkaar gelogen is. Maar als het moet kan
ik aantonen dat ik aan geen enkel criteria voldoe voor zowel de anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, de narcistische persoonlijkheidsstoornis en het syndroom van Asperger.

Conclusie: dit FPD-rapport is compleet gefabriceerd, van a tot z bij elkaar gelogen. Want de ‘fouten’ die hier gemaakt zijn zodanig dat je zelfs niet meer kunt spreken van fouten. Er is opzet in het spel. Dit rapport is gewoon gefabriceerd. En het rapport is niet alleen letterlijk bij elkaar gelogen, en het heeft niet alleen een belangrijke rol gespeeld bij de beeldvorming en het bepalen van de strafmaat, maar het is daarnaast ook nog eens een keer uiterst beledigend, kwetsend zelfs. Mij wordt een persoonlijkheidstoornis toegedicht met eigenschappen die 100% tegenovergesteld zijn aan die van mij. Ik lieg niet, ik bedrieg niet, ik manipuleer mensen nooit, ik ben niet gewelddadig, eigenbelang prevaleert helemaal niet bij mij, etc. Niets is beledigender dan te beweren dat ik dat wel allemaal doe. Het is karaktermoord.

Dus dat dhr. Baneke nog serieus genomen werd en de kans kreeg zijn woordje te doen in de rechtbank is een schande. Hij zou voor smaad en laster moeten worden aangeklaagd.

En waarom is dat rapport zo overduidelijk bij elkaar gelogen? Mijn vermoeden: er is bewust aangestuurd op tbs.

Dit gefabriceerde rapport en de rol die zowel de advocaat als de officier van justitie erbij gespeeld hebben (zie De Fouten van Ficq) doet vermoeden dat er bewust is aangestuurd op tbs. Dat was gunstig voor zowel het OM als de advocaat. Er lijkt ook van het begin af aan op te zijn aangestuurd. Want het begon al met het lekken van justitie dat ik een verwarde en afwezige indruk maak, dat het motief ontbreekt, dat ik aan achtervolgingswaanzin lijdt, etc. Daarna volgt de eerste psycholoog die meteen aandrong op een triple-rapportage (ook op aanraden van de officier van justitie) Wat wil zeggen: psycholoog, psychiater én een milieu-onderzoeker. Zo’n triple-rapportage is dus nodig om tot een tbs-advies te komen. Ook zijn opmerking aan het einde van een informeel gesprekje waarvan ik me afvroeg of ik het wel helemaal goed verstaan had, had me aan het nadenken moeten zetten: ‘Trek die badmuts nog maar verder over je oren’. Maar zoals gezegd, ik twijfelde niet aan mijn geestelijke gezondheid, en ik vertrouwde toch op een eerlijk en deugdelijke onderzoek. Geeft maar weer eens
aan hoe je je kunt vergissen in mensen… En dat je moet af gaan op je intuïtie. In dit licht is het ook duidelijk waarom mijn advocaat zowel bij mij als mijn ouders sterk heeft aangedrongen vooral mee te werken met het onderzoek. Ook het feit dat de officier van justitie het proces al binnen de drie maanden wilde laten beginnen (zie brief OvJ 13 april 2007, bijlage 5.1), lijkt te wijzen op het feit dat ze me snel voor gek wilde laten verklaren zodat niemand me nog serieus neemt. Want dat is toch wat er gebeurd als je tbs hebt gekregen. Dan mag je nog zoveel gelijk hebben, krijgen doe je het niet meer.
In dat licht zijn waarschijnlijk ook de opmerkingen van de eerste (piket)advocaat te plaatsen die ik te zien kreeg. Hij vertelde niet alleen dat hij het slachtoffer gekend heeft. Uiteraard vroeg ik of dat wel een goed uitgangspunt was om de verdediging op zich te nemen. Hij vond dat geen probleem (Oké dan. Doe je best maar dan). Hij begon ook een heel verhaal over of ik ook geloofde dat het einde der tijden aangebroken was en of ik de tekenen zag (Nee, niet echt. Maar denk wat je wilt) Kortom, vaag allemaal. De interpretatie laat ik aan u over maar ik vond het toch een gesprek om de nodige vraagtekens bij te plaatsen.

Dat het ze goed uit zou komen dat ik verminderd toerekeningsvatbaar verklaard zou worden, is niet zo ver gezocht als je bedenkt dat bij politiek beladen rechtszaken vaker het tot ‘voor gek laten verklaren’ van verdachten voorkomt. Alles vanuit de gedachte om geen podium te bieden voor het uitdragen van, als ongewenst geziene, politieke standpunten. Het is een methode om politieke tegenstanders monddood te maken. En dat gebeurt dus niet alleen in communistische dictaturen. Ook in westerse democratieën. Want veiligheidsdiensten hebben geleerd dat politieke tegenstanders die achter de tralies terecht komen er alleen maar voor zorgen dat de beweging waaruit ze voortkomen aan aanhang wint. Want daarmee worden martelaren gecreëerd. Onder andere ervaringen in Duitsland met de RAF hebben dat duidelijk gemaakt. RAF-leden achter de tralies zijn gevaarlijker dan die vrij rondlopen. En een methode om die wervende werking tegen te gaan is mensen gestoord laten verklaren en tbs op te
leggen. Want dan neemt niemand je nog serieus. Dat is in Nederland ook al vaker gebeurd. Bijvoorbeeld bij Frank en Erik van het RAT. En een jongen die uit liefde voor de natuur machines saboteerde in een mergelgroeve in Limburg. Zie VN 26-11-2005 en Ravage #214 (Zie ook Deel II Intermezzo II): 
 
Een paar jaar geleden was er een jongen die tegen de afgraving in een
Mergelgroeve in zijn eentje graafmachines in de fik stak. Om op te komen
voor de natuur. Nadat er een videocamera op de bouwput werd gericht,
was hij de sigaar. Hij werd behandeld als een psychiatrisch patiënt en
kwam er uiteindelijk vanaf met een redelijke gevangenisstraf en de belofte
zich daarna langdurig onder behandeling te stellen om weer 'normaal' te
worden.

In de periode '84 -'86 had je nog de drie jongens uit Den Haag die
'antikapitalistische aanslagen' pleegden, ook vanuit een nogal geïsoleerde
positie. Hun manier van doen was zo vaag dat de links-radicale scene in
Den Haag er destijds niets mee te maken wilde hebben. De drie gingen
langs bij het Energiebedrijf, bij een politiebureau, een Shellkantoor, bij het
Neeratoom en bij het EG Voorlichtingskantoor.

Negen maanden lang stond het groepje onder observatie. De BVD en de
politie wist allang wie het deden, maar men greep pas in toen een bom bij
American Express wel afging en er een politieagent gewond raakte. Een
van de jongens werd verminderd toerekeningsvatbaar verklaard, ze
verlinkten nog een vierde en kwamen er met niet zo heel lange straffen
vanaf.

Maar ook andere tegenstanders van de overheid krijgen zo’n behandeling. Een mooi
voorbeeld is Fred Spijkers, de klokkenluider bij Defensie, die in 1984 weigerde te liegen over een dodelijk ongeluk. Hij is op alle mogelijke manieren tegengewerkt en uiteindelijk weggezet als psychiatrisch patiënt. Een advocaat: ‘Hij is politiek gepsychiatriseerd’, ‘Hij is ontmenselijkt op een bepaalde manier, want als je zegt: Hij is gek, dan ben je afgeschreven’.

En hoewel het geen overtuigend argument is noem ik ook een voorbeeld uit de literatuur waarin hetzelfde gebeurt, en dan vooral omdat de overeenkomsten zo frappant zijn:

[Mikael Blomkvist, journalist]: ‘Een bron binnen het onderzoek beweert dat Lisbeth
ontoerekeningsvatbaar is, wat ertoe leidt dat de krant een reeks speculaties over haar
mentale toestand opbouwt […] Ze is beschreven als een psychotische en geesteszieke, lesbische seriemoordenaar. Dat is allemaal onzin. Lisbeth Salander is niet psychotisch en ze is vermoedelijk net zo slim als u en ik.’

[Peter Teleborian, psychiater]: ‘Lisbeth Salander lijdt aan een ernstige psychische stoornis. Zoals u weet, is de psychiatrie geen exacte wetenschap. Ik wil me liever niet aan een exacte diagnose verbinden. Maar ze heeft duidelijke waanbeelden met kennelijk paranoïde schizofrene trekken. In dat beeld passen ook periodes van manische depressiviteit, en ze kent geen empathie.’

Uit: Gerechtigheid, Deel III van de Millenium-trilogie, van Stieg Larsson. (Het grote verschil is alleen dat Lisbeth Salander een advocaat en een journalist heeft die het voor haar opnemen…)

Oftewel, de prijs die ik heb moeten betalen voor mijn idealen wordt nog eens extra verhoogd. Ik heb niet alleen mijn carrière, mijn vrijheid en mijn leven op het spel gezet als anarchist, op het eind word ik ook nog eens voor gek verklaard waardoor het helemáál voor niets is geweest. In de autobiografie in het hoofdstuk De Acties staat dit te lezen:

‘De belangrijkste en moeilijkste actie is geweest om gewoon milieubewust te leven. Je ontzegt jezelf daar een hele hoop mee. De wereld is één grote Disney World als je je ogen voor de ellende sluit en je geweten kunt sussen. De wereld ligt dan aan je voeten, onbegrensde mogelijkheden. Maar als je je geweten volgt en kiest om niet mee te doen, dan plaats je jezelf buiten de maatschappij. En dat maakt het leven een stuk moeilijker.
[…] Ik heb gedaan wat ik moest doen. En dat was niet meedoen aan dit kapitalistische
systeem
[…] Zoals gezegd was ik ongeveer vanaf mijn achttiende overtuigd anarchist en anti-
kapitalist. Ik heb al die tijd milieubewust geleefd. Een bewuste keuze, een rationele keuze én een emotionele keuze. Ik leed aan het leed. Ik voelde mee met de slachtoffers van het kapitalisme
[…] Ik móest in verzet komen. Ik moest mijn geweten volgen’

(Zie hoofdstuk 12 Autobiografie: De Acties)

Dan word er dus met droge ogen beweerd dat ik de tbs-kliniek in moet omdat ik geen geweten heb en geen inlevingsvermogen, terwijl dat geweten en inlevingsvermogen juist aan de basis liggen van al de keuzes die ik heb gemaakt…

7.1 Bijlagen Het gefabriceerde FPD-rapport


1 van 5

 Arnhem, 24 juni 2007

Geachte mevrouw Ficq, beste Benedicte,

Allereerst mijn excuses voor weer een lange brief, maar dit keer ontkom ik er echt niet aan. Zoals je waarschijnlijk wel weet is Dhr. Baneke afgelopen donderdag op bezoek geweest om het eindrapport met mij te spreken. Ik ben me de tering geschrokken!
Volgens de onderzoekers lijd ik aan een of ander Asperge-syndroom en nog wat andere persoonlijkheidsstoornissen. Maar dat is allemaal nog tot daar aan toe, ware het niet dat ook nog schaamteloos beweerd wordt dat er niet alleen een verband is met alle delicten, maar dat ze er zelfs door verklaard worden. Vervolgens stellen de onderzoekers net zo schaamteloos dat er een gebrek aan ziekte-inzicht en behandelmotivatie is wat zogenaamd rechtvaardigt om TBS met dwangverpleging te eisen. En als de klap op de vuurpijl en kers op de taart wordt terloops opgemerkt dat de stoornis wel eens onbehandelbaar zou kunnen zijn. Valt me nog mee dat ze het toedienen van elektroshocks en het uitvoeren van een lobotomie niet voorgesteld hebben!

Het moge duidelijk zijn dat het rapport de nodige irritatie heeft opgeroepen. Dat komt vooral omdat ze mij op deze manier in feite gewoon voor de rest van mijn leven proberen weg te stoppen in een of ander afgelegen gesticht vol met Napoleons en zelfverklaarde zonen van God. Of in ieder geval geven ze de rechter met dit rapport daartoe de mogelijkheid.

Nu heb ik van Dhr. Baneke wel de gelegenheid gekregen om commentaar te geven en hij heeft gezegd die bevindingen middels een brief samen met het rapport aan de rechter-commissaris te sturen. En hoewel ik het zeer waardeer dat Prof. Baneke de tijd en moeite hiervoor heeft genomen, zal de eindconclusie daarmee niet veranderen. Daarom het volgende: ik ben het op alle belangrijke punten in dit rapport oneens. Ik vind daarom dat de rechtszaak pas plaats kan vinden als dit rapport van tafel is en er een rapport ligt dat niet zover bezijden de waarheid is. Ik wil te allen tijde voorkomen dat ik op basis van dit rapport veroordeeld wordt! Ik weet niet of het kan, maar ik zou je willen vragen de rechtszaak zo snel mogelijk te laten uitstellen. Ook zou ik je willen vragen of er de moegelijkheid is een contra-expertise uit te laten voeren.

Prof. Baneke gaf afgelopen donderdag zelf al aan dat het gesprek hem op bepaalde punten ook nieuwe inzichten heeft gegeven en dat het misschien mogelijk is ‘aanvullend onderzoek’ te verrichten. Maar het nadeel daarvan is dat het oorspronkelijke rapport inmiddels al bij de RC ligt, en dat ik niet echt verwacht dat de onderzoekers bereid zullen zijn hun conclusie aan te passen of op te geven. 

Ik zal nu in het kort aangeven waarom ik het niet eens ben met de bevindingen in het rapport. Kort samengevat word ik beschuldigd van een gebrek aan inlevingsvermogen, een gebrek aan empathie (kenmerk/voorwaarde van een pervasieve ontwikkelingsstoornis waar Syndroom van Asperger onder valt). Daarnaast wordt mij verweten een gebrek aan geweten te hebben wat, samen met ‘het ontbreken van enige vorm van spijt, schuld en schaamte’, ‘dwangmatige/obsessieve trekken’ en ‘egocentrisme’ leidt tot het mij toedichten van narcistische en antisociale trekken.
Deze stoornissen bij elkaar opgeteld leidt vervolgens tot de diagnose dat er sprake is van Syndroom van Asperger. En die diagnose leidt blijkbaar ook automatisch tot het verklaren van alle delicten en de noodzaak van dwangverpleging (Dat laatste bestrijd ik ten zeerste en dat eerste lijkt me ook erg ver gezocht)

Ik ben het op alle punten oneens met het rapport: met de diagnose; dat er verband is met de ten laste gelegde delicten; en het advies tot dwangverpleging. Ik kan ook bijna alle aangevoerde bevindingen en argumenten die daartoe geleidt hebben weerleggen.

Wat me het meest verbaasd heeft en ook meteen het diepst geraakt – en waarmee ook het hele rapport staat of valt – is de beschuldiging dat ik geen inlevingsvermogen zou hebben. Ik heb Dhr. Baneke uiteraard gevraagd hoe ze – in godsnaam! – tot die conclusie gekomen zijn. Hij vertelde me dat ze daarvoor zijn uitgegaan van hoe de gesprekken verlopen zijn en welke indrukken (!) ze daarvan kregen (ik toonde weinig gevoel, was rationeel, er geen uitwisseling/wederkerigheid, etc.). En ze zijn afgegaan op het ontbreken van lange relaties. Ten eerste wil ik opmerken dat het vrij beperkte aanwijzingen zijn en erg onwetenschappelijk. Ten tweede raken de conclusies die daaruit getrokken worden kant nog wal: dat ik geen gevoelens toon of dat die niet worden waargenomen, wil niet zeggen dat ik geen gevoelens héb, en het wil al helemaal niet zeggen dat ik geen inlevingsvermogen bezit. En omdat het ontbreken van empathie vaak moeilijkheden oplevert om langdurige relaties op te bouwen, en
ik geen lange relaties heb gehad, wil toch nog niet zeggen dat ik geen empathie heb! Er zijn duizenden andere mogelijke oorzaken.

Dat ik tijdens de gesprekken weinig gevoelens toonde en dat er weinig uitwisseling was heeft tal van oorzaken: de voornaamste is dat het een erg ongemakkelijke en onduidelijke situatie is: ik zit in de gevangenis met een hoge gevangenisstraf als zwaard van Damocles boven mijn hoofd, dan word ik vervolgens in een kamertje gezet met onbekende personen om lief en leed te delen, waarbij de bewaker op de gang het ook meekrijgt; mijn toekomst is bovendien sterk afhankelijk van de bevindingen van de onderzoekers; ik ken die mensen niet, zij kennen mij niet, ze komen in ieder geval niet omdat ze me aardig vinden maar omdat het hun werk is en bovendien in opdracht van Justitie. Gezien de delicten en levensloop is het niet uitgesloten dat er een zekere antipathie is of vooringenomenheid, etc. Je vraagt je ook steeds af hoe je de vragen en opmerkingen moet interpreteren: is een complimentje gemeend? En hoe zit het met gedeelde interesses (als ik het moet geloven zijn ze vroeger allemaal anarchist geweest in hun studententijd), is dat waar of is dat om een reactie uit te lokken? Je vraagt je dus voortdurend af: praat ik met de persoon, de onderzoeker of iemand als verlengstuk van justitie? En hoe zien ze mij? Als mens, als moordenaar of als studie-object? (je voelt je af en toe net Bokito) Er is dus afstand (van beide kanten) en onduidelijkheid, wat het een erg ongemakkelijke situatie maakt.
Tel daarbij op dat ik geen prater ben; dat ik niet geneigd ben het achterste van mijn tong te laten zien (hoewel ik wel open en eerlijk ben); dat ik rustig en beheerst ben en afstand bewaard; dat ik alles al tien keer heb uitgelegd… Hoe kun je dan een normaal, open gesprek voeren, laat staan lief en leed delen (let wel: ík moet mijn lief en leed delen, Baneke wilde niet eens vertellen naar welk land hij op vakantie ging: over gebrek aan wederkerigheid gesproken!)

En dan is er nog een heel belangrijke factor die een rol speelt: ik ben klaar met mijn leven, het boeit me allemaal niet meer, dus veel gevoelens heb ik ook niet meer. Grof gezegd kan voor mij iedereen doodvallen.


Dus ik ben het niet helemaal oneens met de bevindingen van de onderzoekers: weinig gevoel tonen, weinig wederkerigheid (in die situatie, op dat moment, onder die omstandigheden) maar wel met de conclusies die ze daaruit trekken.
Het is psychologie van de koude grond: geen gevoelens tonen => geen gevoelens hebben => geen inlevingsvermogen => pervasieve ontwikkelingsstoornis => Asperger => Dwangverpleging

Het hele rapport staat vol met dergelijke eindconclusies/gevolgtrekkingen gebaseerd op onbewezen/foutieve/suggestieve bevindingen. Zo valt de term narcistisch een paar keer in formuleringen als ‘zou wel eens’,’is goed mogelijk’,’zie je wel vaker’ en twee pagina’s later krijg ik narcistische trekken toegedicht.

Maar goed, nu moet ik dus gaan bewijzen/aantonen dat ik wél over voldoende
inlevingsvermogen beschik. Het is niet zo moeilijk om dat bij jezelf vast te stellen. Ik durf zelfs te beweren dat ik over een bovengemiddeld inlevingsvermogen beschik, zowel kwantitatief als kwalitatief. En daarbij gaat het zowel om affectief inleven als het inleven in gedachten en gevoelens van de ander (en die gedachten toetsen en delen)
Ik heb geen enkel probleem me te verplaatsen in een ander, om me in te leven en voor te stellen hoe een ander zich moet/kan/zou kunnen voelen (en vervolgens met hem of haar mee te leven en mijn gedrag daar op aan te passen)
Feitelijk doe ik dat de hele dag door, in elke situatie. Ik hou rekening met andere mensen (soms teveel vind ik zelf). En dat gebeurt door me te verplaatsen in die andere persoon en daar in mijn handelen rekening mee te houden. Ik behandel andere mensen zoals ik zelf behandeld wil worden. En dat gaat dus op voor de kleine dagelijkse dingen tot de grote dingen. Ik weet niet of praktische voorbeelden de zaak verduidelijken maar neem het feit dat ik vegetariër ben geweest: dat was niet omdat ik vlees niet lekker vond (integendeel) maar omdat ik die dieren een leven in de bio-industrie wilde besparen (naast het feit dat overmatige vleesconsumptie nog een hoop andere gevolgen heeft voor mens en milieu) Mijn inlevingsvermogen ging dus zover dat ik me zelfs in dieren inleefde. Zonder datzelfde inlevingsvermogen was ik ook nooit tot een anarchistische politieke overtuiging gekomen. Als ik geen inlevingsvermogen had gehad, dan had ik me nooit zo druk hebben kunnen maken over armoede, over kinderen die van de honger sterven, over uitbuiting, over onrecht Als het lot van andere mensen me koud had gelaten, als die beelden en krantenberichten me niets hadden gedaan, waarom zou ik me er dan voor ingezet hebben? Dat heeft toch alles te maken met inlevingsvermogen en geweten? Met onrecht vóelen, met meeleven, meelijden zelfs? Ik durf te stellen dat de sterke mate van inleven er juist de oorzaak van is dat ik me zo van deze maatschappij heb afgekeerd. En ervoor heeft gezorgd dat ik zo ver ben gegaan. Ik had namelijk net zo goed een gemakkelijk en luxueus leven kunnen hebben, door het allemaal af te doen als ver-van-mijn-bed-show Maar juist dát kon ik niet, ik kon dát juist niet over mijn geweten krijgen. 

Dat dat medeleven zo sterk is geweest heeft ook een hele simpele logische verklaring: ik voel mee met de verschoppelingen en de underdogs omdat ik me er mee identificeer: ik ben het zelf ook.

Dus als ik er nu van beschuldigd word dat ik geen inlevingsvermogen heb en dat mijn
overtuiging meer te maken heeft met ‘fixatie’ en ‘dwangmatige/obsessieve trekken’ en met ‘ethisch narcisme’ ingegeven door ‘diepgewortelde angsten en onzekerheden’ dan raak je me in het diepst van mijn ziel.
Ik wordt trouwens nog steeds geraakt door beelden/taferelen van onrecht of verbroedering en solidariteit. Maar het cynisme (ontstaan door teleurstelling/identiteitsverlies) schermt me ervoor af. De ontwikkelingen vanaf zomer 2005 hebben dat ook nog verder versterkt.

Een andere manier om aan te tonen dat ik niet aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis, dan wel het Syndroom van Asperger lijdt, is dat ik andere eigenschappen die daarbij horen niet bezit.
Ik meen me namelijk bijvoorbeeld iets te herinneren dat mensen met een autistische stoornis geen/weinig gevoel voor humor hebben omdat ze alles letterlijk opvatten en geen ironie herkennen (door gebrek aan inlevingsvermogen en het herkennen van non-verbale signalen) En die eigenschap heb ik alvast niet: gebrek aan humor kan mij toch niet verweten worden (zelfs niet in deze omstandigheden)
Ik kan me ook voorstellen dat mensen met een dergelijke stoornis weinig plezier beleven bij het bekijken van films. Dat heeft immers sterk te maken met identificeren, inleven. Ook op dat gebied heb ik geen problemen. Iets vergelijkbaars geldt voor muziek. Hoe zit het met het beleven van muziek bij stoornissen in het autismespectrum? Ik weet er eigenlijk te weinig van om op deze manier nu de diagnose onderuit te halen, maar het lijkt me de moeite waard om het uit te zoeken.
Tot slot wil ik nog zeggen dat er thuis in mijn jeugd niet alleen geen problemen waren, er was ook niets dat er op wees dat er een gebrek aan inlevingsvermogen was.

Maar dan komt natuurlijk de vraag, die ook de onderzoekers gesteld hebben: hoe zit het dan met de delicten? Waar was toen je inlevingsvermogen? Met de foutieve veronderstelling dat je dergelijke delicten niet zou kunnen plegen als je voldoende empathisch vermogen beschikt. Wat natuurlijk onzin is.
Neem het voorbeeld van iemand wiens zus iets aangedaan wordt en die wraak neemt door de dader neer te schieten. Zo iemand heeft empathie nodig om te voelen wat zijn zus is aangedaan. En zelfs de wens om de dader pijn te doen veronderstelt empathie: anders heb je niet het gevoel dat je hem hetzelfde aandoet, wat jou is aangedaan. Voor de moord op Louis geldt in zekere mate hetzelfde: er is geen gebrek aan inlevingsvermogen of geweten. Ik realiseerde me ook heel goed dat ik mensen pijn zou doen. En om eerlijk te zijn: ik hoopte dat ze net zoveel pijn zouden voelen als ik gevoeld heb. (Daarbij bedoel ik overigens zeer zeker niet de familieleden, want die hebben met het conflict natuurlijk niets te maken) En ook hierover heb ik spijt gevoeld en betoond. En ik heb ook stil gestaan bij het leed dat de familie is aangedaan. Bovendien, bekennen, meewerken en een straf accepteren is toch een uiting van,
of een onderdeel van spijt hebben, of niet?

Terug naar de hamvraag: ik heb me, in tegenstelling tot wat in het rapport wordt beweerd, wel degelijk afgevraagd en voorgesteld hoe het moet voelen voor een bankmedewerkster om plotseling in de loop van een pistool te kijken. Ik kan me prima verplaatsen in die situatie (ik heb het bovendien zelf meegemaakt en er over gelezen) Mede daardoor had ik het idee dat zolang er geen expliciet geweld gebruikt wordt de traumatische gevolgen mee zouden vallen.
Niettemin was ik me er wel bewust van dat het niet helemaal uit te sluiten viel. Dus ik besefte heel goed wat ik die mensen aan zou kunnen doen. Ik heb me ook afgevraagd of ik dat op mijn geweten wilde hebben. Het antwoord is ‘ja’ geweest. Ik hoopte alleen dat de gevolgen mee zouden vallen. En in die hele afweging kom ik ook tot het besluit het geweld tot een minimum te beperken (ik heb nooit geschreeuwd, ik heb niemand het pistool op het hoofd gezet, ik heb nooit geroepen dat ik iemand dood ga schieten als ze geen geld geven. En daarbij wil ik ook nog opmerken dat ik sinds midden jaren negentig over explosieven beschikte, dus als ik gewild had, had ik een ‘grote’ overval kunnen plegen met een vertienvoudiging van de buit, maar met veel meer geweld. En dat wilde ik dus niet op mijn geweten hebben).

Dus ook hier is er geen sprake van een gebrek aan inlevingsvermogen en ‘lacunair geweten’ of zelfs het geheel ontbreken van het geweten, zoals door de onderzoekers gesteld wordt. Dat ik het toch over mijn geweten kon krijgen en eventueel leed op de kop toe heb genomen is op een andere manier te verklaren. Om het in algemene termen te beschrijven: iedereen krijgt in het leven klappen te verduren. De hoeveelheid en de hardheid van die klappen verschilt, en afhankelijk van je incasseringsvermogen, flexibiliteit en de hulp uit je omgeving, is er een moment dat je neergaat en ook klappen gaat uitdelen. In de ‘autobiografie’ noem ik de film ‘Crash’ waarin dit gegeven het thema is. In datzelfde stuk betuig ik overigens spijt, beken schuld, wat doodleuk door Dhr. Baneke ontkend wordt.

Tot zover mijn algemene kritiek op het rapport. Wat er verder niet aan klopt staat op de
volgende pagina’s. Ik heb de betreffende passages aangegeven met een stift en heb het rapport bijgesloten, maar ik zou het graag terug hebben of een kopie ervan

Ik hoop dus dat je er voor kunt zorgen dat de rechtszaak wordt aangehouden en dat je mijn kritiek op het rapport onderschrijft. Daarnaast hoop ik dat je suggesties hebt om dit rapport van tafel te krijgen. Dat lijkt me ondanks alles een lastige zaak.
Ik hoop snel weer iets van je te horen. Alvast bedankt.

Met vriendelijke groet,

M.H.T.M. Teunissen
3972685
P.I. Arnhem-Zuid
Ir. Molsweg 5
6834 AA Arnhem
225


  Arnhem, 30 januari 2008

Geachte heer, mevrouw,

Zoals u ongetwijfeld wel weet is het onderzoek in het Pieter Baan Centrum inmiddels
afgerond. De reden om dat onderzoek aan te vragen was dat ik ernstige bezwaren had tegen de bevindingen en de conclusies in het ambulante Pro Justitia Rapport van Dhr. Baneke en Mevr. Kaiser, dat ter rechtzitting voorlag.
Ik kon mij er op geen enkele manier in vinden: niet in de gestelde diagnose; niet hoe ze tot die diagnose gekomen zijn; niet in de conclusies en ook niet hoe ze tot die conclusies gekomen zijn. Het rapport staat zo boordevol fouten, onbewezen en foutieve beweringen en onzinnige conclusies dat ik het zélf wel van tafel had kunnen vegen, ware het niet dat het tijdsbestek te kort was om mijn kritiek enigszins onderbouwd te formuleren. Bovendien zou mijn oordeel als ‘leek’ natuurlijk niet al teveel gewicht in de schaal leggen, hoe overduidelijk de fouten en feiten ook zijn.
Maar gelukkig ligt er nu dus een rapport van het PBC dat bijna al mijn kritiek onderschrijft. Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen dat de rapportage van het PBC vele malen zwaarder weegt dan het ambulante onderzoek. Waar bij het ambulante onderzoek aan de hand van twee of drie gesprekken -en dus vooral van de índrukken die ze daarbij opdoen -een heel rapport wordt gefabriceerd, gaan ze in het PBC veel grondiger, uitgebreider, langduriger en wetenschappelijker te werk.
Maar voor het geval u mocht twijfelen aan de waarde van het ambulante onderzoek en het niet zondermeer ter zijde wilt schuiven, heb ik mijn kritiek op dat rapport bijgesloten. Zodat u met eigen ogen kunt vaststellen dat het niet in de rechtszaal thuishoort. U bespaart op die manier de onderzoekers een hoop tijd en een afgang.

Bijgevoegd vindt u de puntsgewijze kritiek op het rapport. Om u een hoop leeswerk te
besparen attendeer ik u vooral op de punten: 30-9 (pagina 30 FPD rapport, aantekening nummer 9), 25-2 en 25-4/5/7. Helaas had ik niet de mogelijkheid alles uit te typen.

Verder wil ik nog even van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat ik het erg betreur dat de rechtszaak zoveel vertraging heeft opgelopen. Het was voor alle partijen – maar vooral voor de slachtoffers – beter geweest als de zaak sneller afgehandeld had kunnen worden.

Met vriendelijke groet,

M.H.T.M. Teunissen
Reg. Nr. 3972685
P.I. Arnhem-Zuid
Ir. Molsweg 5
6834 AA Arnhem
226

P.S.: Helaas kon ik niet tijdig beschikken over een extra exemplaar van het Pro Justitia Rapport waardoor ik mij genoodzaakt zie u mijn eigen – slordige – exemplaar toe te sturen. Om dezelfde reden zou ik u vriendelijk willen vragen of u een kopie zou willen sturen naar de RC. Bij voorbaat dank.

Kritiekpunt 30-9

De conclusies/suggesties van Baneke slaan de plank volledig mis en volgen allemaal het schema: ‘Betr. lijkt die eigenschap te bezitten’ • ‘Dat zou wel eens kunnen wijzen op’ .• ‘Dat zie je wel vaker bij’ . ‘Dus het zou goed kunnen zijn, dat’. Etc.

De diagnose ‘Syndroom van Asperger’ klopt niet en wel om de volgende redenen:

[1] Om tot een classificatie te komen binnen het PDD-cluster (Pervasive Development
Disorder, Pervasieve Ontwikkelingsstoornis, een cluster waarbinnen het syndroom van
Asperger valt) moet er in de eerste plaats vastgesteld worden of de drie symptoomgroepen (de zogenaamde ‘Triade’) aanwezig zijn, te weten:

-Gestoorde communicatie
-Gestoorde interactie
-Rigide/stereotype gedragspatronen

En daarvan is geen sprake.

Ondermeer in de DSM IV (gebruikt door Baneke en c.s.) worden de criteria genoemd waaraan voldaan moet worden om, nadat is vastgesteld dat de triade aanwezig is, te kunnen spreken van Syndroom van Asperger. En die criteria worden ook NIET gehaald omdat ik:

-geen beperkte, herhalende gedragspatronen heb
-niet beperkt ben in het functioneren op beroepsmatig of sociaal gebied.

En mijns inziens is er ook geen sprake van een stoornis in de sociale interactie, maar veel hangt af van de definities van de verschillende termen.
Kortom, ik kom alleen al op basis van deze algemene classificatie NIET in aanmerking voor de diagnose Asperger.

Ook als je kijkt naar andere testen, bijvoorbeeld de ICD-10, of Gillberg&Gillberg, of
‘Differentiaalclassificatie Asperger vs. Autisme voldoe ik niet aan de criteria voor Asperger (Ook hier onder het voorbehoud dat het de definitie van de termen enigszins van belang is, als je tenslotte de verschillende termen als ‘onvermogen’ en ‘stoornis’ maar ruim genoeg opvat wordt de speelruimte vrij groot. Maar zolang in dit geval een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen keuze en onvermogen worden de criteria niet gehaald.)

[2] De triade moet al op jonge leeftijd aanwezig zijn (vanwege de hersen-organische oorzaak van Asperger. Het kan tegenwoordig al vastgesteld worden vanaf de leeftijd van 2jaar, maar de symptomen zijn in elk geval op jonge leeftijd vast te stellen en onoverkomelijk, te weten:
-Geen oogcontact
-Mensen niet begrijpen/niet begrepen worden
-Gestoorde communicatie
-Het zogenaamde ‘fladderen’, wiegen en tenenlopen
-Fascinatie voor bewegende onderdelen
-Afkeer van sterke prikkels
-Neiging zich in eigen wereld terug te trekken
-Structuur/routines nodig, anders paniek

Zowel van de triade als van de overige symptomen is op jonge leeftijd NIETS terug te vinden. Zie bijvoorbeeld het Observatierapport Kleuterschool, of het milieurapport van Mevr. Eikelenboom dat onderdeel vormt van het Pro Justitia rapport. En let daarbij vooral op:

-‘Marcel staat erg openlijk en vertrouwelijk tegenover de wereld.’
-‘Hij zoekt graag contact met grote mensen in bus en trein en babbelt daarmee.’
-‘Zij ogencontact is goed.’
-‘Marcel openbaart zijn gevoelens duidelijk. Hij is doorgaans opgewekt en die stemming is in de regel constant.’
-‘Hij is wat emotioneel.’
-‘Hij is openhartig maar toch iets verlegen.’
-‘Zijn gevoelens die hij naar buiten richt maken een echte indruk.’
-‘Zijn mimische uitdrukkingen zijn levendig.’

Verder wil ik opmerken dat ik me in dat Observatierapport van de kleuterschool herken, i.t.t. tot het rapport van Baneke/Kaiser, en tot er tot mijn 30ste levensjaar niet veel is veranderd. Misschien is het aantal sociale contacten dan wel minder dan normaal maar dat heeft meer met bewuste keuzes te maken dan met onvermogen.
Kortom, het observatierapport van de kleuterschool maakt duidelijk dat de onderzoekers er zowel met de diagnose Asperger als de bewering dat ik geen empathie en/of gevoelens zou hebben, er volledig naast zitten.

[3] En verder zijn er nog andere symptomen die onlosmakelijk met Asperger verbonden zijn, te weten:
-Onhandige motoriek
-Woede-uitbarstingen
-Secundaire psychische problemen (voortkomend uit de problemen/frustraties die Asperger oplevert)
-Beperkte interesses/uitblinken op één gebied
-Problemen met de pragmatiek van de taal (ironie herkennen, tussen de regels door lezen)
-Problemen in het spel
-Contact willen/zoeken maar niet kunnen
Ook GEEN ENKELE van deze symptomen is terug te vinden. Kijk bijvoorbeeld naar de
MMPI, SCL-90, SBL als het gaat om secundaire psychische problemen of woede-
uitbarstingen. (Dat laatste wordt trouwens door Asperger zelf, en onder andere Frith als
typerend kenmerk genoemd voor mensen met Syndrrom van Asperger. En onhandige
motoriek is een criterium voor Asperger bij Kin, Gillberg en Frith/Asperger (maar weer niet in de DSM IV))

[4] Het kernprobleem bij de ‘Aspergers’ is het gebrek aan het zogenaamde ‘Theorie of Mind’ en ‘Executive Functions’. Dat betekent dat er problemen zijn om je in te leven en je te verplaatsen in een ander, met als gevolg problemen in de communicatie/sociale interactie. Dit gebrek aan empathie is het belangrijkste kenmerk van alle stoornissen in het PDD-cluster. Zowel Theory of Mind als Executive Functions is te meten, bijvoorbeeld met de Trailmaking Test en de Wisconsin Cardscoring Test. Met een pervasieve ontwikkelingsstoornis, en dus een gebrek aan Theory of Mind is de Trailmaking Test moeilijk. Ik presteerde op ‘goed niveau’, zelfs ‘conform intelligentieniveau’. Ook de opmerking van Baneke: ‘Betr. beschikt over een zekere mate van planmatigheid’ is in tegenspraak met het gebrek aan Executive Functions.
Dat bewijzen dus die testen. Maar ik weet ook van mezelf dat er geen gebrek aan empathie is. Sterker nog, ik denk dat mijn empathisch vermogen bovengemiddeld is.

[5] Verder is nog interessant dat de WAIS III test ‘geen indicatie geeft voor specifieke
neuropsychologische stoornissen’, en dat op ‘zowel verbaal als nonverbale taken hoog
gepresteerd wordt’. Terwijl er bij PDD duidelijke ‘disharmonieën in het intelligentieprofiel aanwezig (moeten) zijn’. 

Bron: FPD-rapport pagina 26-28


 

Bron: pagina 12 requisitoir

 


De Zin Aanvul Test, ingevuld i.v.m. het Pro Justitia Rapport.

1 Ik houd van… mezelf
2 De gelukkigste tijd… moet nog komen
3 Ik zou wel eens willen weten… wanneer

5 De toekomst… zie ik somber in

7 Ik kan er niet toe komen om…
8 Anderen…. te bedriegen
9 Ik voel…. op dit moment niet veel meer
10 Het is vervelend… punt
11Meestal… loopt het slecht af

13 Vrienden zijn… de vijanden van morgen
14 Zo nu en dan… wordt het tegendeel bewezen
15 Ik heb behoefte aan… een arm om mijn schouders en de woorden: ‘Ik hou van je’

20 God is… een verzinsel
21 Mijn gedachten… zijn nooit van een ander

23 Toen ik nog klein was… en naïef, geloofde ik in een betere wereld
24 Ik ben erg geschrokken… toen bleek dat het een illusie was

27 Anderen zeggen… maar wat ze willen

32 Het is erg vreemd… dat mijn beweringen niet gestaafd worden

39 Mijn ogen… doe ik
40 ’s Nachts… dicht

44 Mijn grootste moeilijkheid… is om deze lijst ingevuld te krijgen

48 Ik denk soms van mezelf…. dat ik helemaal niet zo lelijk ben als ik denk
49 Mijn hoofd… bijvoorbeeld, daar is met fotoshopping nog best wat van te maken

53 Het fijnste vind ik… om zachtjes over mijn rug gestreeld te worden
54 Kon ik maar vergeten… dat niemand dat ooit gedaan heeft
55 De meeste mensen weten niet dat ik… eigenlijk een hele aardige jongen ben

66 Ik jok wanneer… ik zeg dat ik nooit lieg
67 Mijn kost verdienen… als bankrover was veruit te prefereren boven het bestaan als
loonslaaf

70 Ik dacht dat het niet zo erg was om… de bank te beroven
71 Mijn moeder… dacht daar anders over

78 Het moet nu maar eens afgelopen zijn met… Al die domme vragen
79 De meeste meisjes… weten gewoon niet wat ze missen

Commentaar van Dhr Baneke in Pro Justitia multidisciplinair rapport, pagina 27, 28:

De Zin Aanvul Test (een kwalitatieve test waarmee belangrijke aspecten en thema’s van iemands leven en relaties kunnen worden vastgesteld) laat onder andere het volgende zien:

‘Ik houd van… mezelf’ begint betr. nogal narcistisch.

Typerend voor zijn oppositionele en niet-positieve houding is
‘Mijn studie… heb ik gevolgd om niet in dienst te moeten’.

Zijn basaal negatieve en achterdochtige levenshouding vinden we terug in zinnen als:
‘Meestal… loopt het niet goed af’
‘Vrienden zijn… de vijanden van morgen’
‘Ik kan niet goed verdragen… als mensen mij belazeren’

De indrukken van leegte uit het contact worden bevestigd in:
‘Ik voel… op dit moment niet veel meer’
‘In mijn binnenste … is het vuur uitgedoofd’
‘Het ergste vind ik… dat mijn dromen niet zijn uitgekomen’
‘Angst… om dood te gaan heb ik allang niet meer’
‘Het leven van een mens… is op een gegeven moment gewoon voorbij’.

Maar er zijn ook gevoeliger zinnen:
‘Ik heb behoefte aan… een arm om mijn schouders en de woorden ‘Ik hou van je’’
‘De anderen hoeven niet te weten… waarvoor ik me diep geschaamd heb’
‘Het fijnste vind ik… om zachtjes over mijn rug gestreeld te worden’
‘Kon ik maar vergeten… dat niemand dat ooit gedaan heeft’

Maar telkens komt ook weer degene terug die geen gevoel heeft of het uitschakelt:
‘Mijn kost verdienen… als bankrover was veruit te prefereren boven het bestaan als
loonslaaf’

‘Mijn zenuwen… heb ik onder bedwang’
‘Anderen zeggen… maar wat ze willen, ik trek me er weinig van aan’
‘Ik dacht dat het niet erg was … om de bank te beroven’

Tenslotte de gekrenktheid en het devalueren van de vragenlijst en/of de onderzoeker:
‘Het moet maar eens afgelopen zijn met… al die domme vragen’

De diagnostische criteria voor het Asperger-syndroom van Gillberg (Gillberg 1991)

1. Sociale beperkingen (extreem egocentrisme)
Ten minste twee van de volgende kenmerken zijn aanwezig:

-problemen in de omgang met leeftijdgenoten
-geen behoefte aan contact met leeftijdgenoten
-moeite met het inschatten van sociale signalen
-sociaal en emotioneel onaangepast gedrag

2. Beperkte interesse
Ten minste een van de volgende kenmerken is aanwezig:

-uitsluiting van andere activiteiten
-steeds herhalen van dezelfde activiteiten
-meer mechanisch dan betekenisvol

3. Dwangmatigheid met betrekking tot vaste routines en interesses
Ten minste een van de volgende kenmerken is aanwezig:
-beïnvloedt het gehele dagelijkse leven van de persoon zelf
-heeft gevolgen voor anderen

4.Eigenaardigheden in spraak en taal

Ten minste drie van de volgende kenmerken zijn aanwezig:

-vertraagde taalontwikkeling
-oppervlakkig gezien perfecte uitdrukkingsvaardigheid
-formeel, pedant taalgebruik
-vreemde prosodie, merkwaardige stemkenmerken
-gebrekkig taalbegrip, zoals het letterlijk opvatten van figuurlijke uitspraken

5. problemen met de non-verbale communicatie
Ten minste een van de volgende kenmerken aanwezig:
-beperkt gebruik van gebaren
-onhandige, onbeholpen lichaamstaal
-weinig gezichtsuitdrukking
Ongepaste gezichtsuitdrukking
-merkwaardig strakke, starende blik

6. Motorische onhandigheid
-slechte prestaties op neurologische ontwikkelingstests

Uit: Hulpgids Asperger Syndroom, Tony Attwood, 2007 
 
De diagnostische criteria voor de stoornis van Asperger volgens de DSM-IV-TR (American
Psychiatric Association, 2000/NVVP, 2006)

A. Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie, zoals blijkt uit ten minste twee van de volgende:
-duidelijke stoornissen in het gebruik van veelvuldig non-verbaal gedrag zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshouding en gebaren om de sociale interactie te bepalen
-er niet in slagen met leeftijdsgenoten tot bij het ontwikkelingsniveau passende relaties te komen
-tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen
(bijvoorbeeld het niet laten zien, brengen of aanwijzen van voorwerpen die van betekenis zijn)
-afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid

B. Beperkte, zich herhalende en stereotype patronen van gedrag, belangstelling en
activiteiten, zoals blijkt uit ten minste een van de volgende:
-sterke preoccupatie met een of meer stereotype en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is in ofwel intensiteit of aandachtspunt
-duidelijk rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen
-stereotype en zich herhalende motorische maniërisme (bijvoorbeeld fladderen of draaien met hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam
-aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen

C. De stoornis veroorzaakt in significante mate beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen
D. Er is geen significante achterstand in taalontwikkeling (bijvoorbeeld het gebruik van
enkele woorden op de leeftijd van twee jaar, communicatieve zinnen op de leeftijd van drie jaar)
E. Er is een significante achterstand in de cognitieve ontwikkeling of in de ontwikkeling van bij de leeftijd passende vaardigheden om zichzelf te helpen, gedragsmatig aanpassen (anders dan binnen sociale interacties) en nieuwsgierigheid oer de omgeving F. er is niet voldaan aan de criteria van een andere specifieke pervasieve
ontwikkelingsstoornis of schizofrenie


Uit: Hulpgids Asperger Syndroom, Tony Attwood, 2007

Volgens de DSM-IV, het meest gebruikte handboek voor psychische stoornissen, lijd je aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis als je tenminste 18 bent en al een paar jaar een patroon hebt vertoond van gebrek aan achting voor – en schending van – de rechten van anderen. Wat preciezer gezegd: je moet sinds je 15e levensjaar gedurende langere tijd (ten minste enkele jaren) aan ten minste drie van de volgende zeven criteria hebben voldaan:

-je bent niet in staat om je aan de wet te houden en vertoont herhaaldelijk gedrag dat een reden tot arrestatie is of kan zijn
-je bent oneerlijk, zoals blijkt uit herhaaldelijk liegen of anderen bezwendelen, met als doel daar zelf voordeel of plezier uit te halen
-je bent impulsief en kan slecht vooruit plannen, dat wil zeggen dat je snel handelt zonder vooraf de gevolgen te overdenken
-je bent prikkelbaar en agressief, zoals blijkt uit het feit dat je herhaaldelijk betrokken bent bij vechtpartijen of geweldplegingen
-je bent roekeloos en onverschillig voor de veiligheid van anderen, maar ook voor die van jezelf
-je vertoont geregeld onverantwoordelijk gedrag, wat bijvoorbeeld blijkt doordat het je steeds niet lukt een baan te houden of om financiële verplichtingen na te komen
-je hebt geen spijt van je eigen gedrag, je hebt de neiging om je gedrag goed te praten, en je bent ongevoelig voor de gevoelens van mensen die je hebt gekwetst, bedrogen of mishandeld Daarnaast moeten er een aantal aanwijzingen zijn dat je ook al voor je 15e antisociaal gedrag vertoonde: wat preciezer gezegd: dat je leed aan een gedragsstoornis. Daarvoor moet je blijk hebben gegeven van ten minste drie van de volgende 15 kenmerken:

Agressie tegen mensen en dieren, bijvoorbeeld:
-je hebt anderen dikwijls gepest, bedreigd of geïntimideerd
-je bent vele malen begonnen met vechtpartijen
-je hebt een wapen gebruikt, bijvoorbeeld een pistool, mes of andere voorwerpen die anderen ernstig letsel kunnen toebrengen
-je hebt andere mensen mishandeld
-je hebt dieren mishandeld
-je hebt in directe confrontatie iemand beroofd
-je hebt iemand gedwongen tot sex

Vernieling van eigendommen, waaronder:
-je hebt opzettelijk brand gesticht, met als doel ernstige schade aan te brengen
-je op een of andere manier opzettelijk andermans eigendommen vernield

Onbetrouwbaarheids of diefstal, bijvoorbeeld:
-je hebt een of meer inbraken gepleegd in huizen, gebouwen of auto’s
-je het dikwijls gelogen om goederen of gunsten van anderen te krijgen, of om verplichtingen te ontduiken
-je hebt spullen van waarde gestolen zonder persoonlijke confrontatie met het slachtoffer Ernstige schending van regels, bijvoorbeeld:
-je bent voor je 13e vaak ‘s nachts van huis gebleven, ondanks een verbod van je ouders
-je bent ten minste twee keer van huis weggelopen en toen ook ‘s nachts weggebleven
-je spijbelde al voor je 13e geregeld van school

Uit: Leven met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, A-ggz-reeks

Mensen met deze stoornis vertonen een levenslang patroon van onverantwoordelijk gedrag waarbij ze zich weinig gelegen laten liggen aan de rechten van anderen, de normen van de samenleving, de aansporingen van het geweten en de wet. De problemen beginnen al vroeg in de kindertijd of adolescentie met storend probleemgedrag, gebrek aan respect voor gezag, overtreding van voorschriften of regels, vernieling van andermans bezittingen en misschien zelfs geweld jegens dieren of mensen. In uw jeugd loog u wanner het u zo uitkwam en gapte u wanneer u dacht dat ongestraft te kunnen doen. Als volwassene bent u overgestapt op te grotere en betere werk. U leidt een tumultueus bestaan met plotselinge veranderingen in relaties, werkkring en verblijfplaats en kunt zich bezighouden met illegale activiteiten zoals diefstal en handel in drugs. Wanneer de dingen niet gaan zoals u wilt, raakt u geïrriteerd en wordt zelfs agressief, met een lichte ontvlambaarheid vanwege uw lage frustratietolerantie. U bent betrekkelijk blasé en onverschillig met betrekking tot uw eigen veiligheid en die van anderen en neemt enorme risico’s met onveilig seks, buitensporig hard rijden, zwaar middelengebruik en gevaarlijke criminele activiteiten. Er bestaat een gerede kans dat u vroeg zult sterven ten gevolge van moord, zelfdoding, een overdosis of een ongeluk. Bij de antisociale persoonlijkheidsstoornis bestaat een uitgesproken verschil tussen de seksen. Ze wordt veel vaker bij mannen vastgesteld, wat waarschijnlijk de mannelijke tendens tot agressief en impulsief gedrag weerspiegelt die vrijwel universeel s in het dierenrijk. U bent alleen bedacht op uw eigen belang en u bent arrogant, een gladde en snelle prater die vindt dat iedereen in de eerste plaats aan zichzelf hoort te denken. U neemt impulsief en spontaan besluiten zonder enig gevoel voor verantwoordelijkheid en zonder stil te staan bij de gevolgen. U gebruikt uw charme en charisma om anderen te bedriegen, te manipuleren en op te lichten. In financiële kwesties gedraagt u zich onverantwoordelijk, u schrijft ongedekte cheques uit en betaalt uw schulden niet, en u blijft volstrekt onverschillig voor de consequenties van deze manier van doen. U verwacht niet anders dan dat anderen zullen proberen u aan te vallen of te exploiteren en vindt dat u hen beter voor kunt zijn door als eerste toe te slaan. Gladde rationaliseringen rechtvaardigen alles wat u doet – u bespot uw slachtoffers omdat ze zo dom en hulpeloos zijn en beweert dat ze er gewoon om vroegen. ‘Als ik het niet had gedaan had iemand anders het wel gedaan’. Het is alsof u nooit een geweten heeft ontwikkeld en weinig of geen schuldgevoelens of berouw kent voor het leed dat u naderen aandoet.

Volgens het diagnostisch handboek hebt u een antisociale persoonlijkheidsstoornis als er sprake is van het volgend:
-U hebt als kind of tiener een patroon vertoond van problemen met uw ouders, leraren of de wet
-U blijft zich voortdurend gedragen op een manier die voorbij gaat aan de rechten van
anderen en die een schending betekent van de in de samenleving geldende regels. Dit patroon blijkt uit het feit dat u tenminste drie van de volgende slecht aangepaste eigenschappen tentoonspreidt:
-U doet herhaaldelijk dingen waarvoor u kunt worden gearresteerd
-U maakt zich herhaaldelijk schuldig aan liegen, het gebruik van valse namen of het oplichten van anderen voor geldelijk gewin of ‘voor de lol’
-U bent impulsief en bekommert zich niet om de toekomst
-U raakt herhaaldelijk betrokken bij vechtpartijen
-U geeft blijk van een roekeloze onverschilligheid voor uw eigen veiligheid en die van
anderen

-U doet geen moeite om een betrekking te houden of om u financiële verplichtingen na te komen
-U betreurt de gevolgen van uw daden niet. U voelt zich volstrekt gerechtvaardigd om andere mensen een gemene streek te leveren, te bestelen of kwaad te doen, of het laat u volkomen koud.

Uit: Stemming en stoornis, pagina 223.

8-Het PBC-rapport

Het FPD-rapport kwam voor iedereen dus goed uit. Van mijn advocaat tot het OM en van J. Baneke tot Jan Modaal. Alleen ik was er niet zo blij mee. Dat was de reden waarom ik een contra-expertise eiste op de eerste zitting van de rechtbank op 4 juli 2007. Gelukkig werd dat door de rechters ingewilligd. Ik kon me dus verheugen op een zeven weken durende observatie in het Pieter Baan Centrum in Utrecht. Toen ik daar vanwege de wachtlijsten uiteindelijk terecht kon op 6 december 2007, begon het hele circus van vragenlijsten, testen en gesprekken waarin je je ziel en zaligheid aan wildvreemden moet prijsgeven van voren af aan. Maar dat had ik wel over voor een objectief rapport. Dus toen de rapportage van de onderzoekers eind januari 2008 ‘in hoofdlijnen’ besproken werd met mij was ik blij. Tenslotte werden alle beschuldigingen uit het FPD-rapport onderuit gehaald (zoals te verwachten). De onderzoekers van het PBC hadden vastgesteld dat ik geen narcistische trekken heb, netzomin als antisociale
trekken. Het syndroom van Asperger was ook niet op mij van toepassing. En de stoornis die zij vaststelden was ‘slechts formeel’, ‘mild’ en ‘in ernst en omvang beperkt’. En over de wantrouwende trekken waren ze het onderling niet eens. Dit viel volgens mij in de categorie ‘iedereen heeft wel wat’. Iedereen heeft ook wat. Klinisch psycholoog Willem van der Does geeft aan dat 90% van de mensen last heeft van een milde persoonlijkheidsstoornis. Het aantalk mensen dat antidepressiva slikt is daar een goede aanwijzing voor. Met de conclusie ‘Volledig toerekeningsvatbaar’ was ik ook tevreden. Kortom, ik kon er wel mee leven. Zeker gezien het feit dat het PBC vaak tbs adviseert: ‘Onschuldigen in de cel door rapporten PBC’ kopte een artikel in de Telegraaf waarin hoogleraar rechtspsychologie Harald Merckelbach stelt dat de waarheidsvinding vaak sneuvelt door de onderdanige houding die het PBC inneemt ten opzichte van justitie:

‘Er wordt door PBC-medewerkers een beeld van een verdachte geschetst dat precies in het straatje van het openbaar ministerie past’ […] ‘Het PBC gaat meer de fout in door
conclusies te baseren op aannames van het OM en mensen diagnoses in de schoenen te schuiven met het doel om misdrijven te verklaren’.

Ook strafrecht advocaat Jan Hein Kuijpers laat zich kritisch uit: ‘Het PBC adviseert bijna altijd tbs, dat begint een beetje vervelend te worden. Ik zeg ook vaak tegen cliënten dat ze goed moeten nadenken of ze wel moeten meewerken aan het onderzoek.’ Bron: Aktueel

Oftewel, dit maakt de conclusies van het PBC alleen maar positiever voor mij. En hoopte dus ook dat de rechters geen waarde meer zouden hechten aan het bij elkaar gelogen rapport van Baneke c.s., en dat ze de conclusie van de onderzoekers in het PBC zouden overnemen bij het bepalen van de strafmaat. Maar niets was minder waar.

Later heb ik het PBC-rapport nog eens iets beter onder de loep genomen. Zoals gezegd, ik kon er mee leven, en als de rechters de conclusie gewoon over hadden genomen, zou ik het erbij hebben gelaten. Maar op het PBC-rapport is ook nog wel het een en ander aan te merken. Belangrijkste punt: ik heb geen ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS) zoals ze stellen. Zelfs geen milde en in ernst en omvang beperkte. Want ik voldoe wederom niet aan de criteria die voor de OPS zijn opgesteld in de DSM IV.

De belangrijkste algemene kenmerken van OPS zijn:
-Bang voor kritiek, vernedering, afwijzing.
-Gevoel van minderwaardigheid
-Patroon van sociale geremdheid

Als ik bang voor kritiek en afwijzing zou zijn dan was ik natuurlijk nooit anarchist geworden, om maar wat te noemen. Dan had ik ook wat beter mijn best gedaan om me aan te passen. Maar juist het tegenovergestelde heb ik gedaan. Ik ben op alle mogelijke manieren tegen de stroom in gegaan. Met alle consequenties vandien. Het heeft me namelijk alleen maar kritiek, afwijzing en vernedering opgeleverd. En dat begon al vroeg, zie hoofdstuk 12 Autobiografie: Karakterschets. Ik heb ook geen gevoel van minderwaardigheid. En of er sprake is van sociale geremdheid is een kwestie van definitie. En tegelijkertijd irrelevant want om te kunnen spreken van OPS moet je aan alle drie de symptomen voldoen. Ook als je de 7 criteria (zie bijlage 8.1) bekijkt die geformuleerd zijn in de DSM-IV en waarvan je er aan minimaal 4 moet
voldoen om te kunnen spreken van OPS, zie je dat je mij dat stempel niet kunt opdrukken.

Toch beschuldigen de onderzoekers mij ervan wél een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis te hebben. Zij baseren zich voornamelijk op de uitkomsten van de SIDP-IV test: ‘Blijkens de SIDP-IV is er bij betr. sprake van een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis met wantrouwende kenmerken. Deze diagnose wordt geschraagd door ontwijkende kenmerken in de SIDP-IV-secties “hechte relaties” en “sociale contacten”, te weten: gereserveerdheid in intieme relaties, zichzelf zien als onaantrekkelijk, minder waard, geremdheid in nieuwe intermenselijke
relaties vanwege de aanname te kort te schieten, en een onwilligheid om bij mensen
betrokken te raken tenzij hij zekerheid ervaart dat men hem aardig vindt. De wantrouwende trekken van betr. behelzen zijn vermoedens dat anderen hem benadelen of niet te vertrouwen zijn en de -veronderstelde -wrok die betr. koesterde jegens leden van het linkse milieu.’

Bron: pagina 51 PBC-rapport (zie bijlagen 8.1).

Hoe ze tot deze fout komen, wordt begrijpelijk als je de beperkingen van de SIDP-IV kent. De SIDP-IV is namelijk een gestructureerd interview voor het vaststellen van DSM-IV persoonlijkheidsstoornissen. Het werkt als volgt: in de DSM-IV zijn zoals gezegd alle criteria geformuleerd waaraan je moet voldoen om te kunnen spreken van een bepaalde persoonlijkheidsstoornis. Zo zijn er voor OPS 7 criteria vastgesteld. Voldoe je er aan tenminste 4 dan is er sprake van OPS. En in de SIDP-IV zijn vervolgens voor elk criterium 1 of 2 vragen geformuleerd om vast te kunnen stellen of je er aan voldoet. En zo voor elke persoonlijkheidsstoornis. Het is dus niet meer dan een enorme vragenlijst, waarbij de vragen niet gerangschikt zijn op de verschillende stoornissen, maar op onderwerp. Zo heeft in Sectie C: Hechte Relaties slechts één vraag betrekking op OPS. En die vraag luidt: ‘Vermijdt u te zeggen wat u denkt of voelt omdat u bang bent dat anderen u dan niet serieus zullen nemen? En zoja: heeft
u dat ook bij familieleden en vrienden?’
En het antwoord op deze vraag is bepalend om vast te stellen of je voldoet aan het 3e criterium voor OPS, te weten: U stelt zich in intieme relaties afstandelijk op om uzelf te beschermen tegen afgekat of in uw hemd gezet worden. De onderzoekers beweren in hun rapport dat ik er aan voldoe: ‘Deze diagnose wordt geschraagd door ontwijkende kenmerken in de SIDP-IV-secties “hechte relaties”[…] te weten: gereserveerdheid in intieme relaties.’ De vragen voor de andere 6 criteria voor OPS zijn verdeeld over Sectie A:Interesses en Bezigheden, Sectie B:Manier van werken en Sectie D: Sociale Contacten. Volgens de onderzoekers voldoe ik ook aan het 2e, 5e en 6e criterium in Sectie D: ‘Deze diagnose wordt
geschraagd door ontwijkende kenmerken in de SIDP-IV-secties
[…]“sociale contacten”, te weten: gereserveerdheid in intieme relaties, zichzelf zien als onaantrekkelijk, minder waard, geremdheid in nieuwe intermenselijke relaties vanwege de aanname te kort te schieten, en een onwilligheid om bij mensen betrokken te raken tenzij hij zekerheid ervaart dat men hem aardig vindt.’

Maar de beweringen kloppen niet. Allereerst voldoe ik niet aan het 3e criterium voor OPS, want ik vermijd nooit om te zeggen wat ik denk of voel uit angst om niet serieus genomen te worden. Wederom kan ik hiervoor mijn politieke overtuiging aanvoeren als bewijs daarvoor. Ook voldoe ik niet aan het 2e, 5e en 6e criterium. Maar ik heb wel een vermoeden waarom de onderzoekers de fout in zijn gegaan. Waarschijnlijk zijn ze misleid door het feit dat ik wel een aantal symptomen heb die overeenkomen met mensen die leiden aan OPS. Een veelzeggende zin in dit verband is: ‘Door een ontwijkende persoonlijkheid met wantrouwende trekken -en dus solistische opstelling -…’. Ze koppelen OPS dus aan de solistische levensstijl. Maar ze draaien daarmee de boel om. Ik heb wel een solistische levensstijl, en ja, dat is een kenmerk van OPS. Dus de symptomen komen wel overeen maar het punt waarop de onderzoekers de mist in gaan is, dat die solistische levensstijl van mij niet voortkomt uit OPS. Het is namelijk
geen onvermogen vanwege door de onderzoekers veronderstelde ‘geremdheid’ of ‘gereserveerdheid’, en ‘angst voor kritiek en afwijzing’, maar een keuze. Dus ik kan wel enigszins geremd zijn in nieuwe intermenselijke relaties (criterium 5), maar níet vanwege het gevoel tekort te schieten! En er is ook wel een zekere onwil om bij mensen betrokken te raken (criterium 2), maar níet omdat ik eerst zeker wil zijn dat ik aardig gevonden wordt. En misschien is er best sprake van dat ik beroepsmatige activiteiten die belangrijke intermenselijke contacten met zich meebrengen vermijdt (criterium 1), maar ik doe dat zeker níet uit vrees voor kritiek, afkeuring of afwijzing! Alleen al als je kijkt naar de dagvaarding moet je concluderen dat ik in de verste verte niet bang ben voor kritiek en afwijzing. Want als je daar bang voor bent en je nekt niet durft uit te steken dan is het laatste wat je doet, een bank overvallen lijkt me. En vaak zijn mensen met een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis als kind al verlegen en bang voor vreemden, en daarvan is ook helemaal geen sprake (zie Observatie Kleuterschool, bijlagen 9.1). Kortom, de onderzoekers hebben iets te snel hun conclusie getrokken. Ze hadden ook moeten kijken naar de oorzaken van de symptomen.

Ik heb ook geen enkel probleem met ‘functioneren op sociaal en beroepsmatig gebied’ zoals dat zo mooi heet. Ik kán prima functioneren. Ik wil het alleen niet. En de redenen daarvoor zijn divers. Een belangrijke rol daarin speelt dat ik een afkeer heb van deze maatschappij. Het staat me niet aan: het materialisme, het consumentisme, het egoïsme. Dat is de reden dat ik bijvoorbeeld op beroepsmatig gebied niet functioneer. Ik wil geen huisje, boompje, beestje. Ik ga niet 40 jaar lang in een fabriek werken tot ik kaal en impotent ben om de hypotheek af te lossen van het rijtjeshuis in Lutjebroek en de middenklasse auto of voor de breedbeeld-tv en inbouwkeuken. Die leefstijl staat me niet aan, en dat geldt ook voor de exponenten ervan. Als je zo in het leven staat heb je ook weinig raakvlakken met de meeste mensen. Sterker nog, ik denk dat ik door mijn opvattingen en leven diametraal tegenover de meeste mensen sta. Maar dat is niet de enige reden voor een teruggetrokken levensstijl. Ik ben eerlijk gezegd ook een
misantroop geworden. Dat is eigenlijk het enige dat de onderzoekers me kunnen verwijten.

Een andere reden om mij OPS toe te dichten is volgens de onderzoekers dat ik conflicten uit de weg ga. Dat klopt. In de sociale omgang ben ik erg meegaand, flexibel. Inderdaad om conflicten te vermijden. Om het gezellig te houden. Ik hoef niet per se mijn zin door te zetten, of in het middelpunt van de belangstelling te staan. Ik doe het dus niet uit angst voor afwijzing of kritiek, maar het is een uiting van mijn sterk pro-sociaal karakter. (De term pro-sociaal betekent: op een positieve en respectvolle manier omgaan met anderen, een goed evenwicht bewaren tussen eigen wensen en behoeften en die van anderen. Pro-sociale kinderen gaan graag naar school, doen graag hun best, en hebben goede relaties met leerkrachten en andere kinderen. Uit: Leven met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, A-ggz-reeks). En dat ik in zijn algemeenheid conflicten vermijd kun je helemaal niet volhouden: mijn politieke
overtuiging heeft me in conflict gebracht met mijn ouders, mijn leeftijdgenoten, de
maatschappij. En dat zijn diepgaande conflicten geweest met verstrekkende gevolgen.
Verder maken de onderzoekers dezelfde fout als Baneke c.s.: ze extrapoleren.
Ze gaan er vanuit dat zoals ik nu ben (vastgesteld tijdens die 7 weken observatie), ik altijd geweest ben. Maar dat is dus gewoon niet zo. Ik neem als voorbeeld die wantrouwende trekken die genoemd worden door de psychiater. Ik was tijdens dat onderzoek wantrouwend, klopt. Maar dat had zo zijn redenen. Zoals ik in een brief al schreef (zie brief aan Ficq 24 juni 2007 bijlage 7.1) was ik, toen ik in het PBC aankwam, net belazerd door Baneke die gewoon geprobeerd heeft me het gekkenhuis in te krijgen (opmerkelijk in dit verband is overigens dat Baneke, die toch echt zijn best heeft gedaan zoveel mogelijk psychische stoornissen aan mij te koppelen, geen woord rept over wantrouwende trekken of paranoia) Bovendien ben ik verraden door mijn eigen ouders, en hangt er levenslang boven mijn hoofd. Dus dan sta je natuurlijk wel wat sceptisch tegenover de onderzoekers van het PBC, dat kan gewoon niet anders. Niettemin heb ik toch gewoon meegewerkt. Wat in feite al genoeg zegt over mijn
wantrouwen. Dus het gaat helemaal niet om een karaktertrek. Ik ben van nature veel te goed van vertrouwen namelijk. Kortom, ik ontken niet dat ik sceptisch stond tegenover de onderzoekers van het PBC, maar waar ik het niet mee eens ben is dat er uit afgeleid wordt dat ik altijd zou geweest ben, dat ik zg. wantrouwende ‘trekken’ heb. En verder: je mag een crimineel proberen te vinden die minder wantrouwend is dan ik. Kortom, dat is beroepsdeformatie. Ik moest op mijn hoede zijn voor justitie, er hing mij tenslotte vele jaren gevangenisstraf boven het hoofd. En voor emoties tonen geldt hetzelfde als voor de wantrouwende trekken: dat ik dat daar op dat moment, in die situatie, onder die omstandigheden geen emoties toon, zegt niks over hoe ik twee jaar geleden was, laat staan twintig jaar geleden. Ik ben ook niet meer dezelfde persoon als twintig jaar geleden. En de onderzoekers maken ook af en toe fouten door verkeerde interpretaties van losse feiten. Maar het zou te ver gaan die hier te benoemen.

Conclusie: Ook het PBC-rapport klopt niet. Ik heb geen ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, zelfs geen ‘in ernst en omvang beperkte’ of van een ‘mild type’. Niettemin hadden rechters alleen de conclusie van het PBC moeten overnemen bij het bepalen van de strafmaat. 
 
8.1 Bijlagen Het PBC-rapport

Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis

Mensen met deze stoornis voelen zich altijd vreselijk met hun figuur verlegen en zijn bang voor kritiek, vernedering en afwijzing. Sociale situaties zijn zonder meer een nachtmerrie die tot elke prijs moeten worden vermeden. U bent pijnlijk timide, onbeholpen en geremd, vooral bij nieuwe ontmoetingen of wanneer u iets moet doen waarmee u niet vertrouwd bent. Het is een dodelijk beangstigende gedachte dat u iets verkeerds zou zeggen of doen en ook iedereen zal weten hoeveel doodsangst u uitstaat. Wanneer u naar een of ander sociaal gebeuren wordt meegesleept, blijft u een muurbloempje en doet u uw best om helemaal achter het behang te verdwijnen. Andere mensen jagen u angst aan omdat u ervan uitgaat dat ze altijd onredelijk kritisch en veeleisend en onmogelijk tevreden te stellen zijn. Precies zo stelt u zich ook tegenover uzelf op – u volgt uw eigen activiteiten met argusogen en heeft er altijd iets op aan te merken. Niemand kan zo weinig hebben als u. U bent overgevoelig voor de geringste zweem van afwijzing en wordt diep gekwetst door elke ook maar enigszins kritische opmerking. Uw preoccupatie met de vraag hoe u overkomt, maakt ieder kort en oppervlakkig interpersoonlijk contact tot een opgave. Door de druk waar u uzelf onder zet, gaat u klungelen in interpersoonlijke relaties en u onhandig en sociaal onaangepast gedragen. Uw sociale isolatie maakt uw leven tot een eenzame en dorre aangelegenheid. U wilt graag vrienden hebben en volop met het leven meedoen,m maar uw sociale angst doet u terugschrikken zodat u voortdurend uitvluchten verzint om dat sollicitatiegesprek te laten zitten of niet naar dat feestje te gaan. U zegt afspraakjes af omdat u zich zorgen maakt dat u niet de juiste kleren aan zult hebben,zult weten wat u moet zeggen, of leuk genoeg zijn. Naar school of werk gaan is zo’n beproeving dat u van alles bedenkt om maar thuis te kunnen blijven, zodat u achterop raakt. Hierdoor wordt het nog moeilijker om de mensen onder ogen te komen en u wordt voortdurend in de verleiding gebracht om de pijp aan Maarten te geven.
U wordt een chronisch onderpresteerder die vanaf de zijlijn toekijkt terwijl het leven voorbij snelt.
Sociale angst is het ondraaglijkst wanneer u tot contact met onbekenden wordt gedwongen. Omdat nieuwe relaties zo moeilijk op te starten zijn, raakt u bijzonder afhankelijk van de enkele goede, reeds lang bestaande relaties die u hebt. Hierdoor blijft u binnen een heel klein kringetje ronddraaien. Als u al nauwe banden met anderen heeft dan is het waarschijnlijk met familieleden of met een partner die zelf het initiatief genomen heeft. Uw gebrek aan zelfverzekerdheid strekt zich gewoonlijk ook uit tot uw seksuele aantrekkelijkheid en prestaties. Bij mannen kan dit problemen met opgewonden raken of voortijdige ejaculatie veroorzaken; bij vrouwen een moeilijk geprikkeld kunnen raken en bij beide geslachten een gêne voor het eigen naakte lichaam en een liever vermijden van seksuele ontmoetingen. Uw gevoelens van sociale incompetentie zorgen voor de gebruikelijke ‘self-fulfilling prophecy’: hoe meer u zich terugtrekt, des te verder u bij uw leeftijdsgenoten achterop raakt in het ontwikkelen van sociale vaardigheden en des te lomper en onhandiger u wordt, tot anderen u ten slotte niet meer proberen bij sociale activiteiten te betrekken, zodat u zich inderdaad afgewezen en vernederd kunt voelen. Het is natuurlijker om op je zestiende wat
onhandig te zijn bij een eerste afspraakje dan op je zesentwintigste, om op je eenentwintigste nog geen seksuele ervaring te hebben dan p je vijfendertigste, en om op je drieëntwintigste af te vragen hoe je een sollicitatiegesprek aan moet pakken dan op je veertigste. Hoe langer u de in het normale patroon der verwachtingen liggende stappen ontwijkt, des te meer u zich achterop voelt raken en des te moeilijker u de anderen weer inhaalt.
Volgens het diagnostisch handboek hebt u een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis als er sprake is van het volgende:

-U vertoont een patroon van gevoelens van enorme kwetsbaarheid, onbeholpenheid en
geremdheid in sociale situaties. Dit patroon blijkt uit het feit dat u tenminste vier van de
volgende slecht aangepaste kenmerken vertoont:
1-U vermijd werk dat een significante mate van interpersoonlijk contact met zich meebrengt, omdat u bang bent voor kritiek of afwijzing.
2-U wilt niet bij anderen betrokken raken tenzij u vantevoren al zeker weet dat u goed bij ze zult vallen
3-U stelt zich in intieme relaties afstandelijk op om uzelf te beschermen tegen afgekat of in uw hemd gezet worden.
4-U bent in sociale situaties altijd bang dat men kritiek op u zal uitoefenen of u afwijzen
5-Bij ontmoetingen met nieuwe mensen bent u geremd omdat u denkt u zich niet goed te kunnen presenteren
6-U meent sociaal onhandig, persoonlijk onaantrekkelijk of inferieur aan anderen te zijn
7-U voelt er niets voor uw nek uit te steken of nieuwe dingen te proberen omdat u daarmee een bok zou kunnen schieten

Uit: Stemming en stoornis, pagina 214 e.v.

 Bron: pagina 51 PBC-rapport

9-Karakterschets

Nu duidelijk is dat de psychologische rapportages niet kloppen is de grote vraag natuurlijk: wat voor persoonlijkheid heb ik dan wel? Of ben ik dan toch onpeilbaar, zoals de rechters beweren? Om maar meteen die laatste vraag te beantwoorden: nee, ik ben zeker niet onpeilbaar. Want er mogen dan twee verschillende rapporten liggen van ‘deskundigen’ die het niet eens kunnen worden, maar dat heeft niks te maken met dat ik onpeilbaar zou zijn. Want dat komt gewoon omdat die deskundigen niet kundig te werk zijn gegaan. Wat de beoordeling van mijn karakter wel ernstig bemoeilijkt is dat de situatie waar ik nu in zit een erg ongemakkelijke is. Daar is dus niet veel uit af te leiden. Want ik zit niet alleen in de gevangenis, wat al geen normale situatie is, en waardoor een normaal, gelijkwaardig gesprek, en normaal functioneren al per definitie uitgesloten is. Maar ik heb ook nog eens levenslang, waardoor de manier waarop je in het leven staat dramatisch beïnvloedt wordt. Tenslotte maakt die straf alles zinloos. Als ik al niet onthecht was, zou ik het door die straf zijn geworden. Want je verliest je hele identiteit erdoor. Die onthechting speelt trouwens ook een belangrijke rol bij de manier waarop ik nu in het leven sta. Ik geef niet zoveel meer om het leven. Als het morgen is afgelopen, is het ook goed. Andere factoren die het bemoeilijken om mij karakteriseren aan de hand van hoe ik nu ben, is dat ik altijd al buiten de maatschappij heb gestaan en nog steeds sta. En dat was een bewuste keuze. Maar alleen al die anarchistische
overtuiging die ik vroeger had begrijpen de mensen niet. Dat vinden ze maar raar. Zoiets past gewoon niet in hun kleine hoofdjes. En als ik dan als gevolg daarvan ook nog allerlei geschreven en ongeschreven gedragscodes overtreedt, want wat zij normaal vinden, classificeer ik soms als volstrekt idioot, dan zijn ze de weg helemaal kwijt. Dan begrijpen de meeste mensen (psychologen incluis) je helemaal niet meer.
En of dat allemaal nog niet genoeg is, onderscheid ik me ook nog eens door mijn intelligentie. En dan bedoel ik niet dat ik mezelf nou zo slim vind, maar meer dat je toch op een ander niveau functioneert. Je hebt andere interesses, andere humor, andere zienswijzen, je drukt je anders uit, etc. Oftewel: je zit niet echt ‘op dezelfde golflengte’. En dat werkt dus twee kanten op: ik voel me niet erg op mijn gemak tussen die types die genoeg hebben aan ‘voetbal, bier en tieten’ (de ‘normalen’), en zij voelen zich bij mij niet thuis. En hier in de bajes is het helemaal erg. Ik heb niks met al die achterbakse types die al liegen als ze “goedemorgen” zeggen, personeel incluis. Dus ook daardoor val ik een beetje buiten de groep, en ben ik anders. En dat ik hier altijd vrolijk rondloop, terwijl ik levenslang heb, dat begrijpen ze ook niet, kunnen ze ook niet plaatsen. Voor het klootjesvolk ben je dan dus al snel een ‘gek’ of wereldvreemd. En de deskundigen denken dan al snel in de richting van een stoornis. En om het plaatje helemaal compleet te maken, ben ik ook nog eens een misantroop geworden. Ik
heb niet veel meer op met mijn medemens. Ze kunnen zogezegd allemaal de tering krijgen. Kortom, mijn karakter duiden aan de hand van hoe ik nu ben, in deze situatie, is erg lastig, zoniet onmogelijk.

Dat er problemen zijn om mij te karakteriseren heeft dus naast de ongemakkelijke situatie waarin ik verkeer, ook vooral te maken met het feit dat ik een buitenstaander ben. Met weinig sociale contacten. Dan wordt het blijkbaar lastig om je in een hokje te plaatsen. Dat je een buitenstaander bent, betekent natuurlijk wel per definitie dat je niet ‘normaal’ bent: je valt (of liever gezegd: staat) tenslotte buiten de groep. En dat maakt het voor psychologen en psychiaters lastig want in de Algemene diagnostische criteria voor een persoonlijkheidsstoornis DSM-IV-TR staat dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis als onder andere voldaan wordt aan het criteria A:‘Een duurzaam, diepgaand en star patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen dat binnen de cultuur van betrokkene duidelijk afwijkt van de verwachtingen’. Dat zou de psychiaters kunnen verleiden om te gaan denken in termen van stoornis en misschien zelfs aan een Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, tenslotte heb je vaak vrijwel dezelfde symptomen. Gelukkig is er meer voor nodig om met recht te kunnen spreken van een stoornis, bijvoorbeeld criteria B t/m F, maar een fout is dus snel gemaakt. En
voor de diagnose OPS is het dus van belang onderscheid te maken tussen: of je buiten de groep staat uit omdat je er voor gekozen hebt, of dat het voortkomt uit onvermogen. In mijn geval: het gebrek aan sociale contacten is niet te wijten aan angst voor afwijzing of iets dergelijks, maar is een keuze: ik ben een zelfgekozen einzelgänger. Want liever alleen dan in slecht gezelschap. Misschien is zelfs mijn IQ (140 volgens WAIS III PBC-onderzoek) de oorzaak. Want naast het feit dat je zelf vaak zoiets hebt van : ‘Wat doe ik hier eigenlijk?’ wordt er ook vanuit de groep afwijzend op je gereageerd: je wordt er op aangekeken, omdat niemand het leuk vindt als je slim bent. En dat begint al op de lagere school. Een hoog IQ is gewoon een handicap in deze maatschappij.
Psycholoog drs. K. Ponte in Primo: ‘Het kind kan zich onbegrepen voelen en gefrustreerd raken, omdat het op een heel ander niveau functioneert. […] Zo kan er wrijving ontstaan tussen het hoogbegaafde kind en de rest van de kleuters, met eventueel gevolg dat het kind zich afzondert […] Ze hebben vaak een hoge mate van gevoeligheid en weten precies wat er van hen wordt verwacht […] Een derde loopt vast door de hoogbegaafdheid.’

In ieder geval, Buitenstaanders zijn gewoon een aparte categorie mensen. Want er zijn er veel meer. Vaak zijn het kunstenaars, schrijvers, journalisten en dergelijke, die er zelf voor gekozen hebben zich buiten de groep, buiten de maatschappij te plaatsen. Ze zijn dus wel in staat om ‘sociaal en beroepsmatig’ normaal te functioneren, maar kiezen ervoor om dat niet te doen. Die groep buitenstaanders heeft een aantal kenmerken gemeen: ze zijn graag op zichzelf, hebben een hekel aan groepen, zullen zich nooit conformeren, ze observeren hun medemens, en zijn vaak een beetje afstandelijk. In mijn autobiografie noem ik er een aantal. Het zijn stuk voor stuk mensen waarmee ik me identificeer. zie hoofdstuk 12 Autobiografie: Buitenstaander.

Maar goed, blijft de vraag: hoe moet je mijn karakter dan wel duiden? Wat voor persoonlijkheid ben ik dan? Ik denk dat ik daarvoor moet terugrijpen op de oude Grieken. Zij beweerden dat je karakter je lot is. Dat je er mee geboren wordt, en er nauwelijks aan te ontsnappen is. En ik geef ze gelijk. Want er kan nog zoveel veranderen in je leven, er kan nog zoveel gebeuren, maar er zijn dingen waar je niet aan kunt ontsnappen. Eén van die dingen die onveranderbaar zijn, heb ik gemerkt, is je karakter. Dus als je mijn persoonlijkheid wilt bepalen zul je terug moeten gaan naar mijn vroege jeugd. Ik denk dat ik daarvoor het beste het observatierapport van de kleuterschool erbij kan halen. Daarin is mijn karakter het best beschreven. Daar herken ik mezelf ook in. Nog steeds. Ook daaruit is af te leiden dat ik een sterk pro-sociaal karakter heb.

Ook in de autobiografie geef ik een karakterschets van mezelf. Zie hoofdstuk 12
Autobiografie: Karakterschets. Eén van de dingen die de oplettende lezer meteen zal opvallen -omdat het sterk in tegenspraak is met de negatieve beeldvorming die ontstaan is, en waarin juist het tegendeel werd beweerd - is mijn opmerking dat ik een groot inlevingsvermogen heb. En ik heb al eens eerder kenbaar gemaakt dat mijn EQ niet achterblijft bij mijn IQ. En dat betekent dus dat mijn inlevingsvermogen en geweten goed ontwikkeld zijn. Dat het geen loze praat is blijkt als je de feiten erbij pakt:

EQ wordt als volgt gedefinieerd: ‘Het is algemeen geaccepteerd dat emotionele intelligentie uit vijf componenten of gebieden van bekwaamheid bestaat:
-zelfbeheersing: in staat zijn uw eigen emotionele gesteldheid te sturen en te beheersen
-zelfbewustzijn: uzelf kennen en weten wat uw emoties u vertellen
-motivatie: uw emoties in banen leiden om het u mogelijk te maken uw doelen te bereiken
-empathie: het herkennen en lezen van emoties bij anderen
-sociale vaardigheden: het contact met en de invloed op anderen

Uit: Woods, 2004

En op de eerste vier punten scoor ik zeer goed. Voor wie nog steeds niet overtuigd is verwijs ik naar het PBC-rapport want ook dat ondersteunt mijn beweringen. Pagina 51 PBC-rapport (zie bijlagen 8.1):

‘Betr.’s cognitieve empathische vermogen (kennis hebben en begrijpen van gevoelens van de ander) is goed ontwikkeld.’

En pagina 38:

‘De gewetensfuncties (waaronder inleving, normbesef, altruïsme, sociale betrokkenheid) zijn normaal ontwikkeld […]‘In affectief opzicht blijkt betr. sensitief’

Maar voor wie toch een beetje een onafhankelijk oordeel wil over hoe ik functioneer, kan ook een artikel in de Telegraaf erbij pakken waarin Stefan mij als volgt beschrijft: ‘erg mee ge-lachen’,’beetje afstandelijk’, ‘werkt goed’, etc. (Zie Deel I) En hij heeft me dus meegemaakt in het najaar van 2005/voorjaar 2006. Ook het interview met Iwan in de Volkskrant van 30 maart 2005 geeft hetzelfde beeld: aimabel, vriendelijk, etc. (zie bijlagen 6.2.1)

Het penitentiair dossier ten slotte, geeft ook een indicatie voor het probleemloos functioneren: 7 jaar lang geen enkel rapport. Geen vechtpartijen, geen drugsgebruik, geen aanvaringen, kortom geen enkel probleem! Sterker nog, ik ben bijna altijd positief gestemd. Ga correct om met iedereen. Altijd luchten en sporten, volg onderwijs, etc. Ben zelfs twee jaar lang reiniger geweest (dat is een zg. vertrouwensbaantje). En 7 jaar zitten zonder één enkele psychische of lichamelijke klacht (die gaan altijd samen met een stoornis: geen stoornis zonder lichamelijke en psychische klachten en afhankelijkheid van middelen) is een hele prestatie. Dus zonder depressie, agressie of frustraties (ik heb nog geen paracetamoltablet nodig gehad). Kortom psychisch zeer stabiel en in staat probleemloos te functioneren zelfs in deze moeilijke omstandigheden. Ze hebben me hier nog nooit kwaad gezien. Alleen vrolijk. Er is nog geen onvertogen woord gevallen. Zelfs in deze omstandigheden die toch het uiterste vergen van een persoon ben ik de rust zelve. Dat zegt genoeg over mijn psychische gesteldheid. Dat ik hier prima sociaal functioneer laat dus zien dat er geen sprake is van een persoonlijkheidsstoornis zoals in het rapport is beweerd, aangezien de definitie luidt dat er sprake moet zijn van ‘problemen met sociaal en beroepsmatig functioneren’ over een ‘langere periode’ en dat die ‘onveranderbaar’ zijn. En bovendien moet er sprake van zijn dat je er onder lijdt (zie Algemene diagnostische criteria voor een persoonlijkheidsstoornis DSM-IV-TR).

Samengevat: op mijn karakter valt zeer weinig aan te merken. Ik zit psychologisch stukken beter in elkaar dan de gemiddelde Nederlander (hoger IQ, hoger EQ, etc.). En ik mocht willen dat ik net zo weinig geweten en inlevingsvermogen als de gemiddelde Nederlander had gehad, mijn god, wat zou ik een gemakkelijk en comfortabel leven gehad hebben.

Ook mijn autobiografische roman met de titel Bedankt en tot ziens!, maakt een hoop duidelijk over mijn levensloop, beweegredenen, karakter, etc.:


Bedankt en tot ziens!

is het verhaal van een
zoektocht naar vrijheid,
geluk en dat kleine beetje
liefde. Het verhaal ook
van een bankoverval,
een vlucht naar het paradijs
en een prinses. En
verder een hoop drank
en hoeren…

 

 

9.1 Bijlagen Karakterschets

 
10-De Bekentenis

Nog afgezien van het feit dat het vonnis zowel wat betreft de motivatie als de strafmaat niet klopt, is ook het bewijs op grond waarvan ze het een en ander bewezen achten zeer mager. In feite hebben ze alleen mijn bekentenis. Sterker nog, ik heb alles bekend waarvan ze me beschuldigd hebben, het hele lijstje dat ze me op het politiebureau in Barcelona onder de neus geduwd hebben.

Pim de Vos in Advocaat of maffiamaat:

‘In de gevangenissen zitten ongetwijfeld mensen die iets bekend hebben dat zij niet gedaan hebben […] Gelukkig heeft de wetgever zich al in 1926 gerealiseerd dat een bekentenis nog niet hoeft te beteken dat iemand ‘het gedaan heeft’. Daarom staat in artikel 341, lid 4 van het Wetboek van Strafrecht: “Het bewijs dat de verdachte het ten late gelegde feit heeft begaan, kan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de opgaven van de verdachte.”’

Neem bijvoorbeeld de ‘aanslagen’. Ik beweer dat ik die gepleegd heb. Ik vertel ze ook welke explosieven er zijn gebruikt. Maar uit de rapporten van het NFI valt op te maken dat het lang niet altijd overeenkomt met wat ze in het laboratorium gevonden hebben (zie bijlagen). Er is ook geen DNA gevonden, geen vingerafdrukken, er zijn geen camerabeelden, geen getuigen, etc. Er is alleen een verklaring van mij. Alleen een bekentenis. De rechters vinden dat voldoende om me te veroordelen. Had ik niet bekend, dan hadden ze me dus niet kunnen veroordelen. Maar wie zegt nu dat die bekentenis waar is? Wat nou als ik alleen de explosieven heb geleverd? Wat nou als ik het niet alleen heb gedaan? Of wat nou als ik er alleen zijdelings mee te maken had?

Iets soortgelijks geldt voor de moord. In mijn brief aan de journalisten van De Gelderlander van 29 september 2008 schrijf ik:

‘En ze hebben mij alleen kunnen veroordelen omdát ik heb meegewerkt en “open kaart” gespeeld heb. Er is geen bewijs, ze hebben mij veroordeeld op mijn bekentenis. En het grappige is dat ze aan die bekentenis weer helemaal níet twijfelen… Ze hadden gewoon een zondebok nodig, dat blijkt wel. En die hebben ze gekregen.’

De feiten zijn: Ik had een rekening te vereffenen met ‘radikaal links’. Er is contact opgenomen via e-mail onder het pseudoniem Edmunt Dantes. Ik had een motief. Ik had een jachtgeweer. En 15 november is Louis Sévèke doodgeschoten. En ik heb bekend. Toch blijkt ook die bekentenis op cruciale punten niet te kloppen…

Uit: Volkskrant 4/7/07, ‘Zaak-Sévèke uitgesteld’:

‘Volgens advocaat Ficq is het mogelijk dat de 38-jarige T. veel van de informatie over de moord die alleen bij een dader bekend kan zijn, via andere wegen heeft
verkregen. Bijvoorbeeld van getuigen of via de media en internet. Ook kloppen delen van zijn bekentenis niet met de technische feiten.

Zo heeft T. uitgelegd dat hij Sévèke twee maal in de rug heeft geschoten, hoewel bij het slachtoffer schotwonden in borst en hals zijn aangetroffen. Ook is het wapen  nooit gevonden op de plek waar T. zei dat hij het had weggegooid. En het blijft onduidelijk of er twee of drie maal is geschoten, volgens de advocaat.’

Uit: AD 4/7/07, door Niels Dekker:

Volgens de raadsvrouw zou T. zijn bekentenis wel eens kunnen hebben verzonnen. Ze vindt het vooral vreemd dat T. beweert Sévèke op 15 november 2005 twee maal met een jachtgeweer met afgezaagde loop in zijn rug heeft geschoten. Want was uit de autopsie niet gebleken dat Sévèke in zijn rug én borst was geschoten? En waar kwam die derde schotwond in zijn hals vandaan?
,,Een cruciale afwijking,’’ vindt de advocate, die nog wel meer vreemde dingen heeft gezien in het politieonderzoek. Want waarom was het wapen nooit gevonden en zag de man op de beelden op het treinstation er anders uit dan T. zichzelf die avond had beschreven? Bovendien zijn de verhalen in het dagboek van T., dat werd gevonden op zijn laptop, volgens haar helemaal niet zo duidelijk.

 

10.1 Bijlagen Bekentenis


11-Epiloog

Deel I en II van Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist was een reconstructie van de rechtszaak rond de moord op Louis Sévèke. Vanaf de arrestatie in Barcelona op 16 maart 2007 tot de rondjes op de luchtplaats in P.I. Vught eind 2010, en alles er tussen in. Het proces, het vonnis, de rol van de media, de psychologische rapporten, het gevangenisleven, etc. Deel III ging over de fouten die daarbij zijn gemaakt. En dat zijn er nogal wat. En daarbij is de hoogte van de uiteindelijke straf niet eens de belangrijkste. Want levenslang voor iemand die een moord bekend, is moreel gezien misschien nog wel een milde straf. In de brief aan een kennis formuleerde ik het 26 maart 2010 zo:

‘Tot 2005 zou een moordenaar voor mij ook iemand zijn geweest die ver van me afstaat en waarvan je je afvraagt hoe de paden in zijn hoofd -in godsnaam -lopen, en die je, hoezeer je ook je best doet, toch nooit helemaal kunt begrijpen. En ik zou van mening zijn geweest dat als je een leven op je geweten hebt, je zelf ook geen recht hebt om te leven. En dat in zo’n geval een levenslange gevangenisstraf een lichte straf is. Maar we zitten nu in 2010. En de situatie is dramatisch veranderd. Ik weet nu hoe de paden lopen en waar ze uitkomen. Maar één ding is onveranderd. Het blijft een leven dat niet geleefd mag worden.’

Maar de rechters spreken geen moreel oordeel uit maar een juridisch. Het is dus zo dat -los van het morele vraagstuk - zo’n veroordeling juridisch moet kloppen. Het moet gebaseerd zijn op feiten en argumenten, en op wetgeving en jurisprudentie. En daar zit het eerste probleem. Maar los van de vraag dus of de strafmaat wel klopt en de motivatie, is er iets wat duidelijk niet klopt, en dat is de beeldvorming. De zaak is uitgebreid in het nieuws geweest en daarbij ben ik weggezet als gestoorde gek, psychopaat, terrorist, autist, doorgedraaide anarchist en nog veel meer. Je zou kunnen spreken van karaktermoord. Kijk, dat je door de rechtbank zwaar gestraft wordt is het probleem niet, maar zoals gezegd, moet het wel gebaseerd zijn op feiten en niet op beeldvorming in de media.

Kortom, dit deel III was een poging tot waarheidsvinding. En ik doe hier het werk dat
eigenlijk door mijn advocaat gedaan had moeten worden. Sterker nog, het werk dat ik haar gevraagd heb voor me te doen. Brief Kees Broer:

‘Ik heb er bij mijn advocaat op aangedrongen na de eerste negatieve berichtgevingen, vooral het motief te verduidelijken en daarmee de beeldvorming te corrigeren. Ook haar voorstel om voor tbs te kiezen heb ik direct afgewezen. Sterker nog, ik wilde niet het risico lopen tbs opgelegd te krijgen, niet zozeer omdat ik twijfelde aan mijn toerekeningsvatbaarheid maar wel -en terecht dus -aan de deskundigheid, objectiviteit en betrouwbaarheid van de “deskundigen”.’

In mijn eerste brief aan Ficq van 18 mei 2007:

‘N.a.v. het bezoek dinsdag j.l. het volgende: ik stel het zeer op prijs dat er gezocht wordt naar de best mogelijke verdedigingsstrategie, maar het voorstel om de verklaringen in te trekken en de rechter voor te houden dat het motief ontbreekt evenals overtuigend bewijs, lijkt me geen goed idee. 
Vooral omdat het niet mijn stijl is, en ook omdat ik de kans van slagen niet erg hoog inschat. Bovendien is de gevangenisstraf voor de overige zaken al zo hoog dat ik net zo goed open kaart kan (blijven) spelen.’

En 29 mei 2007:

‘In mijn vorige brief van 18 mei jl. heb ik al aangegeven hoe ik tegen de zaak aan kijk. Nu wil er iets verder op ingaan. Want ik wil namelijk niet het risico lopen dat de indruk ontstaat dat de moord op Louis Sévèke ingegeven is door “waanideeën”. Ten eerste omdat het niet waar is, en ten tweede omdat het gevolgen heeft voor de straf én mijn geloofwaardigheid. (Ook mede daarom kies ik liever niet voor tbs)’

‘Samenvattend: ik wil voorkomen dat in de rechtszaal het motief afgedaan wordt met
“gebaseerd op waanideeën”. Ik hoop daarom dat deze toelichting overtuigend genoeg is en dat je me hierin steunt. Ik denk in ieder geval dat het toch een aantal zaken opgenoemd heb die concreet en controleerbaar zijn (bijvoorbeeld de artikelen in Ravage, Vrij Nederland, de andere publicaties die ik genoemd heb) Misschien is het handig ze te verzamelen, voor zover ze nog niet in het dossier zitten.’

Maar zoals in De Fouten van Ficq al uitgebreid aan de orde is geweest, heeft ze niet alleen nagelaten mijn aanwijzingen op te volgen. Ze belemmert mij er ook in om het zelf te doen. Ik krijg namelijk niet de dossierstukken waar ik om vraag, net zo min als dat ik andere informatie van haar krijg waar ik om vraag.

Samengevat: alles bij elkaar genomen is het gewoon geen eerlijk proces geweest. Want er is sprake geweest van:

-Trial by media.

Waarbij ik ben weggezet als verward, paranoïde, gestoord en zonder inlevingsvermogen en geweten. Bovendien zou het motief voor de moord ontbreken en zou ik van plan zijn geweest nog meer moorden te plegen. En deze negatieve beeldvorming is dus ontstaan c.q. tot stand gebracht, nog vóór dat het proces op 4 juli 2007 van start gaat.

-Dossier was niet compleet.

Pas in oktober 2010 heb ik, van de officier van justitie notabene, het volledige dossier toegestuurd gekregen.

-Strafmaat klopt niet volgens jurisprudentie.

Er wordt met twee maten gemeten. Zelfs voor meervoudige moorden wordt geen levenslang gegeven.

-Motivatie van het vonnis klopt niet.

Levenslang wordt gemotiveerd met niet meer dan de zin: ‘Hij zou wel eens weer een ernstig geweldsmisdrijf kunnen plegen’. Het is verder nergens op gebaseerd. Het is zelfs in tegenspraak met het PBC-rapport dat concudeert dat er geen enkel recidivegevaar te duchten is. Het recidivegevaar bestaat dus alleen in de fantasie van de rechters. En alsof dat nog niet erg genoeg is: zelfs beroepscriminelen die opnieuw voor dodelijk geweld worden veroordeeld en waarbij het recidivegevaar dus bewezen is, komen er met lage tijdelijke gevangenisstraffen vanaf.

-Psychologische rapporten waarop vonnis gebaseerd is kloppen niet.

Het FPD-rapport is letterlijk van a tot z bij elkaar gelogen.

-Bekentenis zegt niets.

De rechters hebben me tot de zwaarst mogelijke straf in Nederland (en zelfs Europa) veroordeeld, terwijl er ook nog eens geen spatje bewijs is. Er ligt alleen een bekentenis. Een bekentenis die bovendien op cruciale punten niet klopt met de feiten.

En deze conclusie leidt er toe dat ik de mogelijkheid van een herziening wil onderzoeken. Want ook ik heb recht op een eerlijk proces. Maar het probleem is dat de Hoge Raad verzoeken tot herziening maar zeer zelden honoreert. Er zijn wel voorstellen om de mogelijkheid voor een herziening in de toekomst uit te breiden. Want er wordt vaker geblunderd. Zie De Putten-se moordzaak, de Schiedammer parkmoord, Lucia de B. Vooral die laatste rechtszaak is een illustratief voorbeeld. Want ook zij is tot levenslang veroordeeld (in hoger beroep zelfs tot levenslang plus tbs, wat juridisch helemaal niet kan) en feitelijk ook alleen maar op basis van beeldvorming, tunnelvisie en het tegemoet willen komen aan druk vanuit de publieke opinie. Maarten ’t Hart schreef in een voorwoord van het boek van Lucia de Berk dat ze haar gevangenisstraf
alleen maar te danken had aan: ‘het mediacircus geregisseerd door officieren van justitie’. En hij vergeleek het met een heksenproces. En haar advocaat Stijn Franken liet weten: ‘Beeldvorming is cruciaal geweest in deze zaak […] Ze is niet veroordeeld op basis van feiten, maar op basis van beeldvorming’. En dat is bij mij dus ook gebeurd. Het is op dit moment al wel zo dat bij een gewijzigd standpunt van een deskundige op basis van bekende feiten -dus zonder dat er sprake is van een novum -onder bepaalde omstandigheden een herziening mogelijk is (zie Niels van Schaijk, Het Strafrechterlijk Novumbegrip.) En aangezien er in mijn zaak een veroordeling is uitgesproken op basis van foutieve -en bovendien verkeerd uitgelegde! -gedragskundige rapporten, biedt dat volgens mij mogelijkheden. En tot slot: er hebben zich pas drie rechters over de zaak gebogen omdat ik, gezien de maatschappelijke druk en de beeldvorming, in hoger beroep de kans op en eerlijk proces gebaseerd op feiten en met als doel waarheidsvinding zeer laag inschatte. Ook een punt voor de Hoge Raad om mee te nemen in de overweging.

Per 1 oktober 2012 is de Wet herziening ten Voordele aangenomen. Daarin zijn de criteria voor een herziening versoepeld. Nu is dus wettelijk vastgelegd dat nieuwe inzichten van deskundigen ten aanzien van feiten die al bekend zijn, onder omstandigheden grond kunnen zijn voor herziening. Een novum is dus niet meer noodzakelijk.

12- Autobiografie

Inhoud:

-pag. 7 Voorwoord
-pag. 8-12 Curriculum Vitae
-pag. 13-14 Karakterschets
-pag. 23 Nerd
-pag. 30-38 Buitenstaander
-pag. 39 Uitkeringstrekker
-pag. 41-46 Anarchist en dienstweigeraar
-pag. 50-51 XTC-lab
-pag. 58-59 Autodief-gevangenis
-pag. 60-61 De acties
-pag. 67 Dakloos-Alcoholist-Kraker
-pag. 75-76 Identiteitsverlies
-pag. 77-78 Loonslaaf
-pag. 121-127 Happy end naar de klote
-pag. 128-131 De Aftiteling-Afrekening
-pag. 146-147 Dit geheel terzijde

 

 


13-Chronologie

Datum:

16 maart 2007: Arrestatie Barcelona
17 maart 2007: Overplaatsing naar de Soto del Real gevangenis, Madrid
27 maart 2007: Uitlevering naar Nederland
27 maart 2007: In verzekeringstelling politiebureau Nijmegen
28 maart 2007: Piketadvocaat toegewezen gekregen
30 maart 2007: Benedicte Ficq toegewezen gekregen
30 maart 2007: Bevel tot inbewaringstelling
31 maart 2007: Overplaatsing naar HvB, P.I. Arnhem-zuid
3 april 2007: Verzoek OvJ triple disciplinair onderzoek
5 april 2007: Verzoek Ficq aan OvJ om ‘deskundige deskundige’ te mogen aanwijzen
6 april 2007: Verslag voorgeleidingsconsult psychiater NIFP gereed
13 april 2007: Verzoek OvJ aan FPD om triple rapportage.
23 april 2007: Onderzoek mevr. Kaiser
26 april 2007: Onderzoek mevr. Kaiser
2 mei 2007: Onderzoek dhr. Baneke
16 mei 2007: Onderzoek dhr Baneke
23 mei 2007: Onderzoek dhr. Baneke
13 juni 2007: Rapport ambulant FPD-onderzoek gereed
21 juni 2007: FPD-rapport in hoofdlijnen besproken met mij
4 juli 2007: Rechtbankzitting Arnhem. Zelf nieuw gedragskundig onderzoek gevraagd. Rechtszaak uitgesteld.
26 september 2007: Pro forma-zitting
6 december 2007: Aankomst in het Pieter Baan Centrum
19 december 2007: Pro forma-zitting
26 januari 2008: Terugkeer naar HvB in de Blueband-bajes
13 februari 2008: PBC-rapport beschikbaar
21 februari 2008: 1e procesdag rechtbank Arnhem
22 februari 2008: 2e procesdag
7 maart 2008: Vonnis uitgesproken
21 maart 2008: Vonnis onherroepelijk
16 mei 2008: Overplaatsing naar P.I. Zuid-Limburg, De Geerhorst, Sittard
14 maart 2009: Overplaatsing naar P.I. Nieuw Vosseveld, Vught

Voor uitgebreide informatie zie Gevangenisherinneringen van een ex-anarchist, Deel I

14-Nawoord

Het proces en de nasleep ervan heeft ongewild het een en ander duidelijk gemaakt over de toestand van de rechtsstaat. Iedereen heeft er altijd de mond van vol. Hoe belangrijk en fantastisch die rechtsstaat wel niet is. Toegegeven, het klinkt ook allemaal heel mooi: Waarheidsvinding… Iedereen gelijk voor de wet… Wettig en overtuigende bewijs…, etc. Maar dat is de theorie. De praktijk is wat weerbarstiger.

De eerste reality-check was toen ik er achterkwam wat er zich tijdens de rechtszaak allemaal werkelijk heeft afgespeeld. Maar toen was het al te laat. Want dat was jaren na het vonnis. Dat het zo lang geduurd heeft komt omdat ik mijn uiterste best heb moeten doen om al die informatie boven te halen, en ik daarbij niet op steun kon rekenen van bijvoorbeeld advocaten. Ik heb alles zelf moeten uitzoeken. Zo heeft het bijvoorbeeld jaren geduurd voordat ik het dossier kon bemachtigen. Een hele rits van advocaten had het toen al laten afweten. Ficq heb ik anderhalf jaar lang gevraagd om de dossierstukken op te sturen, maar toen het proces voorbij was had ik ze nog niet, en leek ze in rook te zijn opgegaan. Ook Anker&Anker, het advocatenduo dat het zegt op te nemen voor levenslanggestraften, reageerde afwijzend op mijn verzoek om hulp bij het reconstrueren van de hele rechtszaak en te kijken of een herziening mogelijk is. Zij verwezen mij door naar H. Cremers. Ook zij deed de reputatie van advocaten al snel eer aan. Want ze gooide het bijltje er al binnen de kortste keren bij neer. Terwijl toen al
duidelijk was dat het vonnis van alle kanten rammelde, dat de berichtgeving meer bepalend voor de strafmaat is geweest dan het dossier, en dat ik dat dossier dus helemaal niet heb gehad! Min of meer uit wanhoop heb ik toen maar een brief geschreven aan de officier van justitie in mijn zaak, mr. Aidan van Veen. Of hij misschien het dossier kon opsturen. Binnen een maand had hij het geregeld. Maar toen was het dus al wel 2010. Drie jaar na de rechtszaak!


Maar goed, toen ik eindelijk het dossier toegestuurd kreeg en de mogelijkheid kreeg om kortstondig in de digitale archieven van de kranten te duiken, toen viel mijn mond van verbazing open. Toen kwam ik erachter dat het gewoon Trial by Media is geweest. En dat het vonnis van geen kanten klopt. Levenslang wordt met niet meer dan de zin ‘hij zou wel eens weer een ernstig gewelddelict kunnen plegen’, gerechtvaardigd. Terwijl het nergens op gebaseerd is. Het bestaat alleen in de fantasie van de rechters. Ook is duidelijk dat het FPD-rapport totaal uit de duim gezogen is. Eind 2011 had ik eindelijk alle misstanden in kaart gebracht en op papier gezet. Toen was ik nog vol goede moed. Als ik de waarheid en de feiten over het proces zou presenteren, zou alles goedkomen. Want dan zou het voor iedereen duidelijk worden dat het geen eerlijk proces is geweest. Ik hoefde het alleen nog maar op de bus te gooien. Een herziening zou slechts een kwestie van tijd zijn. Dacht ik.

Toen kwam de volgende reality-check. Want de feiten openbaar maken, bleek nog niet zo makkelijk. Het ging al mis toen ik twee exemplaren van het document op de bus gooide. Een was geadresseerd aan A.F.Th. van der Heijden, de schrijver waarmee ik toen al jaren correspondeerde, en een aan Koen Haegens, de enige(!) journalist die tijdens de rechtszaak vrij dicht bij de waarheid is gebleven. Maar wie schets mijn verbazing? De directeur weigerde de post door te sturen. Ik zocht contact met de media, werd er gezegd. En dat mocht niet van de directeur. Hoewel ik er volgens de PbW het volste recht toe heb, en A.F.Th. helemaal geen journalist is. Bovendien, tijdens het proces is de grootste onzin over mij beweerd, wat me uiteindelijk levenslang heeft opgeleverd, dan heb ik toch ook recht op een weerwoord? Want dat is toch ook een van die mooie principes van de rechtsstaat en democratie: vrije pers. De
journalist als waakhond. Op zoek naar de waarheid. En die hoor en wederhoor toepassen. En hoe moet ik in godsnaam een herziening voor elkaar krijgen, als ik mijn kritiek op de procesgang niet aan journalisten kenbaar mag maken?! Dus ik in beklag. Ik had goede hoop. Maar wat denk je? De Commissie van Toezicht geeft zonder blikken of blozen de directeur gelijk! Dat was dus een wijze les: justitie heeft altijd gelijk, al heb je de wet aan je kant. Dus de zaak in hoger beroep aan de RSJ voorleggen liet ik wijselijk achterwege.

Maar toen kreeg ik het toch wel benauwd, want als justitie zich niet aan haar eigen regels hoeft te houden, waar blijf ik dan? Ik had het gevoel dat ik monddood gemaakt werd. Want naast de weigering om de postte verzenden, werd er ook nog eens post tegengehouden, zijn er poststukken op mysterieuze wijze verdwenen en zijn zelfs cd-rom’s onherstelbaar beschadigd (bijvoorbeeld de cd-rom met een deel van het dossier daarop die de OvJ mij toezond). ‘Ligt aan de postbezorgers’ werd mij gezegd. Kan allemaal gebeuren toch? Tuurlijk.

Anyway, het document is na veel omwegen uiteindelijk toch daar beland waar het moet zijn: op de bureau’s van strafrechtdeskundigen en journalisten (met dank aan de enige advocaten waar ik echt iets aan heb gehad: mr. Theo Hiddema en mr.David Nieuwenhuis). En toen dacht ik: Pfff… Eind goed, al goed. Als die mensen de stukken lezen, dan zullen achterover vallen van de gepresenteerde feiten, en mij vervolgens van harte steunen een herziening voor elkaar te krijgen. Tenslotte heeft iedereen in deze rechtsstaat recht op een eerlijk proces. Toch? Dus ik wachtte hoopvol op de reacties. Maar die kwamen maar niet. Journalisten die tijdens de rechtszaak de grootste leugens met chocoladeletters op de voorpagina’s publiceerden (te
weten: Paul Bolwerk, Henk van Gelder, Niels Dekker, en vooral: John Schoorl), hulden zich stuk voor stuk in stilzwijgen toen ze met de feiten en de waarheid geconfronteerd werden. En dat zegt dan te werken voor een kwaliteitskrant. Lachwekkend. Het is de Fabeltjeskrant! De pers als waakhond? Het lijken meer schoothondjes van de macht. (Ik moet hier wel even één uitzondering maken voor Martijn Haas, de freelance-journalist voor ondermeer de Panorama. Hij is de enige geweest die het aangedurfd heeft het document -eind 2012 -integraal te publiceren, hoewel hij er niet inhoudelijk op inging, of durfde te gaan.)

En het gedrag van de strafrechtdeskundigen in deze is helemaal onbegrijpelijk. Die weten niet meer uit te brengen dan dat een herziening ‘kansloos’ is! Waarmee ze een herziening ook meteen kansloos maken! En dat terwijl ik godverdomme mijn dossier niet eens had! Dat zijn Bananenrepubliek-praktijken! En als trap na kreeg ik het advies om gratie aan te vragen. Terwijl iedereen weet dat gratie sinds 1986 niet meer verleend is.

Maar ondertussen hebben ze wel allemaal hun mond vol van de rechtsstaat. Dat werd pijnlijk duidelijk eind 2013 toen die Greenpeace-activisten werden opgepakt in Rusland en Pussy Riot was veroordeeld. Iedereen stond meteen te roeptoeteren dat er geen rechtsstaat is in Rusland onder Poetin. Ficq liep daarbij voorop. Maar dat is dus de hypocrisie ten top. Ik zal niet gelijk mijn zaak erbij halen, hoewel ik dus net zo’n eerlijk proces heb gehad als een dissident in Rusland. Want het is op een andere manier heel duidelijk. Want toen Frankrijk -toch de bakermat van onze rechtsstaat -problemen had met Greenpeace ten tijde van de kernproeven in de Stille Oceaan hebben ze zelfs het Greenpeaceschip opgeblazen, waarbij ook nog eens een Portugees-Nederlandse fotograaf is omgekomen. Vergeleken daarbij is een arrestatie zoals Rusland dat gedaan heeft nog erg netjes en rechtsstatelijk! 

Een andere eye-opener wat betreft de voortreffelijke werking van onze rechtsstaat was de commotie rond de vrijlating van Volkert van der Graaf, ook eind 2013. Want toen ik op Teletekst las dat de Commissie van Toezicht en de RSJ ervoor gepleit hebben dat hij op proefverlof mocht, toen dacht ik meteen weer aan die keer dat ik zelf voor de CvT stond. En toen dacht ik: vreemd… bij mij doen ze dus hun best om ervoor te zorgen dat zelfs mijn brieven de bajes niet verlaten, en worden poststukken moedwillig vernield of achtergehouden, dus mij proberen ze monddood te maken, maar Volkert van der Graaf moet wel op proefverlof kunnen...

Ook zorgt de RSJ ervoor dat Volkert vervroegd kan vrijkomen. Daarbij kan hij ook rekenen op steun van talloze advocaten en strafrechtdeskundigen. Peter van Koppen kwam met de prachtige stelling: ‘Het recidivegevaar voor moord is in het algemeen vrijwel nul’. Oja? Waarom houden ze mij dan nog binnen? Mij houden ze binnen op (gefingeerd!!) recidivegevaar, maar Volkert mag van zijn vrijheid gaan genieten…

Maar echt verbaasd was ik niet meer. Tijdens de rechtszaak werd hem de hand al boven het hoofd gehouden. Want hij kreeg tenslotte slechts 18 jaar opgelegd. 18 jaar celstraf voor de moord op een belangrijk politicus. Een potentiële minister-president. Een moord die heel Nederland geschokt heeft en die een aanslag was op de democratie, de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting. Bovendien had Van der Graaf een warrig en onbegrijpelijk motief. Tenslotte rechtvaardigde hij zijn terroristische daad met de onzinnige reden dat hij moslims en andere zwakke groepen in de samenleving wilde beschermen tegen een als extreemrechts omschreven politicus. En dat is onzinnig omdat Fortuyn ondanks dat hij door de pseudo-linkse politieke elite is weggezet als extreem-rechts (net zoals Geert Wilders nu), hij beschouwd kan worden als de belangrijkste na-oorlogse anti-fascist die Nederland gekend heeft. Want
Fortuyn probeerde (net als Geert Wilders nu) Nederland (en de rest van de wereld) juist te behoeden voor de desastreuze invloed van een fascistoïde religie.
En toen ik dit allemaal las schoot me ook weer te binnen dat ook Samir A. (lid van de Hofstadgroep en kameraad van Mohammed Bouyeri en veroordeeld voor terrorisme) vervroegd is vrijgelaten terwijl ook hij net als Volkert geen spijt heeft getoond of afstand heeft gedaan van zijn politieke overtuiging, want ook hij vindt nog steeds dat de jihad gerechtvaardigd is en dat militairen en politici een legitiem doelwit zijn. Zijn advocaat wist het te verwoorden met de bizarre opmerking dat Samir nog steeds dezelfde idealen heeft (heeft iemand een teiltje voor me?). Anders gezegd: bij die figuren bestaat er een reëel gevaar voor herhaling en die laten ze naar buiten gaan, maar mij houden ze binnen op recidivegevaar dat er helemaal niet is! Hun houden ze de hand boven het hoofd, en ik wordt aan alle kanten genaaid. Van advocaten en gedragsdeskundigen voor het proces, tot beklagcommissies en strafrechtdeskundigen ver ná het proces.

Het is in dit land dus blijkbaar zo dat wanneer je waarschuwt voor de fascistische ideologie die de islam is, zoals Fortuyn deed, en Geert Wilders gelukkig nog steeds doet, dan wordt je door de pseudo-linkse politieke elite bizar genoeg zélf afgeschilderd als fascist en racist of Untermensch (waarmee ze je meteen als legitiem doelwit markeren voor de ‘idealisten’ in hun achterban zoals Samir en Volkert. En als die dan toch zo dom zijn om zich op te laten pakken, dan wordt ze de hand boven het hoofd gehouden en staan ze na 12 jaar gewoon weer vrolijk buiten. Waarschijnlijk komt dan Ad Melkert in een limousine voorgereden en krijgen ze complimenten en een envelop met geld). Maar waag het niet te bekennen dat je er eentje van hún hebt neergeschoten, dan krijg je een schijnproces. Dan wordt je zonder pardon weggezet als gestoorde gek, en via Trial by Media, gefabriceerde psychologische rapportages en een vonnis vol holle retoriek tot levenslang veroordeeld. Dan pakken ze je toekomst én je verleden af en proberen ze je ook nog monddood te maken als je er iets van zegt. Mooie rechtsstaat is dat! Daar kunnen ze in Rusland nog een puntje aan zuigen!

En toen viel eindelijk het kwartje.

Want dit alles laat dus zien dat die rechtsstaat van ons niet minder belabberd is dan die in Rusland. In beide landen is het niet meer dan een politiek instrument dat ingezet wordt door de heersende klasse om hun positie te handhaven. En voor de democratie en de vrije pers geldt hetzelfde als de rechtsstaat: het is een sprookje. Waarheidsvinding? Iedereen voor de wet gelijk? Het Geld en de Leugen regeren. In Nederland net zo goed als in Rusland.

En de ironie van het hele verhaal is dus, dat ik door deze hele gang van zaken erachter ben gekomen dat ik als anarchist altijd al gelijk had. Misschien moet ik de boeken van Chomsky, Stowasser en Bakoenin maar weer eens onder het stof vandaan halen, en de titel van dit document veranderen in Gevangenisherinneringen van een anarchist…

Vught, april 2014



DISCLAIMER

In deze publicatie zijn veel berichten uit de media ongevraagd integraal overgenomen. Daarbij is in een aantal gevallen geen rekening gehouden met het auteursrecht. Ik ben van mening dat de betrokken partijen daar ook geen aanspraak op kunnen maken. Tijdens de rechtszaak hebben zij namelijk ook ongevraagd over mij gepubliceerd. Zonder het principe van hoor en wederhoor toe te passen. Bovendien is er daarbij een hoop onzin beweerd, die niet alleen een bijdrage heeft geleverd aan de negatieve beeldvorming, maar ook de strafmaat in negatieve zin heeft beïnvloedt. En dat alles alleen voor de verkoopcijfers. Dat is de reden dat ik ongevraagd gebruik heb gemaakt van die berichten. En daarmee komen ze er genadig vanaf.

Een ander punt is dat ik voor het onderbouwen van mijn beweringen grotendeels afhankelijk ben geweest van artikelen en publicaties waar ik toevallig tegenaan ben gelopen. Aangezien ik in de gevangenis zit heb ik geen uitgebreide research kunnen doen. Ik heb het wel geprobeerd. Zo heb ik bijvoorbeeld verschillende pogingen gedaan om de DSM-IV te bemachtigen. Maar de medewerksters van de bibliotheek hielden de boot af met opmerkingen als: ‘Is niet te vinden’, ‘Kan niet besteld worden’, en na lang aandringen: ‘We zijn er mee bezig’, ‘Duurt even’, om me dan uiteindelijk op te zadelen met een verkeerd boek. Vandaar de vrij willekeurige artikelen die ik hier en daar aanhaal, evenals de onvolledigheid.